25 maart 2016

Terrorisme is effectbejag

Het is angstaanjagend om te weten dat er mensen onder ons zijn die de uitdrukkelijke bedoeling hebben om willekeurig burgers, mannen, vrouwen, kinderen te doden en dat puur voor het effect. Want dat is het doel van terrorisme: het wil effect bereiken, ons schrik aanjagen, in paniek brengen, zodat ons normale leven onmogelijk wordt.

De vloer was bezaaid met puin, overal lag bloed. Afgerukte ledematen verspreid over de vloer. Door de kracht van de explosies waren de plafondpanelen naar beneden gekomen en bedekten ze de doden en zwaargewonden. En dan was er het stof. Sommige  overlevenden schreeuwden. Mensen bespat met bloed, bloedend uit gaten in hun lijf. Anderen maakten op een bijna professionele manier foto's of video. Dan liepen ze naar buiten, naar de drop-offzone.

Anderen liepen voorbij de veiligheidscontrole, de terminals in en zochten hun toevlucht op het asfalt. Mijn ooggetuige is passenger assistent op de luchthaven. Een van de duizenden werknemers uit mijn randstad die in en om de Zaventemse luchthaven werkt. Minder dan een uur later, vlakbij het hoofdkwartier van de Europese Commissie was er een explosie in een metrorijtuig bij station Maalbeek. Pendelaars rukten de deuren open en liepen op de sporen richting Schuman.

Een paar uur later zie ik de ravage. Vermoeid  ogende politiemensen. Paramedici die materiaal opruimen, artsen die documenten invullen. Brandweer rollen hun slangen op. Ontmijners hanteren ingewikkelde apparaten. De wegen naar de vijfhoek zijn afgesloten. Enkel journalisten, hulpdiensten en politie mag erdoor. Aan de bar vijlen reporters hun tekst voor hun stand up bij.

De cameramensen zoeken het meest fotogenieke plekje. De soldaten bij de ingang van de garage van het Berlaymont die ik een paar keer per week voorbij loop, met wie ik een paar woorden wissel, staan er grimmig bij. Ik pik mijn zoon op die gestrand is op weg naar huis. "Wat wij vreesden, is gebeurd," hoor ik Charles Michel. "We werden getroffen door de blinde aanvallen." Onderweg eist Islamitische Staat  de verantwoordelijkheid op.

Hoe leef je verder na zo'n aanslag op je dagelijks leven? Hoe gevaarlijk is ons leven geworden. Een rekensom leert ons dat je in Parijs, waar twee en een kwart miljoen inwoners wonen, je grofweg één kans op 20.000 loopt om het slachtoffer te worden van een terroristische aanslag. In Brussel met 1.2 miljoen inwoners is die kans grofweg één op 40.000. Dit  is niet bijzonder hoog. Je loopt meer kans om bij een verkeersongeval om het leven te komen.

Dat doet niet af aan het feit dat het angstaanjagend  is om te weten dat er mensen onder ons zijn die de uitdrukkelijke bedoeling hebben om willekeurig burgers, mannen, vrouwen, kinderen te doden en dat puur voor het effect. Want dat is het doel van terrorisme: het wil effect bereiken, ons schrik aanjagen, in paniek brengen, zodat ons normale leven onmogelijk wordt.

Het terrorisme wil niets afdwingen, geen vrijlating van gevangenen, niet de inwilliging van eisen, maar is erop gericht om  een wig te drijven tussen de verschillende bevolkingssegmenten van een gemeenschap die eerder naast elkaar, vreedzaam, in het slechtste geval, onverschillig zowel op politiek en sociaal gebied naast elkaar leefden.

In Frankrijk heeft voor gevolg gehad dat rechts zich sterker kon profileren en dat moslims zich steeds meer ongewenst voelen. Wie in die val trapt, geeft toe aan het terrorisme. Daarom verdient het aanbeveling zich waakzamer maar niet irrationeler op te stellen. We moeten ons radicaal tegen de terroristen opstellen. Voor wie dergelijke laffe daden pleegt, past geen enkel mededogen. Geen begrip. Je kan de manier van denken van een potentiële terrorist niet of nauwelijks veranderen. Je moet ze opjagen, vatten en opsluiten.

We mogen ook niet in de val trappen dat we in de strijd tegen het terrorisme onze vaak duur bevochten vrijheden kwijt spelen. Misschien is de grootste verdediging tegen het terrorisme niet het feit dat we demonstratief tot de orde van de dag over gaan, maar dat we ons over onze  werkelijke veiligheid kunnen bezinnen. Terrorisme is ontworpen om ons te misleiden en ons denken te vervuilen. Om terrorisme te bestrijden, moeten we ervoor zorgen dat we het juiste perspectief niet verliezen.

