07 maart 2018

Darmkankertest brengt poliepen aan het licht


De cijfers zijn eens te meer dramatisch. Terwijl 54.5% van de beoogde doelgroep van Vlamingen vorig jaar deelnam aan de campagne voor de opsporing van darmkanker, nam in Wallonië slechts 14.6% van de doelgroep deel. Eind 2017 was dit percentage met veel goede wil gelukkig gestegen tot 24%. In Brussel was het percentage 0 %. Daar wordt de preventiecampagne pas in juni 2018 op gang getrokken. Ter vergelijking: in Nederland neemt ruim 75% van de doelgroep deel aan het opsporingsonderzoek. In België loopt dus niet alleen een taalgrens maar ook een zorggrens.

Toen we vorig jaar de vraag stelden waar deze verschillen aan te wijten waren, vielen de (Franstalige) verantwoordelijken uit de lucht. Ondertussen ontdekten we dat dezelfde verschillen afgetekend merkbaar zijn voor andere preventiecampagnes zoals voor HPV, baarmoederkanker, borstkanker en andere aandoeningen die mits tijdig ingrijpen niet dodelijk hoeven af te lopen. Het is ondertussen duidelijk waarom Franstalig België achterloopt.

De doelgroepen van de bevolkingsonderzoeken naar kanker worden in Vlaanderen ruim geïnformeerd om vrij te kunnen kiezen tot deelname. In de Franse Gemeenschap was dat tot voor kort niet of nauwelijks het geval. Komt daar bij dat in het Zuiden de patiënt zich voor het minste onderzoek tot zijn huisarts moet wenden. De SSMG heeft tot niet zo lang geleden zich altijd verzet tegen het feit dat de patiënt direct aangesproken werd. Pas vorig jaar heeft men toegegeven en wordt de doelgroep rechtstreeks aangesproken. Vandaar dan ook de spectaculaire stijging van het aantal deelnemers. Komt daarbij dat er een groot mentaliteitsverschil bestaat tussen de Vlaamse en de Franstalige huisarts. In Vlaanderen wordt die huisarts door zijn patiënt als een partner gezien, in het Zuiden van het land is de huisarts nog een autoritaire figuur, of hij nu in een privé praktijk werkt of in een maison de santé. Met andere woorden: de emancipatie van de patiënt is er nog lang niet zo groot als in het Noorden.

Vlaanderen volgt de gezondheidsindicatoren ook op. Op die manier wordt de gezondheidstoestand van de Vlaamse bevolking in kaart gebracht. Die indicatoren geven weer wat de belangrijkste gezondheidsproblemen zijn en vormen zo het uitgangspunt voor het te volgen beleid. Zo bestaat er in de Franse Gemeenschap, in tegenstelling tot in Vlaanderen, geen centraal registratiesysteem met informatie over alle toegediende vaccins.

Een tweede oorzaak is de administratieve cultuur die in het Noorden gericht is, -maar daarom niet altijd even geslaagd is-, op een simpele rechttoe-rechtaancommunicatie. In Wallonië zijn sommige aanvragen voor een medische test even ingewikkeld als een bouwaanvraag.

Een derde reden is dat de Franstalige ziekenfondsen bijna principieel weigeren om met een industriële partner samen te werken. Dan nog liever niets. Bij gebrek aan eigen middelen woirdt dat dus niets.

Ook in Brussel gebeurt er tot nu toe niets. Ondanks vier bevoegde ministers voor volksgezondheid, wetenschappen en welzijn, netjes verdeeld over MR, Défi, cdH en PS, start daar in juni eindelijk een campagne voor de opsporing van darmkanker. Maar dan moet de patiënt wel op eigen initiatief naar de apotheek.

Het kan nochtans poepsimpel. Net zoals in de politiek wijst een simpele test de poliepen aan.

We kijken nu al uit naar de cijfers van volgend jaar.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

20:23 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Vrouwen worden ook in ons land door artsen verminkt


Vrouwenbesnijdenis gebeurt ook in ons land. Dit type van genitale verminking wordt niet enkel stiekem uitgevoerd in een achterkeuken in Matongé, maar is een courante praktijk in tal van artsenkabinetten. Volgens wel ingelichte bronnen die ons de voorbije jaren meermaals contacteerden gaat het om drie pistes.

In het eerste geval wendt de welgestelde moeder zich met haar dochter tot een privékliniek van een esthetisch chirurg die een zogenaamde vaginacorrectie uitvoert: De procedure bestaat uit een schaamlipverkleining waarbij de "overtollige huid" van de labia minora en/of de grote labia majora, verkleind wordt. Eventueel wordt er overgegaan tot labioplastiek waarbij de kleine schaamlippen met V-incisie verkleind worden, waardoor meer inwendige huid verwijderd wordt. Meestal vraagt de moeder ook de verkleining van het clitoriskapje waarbij " de overtollige huid van de clitoris" chirurgisch verwijderd wordt. De kostprijs van zo'n correctie kan oplopen tot 2100€ exclusief 21% BTW.

