08 april 2016

Boze patiënten eisen onnodige onderzoeken

Therapeutische hardnekkigheid is een oud zeer dat maar moeilijk uit te roeien is. Maar er kondigt zich een nieuwe aberratie aan: de patiënt die geen genoegen neemt met de diagnose en de behandeling die zijn arts hem voorstelt, en de arts die toegeeft, uit angst voor een klacht. In zo’n geval is de behandeling overbodig, maar de patiënt blijft aandringen. Geeft de arts niet toe dan loopt de patiënt naar een collega, die wél toegeeft.

En als het tegenzit gaat hij klagen bij de ombudsdienst van het ziekenhuis. Maar erger is de lawine aan boze reacties op de sociale media. En er zijn altijd ‘lotgenoten' die zich in zo'n situatie herkennen en er een schepje kwaadsprekerij bovenop doen. In het slechtste geval volgt er een klacht bij de Orde. Die meestal non sequitur krijgt.

U herkent zo'n geval wel: de bloedtesten zijn normaal, sommige waarden zijn net op het randje, maar niets om zich zorgen over te maken. Maar de patiënt gelooft u niet. Want op het internet heeft hij zijn diagnose al lang gevonden. Vervolgens volgt zijn relaas op het online patiëntenforum. Meestal is de betrokken arts daar zelf aanvankelijk niet van op de hoogte. Ondertussen gaat de roddel en laster verder en komt het van kwaad tot erger. De reputatieschade wordt concreet. En tot overmaat van ramp is er een onverlaat van een collega die meent zijn commentaar te moeten geven. Een uitkomst in zo'n geval kan een second opinion zijn, maar vaak volgt een third opinion. Om tot dezelfde conclusie te komen: met deze patiënt is er niks aan de hand.

In Nederland voerden de  Stichting Beroepseer en beroepsorganisatie VVaa daar onderzoek naar onder ruim 1.100 artsen. Daaruit blijkt dat veel artsen soms handelen uit angst voor schadeclaims of klachten van de patiënt, familie of de zorgverzekeraar. Veel artsen voelen zich gevangen in een spagaat: aan de ene kant willen overheid en zorgverzekeraars dat de zorg goedkoper wordt. Aan de andere kant zijn patiënten steeds mondiger en wantrouwender, waardoor artsen soms onder druk worden gezet om extra behandelingen en onderzoeken te doen.

Mensen verwachten vaak het onmogelijke, zegt een dokter die ik hierover aanspreek. Hij werkt in een groepspraktijk en is gespecialiseerd in reumatoïde aandoeningen. "Vaak is de patiënt al een tijdje op de dool, hij voelt zich echt miserabel, wil een kant en klare oplossing, en als dat niet lukt, neemt hij geen genoegen met een negatief antwoord. In plaats van gerustgesteld voelt hij zich nu nog meer in de steek gelaten. Uiteraard is het goed dat patiënten mondiger is geworden, dat hij geleerd heeft zijn verwachtingen nauwkeuriger te omschrijven. En dat hij daarbij soms derapeert in het gebruik van medische vaktermen, daar reageer ik niet eens op.  Maar als hij zich niet meer gerust laat stellen, dan wordt het zorgelijk."

De cultuur van de letselschadeadvocaten heeft in ons land nog niet afmetingen genomen die ze in de Angelsaksische landen heeft. Recent nog op een congres in de VS had een advocatenbureau een stand met een banner met daarop in Barnum & Bailey stijl de slogan: No cure, no pay. De meesters van de wet boden de verzamelde oncologen hun diensten  aan. Diezelfde avond zie ik mijn hotelkamer dezelfde advocatenvennootschap zijn diensten aanbieden aan de kijkende patiënt.  Een hele slechte ontwikkeling. Het is bekend dat advocaten van alle walletjes eten.

Enkele weken geleden stelden we u de vraag hoe u zou reageren op de oproep van de Nederlandse minister Edith Schippers die patiënten aanraadt een opnameapparaat mee op consultatie bij de arts te nemen. Zo'n opname kan patiënten helpen om hun gedachten op een rij te zetten en beslissingen te nemen, dacht de minister.  Er zouden wel regels gelden voor het opnemen van gesprekken. Zo mogen de opnames niet worden verspreid en zijn ze alleen bestemd voor eigen gebruik. Het is niet verplicht om toestemming voor de opname te vragen, maar het is wel aan te raden, schrijft Schippers.  Als de arts niet wil dat het gesprek wordt opgenomen, is hij verplicht de informatie schriftelijk mee te geven als de patiënt dat wil., dan zijn gesprekken altijd terug te luisteren.

