21 maart 2016

Zijn emulgatoren verantwoordelijk voor obesitas?

Na gluten en tutti quanti is er een nieuwe boosdoener aan de schandpaal genageld: de emulgator of emulsifier zoals hij in kleine lettertjes op de verpakking van uw energiereep staat. De orthorectische voedingspolitie maakt zich klaar voor een nieuwe voedingshype.

Een standing lunch op een Amerikaans congres is als een snelcursus voedingsleer. Je wordt gewaarschuwd voor eten dat noten bevat, gluten, aspartaam, toegevoegde suikers, glutamaten, zout, lactose, vetten, eieren tot en met artificiële kleurstoffen. Tegen ongewenste tafelgenoten wordt je niet gewaarschuwd, daartegen moet je eigen slechte karakter maar helpen. Binnenkort komt daar een nieuwe waarschuwing bij: bevat emulgatoren.

Op het congres Gut Microbiota for Health World Summit 2016 Miami, waar het kruim van de gastro-enterologie en de immunologie elkaar de hand schudt, presenteerde professor Andrew Gewirtz, een immunoloog van Georgia State University, een studie waaruit moet blijken dat emulgatoren niet zo onschuldig zijn als gedacht. De nieuwe studie toont aan dat emulgatoren, een doordeweeks additief voor levensmiddelen, direct gekoppeld kunnen worden aan de toename van metabool syndroom en inflammatoire darmziekten in onze moderne populatie. Tenminste in muismodellen.

De afgelopen decennia kon er een aanzienlijke toename van het aantal mensen met metabool syndroom en inflammatoire darmziekten worden vastgesteld, met als gevolg obesitas, diabetes type 2, cardiovasculaire aandoeningen, de ziekte van Crohn en ulceratieve colitis. Al deze ziekten worden geassocieerd met veranderingen in het darmmicrobioom die op hun beurt van invloed zijn op iemands spijsvertering. De geneeskunde zoekt al lang naar een verklaring voor de stijgende incidentie van deze ziekten.

Andrew Gewirtz, hoogleraar biologie aan de Georgia State University, dacht out of the box en begreep dat dit niet volledig aan genetica kon te wijten zijn, aangezien de menselijke genetica de recente decennia niet veranderde. Er moesten dus  externe milieufactoren bij betrokken zijn. Daarom richtte hij zijn aandacht op levensmiddelenadditieven die tegenwoordig alomtegenwoordig zijn in verwerkt en verpakt voedsel. Het resultaat van zijn onderzoek werd vorige week gepubliceerd in Nature en voorgesteld op het congres in Miami.

Gewirtz stelt dat emulgatoren de boosdoeners zijn die onze spijsvertering om zeep helpen. Je kan emulgatoren herkennen in de kleine lettertjes op de verpakking als carrageen, lecithine, polysorbaat 80, polyglycerolen en xanthaangom (onder anderen). De emulgatoren verlengen de houdbaarheid, verbeteren de textuur en verlengen de binding van de verschillende voedingselementen. Al deze producten zijn voor gebruik goedgekeurd door de FDA en de EU. Geen grote verpakking ijskreem zonder emulgatoren, idem dito voor vinaigrettes, dessertjes en soep in karton.

De onderzoekers maakten gebruik van twee groepen muizen – een met abnormale spijsvertering, vatbaar voor colitis, en een ander met een perfect gezonde spijsvertering. Wanneer emulgatoren (polysorbaat 80, gebruikt in ijs, en carboxymethylcellulose CMC) werden aan de vatbare muizen werd gegeven via water en voedsel, ontwikkelden de muizen chronische colitis.

De gezonde muizen kregen laag-gradige darmontstekingen en een stofwisselingsziekte, waardoor ze zwaarlijvig, hyperglycemisch en resistent tegen insuline werden. Emulgatoren bleken de mucus te verstoren die het darmkanaal beschermt, waardoor de bacteriën hun werk niet meer konden doen, wat resulteerde in een sterke inflammatie. De inflammatoire respons interfereert met  de 'verzadiging' waardoor de muizen in de studie te veel gingen eten en obees werden.

Na afloop van deze onthutsende exposé, vraag ik professor Patrice Cani, van het Louvain Drug Research Institute van de UCL, die mijn tafelgenoot is, wat zijn reactie is. Cani is hier op uitnodiging van Danone die het congres sponsort en uiteraard betrokken partij is. "De vraag wat de gevolgen zijn van een veronderstelde dagelijkse blootstelling aan dergelijke producten staat nog steeds ter discussie," zegt hij.

