28 oktober 2017

Kankertherapie met hyperthermie krijgt nieuwe kans


Thermotherapie wordt al langer gebruikt als behandelingsmethode bij kankerpatiënten, maar het is moeilijk om patiënten te behandelen zonder gezonde cellen te beschadigen. Tumorcellen kunnen pas verzwakt of gedood worden zonder dat het normale weefsel aangetast wordt, als de temperatuur nauwkeurig kan worden gecontroleerd binnen een bereik van 42°C tot 45°C.


Wetenschappers van het Advanced Technology Institute aan de Universiteit van Surrey hebben nu 'intelligente' nanodeeltjes uit Zn-Co-Cr ferriet ontwikkeld die opwarmen tot een temperatuur van 45°C, wat hoog genoeg is om kankercellen te doden, en die zich vervolgens zelf reguleren zodat ze niet te warm worden om gezond weefsel te beschadigen. Belangrijk is ook dat de nanodeeltjes ook weinig giftig zijn en waarschijnlijk geen blijvende schade aan het lichaam veroorzaken. De Engelsen werkten voor de ontwikkeling van de thermotherapiesessie samen met Dr. Wei Zhang, Associate Professor van de Dalian University of Technology in China.


Volgens een nieuwe studie van professor Ravi Silva, die in Nanoscale verscheen, zullen de zelfregulerende nanopartikels binnenkort kunnen gebruikt worden als onderdeel van hyperthermische thermotherapie bij kankerpatiënten. Magnetisch geïnduceerde hyperthermie is een niet nieuw maar bij de meeste magnetische materialen is de Curie-temperatuur veel hoger dan het menselijk lichaam kan verdragen. Pas door magnetische materialen te maken waarbij de Curie-temperatuur binnen het bereik van hyperthermietemperaturen daalt, kan de zelfregulering van therapieën worden bereikt. 

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

20:40 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

27 oktober 2017

NHS lanceert Airbnb voor ontslagen ziekenhuispatiënten


De Britse NHS kampt na zijn zware saneringsoperatie waarbij flink in het aantal ziekenhuisbedden gesnoeid werd, met een tekort aan bedden. En daar heeft de dienst een list op gevonden: de NHS is nu bereid families die over een extra kamer beschikken £50 per dag te betalen indien ze een ziekenhuispatiënt die herstelt van een operatie, wil opnemen. Het wordt dus een soort NHS Airbnb voor patiënten.


De organisatie wordt uitbesteed aan een privé bedrijf. De gastheer hoeft geen zorgervaring te hebben, wel moet hij een extra badkamer ter beschikking stellen en bereid zijn maaltijden te bereiden voor de patiënt. Officieel heet de dienst CareRooms. De regeling komt er voor patiënten die geen familie of kennissen hebben die hen tijdens de herstelperiode kunnen opvangen. Alleen al in Londen gaat het tienduizenden patiënten die anders zouden wegkwijnen in een ziekenhuisbed.


Uit cijfers die gisteren bekend gemaakt werden, blijkt dat na jaren van bezuinigingen de uitgaven in de sociale thuiszorg sinds 2009-10 dramatisch gestegen zijn en dat een groeiend aantal patiënten dagelijkse zorg zoals hulp bij wassen en kleden moeten ontberen. Alleen al in 2016-17 gaven de lokale overheden daarvoor 556 miljoen pond extra uit, een stijging van 1 procent ten opzichte van vorig jaar, waarvan het grootste deel gefinancierd moet worden door specifieke gemeentelijke belastingverhogingen.


De ziekenhuizen worden nu met de gevolgen van dit bezuinigingsbeleid geconfronteerd: enerzijds moeten zij duizenden bedden reserveren voor de wintergriep, anderzijds blijkt uit nieuwe berekeningen dat door de veroudering van de bevolking het aantal patiënten dat binnen een maand nazorg in het ziekenhuis nodig heeft, in de afgelopen vijf jaar met 23 procent is gestegen. Healthwatch Engeland maakt gewag van een tekort aan 529.318 ziekenhuisbedden in 2016.


