06 april 2017

Koken in een open keuken ongezond



Ik ben niet goed bezig. Sinds ik verhuisd ben kook ik in een open keuken. En dat blijkt niet zo’n goed idee te zijn. Want koken in een open keuken is best ongezond, aldus het Nederlandse onderzoeksinstituut TNO.


Bij het koken komt immers PM2,5 dat ook wel bekend staat als 'fijnstof' vrij. 90 % van de blootstelling aan ultrafijnstof vindt binnen plaats. Blootstelling aan fijnstof kan schade aan de longen en hart en vaten veroorzaken. Maar ook irritatie van oog, neus en keel, verergering van en/of versnelde dood door hart- en vaatziekten. Vooral het braden van vlees en het wokken van groenten is een bedreiging voor de volksgezondheid. Bakluchten die vrijkomen bij het koken zijn lang vooral gezien als een geurprobleem. Echter, in deze baklucht bevinden zich ook deeltjes kleiner dan 1 µm die een bijdrage vormen aan. Uit veldonderzoek van TNO in 9 woningen blijkt dat in woningen de concentratie fijnstof gedurende enkele uren na het koken veel hoger kan zijn dan de buitenconcentratie. Opvallend was dat een kwart tot een derde van de totale blootstelling aan ultrafijnstof (deeltjes kleiner dan 0,1 micrometer) plaatsvond in maar enkele procenten van de tijd. Deze pieken vonden binnen met name plaats tijdens en net na het eten en worden waarschijnlijk veroorzaakt door koken. Ook bleek dat pieken binnen veel langer bleven hangen dan pieken buiten, die vooral voorkwamen tijdens de spits in het verkeer.


Daarom moet een stevige dampkap gebruikt worden. Uit experimenten in het TNO laboratorium volgt dat voor een goede afzuiging minimaal een capaciteit van 300 m3/uur nodig is tijdens het koken. In een aantal huizen die we bemeten hebben, was de afzuigcapaciteit slechts 40 m3/uur. Vooral in luchtdichte energiezuinige nieuwbouwwoningen kan het fijnstof urenlang blijven hangen. Komend jaar doet TNO onderzoek naar hoe dit het best kan worden uitgevoerd zonder dat dit ten koste gaat van de energiezuinigheid van deze woningen. Oplossingen kunnen zitten in efficiëntere afzuigkappen, meer afzuigcapaciteit door ruimere afvoerbuizen en slimmere systemen die met maatwerk precies naar behoefte afzuigen en zodoende optimaliseren op energieprestatie rekening houdend met gezondheid en comfort.


Voor de pneumoloog volgend voorschrift: om kookluchtjes en verontreiniging af te zuigen, is een capaciteit van minimaal 300 m3/uur nodig. Indien op de achterste pitten wordt gekookt worden dan vrijwel alle kookdampen afgevangen. Bij koken op de voorste pitten kan de vangstefficiëntie afhankelijk van het type afzuigkap veel lager zijn. De kap moet minimaal even groot zijn als de kookplaat en moet bij voorkeur een randje hebben van ca. 5 cm, zodat de damp eronder blijft. Inductief koken wordt aanbevolen. Dat voorkomt verbrandingsgassen die het gevolg zijn van koken op aardgas. Bij inductief koken is bovendien minder afzuigdebiet nodig. En als u nu nog zin in koken hebt: bij het koken komen ook pak's (polycyclische aromatische koolwaterstoffen) vrij. Van pak's weten we dat ze kankerverwekkend zijn. 

Gebaseerd op : https://www.tno.nl/nl/aandachtsgebieden/leefomgeving/buil...

Marc van Impe

Bron : MediQuality 

09:36 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

27 maart 2017

Prof. Elke Van Hoof (VUB) over hoogsensitiviteit: ‘Ik weet wat het is om je anders te voelen’


Hoogsensitiviteit, sommige artsen hebben het er moeilijk mee. Ik las in een verslag van een verzekeringsarts, die de vloer aanveegde met zowat alle argumenten die de behandelende geneesheer aandroeg: “En natuurlijk lijdt patiënte ook aan de nieuwste modeziekte, de zogenaamde hoogsensitiviteit.”


