11 oktober 2017

Artificiële Intelligentie laat zich niet reguleren


Alles in de medische wereld is gereguleerd. Van een latex handschoen tot een pacemaker, een kompres tot een kunstheup, elk apparaat, hulpmiddel, implantaat of medicijn moet aan strenge criteria voldoen. Daar zorgen in de VS de FDA en in Europa de EMA voor. Zij reguleren niet het oordeel van artsen, maar de veiligheid en effectiviteit van medische hulpmiddelen en geneesmiddelen die artsen voorschrijven.


Alles gereguleerd, behalve medische data. In ons land is het zelfs zo dat zowat elke grote universiteit zijn eigen dataopslagsysteem probeert aan de ziekenhuisman te brengen. Kwestie van de perifere ziekenhuizen aan zich te binden. En laten data nu net data de basis zijn van de revolutie die in de geneeskunde aan de gang is: de artificiële intelligentie (AI).


Hét voorbeeld van een AI-toepassing bij uitstek is IBM's supercomputer Watson, een nieuw soort machine die menselijke expertise combineert met digitale snelheid om op die manier patiënten gepersonaliseerde behandelingsadvies te geven. Maar er zijn bedenkingen bij: "Tot we de basis voor de AI en de wijze waarop de algoritmen werken begrijpen, moet er echt een derde partij zijn die controle uitoefent en transparantie garandeert," zegt Dr. Reshma Ramachandran, co-voorzitter van de FDA task force bij de National Physicians Alliance. Watson en soortgelijke "klinische beslissingsondersteunende" technologieën helpen artsen bij hun diagnose en behandeling van ziekten. Deze nieuwe generatie machines belooft de kracht van big data te benutten om de zorg voor patiënten te verbeteren, maar het vervaagt ook de traditionele scheidslijn tussen arts en machine, wat nieuwe potentiële risico's voor patiënten met zich meebrengt. Zoals elke nieuwe technologie, brengt Watson onbekende risico's met zich mee; wat bijvoorbeeld, wat als het advies verkeerd is en een patiënt schade berokkent?


Sommige artsen en consumentengroeperingen hebben betoogd dat kunstmatige intelligentiesystemen zoals Watson precies het soort technologie zijn die de FDA zou moeten nauwkeuriger onderzoeken. En dat is precies wat IBM weigert. IBM stelt dat zijn machine niet gereguleerd hoeft te worden omdat deze anders is dan andere medische hulpmiddelen. Watson is niet zoals een pacemaker of een CT-scanner, dus hoeft het bedrijf de overheid niet te bewijzen dat het veilig en effectief is. De botte boodschap luidt: Wij zullen de patiëntenzorg revolutioneren, dus gelieve uit de weg te gaan. De voorbije vier jaar besteedde IBM maar liefst $26.4 miljoen aan lobbying. Met succes. De nieuwe wet, de 21st Century Cures Act, onttrekt gezondheidssoftware aan de FDA jurisdictie.


Uit een recent onderzoek is gebleken dat een van Watsons uithangborden, Watson for Oncology, zijn doelstellingen niet haalt. Het systeem beweert de beste behandelingen voor individuele kankerpatiënten aan te bevelen, maar Watson worstelt om de verschillende vormen van kanker onder de knie te krijgen en wordt slechts in enkele tientallen ziekenhuizen wereldwijd opgesteld. Artsen in die ziekenhuizen die gebruik maken van het systeem begrijpen niet volledig hoe het werkt, terwijl anderen klagen over het feit dat de aanbevelingen van het systeem niet gemakkelijk toe te passen zijn voor patiënten met verschillende inkomens en culturen. Watson for Oncology wordt gevoed door de staf van het Memorial Sloan Kettering Cancer Center in New York, wat het zeer Amerikaans georiënteerd maakt. IBM zegt dat Watson ontworpen werd om medische kennis te "democratiseren" en artsen met minder gespecialiseerde deskundigheid bij de behandeling van kankerpatiënten te begeleiden.


Watson kan echter niet volledig uitleggen waarom bepaalde adviezen gegeven worden. Het kan medische literatuur aanhalen, maar het kan niet verklaren waarom het een bepaalde behandeling voor een bepaalde patiënt heeft geselecteerd. Dr. Meghan Dierks, een professor aan de Harvard Medical School en directeur van klinische systeemanalyse in het Beth Israel Deaconess Medical Center in Boston, zegt dat de implicaties hiervan zorgvuldig overwogen moeten worden. In die situaties, waar de afhankelijkheid van de machine groter is en de achterliggende reden voor de beslissing minder duidelijk is, zou meer toezicht op het systeem gerechtvaardigd kunnen zijn, zegt ze.


