02 mei 2017

Hoe een veilig vaccin tegen Lyme van de markt verdween


Deze zomer wordt door de voorbije warme winter een explosie van het aantal Lyme-patiënten verwacht. Vooral in zones waar ze normaal gezien niet voorkomt zal de Borrelia Burgdorferi toeslaan. Toch is er een vaccin. Maar dat werd in 1999 na amper één jaar van de markt gehaald. Waarom?


Het vaccin werkte, maar de Amerikaanse anti-vaccinatielobby won het pleit. President Trump gelooft die lobby: volgens hem veroorzaakt vaccinatie autisme. LYMerix was een wetenschappelijk succes, maar een pr-fiasco, zegt de Amerikaanse oud-kinderarts en vaccinexpert Stanley Plotkin in The New Scientist. De berichtgeving in de media deed de rest.


GSK, dat LYMerix ontwikkeld had, trok het product terug en trof zelfs een juridische schikking met de zogenaamde vaccinatieslachtoffers. Plotkin is nochtans formeel: "De chronische artritis waar de klagers aan leden was niet geassocieerd met Lyme. Toen de FDA een retrospectieve studie opzette bleek dat er slechts 905 meldingen waren van negatieve effecten op 1.4 miljoen toegediende doses. Maar het kwaad was geschied en het vaccin verdween in de kast voor mislukte producten."


Plotkin wil dat het vaccin terug gelanceerd wordt. "Dat er geen vaccin is, is een fout die we snel moeten herstellen", schrijft hij in de New England Journal of Medicine. "Een vaccin had de afgelopen twintig jaar veel leed kunnen voorkomen." Plotkin weet wat Lyme aanricht: hij verloor bijna zijn zoon aan de ziekte Lyme. Die werd ternauwernood gered met een pacemaker.


In ons land heeft de overheid tot nu toe geen deugdelijk onderzoek gedaan naar de incidentie van de ziekte van Lyme. Epistat (onder)schat het aantal jaarlijkse gevallen op zo'n 10.000. Er zouden 500 specifieke behandelingen per jaar zijn, vooral bij mensen die in de wouden van de Ardennen werken. Maar de ziekteverwekkende bacterie die via teken verspreid wordt zit overal: in stadsparken, speeltuinen, langs wandelpaden tot in uw ecologische moestuin.


En dit jaar zijn er tienduizenden teken bijgekomen, dankzij het milde weer. In Nederland worden jaarlijks 1.5 miljoen mensen gebeten en zullen dit jaar 25.000 Nederlanders hun huisarts opzoeken na een tekenbeet. Dat zijn er viermaal meer dan twintig jaar geleden; het aantal lijkt wel te stabiliseren, schrijft Marga van Zundert vorige week in het dagblad Trouw.


Het Nederlandse rijksinstituut RIVM becijferde dat de ziekte jaarlijks 1750 gezonde levensjaren kost. Een vaccin zou ook kosteneffectief zijn voor mensen die in de natuur werken, zegt Maarten Postma, hoogleraar farmaco-economie aan de Rijksuniversiteit Groningen, in Trouw. "Dat is afhankelijk van de prijs. Maar door het hoge ziekteverzuim en de relatief jonge leeftijd van de chronische patiënten schat ik in dat een vaccin economisch winst oplevert. Zeker een vaccin dat ook beschermt tegen andere tekenziekten."


Nochtans was er twee jaar geleden nieuwe hoop. Baxter testte een nieuw Lyme-vaccin in driehonderd vrijwilligers. Het vaccin bleek veilig en effectief. Het wekt antilichamen op die de Borrelia-bacterie doodt. Maar tot een groot vervolgonderzoek kwam het niet. Baxter verkocht zijn vaccindivisie. Geen van de kopers had trek in het vergevorderde Lyme-vaccin.


Er was overigens een verschil met het LYMerix vaccin. Dat bevat het eiwit OspA van de Borrelia-bacterie, dat grote gelijkenis toont met het menselijk eiwit hLFA-1dat in gewrichten. Sommige immunologen suggereerden daarom in 1998 dat de afweer zich zou kunnen vergissen. Antilichamen tegen OspA zouden ook hLFA-1 aanvallen en zo reumatische klachten geven. Er volgden enkele honderden klachten. Daarop besloot GSK halverwege 2002 het vaccin van de markt te halen en schikte in een rechtszaak. Overigens met de nadrukkelijke stellingname dat er géén bewijs was dat LYMerix een auto-immuunreactie kon veroorzaken.