Hoogsensitiviteit bestaat wel degelijk, zegt klinisch psychologe Elke van Hoof in het boek ‘Hoogsensitief'. Van Hoof (40) is professor klinische psychologie aan de VUB gespecialiseerd in psychodiagnostiek, trauma, stress en burn-out. En is zelf ook hoogsensitief. En hoogsensiviteit is geen ziekte, haast ze zich toe te voegen.


Ze stelde haar boek voor in de Faculty club van de KUL, want wetenschappers van die universiteit hebben een behoorlijk aandeel gehad in de research. Het begon drie jaar geleden. Van Hoof die zich voordien al gebogen had over de CVS-problematiek en burn-out bij journalisten, voor dit een huis-, tuin- en keukenterm geworden was, zei toen nog: ‘Quatsch!' ‘Het leek wel een modeverschijnsel', zegt Elke Van Hoof, ‘met veel esoterie en bijna gekaapt door de zogenaamde experts van de damesbladen, en dan krijg je al snel iets met Bach bloesems, aura's en chakra's. Nonsens dus.'


Dit geleuter zet de nekharen van sommige wetenschappers rechtop. Je krijgt dus believers en non-believers. Iets wat Van Hoof ook al zag in haar onderzoek naar het chronisch vermoeidheidssyndroom. ‘En burn-out tien werd tien jaar geleden ook fel gecontesteerd. Er zijn nog altijd dokters die ontkennen dat die ziekte bestaat, al is er inmiddels een ruime wetenschappelijke consensus over.'


Van Hoof steekt met dit boek dus haar nek ver uit want een consensus over hoogsensitiviteit is er nog lang niet. Nochtans is zij niet de eerste die het fenomeen beschrijft. In de jaren dertig al schreef de Zwitser Fritz Schweingruber over ‘sensible Menschen'. Maar het was de Amerikaanse psychologe Elaine Aron die in de jaren negentig de term HSP bedacht. Samen met haar man Arthur Aron schreef ze er in 1997 een artikel over in het gerespecteerde Journal of Personality and Social Psychology. Het onderzoek kreeg weinig bijval in wetenschappelijke kringen, maar het bracht wel de verkoop op gang van Elaine Arons zelfhulpboeken. De teller staat intussen op ruim 1 miljoen.


Van Hoof ontdekte de ernst van hoogsensitiviteit door de literatuur. Ze overwon de eigenwaan die zoveel psy's eigen is, ging verder dan het inpalmen van een zogezegd onbezet therapieterrein, ook waar die zachte sector specialist in is, maar stapte over naar een wetenschappelijke analyse. Dan vielen de puzzelstukken in elkaar.


‘Toen ik kind was, zwom ik in clubverband. Na wedstrijden kon ik totaal uitgeput zijn van het lawaai en de opwinding. Soms moest ik er een week van bekomen. Ook veel dingen die misliepen op mijn werk, kon ik eraan koppelen. Het gebeurde zo vaak dat ik voelde: ‘Dit klopt niet.' Dan onderbrak ik iemand tijdens een presentatie om kritische vragen te stellen. Collega's apprecieerden dat niet altijd. Vooral omdat ik niet altijd met feiten kon staven wat ik voelde.' Voelen wat er is, beter voelen dan wat anderen met hun papillen niet tasten, kortom: een eigenschap die heel wat niet vreemd is.


‘Het is geen ziekte, maar een aangeboren eigenschap die evenveel bij mannen als vrouwen voorkomt', zegt Van Hoof. Die schat dat 15 tot 20 procent van de bevolking hoogsensitief is. 1 miljoen Vlamingen dus. Plus 600.000 Walen. Je zou het niet zeggen. Maar ze zijn er wel. Geen kleine groep mensen die prikkels diepgaander verwerkt in de hersenen. En die daar niets aan kunnen doen. ‘HSP is niet iets wat je kan krijgen, je bent het'. Hersenwetenschapster Jadzia Jagiellowicz ontdekte in 2011 een neurale basis voor hoogsensitiviteit. Haar proefpersonen kregen onder een MRI-scan plaatjes te zien. Bij HSP's gingen merkbaar meer gebieden in de hersenen oplichten dan bij niet-HSP's. ‘Zij verwerken zintuiglijke informatie dieper', zegt Van Hoof.


