07 april 2017

Arts peutert in eigen brein



Sommige onderzoekers doen alles om toch maar hun gelijk te bewijzen. Sommigen manipuleren of verzinnen data, anderen pikken het werk van collega’s of medewerkers in, de Iers-Amerikaanse neuroloog Phil Kennedy liet bij zichzelf elektrodes implanteren, in de hoop om daarmee een spraakcomputer te leren bedienen. Hij was de eerste gezonde mens die hersenelektroden liet plaatsen. Even dreigde hij er zijn spraak door te verliezen. Hij wachtte niet op hightech-ondernemer Elon Musk (Tesla, SpaceX) die met Neuralink Corp, apparatuur wil maken om breinen van gezonde mensen met computers te koppelen, maar ontwikkelde zelf een neurotrofische electrode bestaande uit een drietal gouden draadjes, in een glazen omhulsel dat gevuld werd met een melange van groeibevorderende stoffen zoals Matrigel en gecoated werd met beschermende gels Parylene, Elvax, en Silastic, zodat de neuronen zich met de electroden verenigden.

Kennedy die aan het Georgia Institute of Neurology werkt, kreeg geen toestemming van de ethische commissie noch de FDA en reisde speciaal daarvoor naar Belize, waar in juni 2014 in het City Hospital, een ziekenhuisje met 13 bedden, de 12 uur durende ingreep gerealiseerd werd. De afloop was bijna dramatisch: de 66-jarige Philip Kennedy ontwaakt uit zijn narcose en kan niet meer praten noch schrijven en lijdt aan epileptische aanvallen. Maar Kennedy weet dat beterschap mogelijk is. De operatie kostte 25.000$.

Wat vooraf ging: In 1996 implanteerde Kennedy zijn glazen elektrode bij een vrouw die aan ALS lijdt, Marjorie, en daarmee een schakelaar kan aan- en uitzetten. In 1998 helpt hij Johnny Ray die aan locked-in syndroom lijdt. Dan ontwikkelt hij in zijn bedrijfje Neural Signals in Duluth, een voorstadje van Atlanta, een spraakcomputer. Bij de volledig verlamde Erik Ramsey plaatste hij zijn glazen elektroden in de gebieden die de lippen en tong aansturen. Als Erik zich inbeeldt dat hij aa, ie, of oe uitspreekt, vertaalt een computerprogramma die signalen in klanken. Op die manier kan Erik in 2004 alle klinkers uitspreken. Nu gaat hij zichzelf opnieuw leren praten. De resultaten verschijnen in 2009 en 2011 in PLOS One en Frontiers in Neuroscience.


Kennedy implanteert een extra stukje elektronica onder zijn hoofdhuid. Duur van de operatie: 10 uur. Kost: 10.000$. Hij begint met hardop klinkers uit te spreken terwijl hij de activiteit van zijn zenuwcellen registreert. Daarna denkt hij de klinkers. Vervolgens gaan 290 korte woorden door het brein. Tenslotte een paar complete zinnetjes zoals "Hello, world," "Which private firm," en "The joy of a jog makes a boy say wow." De eerste bevindingen zijn enorm bemoedigend. Maar het onderhuidse pakket elektronica, met daarin de versterkers en transmitters, moet er weer uit, omdat de huid rondom de apparatuur niet goed dichtgroeit. De vier glazen elektroden zelf blijven, onbruikbaar, in het brein van hun uitvinder achter. Op een hersenonderzoek-congres in Chicago, in 2015 openbaarde Kennedy de eerste resultaten. De verwijdering van de apparatuur kostte alles bij elkaar 94.000$. Zijn ziekteverzekering droeg 15.000$ bij.De nu 69-jarige Philip Kennedy werkt aan een systeem met 65 hersenelektroden die draadloos communiceren. Spijt heeft hij absoluut niet. Hij heeft het overleefd, zijn brein werkt nog naar behoren, en met de meetgegevens kan hij nog jaren vooruit. Als het nodig was, zou hij het zo weer doen, zegt hij. „Dan wel in een ander deel van mijn brein. Maar voorlopig niet, ik heb nog veel gegevens te analyseren. Laat zich nu maar een andere vrijwilliger melden!"


Marc van Impe

Bron: MediQuality

08:41 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

06 april 2017

Koken in een open keuken ongezond



Ik ben niet goed bezig. Sinds ik verhuisd ben kook ik in een open keuken. En dat blijkt niet zo’n goed idee te zijn. Want koken in een open keuken is best ongezond, aldus het Nederlandse onderzoeksinstituut TNO.