Vandaag staan de condoleances in de krant. Uit de lezersbrieven pluk ik de soms draconische maatregelen die burger voorstelt. Ik herinner me een reportage in Belfast, net na the troubles. De IRA verloor aanslag na aanslag zijn krediet bij de burger. Het resultaat was een moeizaam bevochten vrede. IS staat hetzelfde te wachten.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

07:08 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

24 maart 2016

Adviserend geneesheer ligt dwars voor experimentele kankerbehandeling

Een adviserend geneesheer van de CM, Verbond Midden-Vlaanderen, weigerde kankerpatiënt Frank Meersseman het nodige attest S2 te leveren waaruit blijkt dat de man wel degelijk een zorgverzekering heeft. Kankerpatiënt Frank Meersseman (55) is een CUP-patiënt (Cancer of Unknown Primary) en is in ons land uitbehandeld. Dat las ik in De Standaard deze morgen.

Er zijn in ons land zo'n 70 personen die een soortgelijke aanvraag zouden kunnen indienen. Die cijfers zijn gebaseerd op de meest recente cijfers van Belgian Cancer Registry (2013) die zeggen dat er in totaal 71.536 nieuwe diagnoses van kanker waren en de wetenschap dat het aantal CUP diagnoses 1 op 1000 bedraagt.

Professor Karim Fizazi van het Parijse kankerinstituut Gustave-Roussy organiseert een klinische studie voor 223 CUP-patiënten waarbij men het genetisch profiel van de tumor analyseert om een gerichte behandeling te kunnen bepalen, iets wat in België momenteel niet kan voor deze tumoren.

Meersseman kan deelnemen aan die klinische studie maar zonder dat formulier S2 wordt hij niet tot de studie toegelaten. De artsen geven Meersseman nog twaalf maanden. Tenminste, als hij zware chemotherapie volgt. "Zowel mijn oncoloog in het UZ Gent als die in het UZ Leuven bevestigde dat deze studie de beste behandeling is," zegt Meersseman. Het  zogenaamd S2-document is een Europees standaarddocument dat bewijst dat de patiënt een zorgverzekering hebt.

Meersseman heeft die zorgverzekering, bij de CM, alleen wil het betrokken ziekenfonds hem het document niet bezorgen omdat hij eerst de zekerheid moet hebben dat hij toegelaten is tot de klinische studie. Maar die zekerheid krijgt hij niet van het Parijse kankerinstituut omdat hij geen S2-document kan voorleggen.

De adviserend geneesheer van de Christelijke Mutualiteit struikelt over de formulering ‘‘on pourra'' van de Parijse arts omdat die woorden onvoldoende garanderen dat ik mag deelnemen. Absurd, maar Meerssemans  enige hoop op leven hangt dus af van een werkwoordsvorm. Meersseman kaartte de zaak aan bij het Landelijk Verbond van de Christelijke Mutualiteiten en bij de directie van het Riziv maar kreeg telkens nul op rekest.

Ten einde raad schreef hij op 2 en 11 maart het kabinet De Block aan. Maar daar adviseren ze hem om zo snel mogelijk een medisch verslag van de hand van prof. Fizazi aan de administratie te bezorgen waarin moet meegedeeld worden of hij al dan niet voldoet aan de inclusiecriteria mits S2. Op 10 maart ontving Meersseman dat verslag en bezorgde hij dat persoonlijk aan CM Midden-Vlaanderen, die  het onmiddellijk opstuurde naar de dienst internationale overeenkomsten.

De volgende dag al, op 11 maart, kreeg Meersseman om  8u40 antwoord. We citeren letterlijk : "Wij ontvingen gisteren uw bijkomende verklaring en legden die voor aan de adviserend geneesheer.Wij kregen als antwoord dat de ontvangen brief nog niet bewijst dat u bent toegelaten tot de studie. Er zouden nog bijkomende onderzoeken moeten gebeuren vooraleer u daar een beslissing over kan krijgen. Daarom wordt uw vraag nog niet doorgestuurd naar het College Geneesheren Directeurs van het Belgische RIZIV.De adviseur heeft dus een verklaring nodig dat u effectief bent toegelaten tot de studie. Met vriendelijke groeten,"

De adviseur weigerde dus het gevraagde bewijs door te sturen naar de CGD.  Meersseman positioneert zich nu als pionier die gebruik maakt van de nagelnieuwe regelgeving, en wil vermijden dat anderen die vandaag of in de toekomst een dergelijke aanvraag indienen in éénzelfde situatie terechtkomen met kafkaiaanse toestanden. Wat hij wil bewerkstelligen is dat de procedure wordt gecompleteerd door middel van ‘een extra clausule of addendum voor extreme gevallen' en het in voege brengen van ‘een mogelijkheid tot beroep' bij een afkeuring van de aanvraag.