Het bedrijf CareRooms zet een proefproject op voor ongeveer 30 patiënten die bij particulieren worden ondergebracht in samenwerking met de gemeente en het lokale ziekenhuis in Southend, Essex. De initiatiefnemer dokter Harry Thirkettle zegt dat CareRooms zich richt op patiënten die medisch in aanmerking komen voor ontslag en die geen cognitieve beperkingen hebben, maar die ofwel alleen wonen en geen steun hebben, ofwel mobiliteitsproblemen hebben. In het CareRoom lingo heet dat dan: "Iemand die een beenbreuk heeft gehad en niet in staat is om de trappen te nemen, en tot die breuk genezen is via ons in een accommodatie op de begane grond wordt ondergebracht ". Dr. Thirkettle werkte eerder als ambtenaar belast met de organisatie van dit soort noodhulp aan ontslagen kwetsbare personen. Gekwalificeerde verzorgers zouden de patiënten telefonisch en online monitoren en gastfamilie zou niet veel meer moeten bieden dan "een warme glimlach, een comfortabele schone room en enkele magnetronmaaltijden", aldus CareRooms.


CareRoom wil ook tussenbeide komen in het veilig ombouwen van de gastenkamer en badkamer en van de installatie van de beveiligingsapparatuur wat moet zorgen "voor een minimale impact en risico's op uw dagelijks leven ".


Helen Jones, van de Association of Directors of Adult Social Services, maakt zich zorgen. "Het beschreven zorgmodel roept vragen op over de veiligheid en het welzijn van de patiënt ", vertelt ze het Health Service Journal, dat de regeling vandaag onthult.

Marc van Impe


Bron: MediQuality

09:00 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

26 oktober 2017

Deze 1.366 medische ziekenhuisbehandelingen zijn onnodig


Nog een tip om te besparen! Hak in het aantal ziekenhuisinterventies. Slechts de helft van wat artsen in ziekenhuizen doen, is gebaseerd op wetenschappelijk bewijs, schreef de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra, NFU, koepel van de acht academische ziekenhuizen, een jaar geleden in een rapport.


Het blijkt uit internationale onderzoeken dat de andere helft van de ingrepen stoelt op gezond verstand, empathie, risicomijding, eerzucht en bedrijfseconomie. Er viel, zo concludeerden de onderzoekers, 'een wereld te winnen'.


Nochtans ging men ervan uit dat de Nederlandse arts meer dan welke Europese collega evidence based handelde. Tijn Kool, onderzoeker bij IQ Healthcare, aan het Radboud umc, nam de afgelopen jaren samen met collega's alle medische richtlijnen door en kwam tot een lijst van 1.366 niet-doen-verrichtingen. Een derde daarvan gaat over diagnostiek, 40 procent over medicatie. De nieuwe Nederlandse regering wil de komende jaren die hoeveelheid onzinnige zorg terugdringen.

Men gaat eerst uitzoeken hoe vaak overbodige behandelingen worden gedaan en waarom artsen die blijven uitvoeren. Artsen krijgen dan een beter-niet-doen-lijst van behandelingen die niet effectief zijn en waarvoor geen wetenschappelijk bewijs bestaat. Dat betekent een frontale aanvaring met de voorstanders van de zogenaamde evidence-based medicine.


‘Evidence-based' is de toverformule die is doorgedrongen "tot in de haarvaten van de praktijk", het beleid en de financiering van de zorg. EBM zou maken dat het accent in de zorg komt te liggen op externe verantwoording, transparantie, standaardisatie en controle. Eerst het bewijs leveren en dan pas toepassen. Wat volgt is een resem aan richtlijnen, protocollen, toezichtkaders, kwaliteitsindicatoren en zorgcontracten. De onderliggende aanname is dat bewezen zorg ook altijd goede zorg is.


