28 april 2017

Een op vijf diagnoses hersenaandoening is fout


De Nederlandse Hersenbank zegt dat uit hersenonderzoek geregeld blijkt dat een patiënt aan een andere ziekte is overleden dan gedacht. Zo is bij bijna een op de vijf overledenen die gestorven zouden zijn aan de ziekte van Parkinson of Alzheimer sprake van een onjuiste diagnose. Ook bij dementie- en MS-patiënten speelt het probleem. De Hersenbank wil dat met het onderzoek inzicht verkregen worden in het ziekteverloop en behandelende artsen worden geholpen bij het stellen van diagnoses.


De Hersenbank verricht onderzoek op hersenen van donoren, zo'n 200 per jaar. Daaruit blijkt dat bij patiënten verschil zit tussen wat blijkt uit de hersenobductie en wat als officiële doodsoorzaak staat geregistreerd.


Neuropatholoog Annemiek Rozemuller van het VU Medisch Centrum, ook verbonden aan de Nederlandse Hersenbank, beaamt dat het moeilijk is om bij leven een diagnose te stellen. Zo is er vaak sprake van combi-aandoeningen, patiënten die last hebben van twee ziektes waarvan de symptomen op elkaar lijken. "Het is hele ingewikkelde materie. Daarnaast hebben neurologen moeite om alle beschikbare informatie over de verbetering van de diagnostiek tot zich te nemen", zei Rozemuller in het NOS Radio 1 Journaal.


"De leercurve van neurologen kan enorm verbeteren als ze van ons neuropathologen horen wat er is gevonden. Zo kunnen we vertellen dat ze bij een bepaald vlekje op een scan aan die diagnose moeten denken." Volgens haar gaat het in een op de vier gevallen mis, dan is er een andere diagnose dan de neuroloog dacht. Door de resultaten van onderzoek achteraf te delen kan volgens Rozemuller worden voorkomen dat ook bij toekomstige patiënten een onjuiste diagnose wordt gesteld.


Voor nabestaanden is het volgens Rozemuller vaak heel moeilijk om te horen dat hun dierbare aan iets anders is overleden dan gedacht. "Dat kan een enorme klap zijn, zeker als de doodsoorzaak een behandelbare ziekte was. Dan kan zo'n hele familie aan de telefoon hangen met de vraag: wat als de overledene wel was behandeld? En dan zeg ik altijd wel eerlijk dat het misschien anders had kunnen lopen. Maar dat is wel ontzettend moeilijk als arts, je wil ook niet je collega's afvallen."


Marc van Impe


Bron: MediQuality

09:03 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

12 april 2017

Hoogste tijd: geneeskunde moet van confectie naar couture


‘Al decennia erkennen we dat iedere patiënt anders is, maar nog steeds krijgen veel patiënten medicatie die niet werkt of ernstige bijwerkingen geeft. Het is daarom de hoogste tijd voor medicatie op maat,’ vindt Saskia de Wildt, en Nederlandse -intensivist en sinds 1 mei 2016 benoemd tot hoogleraar Klinische Farmacologie aan het Radboudumc. Haar oratie ‘Hoogste tijd: van confectie naar couture’ vindt vandaag plaats op vrijdag 7 april en verschijnt hier als bijdrage.


Veel geneesmiddelen zijn alleen onderzocht bij ‘gemiddelde' (relatief gezonde) patiënten, maar niet bij patiëntengroepen die afwijken van het gemiddelde, zoals kinderen, ouderen, zeer ernstig zieken, zwangeren of zelfs vrouwen in het algemeen. Deze kwetsbare patiëntengroepen lopen een verhoogd risico op onveilige of onwerkzame medicatie omdat de juiste dosering voor hen niet bekend is.


Saskia de Wildt onderzoekt het preciezer en veiliger doseren van geneesmiddelen bij deze kwetsbare groepen en dan met name kinderen. Met zeer gevoelige en weinig belastende onderzoekstechnieken bepaalt ze bij kinderen in het ziekenhuis het proces van metabolisme en transport van geneesmiddelen. Dit combineert ze met onderzoek op weefsel van kinderen en achterhaalt hiermee de invloed van leeftijd, ziekte en erfelijke aanleg op deze processen. Hiermee kunnen geneesmiddeldoseringen preciezer bepaald worden.


