13 september 2017

De robot geeft advies


Een medisch advies is een kop soep waard, een juridisch advies kost een maandloon. Ik consulteerde nog niet zo lang geleden een raadsman in een delicate doch banale kwestie. Zo’n 3.000 euro later en een paar illusies minder wist ik waar ik aan toe was.


Het juridisch advies was noppes, de zaak werd buiten de rechtbank geregeld onder heren. De advocaat rekende me tot op de seconde zijn telefoontjes aan, zijn wandel naar de kopieermachine, zijn tocht naar de griffie (250 m verder in de straat) tot en met 4€ verzendkosten per brief. Een praatje met een bevriend jurist die achteraf het juiste advies gaf, kostte me een paar pinten en een lunch. Ter vergelijking: een consultatie bij de geleerde vrouw kost de patiënt nog geen kop soep in het ziekenhuisrestaurant. Wie heeft er het langst gestudeerd dacht u? De verhoudingen zijn zoek. Maar toch heb ik daar bedenkingen bij. Dat komt zo:


Artificiële Intelligentie krijgt in ons land zijn eerste toepassing in een intellectueel vrij beroep. Het juridisch adviesbureau deJuristen uit Gent heeft de eerste juridische robot in Europa gelanceerd: ‘Lee & Ally'. De chatbot beantwoordt uw juridische vragen, op basis van een juridische databank. De bèta-versie is nu beschikbaar voor de Vlaamse markt.


TheJurists Europe haalde eerder één miljoen euro binnen voor de uitrol van haar juridisch AI-platform. De bedoeling is dat u snel en tegen een redelijke prijs advies krijgt in courante juridische zaken. De initiatiefnemers zeggen nu al dat op die manier tegen 2025 80% van de advocaten werkloos is. Voor huisartsen klinkt dezelfde onheilsboodschap. Maar is dat zo? Ik geloof het niet.


TheJurists Europe doet beroep op artificiële intelligentie om juridisch advies te verlenen aan bedrijven. "Hier dromen we al zeven jaar van", stelt Matthias Dobbelaere-Welvaert, (nomen est omen) managing partner bij deJuristen. "De klassieke juridische markt is al decennia lang onveranderd gebleven. Nu is de technologie eindelijk zover om een betekenisvolle schokgolf door het juridische landschap te laten gaan."


De virtuele juridische robot, Lee & Ally genaamd heeft als testpubliek vooral tech start-ups voor ogen. De bèta is één maand gratis te testen, waarna testers 35 euro per maand betalen. Voor dat bedrag kunnen ze juridische antwoorden en documenten opvragen bij de robot, of terugvallen op de menselijke helpdesk van deJuristen Gent. De bot specialiseert zich op dit moment in een beperkt aantal juridische domeinen: intellectuele eigendom, privacy, e-commerce en ondernemingsrecht. De finale versie moet in het eerste kwartaal van 2018 gelanceerd worden in vier à vijf landen. Daarvoor zal 99 euro per maand gevraagd worden.


Op korte, gerichte vragen geeft de robot een snel en automatisch juridisch advies. Mogelijke vragen zijn: ‘Hoe kan ik iemand aannemen? Wat met mijn recht op privacy?'. Aan de hand van keywords tracht de 'jurdische Siri' te achterhalen wat het juiste antwoord is. Mocht de robot op een bepaalde vraag niet kunnen antwoorden, of mocht hij een fout antwoord geven, dan is er een menselijke helpdesk beschikbaar. Die kan je vervolgens verder helpen. De vraag blijft hoe je als klant weet dat de chatbot fout is?


Het is niet het enige online initiatief in ons land. In de Verenigde Staten is 'legaltech' de talk-of-the-day. Daar bestaat ook al een gratis juridische robot voor particulieren gelanceerd. Volgens de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom werden vorig jaar 579 patenten goedgekeurd die technologie koppelen aan nieuwe juridische diensten. Vijf jaar geleden waren dat er nog maar 99.


IBM's supercomputer Watson heeft ROSS, de juridische vraagbaak, die een deel van het advocatenwerkproces automatiseert. In plaats van zelf wetboeken open te slaan, kunnen advocaten hun vragen stellen aan ROSS. Bevalt het antwoord niet, dan kan je dat aangeven en zoekt hij verder. Door die feedback kan de robot zijn dienstverlening voortdurend optimaliseren.


Lee & Ally, de virtuele bot van deJuristen werkt net zo. Na elke vraag kan je aangeven of het antwoord slecht, matig of goed was en waarom, zodat de bot steeds slimmer wordt. Je zou de vraag kunnen stellen of de robot jou niet zou moeten betalen. Volgens Dobbelaere-Welvaert is het recht op die manier voor 99 procent automatiseerbaar. "De combinatie van de geschreven wet (het wetboek), het gesproken recht (de rechtspraak) en studie van beiden (de rechtsleer) kan perfect door een intelligente bot worden geïnterpreteerd en in mensentaal worden omgezet", schrijft hij in een blog op Medium. In de wereld van de geneeskunde hoor ik dezelfde verhalen.


