11 februari 2016

Dieet helpt beter bij afvallen dan lichamelijke inspanning

Wil je overtollige kilo’s kwijt, vergeet dan dat bewegen? Kies dan liever voor een dieet. Bij lichamelijke inspanning gebruikt je lichaam namelijk nauwelijks meer energie dan wanneer je op de bank hangt. Die conclusie trekken wetenschappers die bij driehonderd proefpersonen zeven dagen de lichaamsbeweging en de gebruikte energie hebben gemeten. Sporten kost energie, maar blijkt zelden tot een lager gewicht te leiden. Dat heet de beweegparadox.

Het internationale onderzoeksteam, dat publiceerde in Current Biology, ging minutieus te werk. Om het energiegebruik nauwkeurig vast te leggen dronken de proefpersonen met stabiele isotopen 'gelabeld' water. Bij het gebruik van energie ademden zij de isotopen uit. Hoe minder isotopen de onderzoekers achteraf in een urinemonster terugvonden, hoe meer energie de proefpersonen hadden gebruikt. Daarnaast mat een draagbare versnellingsmeter hoeveel fysieke inspanning de proefpersonen dagelijks leverden. Bij de 60 procent minst actieve proefpersonen nam het energiegebruik bij extra inspanning nog licht toe, tot maximaal 200 calorieën per dag (een halve portie pasta). Maar daarboven, bij de echte actievelingen, stagneerde het energiegebruik.

Ons lichaam compenseert sport met luiheid. Het energiegebruik wordt dus gecompenseerd door te besparen op de basisstofwisseling. Volgens de onderzoekers past het lichaam zich bij extra inspanning zodanig aan dat minder energie wordt gebruikt voor deze 'basisstofwisseling'. Per saldo gebruik je dus evenveel energie bij méér inspanning. Bovendien gaat men door te sporten efficiënter bewegen en kost de inspanning nog minder energie. Dat je niet afvalt van sporten betekent overigens niet dat stilzitten goed voor je is. Minstens 30 minuten per dag flink actief zijn is cruciaal om lijf en leden in goede conditie te houden. Wil je afvallen, dan zul je toch naar andere methoden moeten zoeken.  Er is maar één advies. Minder eten.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

15:33 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

10 februari 2016

Euthanasiedebat: wanneer wil de patiënt echt dood?

Mensen met ernstige dementie moeten euthanasie kunnen krijgen, ook als ze dat zelf niet meer kunnen uiten, aldus de nieuwe Nederlandse richtlijn. Er moet dan wel een wilsverklaring liggen uit de tijd dat ze nog helder van geest waren. Tot voor kort bestond de kans dat als het niet duidelijk was of de euthanasiewens nog bestaat op het moment dat de patiënt niet meer duidelijk kan aangeven wat hij wil, de arts de euthanasie niet uitvoerde. De nieuwe handreiking is opgesteld om die onduidelijkheid weg te nemen.

Demente patiënten wekken soms de indruk dat ze niet ondraaglijk lijden aan hun dementie, maar wel aan de bijkomende lichamelijke aandoeningen, zoals ernstige benauwdheid of pijn, staat in de nieuwe handreiking.

"In die gevallen mag een dokter euthanasie toepassen, ook als een patiënt dit niet meer duidelijk kan maken in woord of gebaar. Maar er moet dan wel een schriftelijk euthanasieverzoek zijn, dat de patiënt eerder heeft opgesteld."  In de vorige handreiking van de artsenorganisatie KNMG uit 2012 staat nog dat een patiënt zelf moet kunnen aangeven dat hij echt uit het leven wil stappen. Dat maakte het voor artsen erg moeilijk aan een eerder vastgelegde euthanasiewens tegemoet te komen, ook als er een verklaring was. De artsenorganisatie KNMG, is blij met de duidelijkheid die de handreiking verschaft.

Rutger Van der Gaag, voorzitter van de KNMG benadrukt echter dat "Er blijven gevallen waarin je geen euthanasie kunt verlenen, omdat de patiënt niet weet waar het over gaat. Je kunt niet tegen iemand die niet dood wil zeggen: 'U heeft het opgeschreven, dus gebeurt het'. Dat is niet aan de orde." Volgens Van der Gaag speelt de discussie niet zozeer tussen artsen, maar zit het debat meer tussen de arts en de maatschappij. "Artsen zijn daarbij de waakhond om te zorgen dat niemand tegen zijn wil of op gezag van een ander geëuthanaseerd wordt."

