20 maart 2017

Niks psychologie, wel microbioom



Hij was er niet bij vorig weekend in Parijs op de 6e Sommet Mondial sur le Microbiote Intestinal et la Santé. Maar in tegenstelling tot de geleerde professoren, zat hij wel als expert bij Oprah, schreef een bestseller, blogt als de beesten en leidt een instituut aan een van 's werelds prominentste universiteiten, Cornell. En nu ligt de reputatie van de Amerikaanse hoogleraar voedingspsychologie Brian Wansink aan diggelen. De oorzaak: statistische fouten en zelfplagiaat in zijn studies.


Wansink (56) is hoofd van het Voedsel en Merkenlaboratorium aan Cornell University in de Verenigde Staten, en uitvinder van de idee dat mensen die kleinere borden gebruiken minder eten. 'Mindless eating', verklaart ons eetgedrag aan de hand van psychologische driften en omgevingsfactoren in plaats van fysieke behoeften.


De obesitasgoeroes hadden gelijk een nieuwe verklaring voor wat zij "de eetstoornis" van de 21ste eeuw noemen. Ik heb hem nooit au serieux genomen. Bocuse leerde ons minder eten op grotere borden, en die kon wel koken, hier stond een man met het gezicht van een B-acteur in een familieserie en die zou het beter weten?


Wansink werd ontmaskerd door nuchtere wetenschappers uit Groningen. In Parijs werd zijn theorie nog eens gefileerd door specialisten als Dr Joël Doré, Directeur de Recherche aan het Institut National de la Recherche Agronomique (INRA), en Pr James Versalovic, patholoog van het kinderziekenhuis van Texas en Baylor in de VS, die The US Human Microbiome Project leidt.


Hun conclusie is duidelijk: niets psychologisch maar een gemeenschap van bacteriën die vanuit de darmen het hele management van ons lichaam leidt. Een lichaam kan niet bestaan zonder microben, die in feite werken als een superorgaan dat elk vasculair-, zenuwstelsel en immuunsysteem bij een zoogdier, inclusief de mens, regelt. Anders gezegd: de mens is zijn lichaam en zijn microben.


De laatste maanden groeit in wetenschappelijke kringen steeds meer de zekerheid dat de research er goed aan doet zich op alle aspecten van dit microbioom te richten. Stoelgangtransplantatie is slechts één maar het meest spectaculaire aspect daarvan.


Ondertussen rees steeds meer de twijfel of Wansink en zijn geestesgenoten in al hun ijver niet wat te vrij met onderzoeksgegevens zijn omgegaan. Het komische is dat de psycholoog in al zijn hubris zelf aan de basis ligt van zijn val: Wansink beschreef in november op zijn blog hoe je als onderzoeker kunt scoren door allerlei toevallige verbanden uit een geflopte dataset te presenteren als degelijk onderzochte wetenschappelijke resultaten.


Enkele wetenschappers namen vervolgens een viertal studies waarbij Wansink optrad als co-auteur onder de loep en vonden hierin 150 statistische fouten, van slordigheden tot regelrechte blunders. Inmiddels zijn in nog zeven andere artikelen fouten geconstateerd. En nu komt daar de beschuldiging van zelfplagiaat bij. Nick Brown, een Britse promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen, beschrijft op zijn blog voorbeelden van zelfplagiaat in Wansinks werk: publicaties die grotendeels bestaan uit knipsels van eerdere studies. De ernstigste zaak is twee resultaattabellen uit twee studies met verschillende testgroepen die verdacht veel op elkaar lijken. 39 van de 45 cijfers in de tabellen komen tot achter de komma overeen. Dat is alsof leerlingen in twee verschillende schoolklassen gemiddeld exact even lang, zwaar en oud zijn en ook nog eens precies even hoge cijfers voor dezelfde vakken halen.


Wansink gaat op verzoeken van collega-wetenschappers om zijn onderzoeksgegevens openbaar te maken niet in. Wel heeft hij toegezegd een onafhankelijk onderzoeker de bekritiseerde studies grondig onder de loep te laten nemen en eventuele fouten te corrigeren. Ondertussen is de Sherlock Holmes of food ondergedoken. Wansink heeft flink wat uit te leggen, vindt Sander Kersten, voedingswetenschapper aan de Universiteit Wageningen en niet betrokken bij Wansinks critici. 'Vooral die gekopieerde resultatentabel vereist een solide verklaring. Dit kan echt niet kloppen.'


