26 april 2016

Vergeet de burn-out, hier is de bore-out

Ik ben ooit, in het begin van mijn carrière, ambtenaar geweest. Ik was als werkstudent overdag opsteller op het Centraal Bureau voor Hypothecair Krediet, een grijze instelling waar grijze mensen de hele dag grijze dossiers invulden. Per week kregen we twaalf dossiers op ons bord. Meestal was ik maandagnamiddag klaar. Ik moest adres, geboortedata en loonstrookjes nakijken. Waarna ik het dossier doorschoof. De rest van de tijd las ik kranten, schreef en studeerde ik. Tot ik op een dag bij de directeur geroepen werd. Ik werd berispt voor mijn onsociale houding. Ik stresseerde mijn collega’s. Korte tijd daarna nam ik ontslag en begon als freelancer. Nu lees ik dat werken onder je niveau kan leiden tot gezondheidsklachten: de bore-out.


'Ik heb het gevoel dat mijn hersencellen afsterven,' schrijft een ambtenaar. Zij moet elke werkdag datumprikkers doorsturen. Niet voor haar eigen afspraken, maar voor die van haar oudere collega's. En als de datumprikkers de deur uit zijn, stuurt ze herinneringen naar iedereen die eerdere prikkers heeft ingevuld; of ze ook echt naar de afspraak komen. Ze heeft wel een universitaire studie afgerond, in het buitenland deed een Ersamusjaar en is beleidsmedewerker en ze verveelt zich dood.


De bore-out is net zo erg als de burn-out: je zit je stierlijk te vervelen op je werk. In de jaren zeventig en tachtig van vorige eeuw toen de werkloosheid structureel was, kreeg een werkloze universitair afgestudeerde een tijdelijk baantje, meestal in de zogenaamd sociale sector. Nu zijn steeds meer mensen hoogopgeleid zijn, terwijl er niet voor iedereen een baan beschikbaar is op zijn of haar opleidingsniveau. Zodoende krijg je steeds meer hoogopgeleiden die lagere banen invullen. Volgens de Vlaamse arts en burn-outspecialist Luc Swinnen heeft vijftien procent van de werkende bevolking te maken met burn-out- óf bore-outklachten. Ongeveer de helft is bore-out. Iemand met een bore-out vertoont dezelfde symptomen als iemand met de bekendere burn-out: stressklachten, continue vermoeidheid, cynisch zijn en jezelf zinloos voelen.


Mensen met een burn-out en mensen met een bore-out doen hetzelfde. Ze voelen zich lang onprettig maar praten er niet over. Hun overlevingsstrategie is doorzetten, hoewel ze zich slecht voelen. Ze raken steeds meer op een eiland. En daardoor gestrest.


De huisarts spreekt dan van stress gerelateerde klachten. De huisarts zelf zal er niet gauw aan lijden, maar niemand ontsnapt. De bore-out komt voor in alle lagen van de beroepsbevolking: bij jonge mensen die geen baan op hun niveau kunnen vinden, bij mensen die officieel op niveau werken maar te weinig inhoudelijk werk toevertrouwd krijgen, bij werknemers die erachter komen dat hun baan hen simpelweg niet interesseert en bij werknemers die gewoon weinig te doen hebben.


Een specialiste is Frouke Vermeulen. Ze heeft zich verdiept in het fenomeen bore-out nadat ze 2012 instortte als gevolg van een jarenlange intense verveling. Frouke is 31, hoogopgeleid en aan de slag in haar eerste job in de privésector als ze instort. De diagnose: een bore-out, na een maandenlang gevecht tegen intense verveling. Door het zware taboe dat rustte op verveling op het werk hield ze al die tijd de schijn hoog voor haar collega's, vrienden en familie. Maar op haar werk telde ze elke minuut van de dag af en haar vrije tijd bracht ze vaak apathisch door op een stoel. Tot haar lichaam voor haar besliste. "Er waren perioden dat het heel druk was, omdat we dan een project hadden, maar soms was er geen project en dan was er niets te doen. Ik vond die laatste perioden heel moeilijk. Daarnaast kwam ik erachter dat in de tijd dat we het wél druk hadden, ik het werk weinig zingevend vond." Naast het oprichten van haar coachpraktijk schreef ze een boek over bore-out "Vechten tegen verveling – gevangen in een bore-out" (verschenen september 2015 bij uitgeverij Houtekiet) en geeft ze voordrachten en workshops over dit thema. Als ervaringsdeskundige en coach kan ik je helpen uitzoeken of je al dan niet een bore-out hebt, wat de mogelijke oorzaken zijn en hoe je er weer uit geraakt. Vermeulen schreef een boek over hoe je met verveling op je werk kunt omgaan: Vechten tegen verveling - gevangen in een bore-out. Ze schetst twee typen van de bore-out: of er is heel veel werk, maar het geeft geen voldoening, of het gaat om te weinig en te makkelijk werk.