Tussen haakjes, IBM linkt via zijn systeem ook patiënten aan klinische studies en doet aanbevelingen voor kankerbehandeling op basis van genomische gegevens, via een partnerschap met Quest Diagnostics. Dergelijke informatie wordt nu informeel uitgewisseld via arts-artsrelatie, maar ook in ons land zijn academici grote voorstander van IBM-achtige systemen. Zij willen dat het maatschappelijk aangemoedigd wordt dat genomische data en patiëntengegevens zo vrijelijk mogelijk ter beschikking worden gesteld voor wetenschappelijk onderzoek. Zoals Prof. Yves Moreau van het K.U.Leuven SymBioSys Center for Computational Biology het stelt: "Er is nood aan computersystemen en statistieken op grote gegevensbanken." Hij wordt op zijn wenken bediend.


Lees ook: https://www.kuleuven.be/metaforum/docs/presentaties/wg-go...


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

09:39 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

10 oktober 2017

Eenzaamheid is gevaarlijker dan burn-out


Vorige week kreeg ik ongewild contact met een man. Bij het inparkeren kwam hij door een onhandig manoeuvre onzacht in aanraking met de rechterzijde van mijn auto. Blikschade, we besloten het papierwerk op het terras van een vlakbij gelegen auberge af te wikkelen. We hebben er een paar uur gezeten. Bij het eind kende ik zijn hele levensverhaal. “Non, je suis jamais seul,” zingt Moustaki, “avec ma solitude.” Deze man was wèl helemaal alleen, met zijn eenzaamheid, helemaal uit de Vlaanders in een dorp aan de rivier beland waar hij niet meer weg kon of wou. Omringd door kroegvrienden, kennissen en toch zo eenzaam. Hij was er ziek van.


Eenzaamheid: een op de drie mensen kampt er wel eens mee. We hebben geen idee hoeveel landgenoten zeer eenzaam zijn. Zij kunnen geen contacten onderhouden, daar hebben ze de middelen niet toe, of ze weten niet hoe, of die contacten zijn te oppervlakkig om de eenzaamheid te doorbreken. Eenzaamheid is gevaarlijker dan burn-out zo blijkt en kan ernstige gevolgen hebben voor onze gezondheid. Het lichaam interpreteert eenzaamheid als potentieel gevaar en reageert door zich klaar te maken om te vechten of te vluchten. En een chronische toestand van continue alertheid en stress, blijkt uit recent onderzoek, leidt tot een verhoogde expressie van genen die betrokken zijn bij inflamatie en een vermindering van de activiteit van andere genen die een rol bij de antivirale reacties van het lichaam. Deze ontstekingsreacties zijn een reactie van het immuunsysteem om het lichaam te beschermen, maar leiden in chronische vorm tot een breed scala aan ziektes en in 14 procent van de gevallen tot vervroegde dood, aldus een studie van psycholoog John Cacioppo van de University of Chicago in the Proceedings of the National Academy of Sciences/PNAS. Cacioppo concentreerde zijn onderzoek op de leukocyten, en hij vond dezelfde afwijking bij mensen die alleen leefden en sociaal geïsoleerd waren. Ze vonden ook dat eenzaamheid het genetisch gedrag een jaar of langer van tevoren voorspelde - en omgekeerd voorspelde die genexpressie eenzaamheid die een jaar of meer later zou optreden. "Leukocyte genexpressie en eenzaamheid lijken een wederkerige relatie te hebben, wat suggereert dat elk van hen kan helpen de ander in de loop van de tijd te propageren", aldus de onderzoekers. "Deze resultaten waren specifiek voor eenzaamheid en konden niet verklaard worden door depressie, stress of sociale steun", zeiden ze. Bij de eenzame proefpersonen stelden ze ook vast dat er een hoog niveau aan noradrenaline merkbaar was, een "fight-or-flight" neurotransmitter die de stamcellen aanzet tot de productie van onvolwassen monocyten. Deze zogenoemde ‘onrijpe' monocyt is een cel, die ontstekingsgenen tot expressie brengt en tegelijkertijd genen onderdrukt die nodig zijn voor bescherming tegen bijvoorbeeld virussen. Deze laatste reactie noemen onderzoekers ‘conserved transcriptional response to adversity' (CTRA). "De hieruit voortvloeiende verschuiving in de productie van monocyten kan eenzaamheid bevorderen en bijdragen tot de bijbehorende gezondheidsrisico's", aldus Cacciopo.