Ik las in de krant recent een opiniebijdrage van Mieke Vermandere, coördinator van EBMPracticeNet. Het online platform van EBMPracticeNet www.gezondheidenwetenschap.be omvat meer dan 1.000 richtlijnen en 4.000 samenvattingen van wetenschappelijke publicaties. Het plaform baseert zich op de "Duodecim EBM Guidelines" van de UK National Health Service (NHS)en de bekende Cochrane Library. Wie het lemma Cochrane controversy intikt krijgt 468.000 resultaten.


Meestal gaat de controverse over weglatingen van relevante positieve gegevens en selectieve opname van negatieve gegevens uit trials. Wanneer bestaande en weggelaten gegevens uit relevante proeven worden gecombineerd, veranderen de resultaten van nogal eens van negatieve naar significant positieve resultaten wat tot categorieke stellingname leidt. Als dat zo is , is EBM dan niet vaak een illusie? Welk bewijs blijft er over en hoe is het tot stand gekomen en is het bewijs ook houdbaar in verschillende situaties?


En wat de kwaliteit van de zorg van de zo geroemde NHS betreft, die in ons land zo graag als voorbeeld wordt aangehaald: de overlevingskans bij kanker ligt in het Verenigd Koninkrijk achter op dat in andere Europese landen, zo blijkt uit een Zweedse studie die door de Britse farmaceutische industrie ABPI gefinancierd werd en deze zomer gepubliceerd werd. Deskundigen wijzen in die studie op gebrekkige richtlijnen en de noodzaak van een snellere diagnose en betere toegang tot behandelingen.


Uit de cijfers blijkt dat de uitgaven voor gezondheidszorg in het Verenigd Koninkrijk lager zijn dan het Europese gemiddelde. De kankerzorg in het VK is nauwelijks beter dan die in Bulgarije, aldus de onderzoekers van het Swedish Institute for Health Economics, dat zijn huiswerk maakte op basis van alle Europese kankerstudies die liepen van 1995 tot 2014. De tien kankertypes die werden vergeleken qua overlevingskans zijn borstkanker, longkanker, darmkanker, prostaatkanker, maligne melanoom, pancreaskanker, eierstokkanker en hematologische kanker (leukemie, Hodgkin lymfoom, en non-Hodgkin lymfoom).


Als de NHS dus de referentie is voor de Belgische gezondheidszorg dan heb ik daar ernstige bedenkingen bij.


De evidence-based benadering is al geruime tijd onderwerp van discussie en er zijn in de loop der jaren ook vele stappen gezet om de methoden van onderzoek te verfijnen en te differentiëren en de bewijsvoering te nuanceren. De dagelijkse realiteit van zorg en welzijn kent vele gezichten en zoeken naar eenduidig bewijs is een illusie en een onterechte simplificatie van wat goede zorg is. Wat we nodig hebben is bewijs in meervoud.


Artsen moeten die onzekerheid aanvaarden en de context van hun patiënten centraal stellen. Wetenschappers moeten erkennen dat wetenschappelijk bewijs altijd onaf is en steeds onderwerp moet blijven van nieuwe inzichten en ervaringen. Voor de overheid en toezichthouders betekent dit dat de kaders die zij stellen ruimte bieden aan een experimentele benadering van de zorgpraktijk, en dat zij zorgprofessionals en zorgorganisaties moeten stimuleren en niet sanctioneren om hiervan te leren en te verbeteren in de context waar de zorg wordt geleverd. De context moet het vertrekpunt zijn van goede zorg en het verabsoluteren van bewijs is uit den boze.


Artsen worden opgeleid om te handelen, niet om af te wachten. Een arts kan handelen omdat hij het zo heeft geleerd, of omdat al zijn collega's het zo doen. Of omdat zijn patiënt het zo vraagt en aandringt op een onderzoek. Of omdat geld een rol speelt. Niet behandelen levert immers niks op.