Matthias Dobbelaere-Welvaert van deJuristen. "Volgend jaar is het de bedoeling dat de robot ook buiten België gelanceerd wordt, en dat ook particulieren er gebruik kunnen van maken. We willen de robot tegen dan verbeteren aan de hand van de feedback van gebruikers." ‘Maar tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren, en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren, en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.', schreef Willem Elsschot.


En dat merkte ook de redactie van de VRT die enkele ingewikkelder vragen stelde en soms vreemde antwoorden kreeg. Maar Matthias Dobbelaere-Welvaert van deJuristen is overtuigd: na hun robot komen nog veel andere. Al hebben anderen daar misschien een andere kijk op. Zo tweette advocaat Anthony Godfroid: "Een chattende juristenbot is zoals virtuele seks: het lijkt een goede vervanging, maar op het einde van de rit blijf je op je honger zitten."


Niet altijd juist, maar een goede bedenking. En dat geldt ook voor de geneeskunde. Alleen gaat daar soms over het leven of de dood. En die keuze wil ik toch niet graag aan robot overlaten.


https://leeally.com/

Marc van Impe

Bron: MediQuality

11:10 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

12 september 2017

"Het leven is lijden"


We zijn doorgeschoten in onze wens om niet te lijden en zo lang mogelijk te leven. Dat las ik deze zomer bij de jonge filosoof Gerard Adelaar (34) in zijn boek 'De onverbeterlijke mens. Reflecties op medicalisering', waarin hij beschrijft hoe onze zucht naar perfectie en onsterfelijkheid ook de lol en de diepgang uit het leven dreigt te halen. Hoe welzijn en gezondheid exclusief een zaak van de dokter zijn geworden, en van andere belanghebbenden die er hun brood mee verdienen.


Adelaar is een adept van het Huxley-denken en gaat tekeer tegen de vanzelfsprekendheid waarmee dokters, politici en de burgers nieuwe medische technologie omarmen. De horror voor Adelaar is een Brave New World, een toekomst waarin iedereen gezond is en waaruit alle pijn is verdwenen.


De auteur wil een wereld waarin mensen opnieuw de autonomie hebben om te beslissen over een gezond leven. Nu zijn het volgens hem de aanbieders van zorg die beslissen wat goed voor ons is. Om een brutale uitspraak zit hij niet verlegen: "En bedenk, die aanbieders hebben daar een belang bij." Sterker nog: "Dokters hebben er geen belang bij dat hun baan helemaal verdwijnt."


Toch is de auteur niet helemaal negatief: "In de zorg gebeuren veel goede dingen. Wat mij stoort is dat er een sterke neiging is om zonder meer gebruik te maken van nieuwe medische technologie, als die eenmaal wordt aangeboden. Zonder ons af te vragen 'willen we dit eigenlijk wel?' Of 'lossen we hiermee wel het probleem op?' We medicaliseren enorm. Alles is gericht op onsterfelijkheid. Zoals we ook zijn doorgeslagen in onze wens al het lijden uit het leven te bannen."


Uiteraard heeft de filosoof het ook over de dood bij een voltooid leven. "Omdat we lijden zelf lastig vinden, kunnen we het ook bij de ander niet meer aanzien," zegt hij dit voorjaar in Trouw. "Het grote gevaar is dat we ouderen de indruk geven dat het zo hoort, dat je leven voltooid is en dat je er een einde aan moet laten maken. Ook nog eens door een ander, de autonomie is helemaal verdwenen. Er dreigt ook een sfeer te ontstaan waarin we niet meer accepteren dat we kunnen overlijden aan kanker. Je hoort artsen soms ook zeggen dat het binnen vijf jaar te genezen is. Dat is pijnlijk voor degenen die er wel aan overlijden, ook op jonge leeftijd. Het gevaar is dat die zieke mensen zich ook nog schuldig gaan voelen."


Een van de kernproblemen die Adelaar aanraakt is de explosie van de zorgkosten. "Men kijkt wel naar de stijging van de kosten, maar niet naar het probleem erachter. Het is ook lastig, want de kiezer ziet medicalisering als een recht." Daarin heeft Adelaar overschot van gelijk.


Dus zijn politici niet geneigd om die toegang tot nieuwe medicatie en technologie zomaar botweg te verbieden. Ze zoeken wel naar middeltjes om de toegang tot die spitstechnologie zo moeilijk mogelijk te maken. Ze zouden er goed aan doen om open kaart te spelen. En dan komt de calvinist in de auteur boven: "Wie het lijden afschaft, doet ook het goede van het leven verdwijnen."


De auteur is niet te beroerd om voor zijn betoog steun de zoeken bij onverdachte heidenen zoals de stoïcijnen en Nietzsche, die ook zei 'voluit leven is ook voluit lijden'.