Ik ben van mening  dat dit alleen maar het wantrouwen voedt van patiënten. U deelt duidelijk die mening, zo blijkt uit onze recente peiling: 72% vindt dat een geluidsopname niet nuttig zou zijn voor de patiënt. Sterker nog: 69% vindt het niet aanvaardbaar dat een patiënt een geluidsopname maakt zelfs als hij/zij hiervoor toestemming vraagt.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

09:06 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

07 april 2016

Voici comment la presse travaille

Avez-vous aussi été frappés ces dernières semaines par le fait que les médias lancent quotidiennement la nouvelle d’une petite querelle qui secoue le Landerneau politique et dont vous n’entendez plus parler du tout deux jours après ? La querelle débute généralement dans l’un ou l’autre programme radiophonique quand un journaliste, qui demeure soigneusement discret, téléphone à un politicien qui est tout juste en train de prendre son café matinal, pour lui poser une question qu’il n’a pas imaginée lui-même mais sur laquelle toute la rédaction a planché durant une semaine entière.

La question commence par le préalable « est-ce vrai que… » et suit alors la supposition. Elle est souvent à ce point abracadabrante que vous pouvez aisément vous imaginer à travers une fantaisie animée comment un petit groupe de chevaliers de la plume légèrement éméchés sont capables de concocter une blague au café du comptoir du café "Au petit menteur". Le politicien se saisit, avale de travers et fournit en fin de compte une réponse qui fera passer des nuits blanches à son porte-parole pour tout le reste de la semaine. Dans le courant de la matinée, une fois la question reprise par les collègues d'autres émetteurs, le téléphone va sonner chez plusieurs politiciens. « Comment réagiriez-vous à la supposition selon laquelle… » Et la querelle est née.

Cette rumeur est, bien entendu, reprise à la réunion de rédaction du journal. Les chefs et les correspondants de la rue de la Loi vont pouvoir consulter leurs « sources bien informées dignes de foi ». Celles-ci doivent, bien sûr, à leur tour trouver une réponse raisonnablement cinglante. C'est l'après-midi quand les commentateurs se risquent à une première épreuve : une ébauche d'éditorial. Des spéculations ont libre cours à propos de la chute imminente du gouvernement alors qu'arrive le journal télévisé de dix-neuf heures. L'opposition a-t-elle préparé sa réponse ? On téléphone à des invités au débat de fin de soirée. Le réquisitoire connu est déjà transcrit : « vous nous dites bien maintenant que, mais…, » « est-ce que je vous comprends bien quand vous… » Ce sont toutes des affaires et des assertions dont la personne interviewée n'a jamais parlé, pas même imaginé, mais qui sortent tout droit du carquois d'un philosophe diplômé qui croit qu'il ou elle doit se mettre en évidence avant tout. Il est onze heures du soir quand les confirmations et les démentis commencent tout doucement à s'éteindre. Les journaux ouvriront sur cette information le matin suivant. Si les conditions ne sont pas favorables, la querelle peut encore persister un jour ou deux. Mais si cela se passe bien, plus personne ne s'en souciera.

J'y pensais en lisant dans le journal que Maggie De Block demeure la politicienne la plus populaire du pays. Les suspects habituels, Michel, De Wever et Peters ont heureusement eu la sagesse de ne pas tomber dans le piège béant. Et puis est survenue la fusillade de Forest. Même un philosophe ne peut rien y faire. Après toutes ces affligeantes manifestations et tous ces pénibles tambourinements, j'ai décidé de clore la journée en dégustant un petit verre très catholique de Malt Carolus.             

Marc van Impe



Source: MediQuality

08:50 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

06 april 2016

Is wilskracht een illusie? Nog een psychologische theorie op de helling.

Bestaat ego-depletion wel? U kent wel die toestand van uitputtende zelfbeheersing, die maakt dat je toegeeft aan je impulsen ook al weet je best dat het niet mag. Dat je toch te snel gaat rijden tijdens een lange rit op de autoweg ook al heb je je cruise control op 120 gezet. Omdat je net een fikse ruzie achter de rug hebt. Dat mensen zichzelf maar beperkt kunnen inhouden, lijkt logisch. Ego-depletion heet dat in psychologenvaktaal. Maar dat hele concept wordt in een nieuwe studie die zopas verscheen online bij Perspectives on Psychological Science (PoPS) op de helling gezet.

Het beroemdste onderzoek naar ego-depletion, van het koppel Roy Baumeister en Dianne Tice van Case Western Reserve University, verscheen in 1998 in de Journal of Personality and Social Psychology (https://faculty.washington.edu/jdb/345/345%20Articles/Baumeister%20et%20al.%20(1998).pdf en werd meer dan 3000 maal geciteerd.  Het experiment verliep als volgt: Twee groepen proefpersonen werden ontvangen in een ruimte vol versgebakken chocoladekoekjes. De helft van hen werd ingedeeld in de radijsjesgroep en mocht er niet aan komen. De andere van de koekjesgroep mocht zich tegoed doen.