"Kortom, hoewel de moleculaire mechanismen en de exacte niveaus van de menselijke blootstelling aan dergelijke stoffen moeten worden onderzocht, ben ik het er mee eens dat we de talrijke metabole parameters die bepalend zijn voor de belangrijkste functies van de darmflora en de interacties met zowel voedingsbestanddelen en het metabolisme van de gastheer, in het kader van zwaarlijvigheid, lage graad-ontstekingen en diabetes beter moeten leren begrijpen."

We laten de flan voor wat hij is en begeven ons voor het dessert naar de fruitmand.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

08:08 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

19 maart 2016

Dr. Ide schoffeert collega's

De heer Louis Ide, Algemeen Secretaris van N-VA en arts, heeft een probleem. Vlaams minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport Philippe Muyters (N-VA) kwam begin februari in een mediastorm terecht toen bleek dat zijn departement de financiering van de Levensschool niet stopzet, hoewel een kankerspecialist een van de vakken die daar in het kader van de Nieuwe Germaanse Geneeskunde gegeven worden, 'misdadig' noemt.

Het was de krant De Morgen die de feiten aan het daglicht bracht. De krant kon beslag leggen op een e-mail waarin de docente een kankerpatiënt adviseert dat het beter is om "de reguliere weg (chemotherapie, nvdr) "te verlaten". "De schade die wordt aangericht door chemotherapie (zware vergiftiging) en bestraling (verbranding van weefsel) kan niet door het organisme worden hersteld," schrijft Hamer op zijn website.

Honderden mensen volgden de voorbije jaren een tweejarige opleiding tot voedingsconsulent of een vierjarige opleiding tot gezondheidsconsulent, volgens de regels van de zogenaamde 'Nieuwe Germaanse Geneeskunde', een theorie waarvoor de bedenker, Ryke Geerd Hamer, zowel in Duitsland als in Frankrijk al met het gerecht in aanraking kwam, en waarvoor in 2011 in ons land een levenscoach veroordeeld werd voor "onvrijwillige doodslag".

De erkenning door minister Muyters impliceert ook een erkenning door de VDAB, waardoor de school opleidingscheques voor werknemers kan aanvaarden. Zo kunnen zelfstandigen, werkgevers of werknemers die in functie van hun beroep de opleiding volgen 50 procent van het lesgeld terugbetaald krijgen door de Vlaamse overheid.

Ide wil zijn minister verschonen, komt niet uit zijn betoog, wringt zich in een haarspeldbocht en eindigt dan maar met een frontale aanval op twee van zijn collega's, Maya Detiège (SP.A) en Nele Lijnen (Open VLD) die volgens hem "de kwakzalverij (verdedigen) van een handjevol goeroes die de patiënten van alles wijsmaken, en vooral het geld uit hun zakken kloppen". Beide parlementsleden durfden het aan mee een parlementaire hoorzitting te organiseren over de behandeling van de patiënten die lijden aan de ziekte van Lyme. Dr. Ide, die in het burgerleven klinisch bioloog is gebruikt hier een oneigenlijk argument: hij verschoont zijn minister die in de fout gaat door anderen te beschuldigen van niet gerelateerde en onbewezen feiten.

Ide accepteert niet de kritiek op zijn minister maar is wel benieuwd of de sp.a en Open VLD  hun partijgenoten op een even gedreven manier ter orde zullen roepen als tijdens het debat over De Levensschool.  De Levensschool leidt mensen op tot gezondheidscoach, een beroep dat door geen enkele instelling noch beroepsvereniging gecontroleerd wordt maar waartoe velen zich geroepen voelen: de titel consulent of coach op je visitekaartje kunnen zetten verleent blijkbaar heel wat prestige aan gewezen omroepsters, nagelstylisten, kleuteronderwijzers en gebuisde regenten godsdienstwetenschappen om er paar een paar te noemen. 

De school werd in 2014 erkend door Vlaams minister van Werk en Economie Philippe Muyters (N-VA), waardoor studenten de helft van het inschrijvingsgeld (1.700 euro) terugbetaald krijgen. In 2015 werd die erkenning nog vernieuwd tot 2019. Aan zo'n erkenning ging geen inhoudelijke toetsing vooraf, gaf het kabinet van Muyters toe. De minister: "Het is simpel: wij erkennen instellingen, geen opleidingen. Wij beoordelen de vraag of een instelling in staat is om de lessen te geven die ze aanbiedt, wij beoordelen niet de lessen zelf. Het is niet aan ons om te zeggen welke opleidingen goed zijn en welke niet."

De Levensschool raadt kankerpatiënten radicaal af het advies van hun arts te volgen. Wat duidelijk kwakzalverij is. Maar de NV-A minister velt hierover geen oordeel: "Zo'n oordeel is ook altijd subjectief. Dat laat ik over aan mensen met kennis van zaken."