‘Daardoor merken ze meer dingen op: een schilderijtje dat op een andere plek hangt of een vriend die stiller is dan gewoonlijk. Maar ook smaken, geluiden, kleuren, vormen, de veranderende sfeer in een groep: het komt allemaal veel sterker binnen. Dat is geen zogenaamd zesde zintuig, integendeel. Met hun vijf zintuigen hebben zij hun handen al meer dan vol.' HSP is een voor- én nadeel: hoogsensitieven hebben een lagere responstijd en maken minder fouten. Maar ze hebben ook meer stressgerelateerde krachten.

Twee jaar geleden ontdekten onderzoekers dat de hersengebieden die verband houden met empathie bij HSP's extra actief zijn. Hoogsensitieven zouden meer spiegelneuronen hebben. Hoogsensitieven zijn niet altijd de gemakkelijkste collega's, net omdat ze zoveel opmerken. Ze geraken ook snel overprikkeld. Door de diepe verwerking hebben hun hersenen meer hersteltijd nodig. Nemen ze onvoldoende rust, dan zijn ze erg vatbaar voor stressgerelateerde klachten, zoals burn-out. Hoogsensitieven scoren opmerkelijk goed in contextonafhankelijk denken.


Ze zijn goed in out of the box denken, iets wat de medische wetenschap meer dan ooit goed kan gebruiken. Hoogsensitieven zijn extra kwetsbaar voor stressgerelateerde problemen, maar alleen in een negatieve context. Ze zijn de eersten die lijden onder een verstoorde werksfeer. Omgekeerd bloeien ze in een goede omgeving meer open dan wie ook. Ze worden creatief en nemen extra taken op zonder er iets voor terug te verwachten. In tijden waarin veel werkgevers op zoek zijn naar werknemers die de ‘extra mile' willen afleggen, is dat een interessant gegeven.


Van Hoof organiseerde vorig jaar een eerste internationaal congres over hoogsensitiviteit aan de Vrije Universiteit Brussel en ontwikkelde een verbeterde test om hoogsensitiviteit te detecteren. Ze is op zoek naar collega's, artsen die mee willen gaan in dit onderzoek. Maar ze heeft een hekel aan bevlogen alterneuten. ‘Ik ben een wetenschapper, zij het een hoogsensitieve. Ik ben alleen geïnteresseerd in feiten, niet in interpretaties.'


Ik hoorde deze week dat de betrokken verzekeringsarts de gracht in reed. God is rechtvaardig en straft de ruwen van geest.


Marc van ImpeMeer info:
Hoogsensitief, wat je moet weten door Elke Van Hoof , Lannoo Campus, € 24,99

 

Bron: MediQuality

08:05 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

25 maart 2017

Worden pathologie en radiologie één specialisme?


In de 18de eeuw sloegen de volgelingen van John Ludd mechanische weefgetouwen aan diggelen en wilden zo de eerste Industriële Revolutie verhinderen. Zien we straks radiologen met een voorhamer computers in elkaar slaan? Het is mogelijk, na de lectuur van een artikel van Dr. Eric Topol (directeur van het Scripps Translationeel Science Institute) en Saurabh Jha (radioloog aan de University of Pennsylvania) die voorstellen om de pathologie en radiologie in één nieuw "Informatiespecialist" discipline samen te voegen.


Artificiële intelligentie (AI) is niet langer sciencefiction en wordt ook in de geneeskunde werkelijkheid. De combinatie van big data en AI is het resultaat van de 4de Industriële Revolutie, en dat zal vooral op de radiologie en de pathologie, en later ook op andere medische specialismen, zijn invloed hebben. Dacht u dat een computer de radioloog of patholoog niet kan vervangen, denk dan opnieuw. AI is geen vijand, radiologen en anatoompathologen moeten zich niet omscholen tot luddieten, maar ze zouden er wel goed aan doen om een strategisch plan te ontwikkelen voor ze door de werkelijkheid voorbij gestoken worden.


De details van zo'n fusie zijn nog lang niet volledig uitgewerkt maar het algemene concept is dat deze informatiespecialisten de belangrijke medische gegevens zouden interpreteren, advies zouden geven over de toegevoegde waarde van een of andere diagnostische test, zoals de noodzaak voor aanvullende beeldvorming, anatomische pathologie of een laboratoriumtest, en zouden zorgen voor de integratie van alle beschikbare informatie ten behoeve van de clinici. Deze nieuwe specialisten moeten dus de Bayesiaanse logica beheersen, statistiek en datamanagement kennen en zich bewust zijn van andere informatiebronnen zoals genomica en biometrische gegevens, voor zover ze gegevens uit uiteenlopende bronnen over de klinische toestand van een patiënt kunnen integreren.


