22 oktober 2017

Essure: in EU van de markt gehaald, volgens Gezondheid.be niets aan de hand


‘Essure' werd gezien als de ideale sterilisatiemethode, omdat een operatie niet nodig is. Het inbrengen gaat via de vagina en baarmoeder. Wereldwijd komt het aantal vrouwen dat met Essure is behandeld op wel een miljoen. Maar het veertje blijkt lang niet zo ideaal.


Vrouwen rapporteerden steeds vaker scherpe pijn, en andere klachten. Bayer haalde Essure in juli „om commerciële redenen" en „een veranderde patiëntvraag" zelf van de markt in Nederland, Canada, het Verenigd Koninkrijk en Finland. Begin augustus weigerde de National Standards Authority of Ireland (NSAI), de keurmerkinstantie waar Essure oorspronkelijk was beoordeeld en een CE-keurmerk had gekregen, het keurmerk en de handelsvergunning van Essure te verlengen. De NSAI schortte de verlenging met drie maanden op omdat zij eerst afdoende antwoord wil op vragen over de veiligheid en effectiviteit.


Bayer liet op 18 september weten geen verlenging van het CE-keurmerk meer te willen. Daarmee is de verkoop van Essure binnen de Europese Unie, IJsland, Liechtenstein en Noorwegen feitelijk gestopt. In het persbericht daarover benadrukt Bayer dat deze beslissing geen verband houdt met „een probleem met de veiligheid of kwaliteit van het product".


Het lijkt erop dat de toelating van Essure te soepel is geweest. In oktober 2015 uitte The New England Journal of Medicine forse kritiek op de kwaliteit van de studies die aan de basis lagen van de toelating door de Amerikaanse FDA. Die waren nog uitgevoerd door het Amerikaanse bedrijf Conceptus, dat het product ontwikkelde en in 2013 voor ruim 850 miljoen euro door Bayer werd overgenomen. De veertjes uit roestvrij staal, nitinol -een nikkeltitaniumlegering- en PET-vezels, zijn bedoeld om levenslang in het lichaam te blijven zitten, maar in die eerste studies zijn de meeste deelnemers niet langer dan een jaar gevolgd, en slechts heel weinig tot twee jaar na de plaatsing. „Dat is veel te kort en met veel te weinig mensen om langetermijnbijwerkingen te kunnen opmerken", schreven de Amerikanen.


De studies werden ook niet blind uitgevoerd, en er werd op een vreemde manier geselecteerd in de deelnemers, waardoor de uitkomsten gunstiger leken. De studies richtten zich voornamelijk op de effectiviteit, in welke mate de methode ongewenste zwangerschappen kon voorkomen, niet op de bijwerkingen.


Volgens een grootschalige studie in de BMJ kunnen alleszins grote vragen gesteld worden bij de veiligheid van de Essure-methode. De kans op complicaties en her-operatie is veel groter dan bij de klassieke sterilisatie via laparoscopie. In de studie werden ruim 50.000 vrouwen gevolgd die tussen 2005 en 2013 in New York werden gesteriliseerd. De onderzoekers keken daarbij naar complicaties in de eerste dertig dagen na de operatie, en naar ongewenste zwangerschappen en her-operaties in de drie jaar na de ingreep.


Bij de Essure-methode was de kans op her-operatie tien keer groter dan bij de klassieke laparoscopie (wat neerkomt op ongeveer 21 extra operaties per 1.000 vrouwen). Het risico op een ongewenste zwangerschap was bij beide methoden vergelijkbaar (ongeveer 1 op 100).
Het ging hier om een zogenaamde observationele studie, waardoor de resultaten kunnen beïnvloed zijn door externe factoren waarmee geen rekening werd gehouden. Maar volgens de auteurs zijn de resultaten van die aard dat toch ernstige vragen kunnen gesteld worden bij de veiligheid van de Essure-methode.


De FDA besloot daarom vorig jaar dat er op de verpakking van Essure een zogeheten black box warning moest komen – een waarschuwing zoals wij die hier kennen van sigarettenpakjes. Bovendien werd Bayer verplicht tot een aanvullende studie met 2.400 patiënten, waarin laparoscopische sterilisatie vergeleken wordt met Essure. Diverse patiëntengroepen hebben in de VS al rechtszaken aangespannen tegen Bayer, tot nu toe zonder succes. Essure is in de VS nog altijd op de markt.