Zo'n man met kennis is oncoloog Wim Distelmans (VUB). Hij noemt de bewuste therapie 'schandalig en misdadig'. Maar de minister van Werk en Economie wil daar niets over zeggen. "Ik vind het systeem goed zoals het nu werkt," zegt hij. "Er worden veel opleidingen aangeboden, door veel verschillende instellingen. Die allemaal screenen is onbegonnen werk."

In de Kamer zei minister van Volksgezondheid De Block over de praktijken aan de zogenaamde Levensschool: "De behandelingstechnieken die daar worden aangeleerd zijn niets minder dan kwakzalverij en betekenen een gevaar voor de gezondheid van patiënten." De minister heeft aan de FOD Volksgezondheid gevraagd om het dossier te laten analyseren door de Provinciale Geneeskundige Commissie om na te gaan of er zich in de Levensschool praktijken voordoen en of er moet en kan opgetreden worden. Inmiddels heeft de PGC zijn analyse afgerond.

Ze is van mening dat er sprake is van onwettige uitoefening van de geneeskunde. De PGC, die volledig autonoom functioneert, heeft daarop beslist een klacht neer te leggen bij het Parket. De Block heeft haar collega Muyters inmiddels op de hoogte gesteld van het feit dat de FOD ernstige problemen zien wat de werking van de Levensschool betreft. Het is zijn verantwoordelijkheid om binnen zijn bevoegdheden, bijvoorbeeld de opleidingscheques, de nodige acties te nemen.

Maar volgens Louis Ide is dat niet zo: "Het is opvallend dat de beslissing over de erkenning, en de hier uit voortvloeiende subsidies, niet ligt bij de Vlaamse minister van Werk maar bij het paritair comité voor de gezondheidszorg. Het is een zorgwekkende evolutie in de maatschappij dat steeds meer beslissingen worden genomen door instanties die hierover geen verantwoording moeten afleggen." Het klassieke NV-A deuntje dus: als iets niet naar behoren werkt zijn het de federale staat en zijn instellingen die niet werken.

En dan verandert hij het geweer van schouder en schiet op zijn collega's Detiège en Lijnen: "Ik vind het een bijzonder goede zaak dat politici de wetenschap vooropstellen. Wanneer men zich op de wetenschap baseert om politieke beslissingen te nemen, moet men dit echter wel consequent doen. Zowel de partij van (interpellanten) Van Malderen als van Brusseel zijn in dit dossier voorvechters van de wetenschap maar trekken in het debat over chronische Lyme de kaart van de alternatieve geneeskunde." "In 2014 kozen de meer dan 4.000 partijleden … van N-VA resoluut voor de wetenschap.

In de congresteksten staat letterlijk: 'Onze gezondheidszorg nog meer stoelen op de principes van de Evidence Based Medicine & Nursing (EBM&N): wat aantoonbaar werkzaam en dus wetenschappelijk bewezen is, betalen we sneller terug; wat overbodig of niet (genoeg) werkzaam is, schrappen we. ' N-VA bewandelt consequent deze weg en verlangt dan ook dat andere partijen die pretenderen de wetenschap te verdedigen hetzelfde doen. Ik ben bijgevolg benieuwd of Van Malderen en Brusseel hun partijgenoten op een even gedreven manier ter orde zullen roepen als tijdens het debat over De Levensschool."

Ide schoffeert bij deze zijn collega's en dat is not done. hij deed dat eerder al naar aanleiding van hun vrije tribune in MediQuality. Hij gebruikt hiertoe een valse analogie: zijn argument tegen Detiège en Lijnen is gebaseerd op een analogie die niet opgaat omwille van belangrijke verschillen tussen de situaties die vergeleken worden. Ide wil geniaal zijn maar helaas, zijn beentjes zijn te kort.

Een emeritus van de VUB die dr. Ide van nabij kent en die ook door hem van kwakzalverij werd beschuldigd, reageert laconiek: de man lijdt duidelijk aan een dwangneurose. In DSM-5 wordt de stoornis ingedeeld in een apart hoofdstuk over obsessieve-compulsieve en verwante stoornissen. Soms normaliseert het aanvankelijk afwijkend gedrag en afwijkende hersenactiviteit zich na behandeling met gedragstherapie of mindfulness oefeningen. In afwachting legde hij klacht neer tegen de NV-A Algemeen Secretaris.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

10:09 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

18 maart 2016

België roept expertisecentra zeldzame aandoeningen op zich te melden

Voor zowel de patiënt als zijn arts is het heel belangrijk te weten waar specifieke expertise te vinden is. Naar schatting lijdt in totaal 6 tot 8% van de bevolking aan een zeldzame aandoening, wat neerkomt op 660.000 tot 880.000 Belgische patiënten, of 27 tot 36 miljoen Europeanen. Naar schatting bestaan er 6.000 tot 8.000 verschillende soorten zeldzame ziekten. Gespecialiseerde zorg wordt ook meer en meer over de grenzen gezocht. Een overzicht van die Europese centra is dus een grote stap op weg naar betere, integrale zorg voor patiënten. Erkende Europese expertisecentra kunnen zich sinds gisteren, 16 maart, aanmelden voor deelname aan de oprichting van Europese referentienetwerken.