Dat beaamde later ook immunoloog Allen Steere, een van de wetenschappers die in 1998 de gelijkenis tussen OspA en hLFA-1 had ontdekt. Steere is dé internationale expert in de ziekte van Lyme aan werkt aan het Laboratory of Translational Research in Lyme Disease and Rheumatoid Arthritis van Massachusetts General Hospital, in Boston. Steere zette in 2011 nog eens al het onderzoek rondom OspA en gewrichtspijn op een rij, maar zag evenmin een oorzakelijk verband.


"OspA zorgt niet voor de reacties die Lyme-artritis kenmerken." Desondanks durfde GSK, noch concurrent Sanofi Pasteur, die een vergelijkbaar vaccin ontwikkelde, een (her)introductie van het OspA-vaccin aan. Het goede nieuws is dat er sinds begin van dit jaar een volgend Lyme-vaccin wordt getest.


Op de 10th Kempen Life Sciences Conference in Amsterdam, maakte het Oostenrijks-Franse Valneva bekend dat het van de FDA en de EMA de toestemming gekregen had om klinische testen uit te voeren met het nieuwe vaccin. Het heet VLA-15 en bevat wederom OspA, maar nu van alle zes types van de Borellia-bacterie die in Europa voorkomen. En VLA-15 mist zekerheidshalve het omstreden stukje.


Daarnaast zijn er vaccins in ontwikkeling zonder OspA. "Inmiddels is veel meer bekend over de ingewikkelde levenscyclus van de bacterie", vertelt Joppe Hovius, hoogleraar Infectieziekten en leider van het Nederlandse Academisch Multidisciplinair Lyme Centrum aan Trouw. "OspA is toch een ontdekking van de vorige eeuw."


Hovius leidt een Europees project dat niet de Borrelia-bacterie, maar de teek als uitgangspunt neemt voor een vaccin om Lymeziekte te voorkomen. "Het is bekend dat dieren teken-resistent kunnen zijn", vertelt hij. "Teken hangen op een gegeven moment meer dood dan levend aan hun huid; het lukt ze niet zich te voeden en daardoor ook niet de ziekte over te brengen. De dieren zijn zo vaak gebeten dat ze afweer hebben ontwikkeld tegen de teek zelf."


Een vaccin tegen OspA werkt anders dan andere vaccins. Antilichamen stromen met je bloed de teek in en doden Borrelia bacterie ter plekke, dus in de teek. In die paar druppels bloed moeten dus veel antistoffen zitten. Een OspA-vaccin moet je daarom waarschijnlijk jaarlijks herhalen; dan blijft het aantal actieve antilichamen hoog. OspC dat juist verschijnt als de bacterie eenmaal door de aders van haar gastheer stroomt. Antilichamen doen daar hun werk en zonodig worden er extra antistoffen bijgemaakt om de klus te klaren. Het is overigens komisch dat voor honden wél een vaccin op de markt is, Vanguard crLyme van fabrikant Zoetis, dat OspA én OspC bevat.


Een groot voordeel van het nieuw tekenvaccinin ontwikkeling is dat het niet alleen tegen Lyme beschermt maar tegen álle tekenziektes. Vorig jaar hebben voor het eerst in Nederland twee mensen een hersenvliesontsteking opgelopen door een tekenbeet. Hier is de boosdoener het TBE-virus waarmee teken ook besmet kunnen zijn. Eén tot twee procent van deze hersenvliesontstekingen is fataal. In landen als Oostenrijk en Slovenië is TBE het grootste tekenprobleem. Er bestaat een TBE-vaccin, maar teken dragen nog andere parasieten en bacteriën met zich mee. Hovius inventariseert op dit moment samen met het RIVM alle mogelijke ziekteverwekkers in teken.


Marc van Impe


Referenties:
http://www.timeforlyme.eu/nl/
https://www.newscientist.com/article/mg23431195-800-lyme-...
https://epistat.wiv-isp.be/?germ=Borrelia%20burgdorferi%2...
https://www.trouw.nl/samenleving/hoe-een-veilig-vaccin-te...


Bron: MediQuality

11:06 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

29 april 2017

Onderzoekers draaien veroudering terug


Onderzoekers van het Rotterdamse Erasmus MC hebben een manier gevonden om veroudering terug te draaien. Door oude muizen een zelfontwikkeld peptide proxofim te geven, werden ze fitter en alerter, kregen ze weer een vollere vacht en gingen hun organen weer beter functioneren. Het peptide verstoort de binding tussen twee eiwitten. De onderzoekers hebben hun ontdekking gepubliceerd in het toonaangevende Cell.