De hele kwestie brengt een ander probleem aan het daglicht: de eisen voor markttoelating van medische hulpmiddelen zijn een stuk lager dan voor geneesmiddelen. Markttoelating in Europa is feitelijk uitbesteed aan commerciële keurmerkorganisaties die door de fabrikant zelf mogen worden uitgekozen. Is het keurmerk verleend, dan mag het product in de hele Europese Unie op de markt komen. De lage standaard voor patiëntveiligheid heeft in het verleden geleid tot diverse affaires, onder meer met borstimplantaten en buikmatjes.


De Europese Unie werkt nu aan strengere regelgeving op dit gebied. Ten slotte nog dit: de website Gezondheid.be maakt wel melding van problemen met Essure maar is sinds twee jaar, oktober 2015 om precies te zijn, niet meer bijgewerkt. Nochtans zou men hier het publiek voorlichten op basis van evidence based medicine en practice.


www.acog.org/About-ACOG/Announcements/ACOG-Comments-to-FD...
www.evidence.nhs.uk/Search?q=the+Essure
www.medicinesresources.nhs.uk/en/Medicines-Awareness/Pres...
www.bmj.com/cgi/doi/10.1136/bmj.h5162

Marc van Impe

Bron: MediQuality

08:10 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

21 oktober 2017

British Medical Journal publiceert onthutsend rapport over kankermedicatie


De meeste kankermedicijnen waarvoor een Europese medische vergunning werd verleend, dragen niet of nauwelijks iets bij om het leven van patiënten te verlengen of te verbeteren, schrijft The British Medical Journal.


Onderzoekers van King's College London en de London School of Economics vonden dat 57 procent van de behandelingen die tussen 2009 en 2013 door het Europees Geneesmiddelenbureau EMA zijn goedgekeurd slechts marginaal voordeel boden, zelfs indien ze overlevingswinsten boven bestaande behandelingen aantoonden. En de behandelingen die de levensverwachting wel verbeterden gaven patiënten gemiddeld slechts 2,7 maanden extra, vaak ten koste van duizenden euro's. Bovendien, schrijven de onderzoekers van KCL en de LSE geven de medicijnen patiënten en hun familie valse hoop en stellen ze hen bloot aan onnodige bijwerkingen.


"We moeten de lat hoger leggen," zei Huseyin Naci van LSE ons in Londen. "Het is opmerkelijk dat kankergeneesmiddelen op de Europese markt worden gebracht zonder dat er duidelijke gegevens beschikbaar zijn over de resultaten die voor patiënten en hun artsen van belang zijn: een langere overleving en een betere levenskwaliteit."


Het rapport vermeldt specifiek:


Everolimus voor borstkanker


KOSTEN in het VK : £18.293 voor gemiddeld 5,5 maanden


Gefabriceerd door Novartis, verkocht onder de handelsnaam Afinitor. Goedgekeurd door het EMA in 2012 zonder overlevingsgegevens of gegevens over de levenskwaliteit. Proeven tonen aan dat het de verspreiding van kanker gemiddeld vier maanden stopt.


Bosutinib voor chronische myeloïde leukemie


KOSTEN: £ 45.000 per jaar


Gemaakt door Pfizer, verkocht onder de naam Bosulif. Goedgekeurd door EMA in 2013 zonder bewijs dat het de levensduur heeft verlengd. Tot 85 procent van de patiënten ziet witte bloedcellen terugkeren naar normale niveaus.


Panitumab voor darmkanker


KOSTEN: £54.000 per jaar


Gemaakt door Amgen en verkocht onder de handelsnaam Vectibix. Goedgekeurd door het EMA in 2011, aanvankelijk zonder bewijs dat het de levensduur verlengt. Recentere gegevens suggereren dat het de overleving met tien maanden meer doet toenemen dan andere behandelingen.


Bevacizumab voor borstkanker


KOSTEN: £42.000 per jaar


Gemaakt door Roche, verkocht onder de handelsnaam Avastin. Goedgekeurd door het EMA in 2009, zonder bewijs dat het de levensduur heeft verlengd. De proeven tonen het de progressie van de ziekte voor gemiddeld drie maanden stopt.

In veel gevallen werd de terugbetaling van de door het EMA goedgekeurde geneesmiddelen verworpen door NICE, de waakhond van de NHS, wat heeft geleid tot jarenlang touwtrekken tussen patiëntenverenigingen en politieke discussies over medische rantsoenering.