De radijzen hielden het uiteraard   niet vol en snoepten na een tijdje ook van de koekjes. Daarna begon het eigenlijke experiment en moest elke deelnemer een onoplosbare puzzel trachten op te lossen. Zij die van de koekjes gesnoept hadden en hun frustratie vermeden hadden hielden het 19 minuten vol. Zij die het keurig bij radijzen gehouden hadden en dus gefrustreerd waren hielden het amper 8 minuten vol. De auteurs noemden dit effect "ego depletion" en stelden dat dit een fundamenteel aspect van de menselijke geest aantoonde: we hebben allemaal een beperkte dosis wilskracht, die vermindert door overmatig gebruik.

In 2011 schreven Baumeister en John Tierney van de New York Times een bestseller over dit fenomeen:  Willpower: Rediscovering the Greatest Human Strength, waarin ze de lezer ervan probeerden te overtuigen dat men door training zijn kon vergroten, net zoals men een spier kan ontwikkelen. Je karakter kan letterlijk opgebouwd worden, zei Baumeister.

Een psychologisch experiment moet echter herhaald kunnen worden, wil het enige waarde hebben. En hier bleek dat heel wat onderzoekers dit effect niet konden vinden. Twee Australische psychologen, Martin Hagger en Nikos Chatzisarantis (Curtin University), namen daarom twee jaar geleden het initiatief om onderzoeksteams van verschillende universiteiten allemaal hetzelfde, vooraf vastgelegde onderzoek te laten doen. Proefpersonen kregen twee spelletjesachtige computertaakjes, waarvan het eerste de helft van de proefpersonen zelfbeheersing kost en de andere helft niet, en het tweede iedereen zelfbeheersing kost.

De Australiërs hadden de opzet ervan overlegd met Baumeister; 23 onderzoeksgroepen van over de hele wereld (waaronder 4 Nederlandse) rondden het onderzoek volgens plan af. En de meta-analyse over de gecombineerde resultaten, die nu in PoPS staat, toont géén ego-depletion. Dat betekent dat áls ego-depletion al bestaat, schrijven de Australiërs, dat het een klein effect is, „dichtbij nul".

Baumeister is uiteraard niet blij met dat resultaat. In een reactie, ook online bij PoPS, schrijft hij de gebruikte experimentele procedure achteraf ‘dwaas' te vinden. Eerder al was uit een serie meta-analyses gebleken dat ego-depletion niet of nauwelijks was vast te stellen ( Journal of Experimental Social Psychology: General , 2015). En in een vooraf geregistreerd experiment, laatst in Plos One , waarin een eerder succesvol door Baumeister gebruikte taak werd ingezet, werd ook geen ego-depletion gevonden.

Baumeister gaat nu een eigen replicatieproject opzetten. Dat moet hij wel want hij ontving van de Templeton Foundation, een religieus geïnspireerde mecenas voor wetenschappelijk onderzoek, een beurs van om en bij de 1 miljoen $. Wilskracht is niet toevallig een fundament van nogal wat religies.

Het is niet de eerste keer dat een fundamenteel idee in de psychologie wordt aangevochten. De "reproduceerbaarheid crisis" in de psychologie, en op vele andere terreinen, is inmiddels een feit. Afgelopen zomer bleek uit een studie die 100 psychologie-experimenten één voor één trachtte te repliceren dat slechts 40 procent van die replicaties succesvol waren.

De Baumeister theorie over wilskracht is echter niet zomaar een idee, het is een fundament, een zogenaamd Big Idea, waarop de moderne psychologie zijn hele structuur heeft gebouwd.   Nu blijkt dat ego-depletion volledig nep zou zijn, blijkt dat een hele tak van de wetenschap, en daarmee ook de carrières van de wetenschappers die de theorie enthousiast onderschreven en uitwerkten, rust op een onjuiste premisse. De vergelijking met Freud en de psychoanalyse is snel gemaakt. Als zo'n rotsvaste zekerheid in elkaar stuikt, wat is dan de volgende? Dat is niet alleen verontrustend. Dit is angstaanjagend.

Maar het is ook niet nieuw. De psychologie heeft altijd onder vuur gelegen. Meer dan een eeuw geleden schreef de psycholoog William James dat het onderzoeksterrein dat hij zelf mee gecreëerd had nooit zijn onvolmaaktheid en verwardheid zou ontstijgen. Overigens worstelen alle wetenschappen met replicatieproblemen.  Gedragsgenetica en psychiatrie zijn misschien wel veel minder geloofwaardig dan psychologie, en snaar- en multiversum-theoretici hebben zelfs geen empirische resultaten om te repliceren!

Ik vind het wel bemoedigend dat psychologen niet aarzelen om de zwakke punten in hun onderzoeksterrein bloot te leggen en op zoek gaan naar manieren om deze te overwinnen. Dat bewijst dat  de psychologie als wetenschap aantoonbaar gezonder is dan vele andere disciplines die pretenderen de waarheid in pacht te hebben.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

09:00 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)