Merkwaardig is dat de tekst van de omzendbrief niet publiek beschikbaar blijkt te zijn – en dat het aanvraagformulier S2 al even onduidelijk is. De tekst luid immers  dat vooraleer S2 goedgekeurd wordt er of eerst een bewijs gegeven wordt van inclusie; of tenminste dat een bevestiging opgestuurd wordt dat de patiënt voldoet aan de inclusiecriteria van de klinische studie en kan toegelaten worden mits hij in bezit is van een S2. De reden waarom de Omzendbrief van januari 2016 in voege werd gebracht luidt letterlijk als volgt: "De Belgische wet mist bijzondere uitvoeringsmaatregelen voor terugbetaling van kosten "standard of care" in geval van klinische studies in het buitenland. Gevolg: buitenlandse klinieken weigeren Belgische patiënten indien die geen verzekering (= S2) kunnen voorleggen.

Daarom werd de bewuste Omzendbrief opgesteld (op vraag van CGD)." In Artikel 20 van Verordering 883/2004 staat dat S2 niet mag geweigerd worden als de zorgen door de verzekering worden vergoed en de zorgen niet in België kunnen gegeven worden binnen een tijdspanne die medisch verantwoord is voor de patiënt. Verder staat er dat indien die punten niet worden vervuld "er soepeler mag opgetreden worden en toestemming kan gegeven worden."

Uiteraard is de minister niet bevoegd om de aanvraag van het formulier S2 goed te keuren of te laten goedkeuren. Dat is de verantwoordelijkheid van het hoofd van de administratie van het Riziv, het college van geneesheren-directeurs van de ziekenfondsen, de directie van de Landsbond van Christelijke Mutualiteiten en de adviserend geneesheer van CM Midden-Vlaanderen. Het Riziv probeert nu de arm om te wringen van de adviserende geneesheer. Het is een kwestie dat het volledig medisch dossier bekeken wordt. "De zaak zou opgelost moeten zijn," zegt men op het kabinet. "Het kan nu snel gaan."

De heer Meersseman hoopt dat er tegen Pasen een wonder gebeurt. Hij is niet de enige. Zoals hij zijn er tientallen patiënten die tegen de onwil en de fijnslijperij van hun adviserende geneesheer aanlopen.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

08:34 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

23 maart 2016

Lastig rouwen op Facebook

Ik ben geen enthousiast gebruiker van Facebook. Om de haverklap herinneren vrienden me er aan dat ze hun pagina veranderd hebben: een nieuwe foto, een bericht over een vogeltje dat ze gegeten hebben, of gered hebben, of gespot hebben. En natuurlijk de herinnering aan hun verjaardag. Eens per week maak ik er tijd voor en stuur ik iedereen die in mijn agenda is terechtgekomen welgemeende felicitaties. Vorige week ging het fout.

In de vaart der volkeren ramde ik een tiental jarigen bij elkaar. Een half uurtje later kreeg ik een boze mail terug. Pas toen drong het tot me door dat ik een overleden collega nog vele jaren gewenst had. Of ik dacht dat ik grappig was?

Ik lees op de website van de BBC dat er binnenkort meer dode Facebookgebruikers dan levende zullen zijn. Die dag is niet meer veraf, verwacht BBC Future. In 2012, 8 jaar na de oprichting van het sociale platform, waren er al 30 miljoen dode gebruikers. Dagelijks neem dat aantal toe, elke dag sterven er namelijk zo'n 8.000 Facebookgebruikers. Facebook is een groeiend en niet te stuiten kerkhof.

Op Facebook kan je behalve feliciteren ook plaatsvervangend rouwen. Sommige accounts veranderen na het overlijden in condoleanceregisters. Boven de naam staat ‘ter nagedachtenis van', vrienden kunnen een herinnering plaatsen. Wee je als je dat vergeet. Ook dat is me al overkomen. Of dat je een verkeerde, lees: niet diepgevoelige boodschap stuurt.

Maar soms weet je niet dat je "goede vriend", "gewaardeerde collega" overleden is. Dan is er, zoals aan de meeste accounts van overleden gebruikers, helemaal niets veranderd. Van deze gebruikers krijg je nog altijd verjaardagsmeldingen of een melding dat je overleden vriend (ooit) iets heeft geliket. Of je ziet felicitaties voorbijkomen van mensen die nog niet over het overlijden hebben gehoord. Er wordt al gespeculeerd dat rouwen anders zal worden door onze postume online aanwezigheid. Ik weet het niet. Ik denk dat de ongevoeligheid alleen maar zal toenemen. Rouwen wordt banaal, zoals de aankondiging van een nieuwe baan of dat men op zoek is naar een nieuwe uitdaging. Een vriend van me stuurde via het Facebook het bericht dat hij "eindelijk vrij, want eindelijk gescheiden" was. Een dag later postte zijn ex nog een paar foto's van hun intiem samenzijn en eindeloos geluk. Op Facebook iemand ‘loslaten' is alleen maar moeilijker geworden.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

09:05 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (1)