Deze ontdekking kan helpen bij verdere onderzoeken naar hoe mensen gezonder oud kunnen worden én hoe we weer gezonder kunnen worden als we al kwalen hebben. Tevens lijkt het goed te werken tegen bepaalde uitbehandelde vormen van kanker en helpt het in de zoektocht naar therapieën daartegen.


Proxofim verstoort de binding tussen de eiwitten FOXO4 en p53 . Anders dan reeds bestaande stoffen die onderzoekers hebben gebruikt om in te grijpen op veroudering, bleek dit stofje geen nadelige bijeffecten te hebben op de gezondheid van de muizen. ‘'De bloedplaatjes en de leverfunctie bleven bijvoorbeeld goed.'' Proxofim pakt cellen aan die een rol spelen bij veroudering. Het gaat om de zogenoemde senescente cellen, cellen die zijn gestopt met delen maar niet echt dood zijn.


‘'Hun stofwisseling blijft namelijk wel doorgaan waardoor ze allerlei eiwitten blijven uitscheiden, waaronder ontstekingsstoffen. Die laten op hun beurt weefsels sneller verouderen en organen slechter werken. Ze spelen ook een rol bij kanker: de senescente cellen maken kanker minder gevoelig voor chemo en kunnen de groei van tumoren versnellen. ‘Kortom: die cellen wil je eigenlijk kwijt'', zegt Peter de Keizer, verouderingsbioloog op de afdeling Moleculaire Genetica van het Rotterdamse Erasmus MC en hoofdrolspeler in deze studie. Proxofim maakt deze senecente cellen dood en zet de omliggende stamcellen aan om nieuw weefsel te maken. Bij de muizen was het effect enorm. Ze gingen na drie weken twee tot drie keer zoveel rennen in hun loopwieltjes, hun orgaanfunctie verbeterde en ze kregen na tien dagen weer meer haargroei.'


De onderzoekers hebben proxofim nog alleen getest op muizen, maar willen het onderzoek graag naar de kliniek brengen.

http://www.sciencemag.org/news/2017/03/molecule-kills-eld...

Marc van Impe

Bron: MediQuality

10:36 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

28 april 2017

Een op vijf diagnoses hersenaandoening is fout


De Nederlandse Hersenbank zegt dat uit hersenonderzoek geregeld blijkt dat een patiënt aan een andere ziekte is overleden dan gedacht. Zo is bij bijna een op de vijf overledenen die gestorven zouden zijn aan de ziekte van Parkinson of Alzheimer sprake van een onjuiste diagnose. Ook bij dementie- en MS-patiënten speelt het probleem. De Hersenbank wil dat met het onderzoek inzicht verkregen worden in het ziekteverloop en behandelende artsen worden geholpen bij het stellen van diagnoses.


De Hersenbank verricht onderzoek op hersenen van donoren, zo'n 200 per jaar. Daaruit blijkt dat bij patiënten verschil zit tussen wat blijkt uit de hersenobductie en wat als officiële doodsoorzaak staat geregistreerd.


Neuropatholoog Annemiek Rozemuller van het VU Medisch Centrum, ook verbonden aan de Nederlandse Hersenbank, beaamt dat het moeilijk is om bij leven een diagnose te stellen. Zo is er vaak sprake van combi-aandoeningen, patiënten die last hebben van twee ziektes waarvan de symptomen op elkaar lijken. "Het is hele ingewikkelde materie. Daarnaast hebben neurologen moeite om alle beschikbare informatie over de verbetering van de diagnostiek tot zich te nemen", zei Rozemuller in het NOS Radio 1 Journaal.


"De leercurve van neurologen kan enorm verbeteren als ze van ons neuropathologen horen wat er is gevonden. Zo kunnen we vertellen dat ze bij een bepaald vlekje op een scan aan die diagnose moeten denken." Volgens haar gaat het in een op de vier gevallen mis, dan is er een andere diagnose dan de neuroloog dacht. Door de resultaten van onderzoek achteraf te delen kan volgens Rozemuller worden voorkomen dat ook bij toekomstige patiënten een onjuiste diagnose wordt gesteld.


Voor nabestaanden is het volgens Rozemuller vaak heel moeilijk om te horen dat hun dierbare aan iets anders is overleden dan gedacht. "Dat kan een enorme klap zijn, zeker als de doodsoorzaak een behandelbare ziekte was. Dan kan zo'n hele familie aan de telefoon hangen met de vraag: wat als de overledene wel was behandeld? En dan zeg ik altijd wel eerlijk dat het misschien anders had kunnen lopen. Maar dat is wel ontzettend moeilijk als arts, je wil ook niet je collega's afvallen."


Marc van Impe


Bron: MediQuality

09:03 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)