14 maart 2018

Ongeboren kind blijken gevoelig voor fijnstof: MRI-scans tonen dunnere hersenschors


De invloed van luchtverontreiniging, met name fijnstof, begint in de baarmoeder en kan gevolgen hebben voor de ontwikkeling van de hersenen op latere leeftijd, concludeert een internationaal onderzoeksteam dat zijn bevindingen publiceert in Biological Psychiatry. Hersenen van embryo's zijn kwetsbaar omdat die nog geen mechanismen hebben om schadelijke stoffen uit de omgeving te weren.

De kinderen hebben later een verhoogde kans op psychische stoornissen als ADHD of verslavingsgevoeligheid. De uitkomst van dit onderzoek dat dit ook geldt zelfs als het niveau van de fijne deeltjes in de lucht onder de huidige, veilig geachte Europese norm van 25 microgram per kubieke meter blijft, is een verrassing. Het onderzoek liep in het kader van het Generation R-project van het Rotterdamse Erasmus MC, een grootschalig onderzoek naar de groei, ontwikkeling en gezondheid van opgroeiende kinderen in Rotterdam dat sinds 201 loopt. Deze kinderen worden vanaf de vroege zwangerschap gevolgd tot hun jong volwassenheid. De onderzoekers hebben bij zwangere vrouwen thuis het niveau van luchtvervuiling gemeten en later bij 783 kinderen tussen de 6 en 10 jaar een MRI afgenomen. Dit bracht verschillen in dikte van de hersenschors aan het licht, die de onderzoekers in verband brengen met het gemeten fijnstofniveau.

" De verschillen zijn vooral zichtbaar in het frontale gebied van de hersenen. Dat is het gebied dat betrokken is bij impulscontrole, planning en andere complexe vaardigheden", zegt mede-auteur Hanan El Marroun, als onderzoeker verbonden aan het Erasmus MC, in De Volkskrant. De onderzoekers vonden tevens dat blootstelling aan fijnstof tijdens de zwangerschap gerelateerd is aan impulscontrole bij kinderen. Volgens El Marroun kunnen de hersenverschillen bijdragen aan problemen met het vermogen om verleidingen te weerstaan en impulsief gedrag te reguleren. Dit kan leiden tot psychische problemen als verslavingsgedrag en ADHD. Het kan ook invloed hebben op het vermogen om zich te concentreren, de aandacht vast te houden, en daarmee mogelijk op de leerprestaties.

Staatssecretaris Stientje van Veldhoven wil met de plannen voor verbetering van de luchtkwaliteit verder gaan dan de Europese verplichtingen. 'Zo werken we toe naar de streefwaarden van de WHO van 10 microgram per kubieke meter ', aldus het ministerie.

Marc van Impe

Meer info:

https://www.eurekalert.org/pub_releases/2018-03/e-apl0308...

https://doi.org/10.1016/j.biopsych.2018.01.016


Bron: MediQuality

19:31 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

06 maart 2018

Ramadan vasten kan veilig zijn voor patiënten met hartfalen


Artsen die moslimpatiënten met hartfalen begeleiden bleven tot nu toe met vragen zitten. Er is nu een antwoord: vasten tijdens de Ramadan kan veilig zijn voor patiënten met hartfalen, aldus onderzoek van de Europese maatschappij voor cardiologie (ESC) dat vandaag gepresenteerd werd op de 29e jaarlijkse conferentie van de Saoedi-Arabische Hartassociatie (SHA29) .

Wereldwijd onthouden tijdens de heilige maand Ramadan meer dan een miljard moslims zich van eten, drinken en orale medicijnen, en dat van de dageraad tot zonsondergang. Patiënten met chronische ziekten zijn vrijgesteld, maar de meesten kiezen ervoor om toch mee te vasten. De vastenperiode duurt meestal 15 tot 16 uur, waarbij twee maaltijden 's nachts worden gegeten.

" Patiënten met hartfalen vragen hun arts vaak of het veilig is om te vasten, maar tot nu toe hadden we geen bewijs waarop we ons advies konden baseren ", zegt coauteur Dr. Rami Abazid, cardioloog, van het Prins Sultan Cardiac Centre, Qassim, Saudi-Arabië.

Een prospectieve observatiestudie onderzocht het effect van specifiek Ramadan vasten op de symptomen van patiënten met chronisch hartfalen en verminderde ejectiefractie ( EF minder dan 40%). De onderzoekers beoordeelden de naleving van vloeistof- en zoutbeperkingen, medicijngebruik en symptomen voor, tijdens en na de ramadan.

