17 december 2017

Helft van zorgprofessionals kampt met slaaptekort


Volgens een Franse studie ervaart bijna de helft van de zorgprofessionals een werk gerelateerd slaaptekort wat een kwetsbaarheidsfactor is.

Uit het onderzoek bleek dat de slaaptijd van zorgprofessionals op werkdagen aanzienlijk korter is dan die van niet-zorgverstrekkers: 6 uur in vergelijking met 6,45 uur. Een ander belangrijk verschil: 60% van de zorgverstrekkers slaapt minder dan 6 uur per week tegen 44,8% van de leken.

Zorgprofessionals werken ook vaker ‘s nachts (19% tegenover 15%), verschuiven slaapuren (39% tegenover 26%) en werken in shifts (81% tegenover 31%). Van bijna 60% van de zorgprofessionals die op werkdagen minder dan 6 uur in bed doorbrengen, denkt driekwart dat hun slaaptekort gerelateerd is aan hun werk. Bovendien wordt een objectief korte slaaptijd (minder dan 6 uur in bed) tijdens de week, geassocieerd met een hogere BMI. Bijna de helft van de zorgprofessionals denkt dat slaaptekort hun werk en hun gezondheid beïnvloedt. De meerderheid van de zorgprofessionals klaagt over slapeloosheid: 62% heeft een slaapstoornis, 80% een slaapcontinuïteitstoornis, 71% van ontwaakt te vroeg en 67% heeft een niet-herstellende slaap. Bovendien klaagt 37% over het in slaap vallen achter het stuur (tegenover 27% van de niet-zorgprofessionals). Daardoor is hun risico op ongevallen tijdens het rijden groter.

Meer info: www.reseau-morphee.fr

Marc van Impe

Bron: MediQuality

10:49 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

16 december 2017

Door een slecht gebit kunnen ouderen zomaar longontsteking hebben


Volgens CED-president Marco Landi dreigt er een mondgezondheidscrisis in de ouderenzorg. . "We kunnen daar niet op wachten." Het is daarom belangrijk dat landen op nationaal niveau het bewustzijn over het belang van de integratie van de tandarts in het zorgteam bevorderen door het op de agenda van nationale beleidsmakers te zetten en door best practices op dit gebied te promoten. De mond kan immers niet los worden gezien van de rest van het lichaam. Zo gaan ook bij ons jaarlijks honderdenden ouderen dood aan een longontsteking die het gevolg is van een slechte gebitsverzorging. De Nederlandse tandartsorganisatie KNMT is een Europese lobby gestart om meer aandacht te krijgen voor de mondverzorging van kwetsbare ouderen. Het is bekend dat een slecht verzorgd gebit aanleiding kan geven tot diabetes, hartfalen en een progressiever verloop van reuma. Minder bekend is dat uit Nederlands onderzoek blijkt dat een op de tien patiënten die in een rusthuis verblijven, overlijdt aan een longontsteking die het gevolg is van een bacterie die door een slechte mondhygiëne in de mond aanwezig is.

,,Er is nauwelijks tijd bij verzorgers om extra aandacht aan het gebit te geven. Gevolg is dat mensen die toch al zwak zijn, eerder overlijden omdat een slecht gebit gerelateerd is aan vele ziekten", zegt de Hengelose tandarts Henk Donker, bestuurslid van de KNMT, in het Nederlandse dagblad Trouw. Daarom pleit hij voor meer samenwerking tussen tandartsen, zorginstellingen, huisartsen en de wijkverpleging. Als er niets gebeurt, wordt het probleem steeds groter, volgens Donker. ,,Want over twintig jaar zijn er twee keer zoveel 65-plussers en vier keer zoveel tachtigplussers dan nu het geval is."