Met het schrappen van onzinzorg valt veel geld te besparen, zegt Ernst Kuipers, voorzitter van de NFU. Cijfers ontbreken nog maar Kuipers schat in dat alleen al het afschaffen van zinloos kijkonderzoek bij maagklachten in Nederland zo'n 20 miljoen euro kan opleveren.


Nog vragen: waarom worden infusen en katheters, bronnen van infectie, niet sneller verwijderd? Waarom vragen internisten zo veel nutteloze foto's en scans aan? Waarom worden verstandskiezen preventief getrokken. Waarom nog een halfjaarlijkse pilcontrole bij meisjes? Waarom prikken artsen bij kinderen met een middenoorontsteking standaard de oren door, terwijl pijnstilling net zo effectief is.


Meestal zijn de artsen zich er niet van bewust dat bepaalde diagnostische verrichtingen en therapeutische ingrepen geen aangetoonde toegevoegde waarde hebben voor de patiënt. Dat zijn de zogenoemde ‘lower value services'. Dit gebeurt veelal omdat zorgverleners zich er niet goed van bewust zijn bij welke groepen patiënten zorg (in-)effectief is of op welk moment in het ziekteproces een bepaald type zorg (in-)effectief is. Maar kiezen voor toegevoegde waarde is niet alleen goed voor de patiënt. Het betekent ook dat meer patiënten gebruik kunnen maken van de beschikbare zorg.


Het Nederlandse onderzoeksprogramma wil die interventies in kaart brengen waarvan wetenschappelijk is aangetoond dat zij geen toegevoegde waarde hebben voor de patiënt of zelfs schadelijk zijn. Daarnaast interventies opsporen waarbij zorgverleners beter terughoudender kunnen zijn dan ze gewend waren en zorghandelingen opsporen waarvan de waarde voor de patiënt wel is aangetoond, maar die alleen voor een beperkt deel van de patiënten effectief is.
In de eerste fase (1 april 2015 tot 1 april 2016) keek het projectteam in de wetenschappelijke literatuur en in de Nederlandse richtlijnen welke zorg in aanmerking komt om te worden teruggedrongen. Dit heeft geresulteerd in de fameuze lijst met meer dan 3.000 aanbevelingen. Nu wordt in een tweede fase (1 april 2016 tot 1 oktober 2018) gekeken wat er nodig is om lower value services te deïmplementeren. Wat zijn effectieve strategieën, wat zijn noodzakelijke randvoorwaarden en wat zijn de verwachte en de daadwerkelijk geobserveerde faciliterende of belemmerende factoren? Aandachtspunten kunnen bijvoorbeeld zijn: aanpassing van financiële prikkels, gedragsbeïnvloeding van zorgverleners door herscholing, gedragsbeïnvloeding van patiënten met behulp van patiëntenverenigingen, kennis over het bestaan van lower value services.


In de derde fase (1 maart 2018 tot 1 september 2018) zullen de universitaire ziekenhuizen hun kennis verspreiden. Op basis van de ervaringen en opgedane kennis in de tweede fase van het programma en de bestaande literatuur wordt een deïmplementatiegids opgesteld. Aan de hand van dit project wordt afstand genomen van de zogenaamde evidence based medicine en wordt het pad uitgetekend naar context-based practice waarbij naast wetenschappelijk bewijs ook andere aspecten meegenomen worden in de besluitvorming.


Op die manier wordt een ander perspectief geschetst, een perspectief dat de context als vertrekpunt kiest en het verabsoluteren van bewijs afwijst. Deze overheid kiest dus voor de discussie over de kracht van verschillende genres van goede zorg en niet voor het van bovenaf opgelegde dictaat.


Voor meer informatie zie https://www.doenoflaten.nl/ en http://www.abpi.org.uk/our-work/library/industry/Pages/Comparator-report-on-patient-access-to-cancer-medicines-in-Europe-revisited---A-UK-perspective.aspx en http://cancercomparator.abpi.org.uk/

Marc van Impe

Bron: MediQuality

19:46 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)