14 mei 2017

Tijd voor een richtlijn voor de opname van het consultatiegesprek


Patiënten mogen stiekem opnames maken van een gesprek met hun dokter én ze mogen die ook gebruiken als bewijsmateriaal in een rechtszaak, zegt meester Evelien Delbeke, gastprofessor leerstoel Gezondheidsrecht en Gezondheidsethiek aan het Ahlec.


AHLEC staat voor Antwerp Health Law and Ethics Chair. Dit komt dat niet in conflict met het privéleven, aldus Delbeke, die zich baseert op een arrest van het Hof van Cassatie van 17 november 2015, in een zaak tussen cliënt en advocaat. Volgens mij gaat de juriste kort door de bocht. De cliënt maakte heimelijke geluidsopnamen zijn gesprekken met zijn advocaat, omdat hij hem ervan verdacht dat die hem wou oplichten. Er was dus fundamenteel wantrouwen vanwege de cliënt. Maar ik me moeilijk voorstellen dat dit de basis is voor een relatie tussen de arts en zijn patiënt.  Zoals dokter Marc Moens al zei: "Waarom gaat die patiënt dan langs bij die arts, vraag ik me af?" De zaak ligt anders als men als patiënt uitgenodigd wordt op gesprek bij een verzekeringsarts. Daar kan wantrouwen gepast zijn.


Toch ben ik niet a priori gekant tegen de opname van een consultatiegesprek mits toestemming van de arts. Uit Nederlands onderzoek –maar daar is de burger een stuk mondiger – blijkt dat één op de drie artsen daar wel eens heeft meegemaakt dat het gesprek met de smartphone werd opgenomen. De Nederlandse overheid wil het recht op opname zelfs inschrijven in de wet.


De verwachting is dat patiënten dit immers steeds vaker zullen willen doen. Patiënten onthouden door spanning, emoties en medisch taalgebruik niet alle informatie die een arts tijdens een gesprek geeft. De behandeling kan daar onder lijden. Net zo goed kan de patiënt iemand meenemen die noteert wat de arts zegt.


Een geluidsopname kan patiënten dus helpen om grip te krijgen op hun ziekteproces, zich verder daarin te verdiepen en zich voor te bereiden op wat nog komt. Maar voor heel wat artsen voelt zo'n opname ongemakkelijk aan.


Onvermijdelijk zal dit van invloed zijn op de wijze waarop arts en patiënt met elkaar communiceren. Opname laat de non-verbale communicatie niet horen, wat tot verschillende interpretaties van het gesprek kan leiden. Door het opnemen van het gesprek zouden patiënten zich ook op een andere manier kunnen gaan gedragen. Ook zou dit leiden tot over-diagnostiek en overbehandeling.


En dan is er het risico dat het gesprek via de social media zijn eigen leven gaat lijden. Nu al circuleren er op chatsites de meest fantastische, ingebeelde verhalen over wat sommige artsen hun patiënten zouden toevertrouwd hebben. Komt daarbij dat, volgens Belgisch onderzoek, 1 op de 4 artsen al eens geconfronteerd werd met romantische gevoelens bij een patiënt(e). Men kan zich voorstellen wat gemonteerde geluidsopnames teweeg kunnen brengen.


In elk geval moet de juridisering van de arts-patiëntrelatie vermeden worden.


Daarom zou het nuttig zijn dat de overheid een richtlijn opstelt die bepaalt dat opname voor privégebruik én na de arts hierover te hebben ingelicht, mag. De arts zou bepaalde patiënten, die bijvoorbeeld (beginnende) geheugenproblemen manifesteren, actief kunnen uitnodigen om het gesprek op te nemen. Basisvereiste is dat de geluidsopname alleen voor eigen gebruik bedoeld is.


Openbaar maken op internet moet uitdrukkelijk verboden worden. De arts zou daartoe ook een aankondiging in de wachtkamer kunnen plaatsen. Overigens verdient het aanbeveling in voorkomend geval zelf een kopie van de opname te maken, zodat bij meningsverschillen weerwoord mogelijk is. Elektronische patiëntendossiers bieden overigens de mogelijkheid om er geluidsopnames aan toe te voegen.