Wansink staat nu wel heel alleen. De kritiek op Wansink komt op een moment dat de betrouwbaarheid van meer wetenschappelijke studies ter discussie staat. Vorig jaar bleek dat slechts 39 procent van de sociaal-psychologische studies dezelfde resultaten opleveren als collega-wetenschappers het experiment herhalen.


In Parijs werd de Gut Summit georganiseerd door de European Society of Neurogastroenterology and Motility (ESNM), de European Society for Paediatric Gastroenterology, Hepatology and Nutrition (ESPGHAN), de Société Européenne de Gastroentérologie Pédiatrique Hépatologie et Nutrition en de American Gastroenterological Association (AGA) met de steun van Danone, Biocodex en Sanofi.


Meer info: http://www.gutmicrobiotaforhealth.com/en/gut‐microbiota‐h...

 

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

13:40 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

19 maart 2017

Ontsmettingsmiddelen leiden tot ernstigere hersenvliesontsteking


Het gebruik van desinfecterende stoffen als benzalkonium chloride in de voedingsindustrie kan ertoe leiden dat hersenvliesontsteking minder goed te behandelen is. Uit onderzoek van het Amsterdamse MC blijkt dat hierdoor de patiënten met hersenvliesontsteking door de Listeria monocytogenes vaker komen te overlijden of met ernstige restverschijnselen herstellen.


Het onderzoek verscheen online in het tijdschrift Clinical Microbiology and Infection. De Nederlandse Gezondheidsraad refereert hieraan in zijn onderzoeksrapport ‘Zorgvuldig omgaan met desinfectantia.'


De AMC-onderzoekers kwamen dit op het spoor omdat ze merkten dat patiënten de laatste tijd minder goed genezen van een hersenvliesontsteking die wordt veroorzaakt door de listeria-bacterie. Een goede verklaring was er niet. Het is bekend dat deze bacterie via het voedsel wordt overgedragen. Het kan leiden tot een voedselinfectie en in zeldzame gevallen tot hersenvliesontsteking.


Na een lange speurtocht en dna-analyses blijkt dat deze bacterie in toenemende mate ongevoelig aan het worden is voor een ontsmettingsmiddel dat in de voedingsindustrie veel wordt gebruikt. Hier kwamen de onderzoekers tot hun grote verbazing achter.


Volgens onderzoeker prof. Diederik van de Beek van het AMC gaat het om benzalkonium chloride dat wordt gebruikt om de machines te reinigen. "Dat reinigen is op zichzelf mooi, maar uit onze analyses blijkt dat er een keerzijde aan zit. Het probleem is namelijk dat de bacterie die ongevoelig is geworden voor het ontsmettingsmiddel, minder gevoelig wordt voor antibiotica waarmee we hersenvliesontsteking behandelen."


Het AMC heeft gegevens van 96 patiënten met hersenvliesontsteking door de listeria-bacterie onderzocht. Het wordt de laatste jaren steeds moeilijker om deze groep patiënten adequaat te behandelen. Van de Beek schat dat voorheen 30 procent van de patiënten niet goed herstelt van de ziekte of overlijdt. "Dat is nu gestegen tot iets meer dan 70 procent. Gelukkig komt deze ziekte niet heel veel voor, maar zorgwekkend is deze ontwikkeling wel."


Er zijn tal van alternatieven voor benzalkoniumchloride (ook quaternaire ammoniumzouten genoemd). Bijvoorbeeld ethanol, oftewel een ontsmettingsmiddel op grote schaal gebruikt in de voedingsindustrie. Helaas zijn er nog vele bedrijven die alleen gebruik maken van één soort ontsmettingsmiddel. Het is erg belangrijk om regelmatig het ontsmettingsmiddel te wijzigen. Een andere mogelijkheid tot alternatieve Virkon. Maar het nadeel van Virkon is dat het trager droogt. Waarschijnlijk is dit een van de redenen waarom zoveel voedingsbedrijven niet op een ander ontsmettingsmiddel overstappen.


