26 oktober 2017

Derde diabetestype wordt vaak gemist!


De gezondheid van diabetespatiënten wordt in gevaar gebracht door het feit dat artsen een belangrijk subtype diabetes, dat bekend staat als Type 3c, niet herkennen, aldus een recente studie in Diabetes Care. Diabetes Type 3c wordt ook wel' pancreatogene diabetes' of' diabetes van de exocriene alvleesklier' genoemd.


In de allereerste studie in zijn soort analyseerden onderzoekers van de Universiteit van Surrey de eerstelijnszorggegevens van 2.360.631 diabetespatiënten, en meer in het bijzonder de frequentie van verschillende soorten diabetes en de nauwkeurigheid van de diagnose. Bijzondere aandacht ging uit naar degenen die type 3c diabetes ontwikkelden. Type 3c diabetes treedt op als gevolg van een ontsteking van de alvleesklier, abnormale weefselgroei op het orgaan of het chirurgisch verwijderen van een deel of het geheel van het weefsel, waardoor het lichaam minder goed in staat is om insuline te produceren.


De onderzoekers ontdekten dat tot 97.3 percent van mensen die eerder aan pancreatische ziekte leden, een verkeerde diagnose van diabetes Type 2 kregen, terwijl ze wel aan Type 3c leden. Een dergelijke verkeerde diagnose heeft een grote impact op de behandeling van die patiënten : patiënten met diabetes Type 3c moeten eerder aan de insulinetherapie dan patiënten met diabetes Type 2. Indien dat niet het geval is kan dit tot zenuw-, oog- en nierbeschadiging leiden.


Onderzoekers waren ook verbaasd dat volwassenen vaker Type 3c zouden ontwikkelen dan Type 1 diabetes, wat er op duidt dat deze vorm van diabetes vaker voorkomt dan tot nu toe werd gedacht en een potentiële bedreiging kan vormen voor de volksgezondheid.


Professor Simon de Lusignan van de Universiteit van Surrey: " Ons onderzoek toont aan dat de meerderheid van de mensen met Type 3c verkeerd wordt gediagnosticeerd met diabetes Type 2, waardoor niet alleen hun gezondheid zowel op korte als lange termijn gevaar loopt, maar wat ook een enorme belasting betekent voor de NHS."

Marc van Impe

Bron: MediQuality

08:41 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

25 oktober 2017

Brexit: AstraZeneca luidt de alarmbel


Terwijl de Britse premier Theresea May vorige week in Brussel verzekerde dat EU-burgers die vandaag legaal in het Verenigd Koninkrijk wonen, daar zeker kunnen blijven, klonk in London een ander geluid. Er dreigt een medische en wetenschappelijke braindrain.


Volgens Mene Pangalos, Executive Vice President van AstraZeneca, nemen mensen ontslag bij AstraZeneca vanwege onzekerheid over hun recht om na de Brexit in het Verenigd Koninkrijk te mogen blijven. De EVP zei in het Britse Parlement dat het aanhoudende gebrek aan duidelijkheid over wat er na maart 2019 met Europeanen in het Verenigd Koninkrijk zal gebeuren, sommige wetenschappers ertoe brengt om uit te wijken naar andere banen in andere landen.


Pangalos, die uit naam van AstraZeneca sprak, benadrukte de noodzaak om in het Verenigd Koninkrijk een "gastvrije" omgeving te creëren voor wetenschappelijk en klinisch talent uit de hele wereld. De regels van de Europese Unie maakten het gemakkelijk om vanuit de hele regio naar het Verenigd Koninkrijk te verhuizen. Maar dat lijkt in de komende jaren te eindigen.


"We beginnen nu al te zien hoe mensen een baan bij ons bedrijf in het Verenigd Koninkrijk afwijzen, omdat ze niet weten wat de toekomst bieden zal," zeei Pangalos in het House of Lords Science and Technology Committee.


De braindrain wordt een groot probleem voor AstraZeneca en de rest van de farmaceutische sector in het Verenigd Koninkrijk. En dat geldt ook voor universiteiten en onderzoeks- en opleidingsinstituten in Cambridge, Oxford, Londen en elders in het land.

 

Deze universiteiten en bedrijven genoten sinds de toetreding in 1973 van een gemakkelijke toegang tot wetenschappelijk talent uit continentaal Europa. Ongeveer 10% van de arbeidskrachten van AstraZeneca zijn ofwel Europeanen die in het Verenigd Koninkrijk wonen, ofwel vice versa. Bij sommige biotechs is een derde of meer van het personeel afkomstig uit de overige 27 EU-landen. Niet alleen de onzekerheid heeft een negatieve invloed. Ook de devaluatie van het pond sterling tegenover de euro maken het Verenigd Koninkrijk minder aantrekkelijk voor nieuwe buitenlandse werknemers. "Ik ben me beginnen zorgen te maken over de impact van Brexit op onze medewerkers," zei Pangalos.


De status van EU-onderdanen die in het Verenigd Koninkrijk wonen - en omgekeerd - is een van de knelpunten in de eerste fase van de onderhandelingen in Brexit. Beide partijen zeggen dat ze een overeenkomst willen bereiken die mensen in staat stelt te blijven. Maar zeven maanden nadat het Verenigd Koninkrijk twee jaar in Brexit begon te tellen, en na de vijfde gespreksronde zijn de onderhandelaars nog niet tot een akkoord gekomen.

Marc van Impe


Bron: MediQuality

17:59 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Dit is wat artsen en specialisten willen verdienen (peiling)


“Het is niet normaal t een arts zo veel meer verdient dan een verpleegkundige”, dat zei een jaar geleden Luc Van Gorp, voorzitter van de Christelijke Mutualiteit (CM). En volgens Jan De Maeseneer emeridatus professor huisartsgeneeskunde aan de UGent mag een arts niet meer verdienen dan een premier: zo’n € 9.200 dus. Maar hoeveel willen artsen en specialisten nu eigenlijk zelf verdienen?


Wat is volgens hen een convenabel inkomen? Wij stelden hen de vraag en dit zijn hun antwoorden. Er antwoordden in totaal 461 artsen, waarvan 48% huisartsen en 52% specialisten. Opvallend is dat de huisartsen zich een stuk bescheidener opstellen dan de specialisten. 40% van de huisartsen is tevreden met een maandelijks netto inkomen van €7.000. 9% doet het zelfs voor netto €3.500. Maar voor de meerderheid van de artsen ( 51% ) is een premiersalaris het minimum.

 

 a1.png

Wij zochten de recentste cijfers (van 2012) op en vonden die in het Tijdschrift De Gids. Het gaat hier om bruto cijfers, waarvan dus de afhoudingen van het ziekenhuis en professionele kosten, plus sociale bijdragen en belastingen moeten afgetrokken worden. Daaruit blijkt dat nierspecialisten de grootverdieners zijn onder de artsen. Zij verdienden in 2012  €636.282 per jaar. Een radioloog verdiende toen € 441.428  per jaar en een bioloog € 431.457. Cardiologen en gynaecologen verdienen respectievelijk € 338.350 en € 229.698 euro. Daar kan een premier dus niet aan tippen. Maar hun inkomen ligt toch een pak hoger dan dat van een huisarts, die in 2012 gemiddeld € 165.000 per jaar verdient.

 

a2.jpg

 

Marc van Impe


Bron: MediQuality

 

09:00 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)