Wetenschappers benadrukken dat het tijd kost om aan te tonen dat een geneesmiddel de levensverwachting zal verbeteren. Maar patiëntengroepen dringen erop aan dat zelfs een paar extra maanden van het leven met geliefden kostbaar is. Dat iemand finaal sterft aan kanker, verliest men uit het oog. Sommige geneesmiddelen waarvan de onderzoekers menen dat ze geen enkel voordeel hebben opgeleverd, worden daarom wel beschikbaar gemaakt voor (Britse) patiënten - maar pas nadat de fabrikanten hun prijzen sterk hebben verlaagd.


De hoofdauteur Dr. Courtney Davis van KCL is categoriek: "Wanneer dure geneesmiddelen zonder klinisch zinvolle voordelen worden goedgekeurd en terugbetaald, kunnen individuele patiënten schade oplopen, kunnen belangrijke maatschappelijke middelen worden verspild en kan de verstrekking van billijke en betaalbare zorg worden ondermijnd". Het onderzoeksteam analyseerde 68 rapporten over kankerbehandelingen die de goedkeuring van het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) kregen tussen 2009 en 2013. Zij stelden vast dat de meeste geneesmiddelen niet lang genoeg onderzocht waren om er zinvolle overlevingsgegevens uit af te leiden, en in plaats daarvan werden toegelaten op basis van andere factoren, zoals het feit of tumoren gestopt zijn met groeien. Slechts 35 procent van de behandelingen konden bij hun goedkeuring bewijzen dat ze het leven verlengden. Tien procent toonde aan dat ze de kwaliteit van leven verbeterden.


Echter, 57 procent (39) kwam op de markt op basis van een surrogaat-eindpunt en zonder bewijs dat zij het voortbestaan van de patiënten hebben verlengd of de kwaliteit van hun leven hebben verbeterd. Na een mediaan van 5 jaar op de markt, waren er slechts 8 bijkomende behandelingen die duidelijk een langere overleving of betere levenskwaliteit hadden aangetoond. In de follow-up na 5 jaar bleken 35 (51%) een overleving of levenskwaliteitswinst aan te tonen ten opzichte van bestaande behandelingen of placebo. Voor de overige 33 (49%) blijft onzekerheid bestaan over de vraag of de drugs de overlevingskansen of de levenskwaliteit verbeteren.


"Deze feiten geven een ontnuchterend beeld," zegt professor Vinay Prasad, van de Oregon Health & Science University, in een redactioneel commentaar. "De kosten en toxiciteit van kankergeneesmiddelen maken dat we de verplichting hebben om patiënten alleen aan behandelingen bloot te stellen wanneer we redelijkerwijs een verbetering van hun overleving of levenskwaliteit kunnen verwachten". Deze bevindingen suggereren dat "we mogelijk ver achterblijven bij deze belangrijke benchmark".


Dit onderzoek komt op een moment dat de Europese regeringen de hoge kosten van specifieke medicatie serieus beginnen in vraag te stellen, zegt Dr. Deborah Cohen, Associate Editor bij de BMJ, in een editoriaal. Zij wijst op voorbeelden van methodologische tekortkomingen betreffende opzet, uitvoering, analyse en rapportage die de EMA niet heeft herkend of over het hoofd heeft gezien. Een woordvoerder van de EMA reageerde als volgt: "EMA heeft nog geen tijd gehad om de bevindingen van de BMJ-studie goed te analyseren."

Courtney Davis, Huseyin Naci, Evrim Gurpinar, Elita Poplavska, Ashlyn Pinto, Ajay Aggarwal. Availability of evidence of benefits on overall survival and quality of life of cancer drugs approved by European Medicines Agency: retrospective cohort study of drug approvals 2009-13. BMJ, 2017; j4530 DOI: 10.1136/bmj. j4530 http://dx.doi.org/10.1136/bmj.j4530

Marc van Impe

Bron: MediQuality

07:50 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

20 oktober 2017

Onthullende ontdekking: contaminatie van cellijnen zorgt sinds jaren voor foute resultaten


Zo'n 33 duizend studies naar zaken als kanker en virale ziektes blijken gebaseerd op andere cellen dan men dacht. Maar dat maakt niet veel uit, zeggen betrokkenen. Van de zo'n 80 duizend soorten 'cellijnen' die er in omloop zijn, zijn naar schatting 20 tot 25 procent besmet met andere soorten cellen. De cellen zijn besmet, overwoekerd, of op eigen houtje doorgeëvolueerd tot iets anders. Dat heeft geleid tot 32.755 artikelen met verkeerde conclusies resulterend uit verkeerd onderzoek op verkeerde cellen, schrijven de Nijmeegse onderzoekers Serge Horbach en Willem Halffman in Plos One.


