29 december 2017

Een kerstorgie



Het viel dit jaar enorm mee. In mijn richting dan toch wel. Vaak wordt de blijdschap over een kerstcadeautje oprecht gespeeld. De wederzijdse vrijgevigheid is even archaïsch als het aansteken van kaarsen in een kamer met elektrisch licht. Maar ik zit echt te wachten op een paar nieuwe sokken, een cannabis kookboek, een fles zelfgestookte gin en een kaart voor het optreden van een overjaarse betere zanger. Zelf geef ik graag en veel. Maar voor de meest geliefden valt die keuze niet altijd mee. Het is nog altijd de tijd van peis en vree en ik ga daar dus niet verder op in. Maar ik moet de critici gelijk geven: omdat de schenker altijd minder weet over de voorkeuren van de ontvanger dan de ontvanger zelf, zijn alle geschenken - behalve geld - een vorm van verspilling. Daarom heb ik al mijn kleinkinderen een creditcard gegeven met daarop een bescheiden bedrag. Het is geen cash geld maar toch geld en het is een les in economie.

Economen zijn uit principe tegen Kerst en Oud en Nieuw want behalve een reeks voorspellingen die voor de helft uit zullen komen en voor de andere helft dan weer niet, is dit deel van het jaar een uitwas van de weggooimaatschappij. Het ritueel van het geven en ontvangen van presentjes valt daaronder. Dus begint het seizoen in feite rond Sinterklaas en eindigt het met Valentijn.

Ik las ooit het boek Scroogenomics. Why you shouldn't buy presents for the holidays van de Amerikaanse econoom Joel Waldfogel, die in 2009 Kerst een 'orgie van welvaartsvernietiging' en riep op tot gedragsverandering. In de VS geven mensen elkaar tijdens de kerstdagen voor 70 miljard dollar aan kerstgeschenken. Volgens onderzoek van Yale University bedraagt het verspillingspercentage 10 tot 33 procent. Wat wil zeggen dat in twee dagen 7- tot 20 miljard dollar door het putje wordt gespoeld. 'Als geld zou zijn gegeven, zou het risico van ontevredenheid minder groot zijn, het geluk van anderen beter zijn gediend en zou ook nog de economie een dienst worden bewezen', aldus Waldfogel.

ING publiceerde in 2014 een onderzoek naar het geven van cadeautjes in Europa. En dat onderscheidde zich weinig van de conclusies van Waldfogel in de VS. Volgens berekeningen van ING kregen Europeanen in 2015 81 miljoen ongewilde geschenken met een gemiddelde waarde van 45 euro. Dat betekent dat 3,7 miljard euro over de balk werd gegooid. 'En 10 procent van de bevolking stak zich in de schulden voor presentjes die niemand zich een jaar later nog kon herinneren', lichtte ING-econoom Ian Bright toen toe. Niet verwonderlijk, maar Nederland staat onderaan de lijst (#12) met een gemiddelde kerstuitgave van €25. Ter vergelijking, in de UK wordt gemiddeld maar liefst €440 uitgegeven. Wij Belgen geven gemiddeld €190 uit. De gemiddelde uitgaven binnen de onderzochte Europese landen ligt op €200.

En dat het goed met ons gaat bewijst het groeicijfer van 8% meer dat we dit jaar hebben uitgegegeven.

De homo economicus heeft overigens nog een extra argument: Cadeaus geven en ontvangen is leuk, maar toch vallen cadeaus niet altijd in goede aarde bij de ontvanger. Bijna 30% gooit wel eens een gekregen cadeau weg zonder het te gebruiken. En ruim de helft geeft wel eens een cadeau waar hij of zij niet blij mee is, door aan iemand anders. Zo'n één op de tien doet dat zelfs regelmatig. Jongere generaties vinden het makkelijker dan ouderen om afstand te doen van gekregen cadeaus die ze niet leuk vinden. 36% van de dertigers gooit wel eens een cadeau weg, tegen 25% van de zestigers. Doorgeven van cadeaus doet 58% van de dertigers weleens. Bij zestigers blijft dit beperkt tot 48%. Op puur rationele gronden zou het geven van geschenken met Kerst of op verjaardagen dus verboden moeten worden.