Bij het koken komt immers PM2,5 dat ook wel bekend staat als 'fijnstof' vrij. 90 % van de blootstelling aan ultrafijnstof vindt binnen plaats. Blootstelling aan fijnstof kan schade aan de longen en hart en vaten veroorzaken. Maar ook irritatie van oog, neus en keel, verergering van en/of versnelde dood door hart- en vaatziekten. Vooral het braden van vlees en het wokken van groenten is een bedreiging voor de volksgezondheid. Bakluchten die vrijkomen bij het koken zijn lang vooral gezien als een geurprobleem. Echter, in deze baklucht bevinden zich ook deeltjes kleiner dan 1 µm die een bijdrage vormen aan. Uit veldonderzoek van TNO in 9 woningen blijkt dat in woningen de concentratie fijnstof gedurende enkele uren na het koken veel hoger kan zijn dan de buitenconcentratie. Opvallend was dat een kwart tot een derde van de totale blootstelling aan ultrafijnstof (deeltjes kleiner dan 0,1 micrometer) plaatsvond in maar enkele procenten van de tijd. Deze pieken vonden binnen met name plaats tijdens en net na het eten en worden waarschijnlijk veroorzaakt door koken. Ook bleek dat pieken binnen veel langer bleven hangen dan pieken buiten, die vooral voorkwamen tijdens de spits in het verkeer.


Daarom moet een stevige dampkap gebruikt worden. Uit experimenten in het TNO laboratorium volgt dat voor een goede afzuiging minimaal een capaciteit van 300 m3/uur nodig is tijdens het koken. In een aantal huizen die we bemeten hebben, was de afzuigcapaciteit slechts 40 m3/uur. Vooral in luchtdichte energiezuinige nieuwbouwwoningen kan het fijnstof urenlang blijven hangen. Komend jaar doet TNO onderzoek naar hoe dit het best kan worden uitgevoerd zonder dat dit ten koste gaat van de energiezuinigheid van deze woningen. Oplossingen kunnen zitten in efficiëntere afzuigkappen, meer afzuigcapaciteit door ruimere afvoerbuizen en slimmere systemen die met maatwerk precies naar behoefte afzuigen en zodoende optimaliseren op energieprestatie rekening houdend met gezondheid en comfort.


Voor de pneumoloog volgend voorschrift: om kookluchtjes en verontreiniging af te zuigen, is een capaciteit van minimaal 300 m3/uur nodig. Indien op de achterste pitten wordt gekookt worden dan vrijwel alle kookdampen afgevangen. Bij koken op de voorste pitten kan de vangstefficiëntie afhankelijk van het type afzuigkap veel lager zijn. De kap moet minimaal even groot zijn als de kookplaat en moet bij voorkeur een randje hebben van ca. 5 cm, zodat de damp eronder blijft. Inductief koken wordt aanbevolen. Dat voorkomt verbrandingsgassen die het gevolg zijn van koken op aardgas. Bij inductief koken is bovendien minder afzuigdebiet nodig. En als u nu nog zin in koken hebt: bij het koken komen ook pak's (polycyclische aromatische koolwaterstoffen) vrij. Van pak's weten we dat ze kankerverwekkend zijn. 

Gebaseerd op : https://www.tno.nl/nl/aandachtsgebieden/leefomgeving/buil...

Marc van Impe

Bron : MediQuality 

09:36 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

27 maart 2017

Prof. Elke Van Hoof (VUB) over hoogsensitiviteit: ‘Ik weet wat het is om je anders te voelen’


Hoogsensitiviteit, sommige artsen hebben het er moeilijk mee. Ik las in een verslag van een verzekeringsarts, die de vloer aanveegde met zowat alle argumenten die de behandelende geneesheer aandroeg: “En natuurlijk lijdt patiënte ook aan de nieuwste modeziekte, de zogenaamde hoogsensitiviteit.”


Hoogsensitiviteit bestaat wel degelijk, zegt klinisch psychologe Elke van Hoof in het boek ‘Hoogsensitief'. Van Hoof (40) is professor klinische psychologie aan de VUB gespecialiseerd in psychodiagnostiek, trauma, stress en burn-out. En is zelf ook hoogsensitief. En hoogsensiviteit is geen ziekte, haast ze zich toe te voegen.


Ze stelde haar boek voor in de Faculty club van de KUL, want wetenschappers van die universiteit hebben een behoorlijk aandeel gehad in de research. Het begon drie jaar geleden. Van Hoof die zich voordien al gebogen had over de CVS-problematiek en burn-out bij journalisten, voor dit een huis-, tuin- en keukenterm geworden was, zei toen nog: ‘Quatsch!' ‘Het leek wel een modeverschijnsel', zegt Elke Van Hoof, ‘met veel esoterie en bijna gekaapt door de zogenaamde experts van de damesbladen, en dan krijg je al snel iets met Bach bloesems, aura's en chakra's. Nonsens dus.'


Dit geleuter zet de nekharen van sommige wetenschappers rechtop. Je krijgt dus believers en non-believers. Iets wat Van Hoof ook al zag in haar onderzoek naar het chronisch vermoeidheidssyndroom. ‘En burn-out tien werd tien jaar geleden ook fel gecontesteerd. Er zijn nog altijd dokters die ontkennen dat die ziekte bestaat, al is er inmiddels een ruime wetenschappelijke consensus over.'