Tenslotte nog dit: niet elke patiënt (op leeftijd) is even digitaal geschoold als een tienjarige. Daarom - en omdat voorkomen beter is dan herstellen - waarom zou u als arts zelf niet aanbieden het gesprek op te nemen, om dat na afloop digitaal op te slaan in het elektronisch patiëntendossier, wat de patiënt dan ook thuis kan terugluisteren.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

09:45 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

13 mei 2017

Minder groen in de stad is gezonder



Nu het christendom op zichzelf terugplooit tot een verzameling nobele principes waarop onze zogenaamde joods-christelijke beschaving gebaseerd zou zijn –waar ik ernstige bedenkingen bij heb- steekt een nieuwe godsdienst de kop op. Ik heb het niet over de islam – dat maakt de krampen van zijn verlichting mee- maar over het Vitalisme.


De leer die gelanceerd werd door de groene kinderen van de babyboomers die, eigen aan de jeugd, ervan uitgaan dat zij het grote gelijk aan hun kant hebben. Ook in de oceaan van de geneeskunde trekt die stroming zijn vervuild estuarium.


Het zijn die mensen die ervan uit gaan dat als iets het label biologisch geeft het een absolute meerwaarde heeft. Natuurlijke suiker is beter dan suiker uit het rek van de supermarkt. Vuil zout uit de Guérande is smakelijker dan uit een pak van 0.80 euro. En zelfgemaakte yoghurt van bloemetjes is beter dan de Griekse variant van Danone. Het is het geloof dat als iets niet gefabriceerd, geraffineerd of geconfectioneerd is, het niet bezield is van een vonk.


Een levenskracht die doodgaat vanaf het moment dat er een computergestuurd proces aan te pas komt. Ooit geloofde de wetenschap dat dieren, planten en dus ook de mens, kortom alles wat uit organische stof bestond, bezield waren door die vonk. Tot in 1828 Friedrich Wöhler ureum in een buisje maakte, een organische stof die tot dan toe alleen in lever en nieren gefabriceerd werd. Het was de ontdekking van de chemie en dat heeft ons veel voordeel opgeleverd. Maar daarmee was het vitalisme niet dood verklaard. De homeopathie is daarvan een bewijs. Homeopathie is veilig, het geloof erin gevaarlijk, zegt de Gentse filosoof Maarten Boudry in Illusies voor gevorderden.


De heimwee naar "natuurlijk" is veel ouder dan het New Age tijdsgewricht. De nazi's bijvoorbeeld geloofden niet in synthetische vitamine C en plantten daarom rozebottels bij de kilometer. Het heeft ons rozebottelsiroop opgeleverd. Ik ga al lang niet meer in tegen kennissen die in elke magnetron, elk label met een E-nummer, elk gentech aardappelveld een samenzwering zien van het groot industrieel complex dat ons samen met Semieten, immigranten en HLGBT (lesbian, gay, bisexual, transgender) naar de verdommenis wil helpen.


Ik vrees dat de huidige dieetgoeroes die tegen de vetzucht ten strijde trekken in hetzelfde bedje ziek zijn. Vetzuchtwetenschap is geen natuurwetenschap maar een gedragswetenschap en heeft als dusdanig aan alle manco's van die tak van sociologie te lijden: een sterk overtuigd zijn van het eigen gelijk en weinig of geen bewijs van het grote gelijk, wegens het niet herhaalbaar zijn van zogenaamde proefondervindelijke waarnemingen.


Ik zat onlangs aan bij een dispuut over de invloed van een vervuild stadsmilieu op obesitas. De spreker wist met grote zekerheid het verband tussen het ene en het andere aan te duiden. Er moest meer groen in de stad. Snelwegen moesten overkapt worden. Pas dan zouden er minder stikstofdioxiden en roet in onze atmosfeer terecht komen. De bomen en struiken en ander door groendiensten te onderhouden gewas zouden daarvoor zorgen. Iedereen was overtuigd. Behalve ondergetekende.


Ik herinner me een studie uit 2011 over Het effect van de vegetatie op de luchtkwaliteit, waar letterlijk staat dat bomen en planten de luchtkwaliteit in een stad kunnen verslechteren. Al naar gelang de lengte en breedte van de straten, de hoogte van de gebouwen ernaast en de richting van waaruit ze door de wind worden aangeblazen ontstaan karakteristieke luchtstromingen met wervels en tegenwervels. Hoge bomen remmen de stromingen af en de brede kronen belemmeren de ventilatie van de straten. Dan blijven meer uitlaatgassen op voetgangersniveau hangen dan zonder groen het geval was geweest. Dus liever geen bomen dan maar.


Inmiddels zijn er een aantal studies naar de invloed van vegetatie op stedelijke luchtvervuiling verschenen die deze stelling bevestigen. Maar het geloof in meer groen in de stad werkt als een placebo effect.