Het doel van het onderzoek van de Wildt is uiteindelijk het bouwen van ‘virtuele kinderen'. Hiermee kunnen we voorspellen welke dosering van een middel het meest effectief en veilig is, afhankelijk van de leeftijd, erfelijke aanleg en mate van ziek zijn van het kind. Zo is de werking van een medicijn te voorspellen vóórdat de eerste dosis aan een kind wordt toegediend.


‘Het virtuele kindmodel wil ik niet alleen ontwikkelen voor onderzoeksdoeleinden, maar – op langere termijn – juíst voor toepassing in de praktijk.' De Wildt is als directeur van het Nederlandse Kenniscentrum Farmacotherapie bij Kinderen verantwoordelijk voor het Kinderformularium. Dit is de Nederlandse informatiebron voor dosering van medicijnen bij kinderen. Het streven is de ‘virtuele kindmodellen' uiteindelijk in dit formularium in te bouwen. Daarnaast wil de Wildt het Nederlandse Kinderformularium uitbreiden naar Europa; de eerste stappen zijn recent gezet. ‘We hebben in Nederland een uniek formularium gemaakt. Het zou zonde zijn als elk land dit wiel opnieuw gaat uitvinden. Samenwerking vergroot de mogelijkheden om de ambitieuze plannen voor het ‘op maat' doseren te verwezenlijken,' aldus de Wildt.


‘Het informeren van patiënten over het belang van de juiste dosering, is belangrijk,' meent de Wildt. Zo zal een patiënt bij onwerkzaamheid of bijwerkingen eerder teruggaan naar zijn arts. De dosering kan dan te laag of te hoog zijn. Hiervoor is een belangrijke rol voor de klinisch farmacoloog weggelegd. Klinisch farmacologen moeten vaker ingezet moeten worden bij het adviseren over ingewikkelde medicatievragen, alsmede bij het onderwijs aan collega's. Dit vergroot de kennis van behandelend artsen, die daarmee zijn patiënt beter kan informeren.


De Wildt merkt op dat de ontwikkelde onderzoeksmethoden, het virtuele ‘kindmodel' en het opzetten van het kinderformularium ook als voorbeeld kan dienen voor andere kwetsbare patiënten. ‘Mijn ambitie is te komen tot een effectief en veilig geneesmiddel voor elke patiënt. Medicatie op maat dus. Dat is pas couture,' glimlacht de Wildt.


Over de hoogleraar:
Saskia de Wildt studeerde Geneeskunde aan de Universiteit van Maastricht en promoveerde in 2001 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Haar medische vervolgopleiding tot kinderarts, kinderintensivist en klinisch farmacoloog volgde ze in het Erasmus MC Sophia Kinderziekenhuis en het Hospitalfor Sick Children in Toronto. Sinds 2016 is zij hoogleraar Klinische Farmacologie aan het Radboudumc, waar zij ook klinisch werkzaam is als kinderarts-intensivist. Zij is tevens als onderzoeker verbonden aan het Erasmus MC Sophia Kinderziekenhuis.
Zij publiceerde meer dan 100 internationale peer-reviewed artikelen, begeleidde 7 promovendi en heeft samenwerkingsverbanden met diverse afdelingen binnen het Radboudumc, andere Nederlandse universiteiten en TNO. Daarnaast is zij betrokken bij 3 grote Europese onderzoeksprojecten en werkt samen met universiteiten in Kansas City en San Francisco.