De studie liep in 2017 in drie hartklinieken. In totaal vastten 227 (91%) van de 249 patiënten voor de duur van de Ramadan. Daarvan vertoonden 209 (92%) patiënten geen veranderingen of verbeterde symptomen, terwijl bij 18 (8%) patiënten de symptomen verergerden, wat leidde tot spoedinterventies. Uit de studie blijkt dat verslechterende symptomen waarschijnlijk te wijten waren aan vloeistof- en zouttekort(39% tegenover 79%, p<0.0001) en in mindere mate aan verminderde inname van medicijnen tegen hartfalen (67% tegenover 94%, p<0.0001 .

Dr. Abazid:,, Patiënten die tijdens de Ramadan na de dagelijkse vastenperiode vrienden bezoeken, eten binnen korte tijd voedsel met een normaal tot hoog zoutgehalte, en drinken veel vloeistof, wat zijn effect heeft op het lichaam." Met betrekking tot medicatietrouw zei Dr. Abazid: "Sommige patiënten stoppen of verminderen hun gebruik van diuretica omdat zij bang zijn om dorst te krijgen tijdens de vastenuren. Voor medicijnen die tweemaal daags moeten worden ingenomen, betekent dat bovendien één dosis weggelaten wordt of beide doses samen worden ingenomen." Volgens Dr. Abazid is Ramadan vasten veilig voor de meeste patiënten met chronisch hartfalen en verminderde ejectiefractie (EF). "Mijn advies aan patiënten is om de vloeistof- en zoutbeperkingen na te leven en geen dosis medicijnen weg te laten. Voor geneesmiddelen met twee dagelijkse doseringen dient u ze in te nemen met een zo groot mogelijke ruimte tijdens niet-vastenuren. Indien mogelijk adviseren wij patiënten medicijnen te nemen in één enkele dagelijkse dosis die tijdens niet-vastenuren kan worden ingenomen. Dit is mogelijk voor de meeste medicijnen tegen hartfalen."

De studie sloot patiënten uit met een EF van 40% of meer, recent gediagnosticeerde patiënten (minder dan drie maanden), en patiënten met vergevorderd hartfalen (twee spoedbezoeken in de afgelopen drie maanden, of drie bezoeken in de afgelopen zes maanden). De resultaten gelden dus niet voor deze groepen.

Dr. Abazid wijst er wel op dat er meer onderzoek nodig is om te zien of de huidige resultaten ook van toepassing zijn in koudere klimaatgebieden.

Dr. Mouaz Al-Mallah, hoofd van SHA29 en van Cardiac Imaging, King Abdul-Aziz Cardiac Centre, Riyadh, Saoedi-Arabië, zei: "Deze belangrijke studie levert voorlopig wetenschappelijk advies aan artsen die moslimpatiënten met hartfalen begeleiden en die willen vasten. Er is meer onderzoek nodig om deze bevindingen te bevestigen. Het is belangrijk dat patiënten zich tijdens het vasten aan hun medicijnen houden en hun artsen vragen om de dosissen zo nodig aan te passen, vooral bij diuretica. "

Professor Marco Roffi, cursusleider van het ESC-programma in Riyadh en hoofd van de Interventionele Cardiologie Unit, Universitair Ziekenhuis Genève, onderstreept dat medicatie, zout en vochtinname de hoeksteen zijn van de behandeling van hartfalen en kunnen worden beïnvloed door het vasten tijdens Ramadan."

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

19:31 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

HDAC6 een panacee tegen zenuwaandoeningen?


Leuvens onderzoek ​ wijst uit dat het afremmen van de activiteit van het HDAC6-eiwit de structurele stabiliteit van cellen verbetert en beschermt tegen zenuwschade. Op dit proces inspelen kan een veelbelovende manier zijn om zenuwschade te behandelen die optreedt bij Charcot-Marie-Tooth, een erfelijke neurologische aandoening, of bij chemotherapie.

Dit publiceren prof. Ludo Van Den Bosch en zijn team (VIB-KU Leuven) in Brain en Neurobiology of Disease. Charcot-Marie-Tooth (CMT) is een aandoening van het perifeer zenuwstelsel en treft wereldwijd 1 op 2.500 mensen. Bij deze patiënten verzwakken de spieren in de onderste ledematen, handen en voeten. De zenuwen die van het ruggenmerg naar de spieren lopen, kwijnen progressief weg. Momenteel kan CMT niet worden genezen of voorkomen.

