28 november 2017

Bloedverdunners mogelijk minder lang nodig bij stent na hartinfarct


Drie maanden antistolling niet slechter dan twaalf maanden. Bij patiënten die na een hartinfarct een moderne stent krijgen, leidt een behandeling van drie maanden met bloedverdunners niet tot meer complicaties dan bij de huidige standaardbehandeling van twaalf maanden. Dit blijkt uit internationaal onderzoek dat onder andere werd gepresenteerd door Harry Suryapranata van het Radboudumc tijdens het cardiologische TCT-congres in het Amerikaanse Denver.


De optimale behandelduur met bloedverdunners na implantatie van een stent bij patiënten met een hartinfarct staat ter discussie. Er wordt voortdurend gezocht naar een optimum tussen het risico op stolling en bloeding. Lang(er) doorbehandelen met de gebruikelijke twee bloedverdunners verlaagt bijvoorbeeld het risico op stollingsproblemen (nieuw hartinfarct, stolling in de stent), maar het verhoogt tegelijkertijd wel het risico op bloedingen. De huidige aanbeveling - twaalf maanden bloedverdunners gebruiken na een stentimplantatie - is voornamelijk gebaseerd op onderzoek met oudere stents.


Complicaties gelijk in beide groepen


De REDUCE studie, die werd uitgevoerd in 36 ziekenhuizen in Europa en Azië, maakt gebruik van een nieuwe bioactieve stent, die het natuurlijk herstel van de vaatwand bevorderd. De studie, waaraan bijna 1500 patiënten meededen, onderzocht het verschil tussen twaalf of drie maanden gebruik van bloedverdunners bij deze specifieke stent.


"De resultaten wijzen uit dat na implantatie van deze stent een behandelduur van drie maanden niet slechter is dan de gebruikelijke twaalf maanden", zegt Harry Suryapranata, hoofdonderzoeker van de studie en hoogleraar cardiologie in het Radboudumc. ‘Bij ongeveer 1 op de 12 patiënten zagen we in het eerste jaar na de stentimplantatie een van de volgende complicaties: sterfgevallen, hartinfarcten, stenttromboses, beroertes, nieuwe procedures in de behandelde kransslagader of bloedingscomplicaties. Op basis van deze criteria zagen we geen verschil in complicaties tussen de groep die twaalf of drie maanden werd behandeld.'


Belangrijke bijdrage


In het Radboudumc werd de REDUCE studie uitgevoerd onder leiding van interventiecardioloog Cyril Camaro en arts-onderzoeker Sander Damen. Camaro: "Dit onderzoek laat zien dat een kortere behandelduur met duale antiplaatjestherapie overwogen kan worden als dat nodig is, zelfs bij patiënten die een hartinfarct hebben doorgemaakt." Suryapranata, die de resultaten presenteerde op een congres in Denver: "Het is een belangrijke en opmerkelijke bevinding, maar grotere onderzoeken moeten deze hypothese bevestigen. Ook omdat we tegenwoordig beschikken over veel verschillende soorten antiplaatjesmiddelen.'

*Suryapranata H, De Luca G. REDUCE: A Randomized Trial of 3-Month vs 12-Month DAPT After Implantation of a Bioabsorbable Polymer-Based Metallic DES with a Luminal CD34+Antibody Coating in Patients with ACS. Oralpresentation at the 29th annual Transcatheter Cardiovascular Therapeutics scientific symposium, November 1, 2017. 


*TCT congres: www.tctmd.com/news/shortened-dapt-durations-appear-safe-patients-acs-implanted-des

Marc van Impe

Bron: MediQuality

09:18 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

25 november 2017

Geneeskunde is geen familiezaak meer


Ooit was geneeskunde een familietraditie, men werd arts van vader op zoon, maar die tijd is al lang voorbij. Tweederde van de artsen zou hun vak niet aanbevelen aan hun kinderen, zo blijkt uit nieuw Brits onderzoek onder ziekenhuisartsen, huisartsen en stagiairs. Het Royal Medical Benevolent Fund start een campagne Together for Doctors, die het tekort aan medische professionals wil tegengaan, en peilde bij daarom naar de arbeidsvreugde bij de Britse artsen. Die is bijzonder laag.


