22 februari 2018

Lyme: nieuwe bewijzen voor persistente borrelia-infectie


Wetenschappers van de Tulane University, Louisiana, hebben bevestiging gevonden voor het bestaan van persistente borrelia-infectie, beter bekend als de ziekte van Lyme.

Resusapen werden geïnfecteerd met Borrelia burgdorferi en vier maanden later 28 dagen lang behandeld met een antibioticum. Het antibioticum slaagde er niet in om de borreliabacterie volledig uit te roeien: 7 tot 12 maanden later konden de wetenschappers de bacterie terugvinden in verschillende weefsels, weliswaar in lage concentraties.

Borrelia kan dus ontsnappen aan het immuunsysteem van het lichaam, een antibioticumbehandeling doorstaan en vitale organen zoals hart en hersenen invaderen, zo besluiten de onderzoekers. Het gaat eerder om zwakke infecties met lage aantallen aan bacteriën, maar precies daarom is het goed mogelijk dat een persistente infectie oorzaak kan zijn van vele niet-specifieke ('vage') symptomen zonder dat de infectie bij mensen waarneembaar is.

Begin deze maand nog verscheen in Knack een virulent artikel waarin wetenschapsjournalist Dirk Draulans en viroloog professor Marc Van Ranst de persistente borrelia-infectie naar het rijk der fabelen verwezen. Prof. Van Ranst had het in die context over de 'nog grotere schurken' die voor hem 'de artsen (zijn) die zijn overgegaan naar de dark side om hun duistere magie te beoefenen'.

Het onderzoek toont ook het bestaan van infectie in afwezigheid van de normaal verwachte antilichaamrespons. De immuunrespons is erg variabel, waarschijnlijk ook bij de mens, ondanks het gebruik van een duidelijk gedefinieerde borreliastam. Op diverse plekken in het lichaam worden tekenen van ontsteking gezien. Bovendien toonden de wetenschappers aan dat de teruggevonden borreliabacteriën levensvatbaar zijn.

De meeste lymepatiënten worden succesvol behandeld, maar een groep blijft langdurig ziek. Omdat bij deze patiënten geen infectie meer vastgesteld kan worden, spreken wetenschappers van post-Lyme disease of post-treatment persistence. Wat de oorzaak is van post-Lyme disease is lange tijd onderwerp van een pittige discussie geweest. De consensus is vandaag nog steeds dat de symptomen niet te wijten kunnen zijn aan een blijvende infectie.

Eerdere experimenten met muizen hadden al de suggestie gewekt dat borrelia na antibioticum in het lichaam kan achterblijven. Daaruit bleek inderdaad dat borrelia 12 maanden na behandeling kan terugkeren. Maar het verloop van een infectie bij muizen verschilt sterk van die bij mensen.

Marc van Impe

Referenties

Embers ME, Hasenkampf NR et al. Variable manifestations, diverse seroreactivity and post-treatment persistence in non-human primates exposed to Borrelia burgdorferi by tick feeding.PLoS One. 2017 Dec 13;12(12):e0189071 https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/29236732

Crossland NA, Alvarez X, Embers ME. Late Disseminated Lyme Disease: Associated Pathology and Spirochete Persistence Post-Treatment in Rhesus Macaques. Am J Pathol. 2017 Dec 11. pii: S0002-9440(17)30894-5 https://www.ncbi.nlm.nih.gov/m/pubmed/29242055/

 

Bron: MediQuality

09:07 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

15 februari 2018

Miljoenensubsidie voor efficiënter medicijnonderzoek


Een Europese onderzoeksgroep onder leiding van het Maastricht UMC+ en de Universiteit Maastricht heeft 5,6 miljoen euro subsidie ontvangen om de huidige manier van medicijnonderzoek te veranderen. De wetenschappers stellen dat er veel meer gezondheidswinst behaald kan worden door het gebruik van huidige geneesmiddelen te herdefiniëren op basis van hun moleculaire werking. "We kijken daarvoor naar onderliggende en verwante mechanismen die een rol spelen bij ziekten en niet meer naar afzonderlijke organen of symptomen", zegt klinisch farmacoloog prof. dr. Harald Schmidt.

Traditioneel wordt in diagnose en bestrijding van ziekten gekeken naar symptomen of wordt de aandoening benaderd vanuit één specialisme, zoals de cardiologie (hart), de nefrologie (nieren) of de pulmonologie (longen). Dat leidt er toe dat de zoektocht naar nieuwe medicijnen veelal is gericht op het bestrijden van deze symptomen in afzonderlijke organen, maar niet direct focust op de onderliggende bron van de ziekte. Veel verschillende aandoeningen hebben echter onderliggende moleculaire mechanismen die nauw aan elkaar verwant zijn. Door die mechanismen nauwkeurig in kaart te brengen wordt ook de relatie tussen symptomen en ziektes veel beter zichtbaar. Nog belangrijker: het opent deuren om huidige geneesmiddelen op een heel andere manier in te zetten en anders te kijken naar farmaceutisch onderzoek.

