30 september 2017

Dure medicijnen: pay for benefit


Om de geneesmiddelenuitgaven te verlagen zijn er verschillende vormen van prijsmodellen mogelijk. Pay for beneft is er één van. Het biofarmaceutisch bedrijf Celgene heeft met Nederlandse hematologen en zorgverzekeraars in die zin afspraken gemaakt over een nieuw medicijn voor patiënten met de ziekte van Kahler. De zorgverzekeraar betaalt Celgene alleen voor patiënten bij wie het middel werkt: pay for benefit. Een denkpiste die ook hier zou moeten bewandeld worden.


De Nederlandse pilot betreft het weesgeneesmiddel pomalidomide, merknaam Imnovid, dat € 9.562 per maand kost (officiële lijstprijs Nederland). Dit komt neer op ruim € 100.000 per patiënt per jaar. In deze pilot zijn afspraken gemaakt over gepast gebruik van het geneesmiddel conform de richtlijn, het uitvoeren van onderzoek naar de gezondheidswinst, adequate financiering op het niveau van het ziekenhuis en lagere geneesmiddelenprijzen. Deze lagere prijzen zijn vastgelegd in bilaterale afspraken, op basis van het pay-for-benefit principe, met de zorgverzekeraars: slaat het middel niet aan bij de patiënt dan betaalt Celgene de kosten hiervan terug én geeft de firma korting als de patiënt langdurig baat heeft bij het middel. De pilot loopt nog.


In 2013 registreerde Celgene het nieuw geneesmiddel Imnovid dat na een mediaan van 5 eerdere behandelingen in 32% van de patiënten de progressievrije overleving verlengt. Imnovid is een afgeleide van thalidomide dat door Celgene als Thalomid (1) wordt gecommercialiseerd. Het middel kan bij een kleine groep patiënten het leven verlengen met gemiddeld 13,1 maanden.

 

Omdat het medicijn kostbaar en de therapeutische waarde nog niet volledig helder was, schreven hematologen het aanvankelijk maar mondjesmaat voor, terwijl er in Nederland tot 300 patiënten voor in aanmerking zouden komen. Volgens Jan Koedam, directeur early development bij Celgene, was dat toen een onwenselijke situatie voor patiënten en behandelaars: ‘Daarom nam Celgene in 2014 het initiatief voor een uniek overleg tussen veldpartijen.'


De fabrikant ging om de tafel met hematologen, zorgverzekeraars en het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL), om de toegankelijkheid van deze innovatie te verbeteren. De partijen werden het na een jaar onderhandelen eens over een bijzondere betalingsconstructie: pay for benefit.


‘Slaat het middel niet aan bij de patiënt dan betalen wij de kosten hiervan terug', zegt Jan Koedam. ‘Wanneer patiënten wél baat hebben bij langdurige behandeling, geeft Celgene korting aan de zorgverzekeraar. Dit doen we met terugwerkende kracht.' De verzekeraars hebben op hun beurt financieringsafspraken gemaakt met de 32 ziekenhuizen en expertisecentra die MM-patiënten behandelen. Die ziekenhuizen maken deel uit van een netwerk. Dus niet alle ziekenhuizen bieden de behandeling in die formule aan. Maar uit onderzoek is gebleken dat voor de patiënt de behandeling primeert boven de geografische afstand.


Om te kunnen werken met deze pay for benefit constructie waren ook afspraken nodig over doelmatige toepassing van het middel. Uiteraard moeten de behandelaars zich bij het voorschrijven houden aan de richtlijn voor de behandeling van MM-patiënten van de beroepsvereniging van hematologen NVvH. Uit een tussentijds rapport blijkt dat ze zich daar zonder uitzondering aan houden. Voordat artsen het middel voorschrijven, bespreken zij hun behandelplan in een multidisciplinair overleg met collega's. Alle patiënten die het geneesmiddel krijgen, worden gevolgd via een registratiesysteem van de stichting Hemato-Oncologie voor Volwassenen (HOVON) en IKNL. Op die manier is zichtbaar of de behandeling inderdaad volgens de richtlijn is uitgevoerd. Ook kan IKNL hiermee de uitkomsten van de behandeling in detail analyseren, en wordt duidelijker welk type patiënt goed reageert op het nieuwe middel.


Begin 2017 stonden er ongeveer honderd patiënten in het registratiesysteem. De betrokken partijen bespreken periodiek de resultaten van de samenwerking met elkaar. Alle partijen krijgen inzage in de data, zonder dat deze herleidbaar zijn tot patiënten.