Voor de commentatoren was wel nieuws van het hellende vlak: hoe ‘uitdrukkelijk' moet zo'n doodsverzoek zijn. Specifiek: wat doe je met de euthanasiewens van dementerende personen, die niet meer kunnen communiceren. Telt die vroegere euthanasiewens nog? Tot hoever reikt de zelfbeschikking – en over welke ‘zelf' beschik(te) je eigenlijk. Ook over je demente zelf? Of is dat een andere persoon, wiens wil onverstaanbaar is? Volgens de jurist en NRC-opiniemaker Folkert Jensma  zijn lijden onder dementie en onder het vooruitzicht van dementie verschillende condities. Hierover is een stevige discussie ontstaan. Trouw-columnist Bert Keizer, tevens verpleeghuisarts, zegt dat dit ethisch onverantwoord is. Keizer concludeert dat een arts een demente man of vrouw die daar niet onder lijdt, maar wel benauwd is of veel pijn heeft, dus mag doden, indien er een wilsverklaring is.

Keizer: "Een arts die zoiets doet, schuift alle kennis over palliatieve geneeskunde terzijde. Het lijkt mij een tuchtwaardig vergrijp".  Jensma vraagt af of het niet ook strafbaar is. Angst, agressie, onrust, benauwdheid of pijn bij demente patiënten interpreteren als een „uitdrukkelijke" wens om uit het leven te worden geholpen? "De minister keurt het goed, de euthanasielobby verwelkomt het als een ‘minder streng' beleid, de KNMG houdt het voorzichtig bij een ‘precisering' van staand beleid en niet een echte verandering.

Ik denk dat dit rijtje symptomen niet houdbaar is als een uitdrukkelijke bevestiging van een eerdere wilsverklaring. Dementie is een staat van verwarring, vergeetachtigheid en desoriëntatie, als gevolg van verminderde hersenwerking. Om dan bijkomende symptomen te duiden als een spontane, fysieke vertaling van de euthanasiewens lijkt mij een doelredenering. Je kan met evenveel recht beweren dat het juist de angst en onrust voor de dood zijn, die zich tonen. En niet de angst verder te leven. Niemand weet het echt."

Ik vrees  dat het mensen ertoe kan brengen euthanasie te vragen voordat ze echt dement zijn. Die gaan dan ‘te vroeg'. De schrijfster Aleid Truijens die een boek schreef over een klaar-met-leven-wet, dat zich afspeelt in 2025, zegt het zo: "op een zonnige ochtend komt de arts je kamer binnen. Hé de dokter. Hij komt deze keer niet naar je hart luisteren. Vandaag geeft hij je een spuitje. Vandaag is de dag van de dood."

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

09:30 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

09 februari 2016

Met een kankergezwel op je huid ga je toch ook niet naar de slager ?

“Met haar plan om voortaan alleen nog universitairen te erkennen als psychotherapeuten legt minister Maggie De Block haar medische logica op", schreef Koert Eeckhout in De Standaard van 21 januari, en maakte zich vervolgens boos. De beslissing is, wat De Block betreft, nu gevallen en de vraag is wat er tegen deze medische logica in te brengen is. De heer Eeckhout is van opleiding arbeids- en organisatiepsycholoog, blijkt een adept (in opleiding) te zijn van gestalttherapie, werkt als gesprekstherapeut én in de jeugdzorg. Als psychotherapeut zou hij volgens de nieuwe criteria die eraan komen niet langer erkend worden.

In zijn betoog haalt hij er de edele principes van de participatie, het luisteren naar de basis en burger­initiatieven bij. Het klinkt mooi als het moet gaan over de plaatsing van een windmolen in je achtertuin maar wat dit te maken heeft met de geestelijke gezondheidszorg, blijft voor mij een onbeantwoorde vraag. Geen zinnig mens die een breed maatschappelijk debat wil organiseren over de opleiding van artsen. Dat laten we over aan deskundigen.

"Universiteiten hebben geen monopolie op kwaliteit en een universitaire opleiding is geen absolute garantie voor de goede uitoefening van een beroep. Dat er criteria komen voor instituten die een psychotherapie-opleiding organiseren, is begrijpelijk, dat er minimumvoorwaarden zijn om zo'n vierjarige opleiding te starten ook. Maar bachelors helemaal uitsluiten gaat te ver. Als maatschappij denken we steeds minder vanuit diploma's en steeds meer vanuit competenties en talenten." Tot zover Eeckhout, die vind dat er een breed debat had moeten komen. Het doet me allemaal denken aan 1968 en de jaren van inspraak en opspraak. Het heeft tot niet veel goeds geleid, alleen tot meer verwarring.