Medicijnen

In een wetenschappelijke publicatie die deze week is verschenen in Systems Biology and Application beschrijven Maastrichtse onderzoekers een voorbeeld van hun theorie. Centraal hierbij staat een enzym genaamd sGC (dat staat voor: soluble guanylate cyclase), dat een rol speelt bij verscheidene hart- en vaataandoeningen. Als sGC niet goed functioneert, kan dit leiden tot vaatvernauwing. Traditionele medicijnen gericht tegen dit enzym zorgen met name voor vaatverwijding en bestrijden dan ook enkel symptomen. Uit een uitvoerige analyse blijkt dat dit enzym echter een nog veel belangrijkere rol speelt tijdens een herseninfarct.

Hoewel er voor de hart- en vaatdoeningen medicijnen op de markt zijn, is dat niet het geval voor het herseninfarct. "Dit is ook nog nooit onderzocht", zegt Schmidt. "Toch is het onderliggende mechanisme vergelijkbaar." Uit vervolgonderzoek bij muizen blijkt de veronderstelling te kloppen en het medicijn inderdaad een beschermende werking te hebben bij een herseninfarct.

Nieuwe standaard

Met de Europese miljoenensubsidie uit het Horizon 2020-programma gaan de wetenschappers hun theorie verder in de praktijk onderzoeken. Met uiteindelijk als doel om de basis te leggen voor een nieuwe standaard in geneesmiddelenonderzoek en een herdefiniëring van het begrip 'ziekte'. Schmidt: "Dus geen langdurige en kostbare zoektocht naar geheel nieuwe medicijnen meer, maar huidige middelen efficiënter inzetten voor nieuwe indicaties op basis van wetenschappelijke inzichten en moleculaire verwantschap."

Marc van Impe


Bron: MediQuality

08:54 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

13 februari 2018

Als je partner gewicht verliest, is de kans groot dat jij dat ook doet


Waar de liefde al niet goed voor is: als je wederhelft gewicht verliest door gezonder te leven is er een grote kans dat jij ook afvalt. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Connecticut dat recent in het gerenommeerde Obesity Journal verscheen.

Onderzoekers bestudeerden het gewichtsverlies van 130 koppels en kwamen tot de conclusie dat een derde van de partners die niet actief een levensstijlprogramma volgde – terwijl hun partner dat wel deed – 3% of meer van zijn initiële gewicht verloren had na zes maanden. Verklaring hiervoor is het zogenaamde ripple effect.

Liefde is… samen afvallen

Bij 32% van de koppels verloor de partner die niet ingeschreven was voor een levensstijlprogramma, maar wiens wederhelft dat wel was, 3% van zijn gewicht – of gemiddeld zo'n 2 kilogram – na een periode van zes maanden. Dat kan verklaard worden door het zogenaamde ripple effect: een gedragsverandering van een individu kan een onmiddellijke impact hebben op zijn omgeving. De ene geliefde gaat als het ware de gezonde levensstijl van de ander ‘kopiëren' en bijvoorbeeld meer voedingsmiddelen met een lager vetgehalte eten, dan wanneer de andere partner het programma niet zou volgen. Dat effect is te vergelijken met de rimpelingen of ripples die zich verspreiden als je iets in het water gooit.

Verder staat ook het ritme waaraan de koppels gewicht verliezen in verbinding met elkaar. Dat betekent dat wanneer de ene partner op een gestaag tempo gewicht verliest, de andere partner dat ook zal doen. Maar het geldt ook in de omgekeerde richting: wanneer de ene moeite heeft met afvallen, zal het bij de ander ook niet van een leien dakje lopen.

Baanbrekende studie

De studie van de Universiteit van Connecticut is de eerste in zijn soort. Nooit eerder onderzocht men arbitrair en objectief het afvalproces van koppels in levensstijlprogramma's die algemeen beschikbaar zijn. 130 samenwonende koppels werden willekeurig in twee groepen ingedeeld. In de ene groep volgde een wederhelft zes maanden lang het Weight Watchers-programma met persoonlijke begeleiding en online tools. In de andere groep kreeg een van de partners een informatiebrochure over gezond eten, voldoende beweging en strategieën om je gewicht onder controle te houden.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

17:47 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)