Amper 62% van de artsen zou opnieuw voor de geneeskunde kiezen, 92% is van mening dat de arbeidsomstandigheden in de Britse ziekenhuizen het afgelopen decennium verslechterd zijn en 93% maakt zich zorgen over het aantal artsen dat ervoor kiest het beroep te verlaten. En het is de NHS die daarvoor de schuld krijgt. Het RMBF steunt honderden artsen en hun families die worstelen met financiële zorgen, een slechte gezondheid of verslaving.


Misschien herkent u de belangrijkste klacht: 75% van de ondervraagden wil extra administratieve ondersteuning.


Uit het onderzoek bleek ook dat er onder artsen nog steeds een stigma bestaat rond het vragen om hulp en ondersteuning. Meer dan de helft (56%) van de ondervraagden denkt dat een arts een bijzonder "persoonlijkheidstype" heeft dat hem bijzonder veerkrachtig maakt bij het werken onder toenemende druk, maar driekwart (75%) klaagt wel over het gebrek aan steun en sympathie voor artsen die hulp zoeken voor stress- en psychische problemen. 93% van de ondervraagden zegt dat er onder artsen een macho cultuur heerst waardoor ze elkaar ertoe aanzetten lange uren te kloppen en niet te klagen.

Marc van Impe


Bron: MediQuality

 

18:01 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

23 november 2017

Kans op zwangerschap vergroten voor meisjes met Turner


Het Radboudumc en het MUMC+ starten een langdurig onderzoek naar het bewaren van de vruchtbaarheid voor meisjes met het syndroom van Turner. Centraal staat de vraag of het afnemen van eierstokweefsel op jonge leeftijd de kans op zwangerschap en geboorte van een kind op latere leeftijd kan vergroten. Het onderzoek start in januari 2018.


Vrouwen met het syndroom van Turner hebben één in plaats van twee X-chromosomen en hebben meestal geen eicellen meer op het moment dat zij graag kinderen willen. Voor deze vrouwen is biologisch moederschap dan niet meer mogelijk. Toch zijn er veel vrouwen met het syndroom van Turner die graag een biologisch kind willen krijgen. Een manier om de vruchtbaarheid te bewaren is om rijpe eicellen af te nemen. Veel meisjes met het syndroom van Turner hebben een vervroegde afbraak van eicellen en komen dus niet in aanmerking voor deze behandeling. Een alternatief is het afnemen en invriezen van eierstokweefsel met onrijpe eicellen. Dit kan al op jonge leeftijd gebeuren. Deze behandeling is alleen nog niet beschikbaar voor meisjes met het syndroom van Turner.


Onderzoekers van het Radboudumc en het MUMC+ willen nu uitzoeken of het invriezen van eierstokweefsel ook bij meisjes met het syndroom van Turner leidt tot meer zwangerschappen en geboren kinderen. Meisjes van 2 tot 18 jaar kunnen in aanmerking komen voor deelname aan het onderzoek. In de eerste fase van het onderzoek wordt één eierstok afgenomen en ingevroren voor later gebruik. In de latere fase van het onderzoek worden de vrouwen tot en met het vervullen van hun kinderwens gevolgd.


Gynaecoloog Kathrin Fleischer van het Radboudumc leidt het onderzoek: "Er zijn zo veel onopgeloste vragen over vruchtbaarheid bij patiënten met het syndroom van Turner. Onze onderzoeksgroep heeft na een intensief traject van toetsing besloten om voor dit project te gaan, en een aanvraag in te dienen bij de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek. Nu wij de goedkeuring hebben, zijn wij blij te mogen starten."


Het Radboudumc heeft inmiddels ruime ervaring met het invriezen van eierstokweefsel, bijvoorbeeld om vruchtbaarheid te sparen bij een behandeling tegen kanker. Wereldwijd zijn er 130 kinderen geboren uit eicellen afkomstig van ingevroren eierstokweefsel. Het nieuwe onderzoek moet uitwijzen in welke mate deze procedure succesvol is bij vrouwen met het syndroom van Turner.

Meer informatie over het onderzoek is te vinden op www.radboudumc.nl/trials/turner

Marc van Impe

Bron: MediQuality

08:20 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)