Uit onderzoek van tandarts Arie Hoeksema die zich hoofdzakelijk op geriatrie richt, blijkt dat bij 72 procent van alle nieuwe verpleeghuisbewoners in Nederland, de mondhygiëne matig tot slecht is en eigenlijk behandeld zou moeten worden. Hij promoveerde op de mondgezondheid van kwetsbare ouderen aan de Rijksuniversiteit Groningen ( http://hdl.handle.net/(...)c2-afd3-7ac17027455b ) . Ouderen die in een verpleeghuis gaan wonen of ouderen bij wie sinds kort thuiszorg over de vloer komt, blijken over het algemeen dan al een slechte mondgezondheid te hebben. De problemen variëren van cariës, afgebroken tanden en kiezen en tandvleesproblemen, en – bij mensen met een kunstgebit – pasvormproblemen en andere klachten. Ook Hoeksema benadrukt het belang van een volwaardige eerstelijnsrol van de tandarts binnen zorgteams. ,,Zodat kiespijn op het sterfbed niet meer nodig is. Want ook dat", stelt hij met klem, ,,komt nog steeds voor."

Het zou daarom misschien geen slecht idee zijn dat de tandarts ook een eerste onderzoek doet in de zorginstelling zelf. Wat overigens ook geld voor andere specialismen zoals oftalmologie.

Marc van Impe

Bronl MediQuality

13:33 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

10 december 2017

In sommige gevallen zet je beter een punt achter je relatie


Niets zo goed als een goed huwelijk. Maar altijd slecht is ook niet mis. Nieuw onderzoek wijst op een verband tussen burgerlijke staat en gezondheid. De onderzoekers van de Avon Longitudinal Study of Parents and Children (ALSPAC) focusten zich op veranderingen in cardiovasculaire risicofactoren bij 620 gehuwde vaders.


De studie begon in 1991 en duurde 19 jaar. De vaders vulden een gevalideerde vragenlijst in om de kwaliteit van hun huwelijksrelatie te beoordelen toen hun kind bijna 3 jaar oud was en later opnieuw toen hun kind 9 jaar oud was.


De kwaliteit van de relatie werd gedefinieerd als consistent goed; consistent slecht; verbeterd of verslechterd. De onderzoekers evalueerden vervolgens de bloeddruk, hartslag in rust, gewicht (BMI), bloedvetprofiel en glucosespiegels van de vaders tussen 2011 en 2013, toen hun kind bijna 19 jaar oud was, er vanuit gaande dat het na eventuele veranderingen in de relatiekwaliteit enige tijd zou duren voordat overeenkomstige veranderingen in cardiovasculaire risicofactoren zouden optreden.


De resultaten lieten weinig verandering zien in cardiovasculaire risicofactoren voor mannen van wie de relaties met hun echtgenoten constant goed of slecht waren. Maar er ontstond een duidelijker patroon bij diegenen van wie de relaties tijdens de bestudeerde periode waren verbeterd of verslechterd, hoewel de effecten in absolute termen klein waren.


Na rekening te hebben gehouden met mogelijk invloedrijke factoren, zoals leeftijd, opleidingsniveau, korte gestalte en gezinsinkomen, werden verbeterende relaties geassocieerd met lagere (0,25 mmol/l) niveaus van lipoproteïne met lage dichtheid (LLD) en een relatief lager gewicht (ongeveer 1 BMI-eenheid lager) in vergelijking met consistent goede relaties. En ze werden minder geassocieerd met verbeterde totale cholesterol (0,24 mmol/l lager) en verbeterde diastolische bloeddruk (2,24 mm Hg lager).


Verslechterende relaties daarentegen werden geassocieerd met een verslechtering van de diastolische bloeddruk (2,74 mm Hg hoger).


Als verklaring voor de afwezigheid van gewijzigde risicofactoren bij mannen van wie de relaties constant goed of slecht waren, veronderstellen de onderzoekers dat dit tot op zekere hoogte te wijten is aan ‘gewenning' aan de situatie of een hoogst individuele perceptie van de relatiekwaliteit.


Dit is een observationele studie, dus kunnen er geen harde conclusies getrokken worden over oorzaak en gevolg, bovendien zijn de bevindingen alleen van toepassing zijn op mannen, waarschuwen de onderzoekers.


Terzijde: "Vrouwen lijken minder te lijden onder de invloed van een slechte relatie, omdat vrouwen grotere sociale netwerken hebben en minder afhankelijk zijn van hun partner dan mannen," voegen de onderzoekers eraan toe. Hun conclusie: "Uitgaande van een causaal verband, kan huwelijksbegeleiding voor koppels met verslechterende relaties een extra fysiek voordeel bieden, maar in sommige gevallen kan je beter een punt achter je relatie zetten."


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

11:15 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)