03 januari 2018

NIP-test product van het jaar

 

De NIP-test kreeg van de lezers 1.144 stemmen. Hij doet het daarmee net iets beter dan Tournée Minérale, het initiatief van Stichting tegen Kanker en VAD waarbij 122.000 deelnemers in februari van vorig jaar beloofden geen druppel alcohol te drinken. Tournée Minérale kreeg 1.105 stemmen toegekend.

Jaarlijks laten zo'n 100.000 zwangere Belgische vrouwen een test uitvoeren voor trisomie 21, de medische term van het syndroom van Down. De NIP-test is veel betrouwbaarder en vermindert de noodzaak om een vruchtwaterpunctie of vlokkentest uit te voeren, die het risico op een miskraam in zich dragen. Wereldwijd vinden er zo'n 1 miljoen NIP-testen plaats. In 2021 zou het al om 2,5 miljoen controles gaan. Maar hoe populair ook, onomstreden is de test niet. Critici stellen zich de vraag of de NIP-test wel echt die vrije keuze van het koppel biedt die steevast wordt vooropgesteld.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

23:32 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Groepsaankoop voor zelfdodingspil


De Nederlandse Coöperatie Laatste Wil (CLW) lanceert deze maand haar nieuwste project Middel X. Daarbij wil ze via een soort groepsaankopen een 'betrouwbaar' middel kopen om zelf je levenseinde in handen te nemen. Ook 220 Belgen werden de jongste maanden lid. Dat schrijft De Morgen vandaag.

Voorzitter Jos van Wijk van de belangenorganisatie CLW bevestigt zaterdag berichtgeving hierover in NRC Handelsblad. De organisatie strijdt voor het recht op een middel om zelf euthanasie te plegen. "Het geeft mensen rust om zo'n middel in huis te hebben", aldus Van Wijk, die zegt niet te vrezen dat de aangekondigde werkwijze strafbaar is.

In september had de coöperatie, die in 2013 is opgericht, nog maar 3.000 leden. In die maand werd in een uitzending van het Nederlandse Nieuwsuur bekend dat CLW een goedkoop legaal middel had ontdekt waarmee mensen zelf euthanasie kunnen plegen. Ondertussen zijn er 17.000 leden, die elk 15 euro lidmaatschap betalen.

Ook 220 Belgen sloten zich aan bij CLW. Concrete plannen om ook in België inkoopgroepen te organiseren zijn er nog niet. "Het systeem met de inkoopgroepen is op maat van het Nederlandse rechtssysteem ontwikkeld. Voor we het in andere landen uitrollen moeten we eerst nagaan wat de wettelijke mogelijkheden daar zijn", klinkt het. De 220 Belgische leden worden uitgenodigd voor infoavonden over de inkoopgroepen die in de buurt van de Belgische grens georganiseerd worden.

De actie start vandaag. Mensen kunnen zich inschrijven voor informatiebijeenkomsten over het middel en de inkoopprocedure. Eén persoon koopt het middel vervolgens in voor de leden die hem of haar daartoe hebben gemachtigd. Volgens de belangenorganisatie is de collectieve inkoopprocedure bedoeld om een veilige toepassing te waarborgen.

"Het zou onverantwoord zijn als mensen het middel individueel kopen. Je hebt maar 2 gram nodig. Stel dat de minimale hoeveelheid een pond is, wat gebeurt er dan met de overige 498 gram van dat gevaarlijke spul?" Als leden het middel aanschaffen, verstrekt de organisatie daarbij een kluisje om het spul in te bewaren.

"De meesten zullen het middel niet meteen gebruiken", klinkt het. "Uit principe vind ik dat iedereen het recht heeft op levensbeschikking", zegt Wim Distelmans, professor in de palliatieve geneeskunde aan de VUB. Toch vindt hij het initiatief van de Coöperatie geen goed idee. "Ik weet uit ervaring dat het heel moeilijk is om te beoordelen of iemand echt onherroepelijk uit het leven wil stappen."

Bij het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie (VLESP) zijn ze ook geen voorstander van zo'n ‘zelfdodingspil'. "Dit lijkt me zeker geen goeie evolutie, want het gaat buiten de euthanasiewet om", zegt onderzoekster Saskia Aerts. "Die wet dient er net voor om mensen te beschermen, om het te omkaderen en ervoor te zorgen dat het doordacht gebeurt." "Er is zelfs geen psychologisch onderzoek naar de motieven van iemand", zegt Aerts. "Waarom wil iemand dood? Die vraag wordt hier niet gesteld. Dat die menselijke tussenkomst volledig verdwijnt, is een eng idee."