Deze studie toont aan dat er meer aandacht nodig is. Als levensmiddelenadditief, kan benzalkoniumchloride worden vervangen door sorbinezuur, benzoëzuur, nitriet of Natamycine.


Meer info:
https://www.gezondheidsraad.nl/sites/default/files/a1603a...

Marc van Impe

Bron: MediQuality

12:23 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

14 maart 2017

Nieuwe generatie mijdt sigaretten en alcohol

Ik heb altijd mijn twijfels gehad bij fatsoensrakkers die een politiek van drooglegging voorstaan. Het heeft nooit gewerkt en zal nooit werken. Ik was veertien in een tijd dat roken, laat staan drinken streng verboden werd voor kinderen van onze generatie. Een leraar op de zondagse tekenacademie leerde me mijn eerste sigaret kennen. Ik had daar geen bijgedachten over. Maar het werd het begin van meer dan twintig jaar verslaving. Nochtans werd de eerste sigaret prompt gevolgd door een rammeling, iets wat nu ook niet meer tot het pedagogisch arsenaal behoort. Het verbod thuis, op het college en in de jeugdbeweging maakte de verslaving dubbel aantrekkelijk. Ondertussen ben ik al weer ruim 30 jaar van die zonde af.


Ook vandaag zijn er advocaten voor een strenge restrictie van tabak en alcohol. De minister neemt daar een meer relaxte houding in. Ik denk dat ze gelijk heeft. Uit een onderzoek van de Britse NHS onder 14.000 pubers dat pas gepubliceerd werd, blijkt dat kinderen nooit zo weinig gerookt of gedronken hebben. De helft van de deelnemers ondergingen achteraf een medisch controle-onderzoek.


Pubers beneden de 16 experimenteren 60% minder met alcohol, vergeleken met 2003, terwijl de consumptie van sigaretten is met 75% gedaald. Sterker nog, uit de Health Survey for England 2016 blijkt dat slechts 4% van 8- tot 15-jarigen ooit een sigaretje probeerde. In 2003 was dit nog 19 %. Meer dan een derde van hen die toch rookten probeerde een e-sigaret, terwijl slechts 2% van de niet-rokende kinderen aan de vaping ging.


16% probeerde een alcoholhoudende drank. In 2003 was dit nog 45%. Dit betekent dat kinderen op een bijzonder beïnvloedbare leeftijd de slechte gewoonten van hun ouders vermijden. Het verslag stelt dat dit het resultaat zou kunnen zijn van nieuwe preventietechnologie, van responsabilisering wat leidt tot meer gewetensvolle kinderen en een beter ouderschap. Volgens campagneleiders tegen het roken en drinken hebben de restricties hun resultaat bewezen.


Maar volgens hoofdonderzoeker Gillian Prior spelen ook de sociale media een belangrijke rol. "Kinderen besteden hun tijd nu anders dan 15 jaar geleden. Wie actief wil zijn op de sociale media houdt daar beter zijn hoofd bij en drinkt of rookt dus niet." Ook het softdrugsgebruik neemt dramatisch af.


Een van de ondervraagde ouders geeft de zinnigste uitleg: "Volgens mijn tienerzonen is niet drinken zinvol omdat dat hun reactietijden bij het gamen zou kunnen beïnvloeden. Het idee van het drinken van omwille van de roes trekt hen niet aan. Daarbij hebben ze net als ik een hekel aan de geur van tabaksrook."


Diezelfde attitude merk ik op in mijn eigen uitgebreide familie: roken is niet cool, dronken worden is een teken van zwakte, dope is voor losers.


Er komt echter niet alleen goed nieuws: vier vijfde van de kinderen is niet genoeg fysiek actief en een derde lijdt aan overgewicht.


De Engelse resultaten kunnen niet zo maar geëxtrapoleerd worden naar ons land, maar ze zijn zeker indicatief.


Marc van Impe


http://content.digital.nhs.uk/article/7551/Household-surv...

 

Bron: MediQuality

 

 

08:10 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)