De cover is perfect, de arts die we in deze consulteerden garandeerde ons dat er geen sprake is van enig blijvend genitaal letsel en dat er achteraf normaal seksueel verkeer en genotsbeleving mogelijk is. Alles gebeurt in de beste hygiënische omstandigheden en onder volledige of lokale verdoving. Hij vergeleek dit met de besnijdenis bij jongens, een banale ingreep.

Fabienne Richard, vroedvrouw in het Brusselse Sint-Pietersziekenhuis en voorzitster van de GAMS vzw, die strijdt tegen genitale verminking, is niet verbaasd als we haar deze praktijk melden, ze weet dat de vraag bestaat. En waar er vraag is, is er aanbod.

Een tweede piste loopt via het buitenland. Moeder en dochter nemen de Eurostar naar Londen waar tientallen privéziekenhuizen en privé gevestigde moslimartsen de ingreep tegen betaling uitvoeren. De kostprijs daar begint om en bij de 275£ voor een eerste consultatie, en kan in een kliniek in Harley Street oplopen tot een totaal van 4.000£. in Brixton, om maar één wijk te noemen, zijn er echter tal van one-day-clinics die voor heel wat minder geld de excisie uitvoeren. Ook deze praktijken zijn mevrouw Richard bekend.

De derde piste is die langs Belgische huisartsen en medische huizen waar allochtone patiënten op zoek naar deze "medische ingreep" terecht kunnen. Het centrum bevindt zich in Brussel, maar ook in Mechelen, Luik en Charleroi kan men terecht voor een medische Sunna-besnijdenis. Daarbij wordt de clitorishoed weggesneden, wat, zoals een ervaren arts ons verzekerde, "geen clitoridectomie is " , dus niet in strijd met de wet.

Volgens diezelfde arts verleent hij een dienst aan mensen in nood. "Het alternatief is de bekende gruwelpraktijk met een scheermesje op een keukentafel. Als het kan sparen we de kleine patiënte en geven we enkel een prik in de top van de clitoris. Van zodra er bloed vloeit, is de ingreep in de ogen van de moeder voltrokken." Volgens die arts gaat het in die gevallen om meisjes uit Arabische, lees: Irakese, kringen. Volgens Volksgezondheid is 1;8% van de betrokken vrouwen afkomstig uit Irak. Dat verklaart de stijging van dit soort ingrepen sinds 2008. Fabienne Richard: "Vaak gebeurt dat de ouders zeggen: je hebt onze zoon besneden, nu kan je ons meisje ‘helpen'."

Moeders uit Zwarte Afrika eisen echter een volledige excisie waarbij de clitoris en soms ook de kleine schaamlippen worden geheel of gedeeltelijk weggesneden. De artsen die we spraken zeggen geen van allen een 'faraonische besnijdenis' of infibulatie te hebben uitgevoerd. "Dat zou niet ethisch zijn, dat is in strijd met de deontologie." Daarbij wordt de hele vulva uitgesneden, de benen van het meisje worden daarna samengebonden totdat de vulva is dichtgegroeid, of de vulva wordt dichtgenaaid, op een heel kleine opening na. 15% van alle besnijdenissen in Afrika behoort tot deze variant. Hierdoor wordt de maagdelijkheid van het meisje gegarandeerd.

In 2009 werden 64 dergelijke gevallen gesignaleerd. In 2013 waren dat er reeds 198. Het gaat hierbij enkel om achteraf gehospitaliseerde vrouwen, niet om ambulante patiënten. De stijging van dat aantal kan volgens minister De Block verklaard worden "door het feit dat de kraamafdelingen van de ziekenhuizen in 2010 gesensibiliseerd werden voor de problematiek van Vrouwelijke Genitale Verminking."

Die sensibilisering gebeurd via een informatiefolder die aan artsen op kraamafdelingen en vroedvrouwen was gericht.

Toen we professor Michel Deneyer, ondervoorzitter van de Orde der Artsen, en sinds 1 maart hoogleraar ethiek aan de VUB, hierover aanspraken erkende hij op de hoogte te zijn van praktijken als "pricking". Zolang er echter geen precieze klachten bij de Orde binnenkomen kan deze niet optredend. Hij onderstreept wel dat artsen die met dergelijke feiten geconfronteerd worden van hun zwijgplicht ontheven zijn.

We spraken hierover meer dan een jaar geleden al met een aantal autochtone en allochtone artsen. Allen eisten volledige discretie. Sommigen verzekerden dat er nomenclatuurnummers gebruikt worden om de "ingreep" terugbetaalbaar te maken. Een paar artsen vertelden ons dat patiënten via zogenaamde culturele organisaties doorverwezen werden.