Ik zag op de reünie een oude werkmakker. Een jurist op het CBHK. Bleek dat hij in de loop van zijn carrière nooit ziek geweest was. Hij had op zijn 55ste al zijn ziektedagen opgenomen en was nu met pensioen. Hij begeleidt nu immigranten. Hij slaapt er soms niet van, zo'n ellende. Hij heeft zich nog nooit zo goed gevoeld, zegt hij.


Marc van Impe

 

Bron MediQuality

11:44 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

08 april 2016

Boze patiënten eisen onnodige onderzoeken

Therapeutische hardnekkigheid is een oud zeer dat maar moeilijk uit te roeien is. Maar er kondigt zich een nieuwe aberratie aan: de patiënt die geen genoegen neemt met de diagnose en de behandeling die zijn arts hem voorstelt, en de arts die toegeeft, uit angst voor een klacht. In zo’n geval is de behandeling overbodig, maar de patiënt blijft aandringen. Geeft de arts niet toe dan loopt de patiënt naar een collega, die wél toegeeft.

En als het tegenzit gaat hij klagen bij de ombudsdienst van het ziekenhuis. Maar erger is de lawine aan boze reacties op de sociale media. En er zijn altijd ‘lotgenoten' die zich in zo'n situatie herkennen en er een schepje kwaadsprekerij bovenop doen. In het slechtste geval volgt er een klacht bij de Orde. Die meestal non sequitur krijgt.

U herkent zo'n geval wel: de bloedtesten zijn normaal, sommige waarden zijn net op het randje, maar niets om zich zorgen over te maken. Maar de patiënt gelooft u niet. Want op het internet heeft hij zijn diagnose al lang gevonden. Vervolgens volgt zijn relaas op het online patiëntenforum. Meestal is de betrokken arts daar zelf aanvankelijk niet van op de hoogte. Ondertussen gaat de roddel en laster verder en komt het van kwaad tot erger. De reputatieschade wordt concreet. En tot overmaat van ramp is er een onverlaat van een collega die meent zijn commentaar te moeten geven. Een uitkomst in zo'n geval kan een second opinion zijn, maar vaak volgt een third opinion. Om tot dezelfde conclusie te komen: met deze patiënt is er niks aan de hand.

In Nederland voerden de  Stichting Beroepseer en beroepsorganisatie VVaa daar onderzoek naar onder ruim 1.100 artsen. Daaruit blijkt dat veel artsen soms handelen uit angst voor schadeclaims of klachten van de patiënt, familie of de zorgverzekeraar. Veel artsen voelen zich gevangen in een spagaat: aan de ene kant willen overheid en zorgverzekeraars dat de zorg goedkoper wordt. Aan de andere kant zijn patiënten steeds mondiger en wantrouwender, waardoor artsen soms onder druk worden gezet om extra behandelingen en onderzoeken te doen.

Mensen verwachten vaak het onmogelijke, zegt een dokter die ik hierover aanspreek. Hij werkt in een groepspraktijk en is gespecialiseerd in reumatoïde aandoeningen. "Vaak is de patiënt al een tijdje op de dool, hij voelt zich echt miserabel, wil een kant en klare oplossing, en als dat niet lukt, neemt hij geen genoegen met een negatief antwoord. In plaats van gerustgesteld voelt hij zich nu nog meer in de steek gelaten. Uiteraard is het goed dat patiënten mondiger is geworden, dat hij geleerd heeft zijn verwachtingen nauwkeuriger te omschrijven. En dat hij daarbij soms derapeert in het gebruik van medische vaktermen, daar reageer ik niet eens op.  Maar als hij zich niet meer gerust laat stellen, dan wordt het zorgelijk."

De cultuur van de letselschadeadvocaten heeft in ons land nog niet afmetingen genomen die ze in de Angelsaksische landen heeft. Recent nog op een congres in de VS had een advocatenbureau een stand met een banner met daarop in Barnum & Bailey stijl de slogan: No cure, no pay. De meesters van de wet boden de verzamelde oncologen hun diensten  aan. Diezelfde avond zie ik mijn hotelkamer dezelfde advocatenvennootschap zijn diensten aanbieden aan de kijkende patiënt.  Een hele slechte ontwikkeling. Het is bekend dat advocaten van alle walletjes eten.