Histone deacetylase 6, kortweg HDAC6, bewerkt α-tubuline, één van de belangrijkste structurele onderdelen van het celskelet. Tubuline is één van de bouwstenen van de lange sporen die materiaal transporteren naar de uiteindes van de cel. Chemische wijzigingen van α-tubuline kunnen de stabiliteit en structuur van het celskelet beïnvloeden. Zeker in de lange zenuwen die in contact staan met onze ledematen is de regulatie van die stabiliteit enorm belangrijk.

Onderzoekers in het labo van professor Ludo Van Den Bosch (VIB-KU Leuven) identificeerden HDAC6 eerder al als een interessant therapeutisch doelwit in een genetisch model voor één van de vormen van CMT. Maar Van Den Bosch gelooft dat HDAC6 inhibitoren een veel grotere rol kunnen spelen: "Onze nieuwe resultaten wijzen op mogelijke therapeutische pistes voor andere vormen van CMT, en ook voor de neurologische nevenwerkingen van chemotherapie."

"De ziekte van Charcot-Marie-Tooth kan veroorzaakt worden door meer dan 80 verschillende genetische fouten en dit maakt het bijzonder moeilijk om het centrale ziektemechanisme te ontrafelen," legt Dr. Veronick Benoy uit. Zij maakt deel uit van het team van Van Den Bosch en ontdekte dat selectieve blokkering van HDAC6 zowel de motorische als de sensorische problemen kan tegengaan in een tweede genetische muizenmodel voor CMT. "Deze resultaten doen vermoeden dat verschillende vormen van CMT gekenmerkt worden door een verstoring van de regulatie van α-tubuline, en dus dat medicatie die de werking van HDAC6 selectief kan afremmen nuttig zou zijn voor de behandeling van heel wat patiënten met CMT." …tot oncologie

Maar CMT-patiënten zijn niet de enigen die baat zouden hebben bij dit soort behandeling. Lawrence van Helleputte, ook uit het team van Van Den Bosch, bestudeerde de effecten van HDAC6-inhibitie in een model voor zenuwschade als gevolg van chemotherapie. "Heel wat kankerpatiënten ontwikkelen enorm pijnlijke perifere neuropathieën als een bijwerking van de chemo. Dat kanker meer en meer een chronische in plaats van terminale ziekte wordt is goed nieuws, maar het betekent ook dat we dringend op zoek moeten gaan naar manieren om de nevenwerkingen van de behandeling in te perken."

Van Helleputte onderzocht de rol van HDAC6 in neuropathieën veroorzaakt door vincristine, een erg krachtig kankermedicijn dat celgroei afremt door de assemblage van α-tubuline af te remmen en zo het celskelet destabiliseert. Selectieve remming van HDAC6 voorkwam niet alleen de zenuwschade, het vertraagde ook tumorgroei in een muizenmodel voor leukemie. HDAC6 afremmen beschermt dus niet alleen tegen de nevenwerkingen van chemo, maar kan daarenboven ook nuttig zijn in de bestrijding van de ziekte zelf. Van Helleputte: "Momenteel is de dosering van verschillende kankermedicijnen gelimiteerd door de ontwikkeling van pijnlijke perifere neuropathieën. Medicatie die inwerkt op HDAC6 zou dus de behandelingsopties drastisch kunnen verbeteren."

Volgens Van Den Bosch is het essentieel om ziektemechanismen onder de loep te nemen op moleculaire schaal: "We willen niet alleen weten welke stoffen een positief effect hebben, maar ook precies hoe en waarom. Dit kan ons onverwacht nieuwe inzichten opleveren in een heel andere biomedische context. Ook in het geval van HDAC6 blijkt een centraal mechanisme te leiden tot nieuwe therapeutische doelwitten voor uiteenlopende ziektes."

Een paar jaar geleden toonden onderzoekers van de KU Leuven onder leiding van Patrik Verstreken aan dat een overactiviteit van het enzym HDAC6 aan zenuweindes de symptomen verergert van ALS, een dodelijke spierziekte waarvoor momenteel geen behandeling bestaat. Leuvense onderzoekers, ook verbonden aan het Vlaams Instituut voor Biotechnologie, ontdekten bij aan ALS lijdende fruitvliegen - deze zijn een zeer geschikt modelorganisme voor neurologisch onderzoek - dat hun zenuweindes een overactiviteit van het enzym HDAC6 vertoonden. "Deze overactiviteit is oorzaak van de verstoorde synaptische transmissie met een symptomatische verergering van de ziekte als gevolg", aldus Patrik Verstreken. Hij ontdekte eerder echter dat het enzym Elp3 net als HDA6 op de zenuweindes inwerkt.

https://www.researchgate.net/publication/265701944_The_ro...

Marc van Impe


Bron: MediQuality

13:28 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)