Aan het eind van 2015 moesten in heel Europa de expertisecentra bekend zijn waar patiënten met zeldzame aandoeningen terecht kunnen voor diagnose, multidisciplinaire zorg, paramedisch begeleiding en een eventuele behandeling. Die expertisecentra dienen te voldoen aan de normen die de Europese Unie aan dergelijke centra stelt om compatibel te zijn met het Europese netwerk voor zeldzame aandoeningen (European Reference Network).België engageerde  zich  om  de  Europese  oproep  te  volgen  en  een  actieplan voor  Zeldzame  Ziekten  te  ontwikkelen voor  het  einde  van  2013.

Er komt nu schot in de zaak. Op de pas afgelopen conferentie ‘Van expertisecentra naar expertisenetwerken' op 10 maart georganiseerd door de vereniging van patiëntenorganisaties voor zeldzame en genetische aandoeningen (VSOP) en de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU), werd afgesproken dat de expertisecentra voor zeldzame aandoeningen op Europees niveau gaan samenwerken om betere behandelingen te ontwikkelen.

In samenwerking met de nationale en regionale behandelcentra zullen de expertisecentra kennis en deskundigheid op het gebied van zeldzame aandoeningen bundelen en ontwikkelen, protocollen en richtlijnen ontwikkelen, onderzoek coördineren en zorgen voor een adequate verwijzing van patiënten in binnen- en buitenland. Ook hopen de initiatiefnemers dat de expertisecentra kunnen helpen om de kosten te beheersen van nieuwe geneesmiddelen voor zeldzame aandoeningen. Met hun expertise kunnen de centra snel bepalen wat de toegevoegde waarde is van nieuwe medicijnen.

Erkende Europese expertisecentra kunnen zich vanaf gisteren, 16 maart,  aanmelden voor deelname aan de oprichting van Europese referentienetwerken. Bij de beoordeling van 288 potentiële expertisecentra wordt er getoetst op 17 in Europees verband vastgestelde criteria rond 7 verschillende thema's. Zo wordt er gekeken naar de aanwezigheid van richtlijnen, zorgpaden, standaarden en indicatoren. Er wordt bovendien nadrukkelijk gekeken naar het wetenschappelijk onderzoek.

Ook de continuïteit van zorg is een belangrijk punt.  Voor de inbreng van het medisch-wetenschappelijke perspectief en Europese inbedding moet nauw samengewerkt worden met Orphanet EU de inbreng van de patiëntenverenigingen  op basis van hun ervaringen met de kandidaat-expertisecentra actief participeren in de toetsing. De expertisecentra blijven niet beperkt tot universitair medische centra, ook klinische expertise van perifere ziekenhuizen en specifieke instellingen komt in aanmerking.

Wij stelden minister Maggie De Block de vraag:  waar staan we in ons land? Nog niet zo ver als in Nederland, zo blijkt. Maar we komen er. "Op Europees vlak is vandaag  de oproep gelanceerd:

http://ec.europa.eu/health/ern/implementation/call/index_...

zegt haar woordvoerster Els Cleemput. "Om te kunnen deelnemen aan een dergelijk Europees referentienetwerk moet men een toestemming krijgen van de overheid van de lidstaat waar men gevestigd is. Onze Belgische procedure om zorgaanbieders de goedkeuring te geven om zich kandidaat te stellen om erkend te worden als Europees referentienetwerk, is zo goed als rond. Via deze procedure zal België de Belgische kandidaten voor de erkenning van "Europees netwerk" kunnen "endorsen"."

Eerstdaags zullen ons Belgische zorginstellingen en artsen informatie krijgen over hoe ze zich kandidaat kunnen stellen. De oproep is bij deze gelanceerd!

De eerste tranche erkende centra is per aandoening in te zien op de expert centres van Orphanet http://www.orpha.net/consor/cgi-bin/Clinics.php?lng=EN.   De tweede tranche volgt daar spoedig.

Marc van Impe


Bron: MediQuality

16:55 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)