Nog één anekdote: De kracht van dat placebo-effect is soms verbluffend. De Britse arts Henry Beecher, die werkte in een veldhospitaal tijdens de Eerste Wereldoorlog, behandelde zijn gewonde soldaten soms met een gewone zoutoplossing als hij door zijn voorraad morfine heen was. Tot zijn verbazing was er nauwelijks verschil: zodra hij de naald in hun arm zette, slaakten de zieltogende soldaten een zucht van verlichting. Hun rotsvaste geloof in de wonderen van die nieuwe pijnstiller had hen gered.


Ook ik geloof in het placebo-effect. Maar het vitalisme gaat mij een maat te ver.


https://www.bol.com/nl/p/illusies-voor-gevorderden/920000...


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

10:34 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

12 mei 2017

Slaap met open denkraam



De nachten zijn koud maar toch doet een mens er goed aan met open raam te slapen. Dat blijkt uit onderzoek van een Bulgaarse hobbyist Vladimir Savchenko, die zelfgebouwde kooldioxidemeters verkoopt, en dat gebaseerd is op eerder Pools en Gents onderzoek waarin steevast de koolstofdioxideconcentratie als maatstaf werd gebruikt.


Slapen met het raam open blijkt garant te staan voor een betere nachtrust. Zonder ventilatie wordt het al gauw bedompt in een slaapkamer, zeker als die klein is en als er meer mensen slapen. Door de ademhaling van de slapers neemt de concentratie kooldioxide in de lucht gestaag toe. En ook lichaamsgeuren hopen zich op. Savchenko laat een indrukwekkende grafiek zien hoe een nacht in zijn eigen slaapkamer verloopt.

De kooldioxideconcentratie gaat al iets omhoog als aan het begin van de avond zijn baby in de kamer van 16 vierkante meter te slapen wordt gelegd. Maar vanaf het moment dat hij en zijn vrouw erbij gaan slapen, stijgt de grafiek als de contouren van de Mount Everest. De concentratie bereikt een piek van bijna 3.500 ppm. Op het moment dat Savchenko wakker wordt en de deur van de slaapkamer openzet, zakt de concentratie pijlsnel weer naar onder de 1.500 ppm. En als hij later even het raam opent, gaat het rap naar 500 ppm. Volgens de normen moet de langdurige blootstelling onder de 1.200 ppm blijven.


Ingenieur-architect Jelle Laverge van de vakgroep architectuur van de Universiteit van Gent deed vergelijkende proeven met studenten. „Slapen met het raam open gaf aanleiding tot kortere maar diepere slaap met een beter uitgerust gevoel de dag erna", zegt Laverge die in 2013 een doctoraat behaalde met een proefschrift getiteld ‘Ontwerp strategieën voor residentiële ventilatie'. Uit de analyse van de prestaties van residentiële ventilatie in dit proefschrift blijkt duidelijk dat de ontwerpregels die momenteel van kracht zijn aanleiding geven tot suboptimale prestaties.


Een recent Deens onderzoek – ook met studenten – komt tot dezelfde conclusie (Indoor Air, 26 oktober 2016). Deelnemers die sliepen bij lagere koolstofdioxideconcentraties rapporteerden de volgende morgen een minder slaperig gevoel en een beter concentratievermogen. Het was niet alleen een gevoel: ze presteerden echt beter in logisch denken tests.


Maar dat open raam heeft ook nadelen. Behalve warmteverlies vergroot dat de kans op inbraak en geluidsoverlast, waardoor mensen alsnog slecht slapen. Critici wijzen erop dat met open raam slapen een overblijfsel is van de cultus die aan de natuur en het buitenleven een gunstig gezondheidseffect toeschrijft: „Een geloof van hygiënisten." Bovendien komt zo fijn stof de kamer binnen.


Het kan een gezondheidsillusie zijn, bevestigt Laverge: „In placebo-onderzoek bleken veel effecten eerder toe te schrijven aan het openen van het raam op zich en niet zozeer aan de verhoogde luchtstroom." Met open deur slapen, zo blijkt uit het Bulgaars onderzoekje, levert al een hele winst aan frisse lucht op.


http://ac.els-cdn.com/S1877705813007558/1-s2.0-S187770581...

http://vair-monitor.com/2016/09/29/sleeping-closed-room-i...

Marc van Impe

Bron: MediQuality

09:26 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)