Ik vind daar we daarover moeten nadenken. Reflectie. Het is goed mogelijk dat wanneer we de diepte uit het lijden wegnemen, we ook de vreugde uit het leven halen." Het is een boek dat niet op een nachttafel misstaat. Ik moest na de lectuur denken aan het chanson van Robert Long: Het leven was lijden.

Marc van Impe


Gerard Adelaar: 'De onverbeterlijke mens. Reflecties op medicalisering'. Uitgeverij Klement, 176 p., € 19,99.

 

Bron: MediQuality

10:08 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

11 september 2017

Wie oud is moet in dit land zichzelf maar redden


Mijn goede moeder, die nu 91 is en na acht kinderen nog helder van geest maar slecht ziende en af en toe vermoeid door het leven gaat, heeft alle moeite om de nodige thuiszorg te krijgen. Opname in een zorginstelling daarentegen, als je tijd van wachten hebt, is geen probleem. Zo zal je maar, als je je laatste decennium nadert, in een vacuüm vallen. En wat blijkt: in ons land is niemand verantwoordelijk.


Zelfredzaamheid, mantelzorg, thuisverzorging, je wordt er ondertussen de voorbije maanden voortdurend om de oren mee geslagen. Zowel de federale als regionale ministers herhalen het mantra. Maar wat betekent dat eigenlijk en wie is er verantwoordelijk voor?


Het komt erop neer dat heel wat mensen zo lang mogelijk thuis moeten kunnen blijven wonen. In Nederland moeten gemeenten ervoor zorgen dat mensen die niet op eigen kracht zelfredzaam zijn, zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. De gemeente geeft ondersteuning thuis via de Wet maatschappelijke ondersteuning. Officieel heet deze wet Wmo 2015.


Gelijkaardige regelingen bestaan in de Scandinavische landen en in Duitsland. Het gaat bijvoorbeeld om begeleiding en dagbesteding; ondersteuning om de mantelzorger tijdelijk te ontlasten; een plaats in een beschermde woonomgeving voor mensen met een psychische stoornis; opvang in geval van huiselijk geweld en mensen die dakloos zijn.


Meldt iemand zich bij de gemeente met het verzoek om ondersteuning? Dan moet de gemeente onderzoek doen naar de persoonlijke situatie. Daarvoor dient dan het persoonsgebonden budget (pgb) waarmee de cliënt de ondersteuning zelf kiezen en inhuren. Het geld komt niet op de eigen rekening. De Sociale Verzekeringsbank zorgt voor de betaling. In ons land kan je daar alleen maar van dromen.


Er zijn in 2016 problemen geweest met de uitbetaling van het pgb. Hierdoor zijn zorgverleners niet altijd op tijd betaald. Door de problemen is hinder en stress ontstaan bij budgethouders en hun zorgaanbieders. Een deel van hen heeft bovendien extra en soms veel kosten moeten maken. Omdat dit maatschappelijk onaanvaardbaar is zijn alle 388 Nederlandse gemeenten nu verplicht om een Wmo-cliëntervaringsonderzoek uit te voeren.


De mandataris die daarvoor verantwoordelijk is, krijgt geen bezoldigd mandaat! Zeven gemeenten weigeren dit onderzoek te doen en lopen hierdoor het risico op een aanwijzing van het ministerie van Volksgezondheid. 381 gemeenten hebben voor het cliëntervaringsonderzoek gebruikgemaakt van de verplichte vragenlijst, andere gemeenten hebben een eigen vragenlijst gebruikt en enkele gemeenten hebben helemaal geen onderzoek gedaan naar de ervaring binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), laat het ministerie weten.


Wie geen onderzoek doet of niet de verplichte vragenlijst gebruikt, kan hierop worden aangesproken. Indien een gemeente helemaal tekortschiet bij de uitvoering van de Wmo kan die een aanwijzingsprocedure verwachten. Dat betekent overheidsingrijpen, boete en een procedure zodat de kwaliteit van de uitvoering weer op niveau komt. In ons land kom je bij klacht op een meervoudig keuzenummer terecht dat begint met de boodschap dat je moet bellen tussen de kantooruren, die onvermijdelijk eindigen om 16 uur.


Van een cliëntervaringsonderzoek om inzicht te krijgen in hoe cliënten de sociale ondersteuning ervaren, heeft men hier in Vlaanderen noch in Franstalig België nog nooit gehoord. In Nederland kunnen gemeenten hun ervaringen vergelijken op de website www.waarstaatjegemeente.nl.


In Nederland worden de huisartsen bij dit onderzoek betrokken. In ons land val je in een zwart gat. Van cliëntervaringsonderzoek heeft men hier nog nooit gehoord. Laat staan dat een huisartsenorganisatie daar al aan gedacht heeft. Wie oud is, moet zich overgeven of zichzelf maar redden. Die stem zal bij de volgende verkiezing immers het verschil niet maken.


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

13:18 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)