10 december 2017

Novilumab kan hiv ‘uitroken’


Franse artsen die een kankerpatiënt die ook besmet was met hiv, behandelden zien dat het middel nivolumab waarmee zij hem behandelden voor longkanker ook slapende cellen met het aidsvirus opruimen. Dit meldt het Journal of Thoracic Disease.


Het gaat om een voorlopig resultaat: bij een andere hiv-positieve kankerpatiënt bleek de behandeling weinig effect te hebben op het reservoir met besmette cellen. Toch zijn de artsen enthousiast. Voor het eerst is aangetoond dat een middel waarmee de slapende afweercellen worden geactiveerd, het reservoir van virusdeeltjes kan verminderen. Als dat reservoir helemaal is opgeruimd, zou dat genezing van de hiv-besmetting betekenen. De artsen gaan nu verder uitzoeken hoe het antikankermiddel precies inwerkt op de met hiv besmette afweercellen. Ze hopen zo te ontdekken welke patiënten zullen reageren op de behandeling en hoe ze die behandeling effectiever kunnen maken. Om dat uit te zoeken krijgen nu vijftig hiv-positieve mensen novilumab toegediend, ook om de veiligheid te onderzoeken in deze groep.
https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC5506156/

Marc van Impe


Bron: MediQuality

08:12 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

09 december 2017

Zenuwstimulatie in arm zorgt voor beter aanleren complexe bewegingen


De juiste stimulering met elektronische prikkels van de zenuwen in de arm zorgt er voor dat mensen een complexe bewegingstaak beter kunnen aanleren. Hun hersenen blijken tijdens het leren van de beweging bovendien actiever te zijn, waardoor mensen ook weer beter presteren op deze taak. Dit is van groot belang bij het opnieuw aanleren van bewegingen na neurologische aandoeningen. Dit blijkt uit onderzoek van bewegingswetenschapper Menno Veldman van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Hij promoveert op 13 december aan de Rijksuniversiteit Groningen.


Voor zijn onderzoek ontwikkelde Menno Veldman een model dat voorspelde welke hersengebieden en hersenconnecties betrokken zijn bij de effecten van zenuwstimulatie. Hij ging na of 20 minuten zenuwstimulatie de prestatie op een complexe bewegingstaak verbetert en hoe lang deze effecten aanhouden na de stimulatie. Hij deed dit bij 100 gezonde jonge volwassenen. Daarnaast bekeek Veldman of er een verband is tussen het leren van de complexe bewegingstaak en de hoeveelheid activiteit en connectiviteit in de hersenen.


Uit de resultaten van zijn onderzoek blijkt dat deze vorm van zenuwstimulatie inderdaad leidt tot het beter leren van een complexe bewegingstaak. Zijn onderzoek liet zien dat zenuwstimulatie leidt tot verhoogde hersenactiviteit en hersenconnectiviteit. Met name in drie hersengebieden waren extra prikkels waar te nemen: primaire motor context, sensorische- en pariëtale cortex. Deze extra hersenactiviteit hangt samen met de verhoogde prestatie op de complexe taak. Bovendien bleek dat dit effect tot zeven dagen na de stimulatie kan aanhouden. Het effect van de zenuwstimulatie trad niet alleen in de geprikkelde arm op, maar verbeterde ook de bewegingsprestatie in de niet-gestimuleerde hand.


Volgens Menno Veldman laat zijn onderzoek zien dat zenuwstimulatie een manier is om bewegingen beter aan te leren. ‘Dit kan de negatieve gevolgen van veroudering en van neurologische aandoeningen tegengaan. Met zenuwstimulatie kunnen we de kwaliteit van bewegingen van mensen vergroten. Dit draagt zeker bij aan hun kwaliteit van leven en aan gezond ouder worden.'