Fabienne Richard, voorzitster van de GAMS, zegt nogmaals niet verbaasd te zijn maar van geen concrete gevallen weet te hebben. "Als het zo gebeurt in de ons omringende landen, dan moet het hier ook gebeuren." Wij stellen ons de vraag hoe het komt dat deze schandelijke praktijken onder de radar kunnen blijven.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

13:21 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (1)

06 maart 2018

Ramadan vasten kan veilig zijn voor patiënten met hartfalen


Artsen die moslimpatiënten met hartfalen begeleiden bleven tot nu toe met vragen zitten. Er is nu een antwoord: vasten tijdens de Ramadan kan veilig zijn voor patiënten met hartfalen, aldus onderzoek van de Europese maatschappij voor cardiologie (ESC) dat vandaag gepresenteerd werd op de 29e jaarlijkse conferentie van de Saoedi-Arabische Hartassociatie (SHA29) .

Wereldwijd onthouden tijdens de heilige maand Ramadan meer dan een miljard moslims zich van eten, drinken en orale medicijnen, en dat van de dageraad tot zonsondergang. Patiënten met chronische ziekten zijn vrijgesteld, maar de meesten kiezen ervoor om toch mee te vasten. De vastenperiode duurt meestal 15 tot 16 uur, waarbij twee maaltijden 's nachts worden gegeten.

" Patiënten met hartfalen vragen hun arts vaak of het veilig is om te vasten, maar tot nu toe hadden we geen bewijs waarop we ons advies konden baseren ", zegt coauteur Dr. Rami Abazid, cardioloog, van het Prins Sultan Cardiac Centre, Qassim, Saudi-Arabië.

Een prospectieve observatiestudie onderzocht het effect van specifiek Ramadan vasten op de symptomen van patiënten met chronisch hartfalen en verminderde ejectiefractie ( EF minder dan 40%). De onderzoekers beoordeelden de naleving van vloeistof- en zoutbeperkingen, medicijngebruik en symptomen voor, tijdens en na de ramadan.

De studie liep in 2017 in drie hartklinieken. In totaal vastten 227 (91%) van de 249 patiënten voor de duur van de Ramadan. Daarvan vertoonden 209 (92%) patiënten geen veranderingen of verbeterde symptomen, terwijl bij 18 (8%) patiënten de symptomen verergerden, wat leidde tot spoedinterventies. Uit de studie blijkt dat verslechterende symptomen waarschijnlijk te wijten waren aan vloeistof- en zouttekort(39% tegenover 79%, p<0.0001) en in mindere mate aan verminderde inname van medicijnen tegen hartfalen (67% tegenover 94%, p<0.0001 .

Dr. Abazid:,, Patiënten die tijdens de Ramadan na de dagelijkse vastenperiode vrienden bezoeken, eten binnen korte tijd voedsel met een normaal tot hoog zoutgehalte, en drinken veel vloeistof, wat zijn effect heeft op het lichaam." Met betrekking tot medicatietrouw zei Dr. Abazid: "Sommige patiënten stoppen of verminderen hun gebruik van diuretica omdat zij bang zijn om dorst te krijgen tijdens de vastenuren. Voor medicijnen die tweemaal daags moeten worden ingenomen, betekent dat bovendien één dosis weggelaten wordt of beide doses samen worden ingenomen." Volgens Dr. Abazid is Ramadan vasten veilig voor de meeste patiënten met chronisch hartfalen en verminderde ejectiefractie (EF). "Mijn advies aan patiënten is om de vloeistof- en zoutbeperkingen na te leven en geen dosis medicijnen weg te laten. Voor geneesmiddelen met twee dagelijkse doseringen dient u ze in te nemen met een zo groot mogelijke ruimte tijdens niet-vastenuren. Indien mogelijk adviseren wij patiënten medicijnen te nemen in één enkele dagelijkse dosis die tijdens niet-vastenuren kan worden ingenomen. Dit is mogelijk voor de meeste medicijnen tegen hartfalen."

De studie sloot patiënten uit met een EF van 40% of meer, recent gediagnosticeerde patiënten (minder dan drie maanden), en patiënten met vergevorderd hartfalen (twee spoedbezoeken in de afgelopen drie maanden, of drie bezoeken in de afgelopen zes maanden). De resultaten gelden dus niet voor deze groepen.

Dr. Abazid wijst er wel op dat er meer onderzoek nodig is om te zien of de huidige resultaten ook van toepassing zijn in koudere klimaatgebieden.

Dr. Mouaz Al-Mallah, hoofd van SHA29 en van Cardiac Imaging, King Abdul-Aziz Cardiac Centre, Riyadh, Saoedi-Arabië, zei: "Deze belangrijke studie levert voorlopig wetenschappelijk advies aan artsen die moslimpatiënten met hartfalen begeleiden en die willen vasten. Er is meer onderzoek nodig om deze bevindingen te bevestigen. Het is belangrijk dat patiënten zich tijdens het vasten aan hun medicijnen houden en hun artsen vragen om de dosissen zo nodig aan te passen, vooral bij diuretica. "

Professor Marco Roffi, cursusleider van het ESC-programma in Riyadh en hoofd van de Interventionele Cardiologie Unit, Universitair Ziekenhuis Genève, onderstreept dat medicatie, zout en vochtinname de hoeksteen zijn van de behandeling van hartfalen en kunnen worden beïnvloed door het vasten tijdens Ramadan."

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

19:31 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)