Maar er zit ook een andere kant aan. Zowel aan het geven als aan het ontvangen van cadeautjes zit een emotioneel aspect van aandacht. De schenker en de ontvanger houden er (meestal) een positief gevoel aan over dat niet in geld is uit te drukken en dat de geldelijke waarde van het geschenk overstijgt. Het onderstreept de band van liefde en vriendschap. Daarom ga ik nu op zoek naar een extra cadeau voor de geleerde vrouw: want Kerst vier je bij ons een hele week. Dus tijd genoeg om een vergissing goed te maken.

Marc van Impe

 

Bron:MediQuality

09:00 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

28 december 2017

Zwarte gedachten rond Nieuwjaar


We hadden afgesproken om elkaar voor Nieuwjaar terug te zien. Buiten lopen boeren, burgers en buitenlui op de kerstmarkt die Winterpret moet voorstellen. Hij heeft het koud. Na Nieuwjaar vertrekt hij naar huis. Thuis is Zwart Afrika. Hij heeft het gehad hier. We praten over de reacties op het artikel dat ik eerder schreef. En hoe niets veranderde. Sinds de rellen is het voor een zwarte medemens alleen maar lastiger geworden zegt hij. Zo komen we bij een recent artikel van Paul Collier in International Politics and Society.

Collier is hoogleraar economie in Oxford. Zijn specialisme is Afrika. In Exodus, een van zijn boeken, stelt hij voor om ontwikkelingshulp te laten wat ze is en om werk naar Afrika te brengen in plaats van hulp. ‘The importance of belonging' begint met de zin „De meeste mensen voelen duidelijk dat ze op een bepaalde plek thuishoren." Het artikel gaat niet over Afrika maar over de ondergang van links en hoe de socialisten dat te danken hebben aan hun eigen succes, wat leidde tot onvermoede ambities, en tot de instroom van intellectuelen uit de middenklasse, de utilitarians, die „the greatest happiness for the greatest number" wilden bereiken. We hebben hier nogal wat afgestudeerden die onder die noemer vallen. Voor hen zijn niet de belangen van de mensen maar abstracte principes belangrijk. Ook al komen die uit het brein van een gewezen Chinese dorpsonderwijzer of een Georgische ex-seminarist.

Deze nieuwe partijelite, schrijft Collier, ziet zichzelf als de politicus van Plato: hij heeft het licht gezien en weet beter wat goed is voor de burger dan de burger zelf. Zo ontstond het uitgeholde socialistische leiderschap. "Je doet wat Collier schrijft", zeg ik, "je gaat terug naar de basis". Hij droomt van een Afrikaans top instituut om lokaal artsen op te leiden. Hij wil geen Artsen zonder Grenzen maar artsen van ter plekke. Hij houdt een pleidooi voor een universiteit in de tropen, in een enclave, een Europees-Afrikaans project achter een groot hek, onder internationaal toezicht, gemanaged volgens de modernste principes door niet-corrupte ambtenaren. "We hebben jullie koloniale erfenis nu wel tot op de fundamenten afgebroken," zegt hij, "we sleuren geen verleden mee. Afbraakkosten zijn er dus niet. Het zou tewerkstelling en spin-offs met zich meebrengen. En we zullen vermijden dat Afrikanen zoals ik in Brussel blijven hangen."