Drs. M.P. Veldman (1990, Heerenveen) verrichtte zijn onderzoek bij het Centrum voor Bewegingswetenschappen en het onderzoeksinstituut SHARE van het UMCG in Groningen. De titel van zijn proefschrift is: ‘Somatosensory electrical stimulation produces motor learning and synaptic plasticity'. Na zijn promotie gaat hij als postdoc-onderzoeker werken aan de Katholieke Universiteit Leuven.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

07:59 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

08 december 2017

Steunkous uit bespaart miljoenen


Ze zijn lelijk, ze irriteren, ze zijn duur: steunkousen. Maar het zijn nuttige en nodige hulpmiddelen. Trombosepatiënten hebben er baat bij, wie een iets langere vliegreis maakt en risicopatiënt is, doet ze beter aan. Om PTS te vermijden wordt in de regel twee jaar steunkousen dragen voorgeschreven. Evidence based maar niet bewezen blijkt nu uit een onderzoek dat vandaag verschijnt. Toch schrijft The Lancet Haematology vandaag dat de steunkous in de meeste gevallen veel te lang en onnodig gedragen wordt door het merendeel van de patiënten. Behalve het gemak levert het ook nog eens een miljoenenbesparing per jaar op. Dat blijkt uit een nieuwe studie van het Maastricht UMC+.


Patiënten met een trombosebeen krijgen nu nog standaard het advies om twee jaar lang steunkousen te dragen ná hun behandeling. Bij 60 procent kunnen de knellende kousen al na één jaar uit. En bij de helft van alle patiënten die een steunkous dragen om complicaties na een trombosebeen te voorkomen, kan de draagduur zonder gevolgen met anderhalf jaar worden verkort tot zes maanden. Dat is een verlichting voor patiënten en zou alleen al in Nederland een zorgkostenbesparing opleveren van meer dan tien miljoen euro op jaarbasis. Dat blijkt uit onderzoek bij ruim 800 patiënten in veertien ziekenhuizen.


Post-trombotisch syndroom (PTS) is een bijwerking die kan optreden na een trombose in het been en kan onder meer leiden tot chronische pijn en zwelling. Zonder preventieve maatregelen komt dit bij ongeveer de helft van de patiënten voor. Om de kans op PTS te verlagen, schrijven de huidige richtlijnen voor om twee jaar lang een elastische steunkous te dragen. Dat reduceert de kans op PTS tot ongeveer 20-30 procent. Het dragen van een steunkous kan echter ook tot fysiek ongemakken leiden (met name tijdens warme dagen) en tot verlies van zelfstandigheid in gevallen dat de kous moet worden aan- en uitgetrokken door thuiszorg of mantelzorgers. De Maastrichtse wetenschappers onderzochten of die draagduur niet korter zou kunnen.


Het onderzoek werd uitgevoerd in veertien ziekenhuizen, waarvan twaalf in Nederland en twee in Italië. Daarbij werden 865 patiënten na een trombose willekeurig ingedeeld in twee groepen: de controlegroep (standaard twee jaar lang een steunkous) of de groep waarbij een personaliseerde aanpak werd gekozen. In beide groepen bleek in ongeveer een kwart van de gevallen PTS op te treden. Echter bleek bij meer dan de helft van de patiënten die de gepersonaliseerde aanpak kregen, dat de steunkous na zes maanden overbodig was. Bij nog eens 11 procent kon de steunkous-therapie na een jaar worden stopgezet.


Het eerder stopzetten van de therapie bespaart patiënten de ongemakken die het dragen van een steunkous met zich mee kan brengen. Door een gepersonaliseerde aanpak te kiezen kunnen daarnaast miljoenen euro's per jaar worden bespaard. Jaarlijks krijgen in Nederland 25.000 mensen een steunkous na trombose, met een totale kostenpost van 23,5 miljoen euro. Door de draagduur van de steunkous bij de helft van alle patiënten met anderhalf jaar te verkorten kan naar schatting meer dan tien miljoen euro per jaar worden bespaard.


"Hoe de standaardrichtlijn van twee jaar tot stand is gekomen, is eigenlijk niet geheel duidelijk en ook nooit goed onderzocht", zegt hoofdonderzoeker dr. Arina ten Cate. "Daarom hebben wij de handschoen opgepakt. De maatschappij vraagt namelijk om zinnige zorg. Als we de patiënt fysiek ongemak kunnen besparen en de zorgkosten ook nog eens kunnen drukken, dan zijn dat twee vliegen in één klap." In het Maastricht UMC+ wordt de standaard richtlijn van twee jaar draagtijd dan ook niet meer aangehouden, maar wordt de therapie aangepast op de individuele patiënt.

Marc van Impe


Bron: MediQuality

08:50 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)