Merkwaardig genoeg is eenzaamheid ook in 44% van de gevallen erfelijk. En het is van alle leeftijden. 60% van de zevenjarigen is eenzaam, 54% is dat op tienjarige leeftijd, en nog slechts 17% op 12. Wat is verantwoordelijk voor de daling van de erfelijkheid van 12-jarigen? Een mogelijkheid is het begin van de puberteit, een grotendeels genetisch geprogrammeerde verandering in gonadale steroïden die de meeste kinderen op ongeveer dezelfde leeftijd ondergaan. Met de verandering in geslachtshormonen, verandert ook de manier waarop kinderen percipiëren en zich tot elkaar verhouden. De biologische verandering brengt kinderen ertoe om meer aandacht te besteden aan hun sociale omgeving en zo hun onderlinge relaties opnieuw vorm te geven, met als gevolg dat hun tevredenheid met peer-relaties aan het begin van de puberteit grotendeels een gevolg is van milieu in plaats van genetische variantie. Dit begrip impliceert ook dat de erfelijkheid van eenzaamheid door volwassenheid weer toeneemt. Eenzaamheid en expressie van ontstekingscellen blijken elkaar bovendien te versterken. ‘Ontstekingscellen produceren cytokines, die ziekteverschijnselen in de hersenen veroorzaken, waardoor mensen zich nog meer terugtrekken' zegt John Cacioppo. Dat ontstekingscellen deze stoffen produceren was al bekend. Eenzaamheid is gevaarlijker dan obesitas, zo blijkt uit een ander onderzoek van Julianne Holt-Lunstad en mensen die zich eenzaam voelen twee keer zoveel kans om ziektes te ontwikkelen. Holt-Lundstad liet 141 mensen vragenlijsten invullen, die meten hoe eenzaam zich iemand voelt, zonder deze vraag direct te stellen. Eenzaamheid definieerden de onderzoekers als zelf waargenomen sociale isolatie. Hoe eenzaam iemand zich voelde vergeleken zij met hoeveel van de boven beschreven CTRA-reactie iemand vertoonde. In het bloed van de proefpersonen keken zij naar de concentratie van witte bloedcellen en stresshormonen, zoals noradrenaline. Met een analyse van de genexpressie keken zij welk effect die veranderingen in het lichaam hebben op de werking van relevante genen.


Eenzaam voel je je volgens de onderzoekers dus als er een verschil zit tussen hoeveel sociale interactie je graag zou willen hebben en hoeveel je er daadwerkelijk hebt. Uiteraard is dat voor iedereen verschillend. Belangrijk is dus niet om continu mensen om je heen te hebben, maar om ervoor te zorgen, dat je je eigen behoeften niet tekort doet.


Bij mijn aanrijder was dat duidelijk het geval. Dit was geen Aanrijding in Moscou, (een Belgische film van Christophe Van Rompaey uit 2008), maar we hebben wel afgesproken om nog eens een glas te drinken.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

12:55 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

04 oktober 2017

"Psychiater moet weer zenuwarts van vroeger worden"


Sinds de neuropsychiatrie zich opsplitste in neurologie en psychiatrie is het gezondheidsrisico voor psychiatrische patiënten alleen maar toegenomen. Psychiaters hebben vaak de neiging om weinig aandacht te besteden aan de lichamelijke ziekten van hun patiënten. Terwijl toch blijkt dat zestig tot zeventig procent van de psychiatrische patiënten ook een lichamelijke aandoening heeft, zegt dokter Wiepke Cahn, (1961), die haar opleiding tot psychiater deed in de Guy's and St Thomas' Hospitals in Londen en in het UMC Utrecht.


Daar is ze nu hoogleraar lichamelijke gezondheid bij psychiatrische aandoeningen bij het Hersencentrum. De psychiatrie heeft volgens Wiepke Cahn te weinig aandacht gehad voor de mens als geheel.


"De levensverwachting van mensen met een chronische psychiatrische aandoening is met 15-20 jaar is afgenomen. De belangrijkste doodsoorzaken zijn hart- en vaatziekten, maar ook andere lichamelijke aandoeningen zoals diabetes en kanker komen vaker voor bij mensen met een psychiatrische aandoening. Je kunt eigenlijk wel zeggen dat de psychiatrie de lichamelijke gezondheid van patiënten schromelijk heeft verwaarloosd." Zij hield op 12 september haar oratie Focus op lijf en Leden, en neemt daarin de opdracht aan het roer om te gooien.