We proosten op zijn idee. Maar wie zijn wij, zegt hij dan met zijn Afrikaans flegma. Wie ben ik, vraag ik me af. Een stukjesschrijver. Ik heb wel een idee hoe het moet maar niet hoe het kan. Ik heb invloed maar draag geen verantwoordelijkheid. Ik heb behalve wat woorden en een idee helemaal niets te bieden. Het is een gedachte om stil bij te worden en daarmee ga ik het nieuwe jaar in. Ik hoop dat u me volgend jaar nog even graag leest. Ik hoop dat u nog meer reageert. Ik citeer in deze mijn collega Caroline de Gruyter: "Je hebt doeners en kletsers. Mensen die verantwoordelijkheid dragen en mensen zoals ik. En ook al heb ik graag dat u mij leest, uiteindelijk hoop ik dat wij kletsers nooit te veel invloed krijgen. En bovenal, dat de doeners ons iets minder serieus nemen."

Maar dat idee van mijn zwarte vriend, dat is de moeite waard.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

17:12 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Controversie: vroegere mijnstreek zou psychologie beïnvloeden


Wie in een vroegere mijnstreek, zoals de Borinage of Oost-Limburg, geboren wordt ziet de toekomst negatiever in dan wie zeg maar aan de Kust of in de Ardennen wordt geboren. Hun visie op het leven is echt grimmiger. Maar dat is niet hun schuld: ze hebben hun somberheid geërfd van hun voorouders, de mijnwerkers, die naar dit industriebekken migreerden.

Dat is de controversiële conclusie van een studie naar de psychologie van bewoners van voormalige steenkoolgebieden. Uit het Britse onderzoek moet blijken dat de roetzwarte regen van de Industriële Revolutie nog steeds op sommige nakomelingen van de eerste arbeiders valt – wat hen een minderwaardigheidscomplex zou opleveren, en hen belachelijk, angstig en depressief doet voelen.

"De industriële revolutie is aantoonbaar een van de meest invloedrijke tijdperken in de moderne geschiedenis ", aldus Jason Rentfrow van de Universiteit van Cambridge. Wie in een postindustrieel landschap leeft, doet dat nog steeds in de schaduw van de koolmijn, zowel intern als extern. Rentfrow onderzocht bijna 400.000 persoonlijkheidstests, en ontdekte dat mensen die in voormalige Britse zware industriegebieden in Zuid-Wales en Engeland woonden, meer "negatieve" persoonlijkheidskenmerken hadden.

Ze waren niet alleen depressiever, maar ook impulsiever, neurotischer, slechter in planning, minder tevreden met hun leven en minder gewetensvol. In het Journal of Personality and Social Psychology (http://www.cam.ac.uk/research/news/industrial-revolution-damaging-psychological-imprint-persists-in-todays-populations ) schrijven de onderzoekers dat dit een psychologische erfenis is van hun voorvaderen die verhuisden naar steden in Wales en Noord-Engeland om werk te vinden in de mijnen en fabrieken.

De sleutel tot die theorie, die andere psychologen overigens betwisten, is "selectieve migratie". Wie naar de industriegebieden migreerde, was gedwongen door de armoede en zou volgens de onderzoekers een grote "psychologische depressie" meegemaakt hebben, een ervaring die zij mogelijk aan hun kinderen hebben doorgegeven wat hen angstiger en ongeruster maakt. Deze cultuur zou bovendien verergerd zijn door het moeilijk en gevaarlijk werk, de kinderarbeid en slechte leefomstandigheden.

Zij die daarentegen sinds de sluiting van de industriebekkens terug vertrokken zijn, vertonen meer optimisme en "psychologische veerkracht" en staan nu hoger op de sociale ladder. Door de combinatie van deze twee processen worden in de voormalige industriesteden nog steeds collectieve persoonlijkheden met hogere concentraties van negatieve eigenschappen ontwikkeld. "Deze studie is een van de eerste die aantoont dat de Industriële Revolutie een verborgen psychologische erfenis heeft, die is ingeprent in de huidige psychologie van die oude industriegebieden," zegt Dr. Rentfrow.

Zijn studie werd op heel wat kritiek onthaald.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

07:40 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)