Enkele weken geleden stelden we u de vraag hoe u zou reageren op de oproep van de Nederlandse minister Edith Schippers die patiënten aanraadt een opnameapparaat mee op consultatie bij de arts te nemen. Zo'n opname kan patiënten helpen om hun gedachten op een rij te zetten en beslissingen te nemen, dacht de minister.  Er zouden wel regels gelden voor het opnemen van gesprekken. Zo mogen de opnames niet worden verspreid en zijn ze alleen bestemd voor eigen gebruik. Het is niet verplicht om toestemming voor de opname te vragen, maar het is wel aan te raden, schrijft Schippers.  Als de arts niet wil dat het gesprek wordt opgenomen, is hij verplicht de informatie schriftelijk mee te geven als de patiënt dat wil., dan zijn gesprekken altijd terug te luisteren.

Ik ben van mening  dat dit alleen maar het wantrouwen voedt van patiënten. U deelt duidelijk die mening, zo blijkt uit onze recente peiling: 72% vindt dat een geluidsopname niet nuttig zou zijn voor de patiënt. Sterker nog: 69% vindt het niet aanvaardbaar dat een patiënt een geluidsopname maakt zelfs als hij/zij hiervoor toestemming vraagt.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

09:06 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

07 april 2016

Voici comment la presse travaille

Avez-vous aussi été frappés ces dernières semaines par le fait que les médias lancent quotidiennement la nouvelle d’une petite querelle qui secoue le Landerneau politique et dont vous n’entendez plus parler du tout deux jours après ? La querelle débute généralement dans l’un ou l’autre programme radiophonique quand un journaliste, qui demeure soigneusement discret, téléphone à un politicien qui est tout juste en train de prendre son café matinal, pour lui poser une question qu’il n’a pas imaginée lui-même mais sur laquelle toute la rédaction a planché durant une semaine entière.

La question commence par le préalable « est-ce vrai que… » et suit alors la supposition. Elle est souvent à ce point abracadabrante que vous pouvez aisément vous imaginer à travers une fantaisie animée comment un petit groupe de chevaliers de la plume légèrement éméchés sont capables de concocter une blague au café du comptoir du café "Au petit menteur". Le politicien se saisit, avale de travers et fournit en fin de compte une réponse qui fera passer des nuits blanches à son porte-parole pour tout le reste de la semaine. Dans le courant de la matinée, une fois la question reprise par les collègues d'autres émetteurs, le téléphone va sonner chez plusieurs politiciens. « Comment réagiriez-vous à la supposition selon laquelle… » Et la querelle est née.

Cette rumeur est, bien entendu, reprise à la réunion de rédaction du journal. Les chefs et les correspondants de la rue de la Loi vont pouvoir consulter leurs « sources bien informées dignes de foi ». Celles-ci doivent, bien sûr, à leur tour trouver une réponse raisonnablement cinglante. C'est l'après-midi quand les commentateurs se risquent à une première épreuve : une ébauche d'éditorial. Des spéculations ont libre cours à propos de la chute imminente du gouvernement alors qu'arrive le journal télévisé de dix-neuf heures. L'opposition a-t-elle préparé sa réponse ? On téléphone à des invités au débat de fin de soirée. Le réquisitoire connu est déjà transcrit : « vous nous dites bien maintenant que, mais…, » « est-ce que je vous comprends bien quand vous… » Ce sont toutes des affaires et des assertions dont la personne interviewée n'a jamais parlé, pas même imaginé, mais qui sortent tout droit du carquois d'un philosophe diplômé qui croit qu'il ou elle doit se mettre en évidence avant tout. Il est onze heures du soir quand les confirmations et les démentis commencent tout doucement à s'éteindre. Les journaux ouvriront sur cette information le matin suivant. Si les conditions ne sont pas favorables, la querelle peut encore persister un jour ou deux. Mais si cela se passe bien, plus personne ne s'en souciera.

J'y pensais en lisant dans le journal que Maggie De Block demeure la politicienne la plus populaire du pays. Les suspects habituels, Michel, De Wever et Peters ont heureusement eu la sagesse de ne pas tomber dans le piège béant. Et puis est survenue la fusillade de Forest. Même un philosophe ne peut rien y faire. Après toutes ces affligeantes manifestations et tous ces pénibles tambourinements, j'ai décidé de clore la journée en dégustant un petit verre très catholique de Malt Carolus.             

Marc van Impe



Source: MediQuality

08:50 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)