Ook twee andere bedrijven die zeer dure geneesmiddelen voor patiënten met hematologische aandoeningen hebben, ontwikkelen soortgelijke initiatieven. De Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie en diverse reumatologische beroepsverenigingen willen nu vergelijkbaar overleg beginnen over kostbare geneesmiddelen voor zeldzame ziekten. De grootste belemmering voor ruimere toepassing van deze pilot ligt volgens hen bij de benodigde expertise en de hoeveelheid tijd die de deelnemende partijen hierin moeten steken. Dit initiatief kan de Belgische beleidsmakers en industrie inspireren.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

08:54 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

27 september 2017

Wetenschapsraad EU wil homeopathie weg uit de gezondheidszorg



Er gaat in Europa jaarlijks voor ruim één miljard euro aan homeopathische middelen over de toonbank. En de markt groeit jaarlijks met 6 procent. Maar daar zou snel een eind aan kunnen komen nu de EASAC, dat is de koepel van de Europese wetenschapsacademies, in een advies aan de Europese Commissie schrijft dat het maar eens afgelopen moet zijn met de homeopathie in de gezondheidszorg.


De EASAC zegt ook dat homeopathische middelen en diensten niet meer vergoed zouden moeten worden, 'tenzij uit uitgebreid onderzoek is gebleken dat zij werkzaam en veilig zijn'. Reclameclaims over eventuele werkzaamheid moeten nog meer dan nu al het geval is worden uitgebannen, en bij homeopathische producten moet altijd een bijsluiter zitten met een volledige ingrediëntenlijst. De adviezen van de EASAC zijn vrijblijvend, maar wel invloedrijk bij Europese beleidskwesties.


Opvallend is ook dat de EASAC ook met nadruk het gebruik van homeopathische middelen in de veeteelt afwijst, terwijl de Europese Commissie een richtlijn schreef die het gebruik van homeopathische middelen expliciet aanmoedigt, om zo het gebruik van antibiotica tegen te gaan. Maar hoewel de EASAC ‘het strategische belang van pogingen om antibiotica tegen te gaan' erkent, vindt het orgaan dat de landbouw niet een achterdeurtje mag worden waardoor de homeopathie alsnog legitimiteit krijgt.


De Europese artsenorganisatie CPME riep twee jaar geleden ook al op alternatieve geneeswijzen meer aan banden te leggen. Voor het moment zijn er 300 artsen-, tandartsen - en dierenartsen homeopaten effectief lid van de Unio Homeopathica Belgica. Volgens de Belgische beroepsvereniging zouden 3000 artsen al of niet op regelmatige basis homeopathische geneesmiddelen voorschrijven in België.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

18:21 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

26 september 2017

CVS/ME: NICE trekt behandelingsrichtlijn in


Het Britse National Institute for Health and Care Excellence (NICE) heeft de biopsychosociale ideologie inzake CVS/ME verlaten. Afgelopen woensdag kondigde het agentschap een "volledige update" van de richtlijn voor de behandeling van deze ziekte aan.


In 2007 schreef NICE dat enkel een combinatie van cognitieve gedragstherapie (CGT) en kinesitherapie of graded exercise therapy (GET) de aangewezen behandelingsmethode was voor CVS/ME-patiënten. Die richtlijn, die ook in ons land geldt, is nu definitief verlaten.


NICE, wiens advies ook door het Riziv gevolgd wordt, zegt nu in een verklaring dat het nota nam van de vele bezwaren die belanghebbenden naar voren brachten over de bestaande begeleiding. Tegelijkertijd heeft het NICE de aanbeveling van het interne team, waaraan het de taak had gedelegeerd om de literatuur te bestuderen en een document op te stellen dat de basis moest worden van een nieuwe richtlijn, verworpen.


Na de publicatie van dit consultatiedocument in juli nodigde het NICE de belanghebbenden uit om input te leveren. Het agentschap had eerder aangegeven dat het zijn definitieve besluit in oktober bekend zou maken. De aankondiging van vorige woensdag bevestigt dat de biospsychosociale school, onder leiding van professor Simon Wessely, en de PACE-auteurs, ondanks hun enorme invloed, de controle over het verhaal zijn verloren. Ze zijn door de manipulaties van de PACE-studie en de wetenschappelijke verontwaardiging daarrond de steun van de beleidsmakers verloren.


In de NICE-verklaring werd onder meer gewezen op de bezorgdheid van belanghebbenden over de Oxford-criteria en de zogenaamde evidence based CGT/GET. "Belangrijke studies, met name PACE [Pacing, graded Activity, and Cognitive behaviour therapy; a randomised Evaluation], maar ook de Cochrane reviews over CGT en GET liggen nu onder vuur omwille van de manipulatie en het opblazen van de effectiviteit van deze interventies, " aldus de verklaring. De Association of British Neurologists and en het Royal College of Psychiatrists reageren teleurgesteld op de beslissing van het NICE.


Het ontwikkelen van een nieuwe leidraad kan nog wel even duren. Er moet immers een nieuw comité van deskundigen worden samengesteld.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

17:10 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)