Zo haalde ze in haar oratie de casus aan van een anorexiapatiënt die ook coeliakie bleek te hebben, glutenintolerantie, maar die acht boterhammen per dag moest eten. Dokter Cahn zocht dit uit en stelde vast dat vrouwen met een glutenintolerantie vaak ook eetstoornissen hebben. Een andere vaststelling was dat veertig procent van de mensen met schizofrenie van al jong een verstoorde stofwisseling hebben waardoor ze diabetes en hart- en vaatziekten kunnen ontwikkelen. Dat komt door overgewicht en gebrek aan beweging, wat dan weer een bijwerking van de medicijnen kan zijn.


Er is dus een samenhang tussen bepaalde psychiatrische en bepaalde lichamelijke aandoeningen, maar die puzzel is nog lang niet opgelost. Dr. Cahn in NRC: "Waarom gaan psychosen vaak samen met diabetes? Schildklierproblemen met manische depressiviteit? Anorexia met glutenintolerantie? Je vraagt je af welk onderliggend systeem is aangedaan, welke genen en omgevingsfactoren daarop van invloed zijn. We denken dat het met het immuunsysteem te maken heeft. Bij bipolaire stoornissen zie je veel eczeem, astma, allergie. Als hier iemand binnenkomt met van die rode vlekken in het gezicht en rond de ogen, dan denk ik: o ja. Bij depressie is dit verband minder duidelijk.


Bij mildere depressies hangen de oorzaken vaker samen met de omgeving, meer dan bij psychosen of bipolaire stoornis. Maar bij ernstige depressies zie je veel hart- en vaatziekten, overgewicht en diabetes. Kijk je omgekeerd naar patiënten die met een somatische aandoening in het ziekenhuis zijn opgenomen, dan zie je het vaakst depressie en angststoornis. En posttraumatisch stresssyndroom, als gevolg van de behandeling."


Omgekeerd heeft dertig procent van de somatisch zieken in het ziekenhuis ook een psychiatrische stoornis die in de DSM-5 is opgenomen, stelt dr. Cahn. " Neem de ziekte van Addison, waarbij de bijnierschors te weinig cortisol aanmaakt, het stresshormoon. Endocrinologen en hun patiënten zeiden tegen mij: wij zien veel depressie en ook wel cognitieve problemen, moeten we niet gaan samenwerken? Zelf had ik een patiënt met bijnierschorsproblemen, en diabetes en depressie. Opeens werd hij suïcidaal, ik begreep er niets van. Later dacht ik: de cortisol!


Nu weet hij dat hij bij psychische stress meer hydrocortison moet innemen. Hij heeft dan ook geen last meer van depressie." Het heeft echter geen zin om alle somatische patiënten te screenen op psychiatrische aandoeningen. "Lang niet alle somatische patiënten hebben een psychiater nodig, maar het zou goed zijn als er breder gekeken werd. Je zou eenvoudig kunnen beginnen door bij somatische patiënten te vragen of er psychiatrische aandoeningen in de familie of in hun voorgeschiedenis zijn.


En je kunt wel kijken naar groepen met een hoog risico, bijvoorbeeld op de intensive care." In UMC Utrecht heeft men daarvoor recent een hoogleraar benoemd. Op MediQuality werd in de bijdragen van dr Annemie Uyttersprot meer dan eens gewezen op de noodzaak van een ‘klachtenkliniek': "Darmen, inflammatie, hormonen, hersenen spelen allemaal een rol en dat is wat ik doe bij CVS/ME patiënten." Maar in de periferie noch de universitaire ziekenhuizen heeft men daar oren naar.


Cahn pleit voor een terugkeer naar de neuropsychiatrie. "De psychiater zou weer de zenuwarts van vroeger moeten worden," zegt ze terwijl ze ook pleit om de kwaliteit van de psychiaters op te trekken. "Ik zou de affiniteit met de psychiatrie willen toetsen bij de toelating tot de verschillende opleidingen, te beginnen met de geneeskunde."


Meer info: http://www.umcutrecht.nl/nl/Ziekenhuis/Zorgverleners/Cahn-W

Marc van Impe

Bron: MediQuality

08:59 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)