Iedereen mag zich psychotherapeut noemen in dit land. Psycholoog ben je pas zeker van je titel sinds 1993. We hebben aan de opeenvolgende socialistische ministers van Volksgezondheid te danken dat het tot 2014 geduurd heeft voor onder de regering-Di Rupo de wet-Muylle werd goedgekeurd die het beroep van klinisch psycholoog erkend als gezondheidsberoep.

De adepten van het wetenschappelijk socialisme hebben een voorliefde voor allerlei ge-alterneut, zoals overigens blijkt uit de wet Colla. Die wet-Muylle legt ook de criteria vast voor de beroepsuitoefening van de psychotherapie. Het over de uitvoeringsbesluiten van deze wet dat onze gestalttherapeut valt. Hij is arbeidspsycholoog en zoals Maggie De Block de wet wil uitvoeren komen alleen artsen, klinisch psychologen en orthopedagogen in aanmerking.

Volgens professor Wouter Duyck van de Universiteit Gent is dat een goede zaak. "Er is veel kwakzalverij," zegt de voorzitter van de opleidingscommissie psychologie. Ook professor Nady Van Broeck, programmadirecteur van de psychotherapie-opleiding aan de KULeuven, adviseur bij de Hoge Gezondheidsraad en psychotherapeute,  is het daarmee eens. Volgens haar heeft de jarenlange laksheid van de opeenvolgende ministers bijgedragen tot het hoge zelfmoordcijfer in ons land.

Voor Van Broeck zijn de enige vier empirisch onderbouwde scholen de cognitieve gedragstherapie, de systeemtherapie, de experiëntele en de psychodynamische therapie. Al de rest is pseudowetenschap, ook de psychoanalyse, de gestalttherapie, de Lacaniens, en de mindfulnessadepten. Van Broeck zei een paar weken geleden in De Standaard Magazine dat zelfs sommige psychodynamici  knettergek zijn.

"In Wallonië hebben ze gruwelijke fouten gemaakt, zoals autisme verklaren als een probleem in de relatie met de moeder. Dat is larie: we weten al lang dat het een aangeboren stoornis van het informatieverwerkingssysteem is.  Maar tot vandaag zijn er psychologen die de moeder behandelen omdat haar kind autisme heeft."

En zoals er gedragstherapeuten zijn die pretenderen dat ze auto-immuunziekten kunnen genezen. Beide academici zijn het erover eens dat er veel kaf onder het psychologische koren zit.  Van de geleerde vrouw heb ik geleerd dat niet weinig mensen die psychologie studeren dat nogal vaak doen omdat ze met zichzelf in de knoop liggen. Het is de vraag of ik van zo iemand therapeutische hulp wil krijgen.

Het is überhaupt de vraag waar je wél echte psychotherapeutische hulp kan krijgen. Vaak lees en hoor ik de media zogenaamde psychotherapeuten die met psychologie niets van doen hebben. De keuze is groot: van een gewezen omroepster, over een verpleegkundige tot een regent godsdienstwetenschappen die zijn patiënten meeneemt naar een Grieks eiland en daar tussen de tzaziki en de ouzo door zieltjes knijpt. De website http://www.vind-een-psycholoog.be/ is voorbehouden voor masters, die eventueel een bijkomende opleiding vermelden.

Op www.vindeentherapeut.be kan iedereen adverteren. En op www.compsy.be vind je psychologen die lid zijn van de psychologencommissie, maar leer je niet of je psycholoog een van de vier therapieopleidingen gevolgd heeft. Ik wil u een laatste uitspraak van professor Van Broeck niet onthouden: "Met een kankergezwel op je huid ga je ook niet naar de slager." Waarom zou je dan met een deuk in je ziel naar een zelfbenoemde mental coach gaan?

Regeringspartner CD&V is het niet eens met het standpunt van de minister van Volksgezondheid dat alleen bepaalde masterdiploma's worden erkend, waardoor heel wat mensen uit de boot zouden vallen. De partij verdedigt daarmee de belangen van haar zusterorganisatie beweging.net, die in nogal wat eigen centra psychologische hulp en therapie verstrekt en waar die specifieke masters eerder een uitzondering zijn.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

15:24 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)