Marc van Impe


Bron: MediQuality

09:37 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

07 april 2017

Arts peutert in eigen brein



Sommige onderzoekers doen alles om toch maar hun gelijk te bewijzen. Sommigen manipuleren of verzinnen data, anderen pikken het werk van collega’s of medewerkers in, de Iers-Amerikaanse neuroloog Phil Kennedy liet bij zichzelf elektrodes implanteren, in de hoop om daarmee een spraakcomputer te leren bedienen. Hij was de eerste gezonde mens die hersenelektroden liet plaatsen. Even dreigde hij er zijn spraak door te verliezen. Hij wachtte niet op hightech-ondernemer Elon Musk (Tesla, SpaceX) die met Neuralink Corp, apparatuur wil maken om breinen van gezonde mensen met computers te koppelen, maar ontwikkelde zelf een neurotrofische electrode bestaande uit een drietal gouden draadjes, in een glazen omhulsel dat gevuld werd met een melange van groeibevorderende stoffen zoals Matrigel en gecoated werd met beschermende gels Parylene, Elvax, en Silastic, zodat de neuronen zich met de electroden verenigden.

Kennedy die aan het Georgia Institute of Neurology werkt, kreeg geen toestemming van de ethische commissie noch de FDA en reisde speciaal daarvoor naar Belize, waar in juni 2014 in het City Hospital, een ziekenhuisje met 13 bedden, de 12 uur durende ingreep gerealiseerd werd. De afloop was bijna dramatisch: de 66-jarige Philip Kennedy ontwaakt uit zijn narcose en kan niet meer praten noch schrijven en lijdt aan epileptische aanvallen. Maar Kennedy weet dat beterschap mogelijk is. De operatie kostte 25.000$.

Wat vooraf ging: In 1996 implanteerde Kennedy zijn glazen elektrode bij een vrouw die aan ALS lijdt, Marjorie, en daarmee een schakelaar kan aan- en uitzetten. In 1998 helpt hij Johnny Ray die aan locked-in syndroom lijdt. Dan ontwikkelt hij in zijn bedrijfje Neural Signals in Duluth, een voorstadje van Atlanta, een spraakcomputer. Bij de volledig verlamde Erik Ramsey plaatste hij zijn glazen elektroden in de gebieden die de lippen en tong aansturen. Als Erik zich inbeeldt dat hij aa, ie, of oe uitspreekt, vertaalt een computerprogramma die signalen in klanken. Op die manier kan Erik in 2004 alle klinkers uitspreken. Nu gaat hij zichzelf opnieuw leren praten. De resultaten verschijnen in 2009 en 2011 in PLOS One en Frontiers in Neuroscience.


Kennedy implanteert een extra stukje elektronica onder zijn hoofdhuid. Duur van de operatie: 10 uur. Kost: 10.000$. Hij begint met hardop klinkers uit te spreken terwijl hij de activiteit van zijn zenuwcellen registreert. Daarna denkt hij de klinkers. Vervolgens gaan 290 korte woorden door het brein. Tenslotte een paar complete zinnetjes zoals "Hello, world," "Which private firm," en "The joy of a jog makes a boy say wow." De eerste bevindingen zijn enorm bemoedigend. Maar het onderhuidse pakket elektronica, met daarin de versterkers en transmitters, moet er weer uit, omdat de huid rondom de apparatuur niet goed dichtgroeit. De vier glazen elektroden zelf blijven, onbruikbaar, in het brein van hun uitvinder achter. Op een hersenonderzoek-congres in Chicago, in 2015 openbaarde Kennedy de eerste resultaten. De verwijdering van de apparatuur kostte alles bij elkaar 94.000$. Zijn ziekteverzekering droeg 15.000$ bij.De nu 69-jarige Philip Kennedy werkt aan een systeem met 65 hersenelektroden die draadloos communiceren. Spijt heeft hij absoluut niet. Hij heeft het overleefd, zijn brein werkt nog naar behoren, en met de meetgegevens kan hij nog jaren vooruit. Als het nodig was, zou hij het zo weer doen, zegt hij. „Dan wel in een ander deel van mijn brein. Maar voorlopig niet, ik heb nog veel gegevens te analyseren. Laat zich nu maar een andere vrijwilliger melden!"


Marc van Impe

Bron: MediQuality

08:41 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)