Ik hoor de clinici al de vraag stellen hoe die R&P (laten we zo even noemen) gaan bepalen wat "belangrijke data" zijn. Wat is "belangrijk"? Nieuwe diagnoses van maligniteit? Identificatie van besmettelijke organismen? Positieve marges?
Ik lanceer hier een idee en schrijf geen nieuw opleidingsplan.


En nu een uitspraak die menigeen op zijn paard zal krijgen: Machine learning kan nu al in sommige gevallen beter prognoses voorspellen dan pathologen kunnen. Zo wordt de prognose van niet-kleincellig longcarcinoom nauwkeuriger voorspeld door de computer dan door de arts, en dat dankzij het beheersen van de criteria, en door beeldanalyseparameters die alleen kunnen worden gebruikt en gekwantificeerd door het gebruik van de juiste software. Combineer zo'n methode met moleculaire tests en je bent vertrokken voor een schitterende toekomst.


Dit is een zeer interessante fusie. Maar ik ben ervan overtuigd dat ze een enorme weerstand zal oproepen. Toch moeten radiologen en anatoompathologen beseffen als ze niet veranderen, ze zullen uitsterven. IBM Watson biedt nu al een betere analyse van de beelden beter dan zij kunnen doen.


Dat is de realiteit van gisteren. Het begin van de 5de industriële revolutie. John Ludd kan er alleen maar naar kijken. In een recent artikel in de JAMA omschreef men deze nieuwe discipline als "diagnostic medicine," "integrated diagnostics," of ook "full service diagnostics," een combinatie van radiology, pathology, en moleculaire testing.
Het is geen nieuw idee. Dr. Bruce Friedman schreef in 2006 al op zijn blog Lab Soft News de "Ten Reasons for merging pathology/lab medicine with radiology."


Overigens kan men de vraag stellen of een arts nog wel een mens moet zijn? Een nieuwe computer, "Ellie," die ontwikkeld werd aan het Institute for Creative Technologies van de University of Southern California, stelt alle vragen die een clinicus stelt zoals hoe de patiënt eet, hoe hij slaapt, hoe hij zich voelt en ga zo verder. Ellie analyseert ook de verbale reacties van de patiënt, zijn gezichtsuitdrukkingen en vocale intonaties, en spoort tekenen van een posttraumatische stressstoornis, depressie of andere aandoeningen op.


In een gerandomiseerde studie, werd 239 proefpersonen al dan niet verteld dat Ellie "gecontroleerd werd door een mens" of "door een computerprogramma." Zij die het laatste geloofden gaven meer intieme en persoonlijke details aan Ellie. In China maken miljoenen patiënten wanneer ze voor hun vragen en zorgen een luisterend oor zoeken, gebruik van Xiaoice, Microsoft's chatbot. Ze weten dat Xiaoice geen mens is. Xiaoice ontwikkelt een speciaal afgestemde persoonlijkheid, heeft gevoel voor humor, en bereikt dit door methodische datamining naar de inhoud van echte chats op het Internet. Xiaoice leert aan de hand van hun reacties na verloop van tijd ook over zijn gebruikers en wordt gevoelig voor hun emoties, en kan zonder menselijke instructie zijn reacties dienovereenkomstig aanpassen. Ellie en Xiaoice zijn het resultaat van machine leertechnologie. AI dus.


In Nederland wordt sinds 2009 de opleiding van medisch ingenieur aangeboden. Deze vijfjarige opleiding in de technische geneeskunde –niet te verwarren met medisch technicus- vormt informatici en technici die een bijzondere kennis hebben van geneeskunde en van IT en werktuigkunde. Ik geloof dat dit een stap naar de toekomst is.

Marc van Impe


http://jamanetwork.com/journals/jama/article-abstract/258...
http://tissuepathology.com/Tags/lab-soft-news/#axzz4bD52h...
https://www.youtube.com/watch?v=ejczMs6b1Q4

Bron: MediQuality

08:47 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)