De twee namen een lijst van onechte cellijnen erbij, en doorzochten aan de hand daarvan de literatuur. Conclusie: nog altijd verschijnen er ieder jaar zo'n 1200 onderzoeksartikelen die zijn gebaseerd op verkeerd geclassificeerde cellen.


In Nederland alleen al gaat het om 586 artikelen, verspreid over de tijd. In een artikel dat vorig weekend in De Volkskrant verscheen wordt het onderzoek aangehaald van het team onder leiding van maag-, darm- en leverarts Jurjen Boonstra (Leiden UMC) dat slokdarmkankercellen controleerde. Drie populaire cellijnen bleken niet meer overeen te komen met het oorspronkelijke materiaal: ze waren door de tijd heen overgenomen door dikkedarm-, maag- en longkankercellen. 'Terwijl er wel allerlei publicaties en experimenten uit zijn voortgekomen', vertelt Boonstra. 'Maar als je door de microscoop kijkt, staat er bij die cellen geen bordje: dit is een dikkedarmcel, dit een slokdarmcel.'


Tot missers met patiënten heeft de affaire voor zover bekend niet geleid: nieuwe medicijnen worden nooit op basis van cellijnonderzoek alleen ontwikkeld. Of nog, een studie met onder meer strottenhoofdkankercellen, die in werkelijkheid baarmoederhalskankercellen zijn. 'Dat is al bijna veertig jaar bekend. Dus is het feitelijk geen contaminatie meer, maar een gestabiliseerde subcellijn van de HeLa-cellen van de beroemde Afro-Amerikaanse patiënt Henrietta Lacks.' Dat zijn heus niet allemaal oude gevallen, leert nadere inspectie. Vorige maand nog stonden de namen van de Groningse hoogleraar nucleaire geneeskunde Rudi Dierckx en gasthoogleraar Albert Signore boven een oncologische studie, met schildkliercellen die in werkelijkheid darmcellen zijn. 'We wisten dat de cellen mogelijk gecontamineerd waren', mailt Signore desgevraagd. Waarna het onderzoek gewoon doorging: 'Voor ons onderzoek hadden we een snel groeiende en agressieve cellijn nodig, zoals deze. Hun oorsprong was niet zo relevant.'


De schade valt in de praktijk mee. Dat is ook het beeld dat ontstaat bij nadere bestudering van zomaar tien recente, Nederlandse studies waarin de foute cellen voorkomen. 'Ik gebruik cellen voor laboratoriumdiagnostiek van autoimmuunziekten. Daarvoor maakt het celtype niet zo uit', zegt laboratoriumspecialist Jan Damoiseaux (UMC Maastricht), die werkt met zo'n verwisselde celcultuur. 'Voor mij zijn algemene eigenschappen van belang, zoals een grote celkern en goede celdeling.' De geïnterviewden gaan er licht over.


Maar bij het International Cell Line Authentication Committee (ICLAC), de organisatie die lijsten van 'valse' cellen opstelt, is voorzitter Amanda Capes-Davis kritischer. 'Mijn grootste zorg betreft de ontdekkingsfase van het onderzoek, als de controles nog niet zo strikt zijn. Stel dat je een spannend nieuw stofje hebt gevonden dat misschien werkt tegen borstkanker. Je eerste stap is dan om het op cellijnen te testen. Dan kan zo'n verkeerd geïdentificeerde cellijn je op een dwaalspoor brengen. Dat kost tijd en onderzoeksgeld', mailt ze. De schatting van Horbach en Halffman lijkt haar 'aan de conservatieve kant', zegt ze. 'En de belangrijkste boodschap is dat wetenschappers de verkeerd geïdentificeerde cellijnen nog steeds gebruiken, ondanks jarenlange waarschuwingen.' Dat kan alleen maar geharrewar geven, vindt ze.


Halffman pleit daarom voor een duidelijke waarschuwingstekst op onderzoeken die van de verkeerd gelabelde cellijnen gebruikmaken: pas op, de cellijn in dit onderzoek is niet wat u denkt. Onderzoekers verwijzen immers naar elkaars studies en inmiddels, zo ontdekten Horbach en Halffman, zijn er al zeker een half miljoen artikelen die op de een of andere manier voortborduren op een 'besmette' studie. 'Zo kan dit zich als een olievlek uitbreiden', zegt Halffman.


Tenslotte nog dit: het testen van cellen kost twee minuten, waarmee veel ellende kan voorkomen worden.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

08:15 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)