Van Hoof steekt met dit boek dus haar nek ver uit want een consensus over hoogsensitiviteit is er nog lang niet. Nochtans is zij niet de eerste die het fenomeen beschrijft. In de jaren dertig al schreef de Zwitser Fritz Schweingruber over ‘sensible Menschen'. Maar het was de Amerikaanse psychologe Elaine Aron die in de jaren negentig de term HSP bedacht. Samen met haar man Arthur Aron schreef ze er in 1997 een artikel over in het gerespecteerde Journal of Personality and Social Psychology. Het onderzoek kreeg weinig bijval in wetenschappelijke kringen, maar het bracht wel de verkoop op gang van Elaine Arons zelfhulpboeken. De teller staat intussen op ruim 1 miljoen.


Van Hoof ontdekte de ernst van hoogsensitiviteit door de literatuur. Ze overwon de eigenwaan die zoveel psy's eigen is, ging verder dan het inpalmen van een zogezegd onbezet therapieterrein, ook waar die zachte sector specialist in is, maar stapte over naar een wetenschappelijke analyse. Dan vielen de puzzelstukken in elkaar.


‘Toen ik kind was, zwom ik in clubverband. Na wedstrijden kon ik totaal uitgeput zijn van het lawaai en de opwinding. Soms moest ik er een week van bekomen. Ook veel dingen die misliepen op mijn werk, kon ik eraan koppelen. Het gebeurde zo vaak dat ik voelde: ‘Dit klopt niet.' Dan onderbrak ik iemand tijdens een presentatie om kritische vragen te stellen. Collega's apprecieerden dat niet altijd. Vooral omdat ik niet altijd met feiten kon staven wat ik voelde.' Voelen wat er is, beter voelen dan wat anderen met hun papillen niet tasten, kortom: een eigenschap die heel wat niet vreemd is.


‘Het is geen ziekte, maar een aangeboren eigenschap die evenveel bij mannen als vrouwen voorkomt', zegt Van Hoof. Die schat dat 15 tot 20 procent van de bevolking hoogsensitief is. 1 miljoen Vlamingen dus. Plus 600.000 Walen. Je zou het niet zeggen. Maar ze zijn er wel. Geen kleine groep mensen die prikkels diepgaander verwerkt in de hersenen. En die daar niets aan kunnen doen. ‘HSP is niet iets wat je kan krijgen, je bent het'. Hersenwetenschapster Jadzia Jagiellowicz ontdekte in 2011 een neurale basis voor hoogsensitiviteit. Haar proefpersonen kregen onder een MRI-scan plaatjes te zien. Bij HSP's gingen merkbaar meer gebieden in de hersenen oplichten dan bij niet-HSP's. ‘Zij verwerken zintuiglijke informatie dieper', zegt Van Hoof.


‘Daardoor merken ze meer dingen op: een schilderijtje dat op een andere plek hangt of een vriend die stiller is dan gewoonlijk. Maar ook smaken, geluiden, kleuren, vormen, de veranderende sfeer in een groep: het komt allemaal veel sterker binnen. Dat is geen zogenaamd zesde zintuig, integendeel. Met hun vijf zintuigen hebben zij hun handen al meer dan vol.' HSP is een voor- én nadeel: hoogsensitieven hebben een lagere responstijd en maken minder fouten. Maar ze hebben ook meer stressgerelateerde krachten.

Twee jaar geleden ontdekten onderzoekers dat de hersengebieden die verband houden met empathie bij HSP's extra actief zijn. Hoogsensitieven zouden meer spiegelneuronen hebben. Hoogsensitieven zijn niet altijd de gemakkelijkste collega's, net omdat ze zoveel opmerken. Ze geraken ook snel overprikkeld. Door de diepe verwerking hebben hun hersenen meer hersteltijd nodig. Nemen ze onvoldoende rust, dan zijn ze erg vatbaar voor stressgerelateerde klachten, zoals burn-out. Hoogsensitieven scoren opmerkelijk goed in contextonafhankelijk denken.


Ze zijn goed in out of the box denken, iets wat de medische wetenschap meer dan ooit goed kan gebruiken. Hoogsensitieven zijn extra kwetsbaar voor stressgerelateerde problemen, maar alleen in een negatieve context. Ze zijn de eersten die lijden onder een verstoorde werksfeer. Omgekeerd bloeien ze in een goede omgeving meer open dan wie ook. Ze worden creatief en nemen extra taken op zonder er iets voor terug te verwachten. In tijden waarin veel werkgevers op zoek zijn naar werknemers die de ‘extra mile' willen afleggen, is dat een interessant gegeven.


Van Hoof organiseerde vorig jaar een eerste internationaal congres over hoogsensitiviteit aan de Vrije Universiteit Brussel en ontwikkelde een verbeterde test om hoogsensitiviteit te detecteren. Ze is op zoek naar collega's, artsen die mee willen gaan in dit onderzoek. Maar ze heeft een hekel aan bevlogen alterneuten. ‘Ik ben een wetenschapper, zij het een hoogsensitieve. Ik ben alleen geïnteresseerd in feiten, niet in interpretaties.'


Ik hoorde deze week dat de betrokken verzekeringsarts de gracht in reed. God is rechtvaardig en straft de ruwen van geest.


Marc van ImpeMeer info:
Hoogsensitief, wat je moet weten door Elke Van Hoof , Lannoo Campus, € 24,99

 

Bron: MediQuality

08:05 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)