Het Nederlandse CLW benadrukt zelf dat er voldoende ‘veiligheidsmechanismen' zijn ingebouwd. Zo is er een bedenktijd van een half jaar, pas dan krijgt een nieuw lid een informatiepakket. Het middel zelf kun je pas aanschaffen als je verklaart dat je weet wat je doet, dat je het alleen voor jezelf zult gebruiken en niet onder druk bent gezet. Het zou gaan om een legaal verkrijgbaar conserveermiddel. De naam en precieze samenstelling van het middel maakt de organisatie niet bekend, ook niet aan de leden zelf. Wel werkt een onafhankelijk toxicoloog aan een verklaring over de veiligheid en werking ervan.

Aerts: "Maar de vraag is hoe ze die voorwaarden zullen controleren. Simpelweg ‘iets verklaren' heeft weinig waarde. Bovendien is het vreemd dat er enkel een wachttijd is geïnstalleerd. Mensen die naar de zelfmoordlijn bellen, denken er vaak al ruim een jaar aan om uit het leven te stappen. In die zin is een half jaar zelfs kort. Tijd is geen goed criterium."

Het CLW benadrukt dat mensen die het middel bestellen, het daarom niet per se zullen gebruiken. "Het geeft rust dat ze erover kunnen beschikken als ze zover zijn", klinkt het. "Hetzelfde zien we overigens bij euthanasie", legt Aerts uit. "Het idee dat het kan, geeft vaak voldoende zekerheid om verder te kunnen. Misschien dat zo'n pil hetzelfde effect kan hebben. Al praat dat het gebruik ervan nog steeds niet goed. Bij euthanasie wordt er daadwerkelijk in overleg gegaan met hulpverleners. Hier is dat niet het geval."

Aerts: "Maar zo'n zelfdodingspil maakt het nog een pak toegankelijker. Bovendien lijkt het medisch onderbouwd, doordat ze een informatiepakket opsturen. Ze laten uitschijnen dat erover is nagedacht, dus gaan mensen er vertrouwen in stellen. Dit moeten we echt vermijden. Dit druist net in tegen de preventie van zelfdoding. Zelfs erover rapporteren houdt risico's in."

Wie met vragen zit over zelfdoding, kan terecht bij de Zelfmoordlijn op het gratis nummer 1813 en op www.zelfmoord1813.be.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

17:11 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

30 december 2017

Seksueel overschrijdend gedrag: een boterham met choco


Maar liefst 33 procent van de lezers (N=176) die deelnamen aan onze recente enquête hebben ooit vroeger vast gesteld dat er in hun omgeving collega’s waren die zich bezondigden aan seksueel grensoverschrijdend gedrag. En 3 procent zit vandaag in zo’n situatie of wordt daar mee geconfronteerd. Zo blijkt uit onze online bevraging. Ik vind de vraagstelling overigens nogal zacht.

Ik wil opmerken dat ik de voorbije dagen nogal wat "daders" van seksueel overschrijdend gedrag heb horen "pochen" over hun exploten. - Erotiserend en seksueel getint gedrag kan onder de vorm van uiting van ongepaste intieme gevoelens in woord en/of gedrag; onnodig aanraken: aanraking of betasting zonder dat dit binnen de professionele standaard van de betreffende beroepsgroep past; aanranding tot en met verkrachting. Deze feiten kunnen eenmalig zijn, maar ze kunnen zich ook gedurende een lange periode ‘opbouwend' voordoen, van verleiding tot verregaand seksueel misbruik. Daartegenover staat dat er veel subtieler en kwalijker praktijken gebeuren: stalking, pressing, chantage.. Een belangrijke vraag is of er geen actie moet komen vanuit diensten als IDEWE of vanuit de Orde. Het is niet nieuw. Het is wel onthutsend. Ziekenhuis en academie blijken gevaarlijke plaatsen waar het er wel eens liederlijk aan toe gaat. Het ergste is dat sommige artsen de ernst van de situatie niet inzien. Op Europe 1 zei een arts letterlijk dat een klets op de billen een vorm van stoom afblazen: "Ça pour moi c'est pas du harcèlement, ça fait rire tout le monde, ça détend tout le monde, c'est un peu notre dérision et notre échappatoire." Merkwaardige gedachtengang toch.

Mevrouw Soens SP-A stelde al op 29 september 2016 in het Vlaams Parlement een vraag naar aanleiding van een verontrustend geval van seksuele intimidatie aan een van onze instellingen van het hoger onderwijs. Volgens het slachtoffer, daarin bijgetreden door anderen, ginghet helaas niet om een alleenstaand geval. Aan onze faculteiten zou er een ware machocultuur heersen, en interne mechanismen om dat aan te kaarten, zouden ontbreken of niet goed functioneren. De ombudsman heeft vaak een zwakke positie en kan moeilijk formele klachten behandelen. De drempel om als slachtoffer van seksuele intimidatie naar de ombudsman te stappen, is vaak ook nog te hoog. Daarnaast komen er nog eens de problematische machtsverhoudingen tussen de betrokken personen. Studenten of doctorandi zijn vaak heel afhankelijk van de goodwill van hun promotor of begeleider. Die hebben namelijk een grote invloed op een eventuele verdere carrière van de student in de academische wereld. In het geval waarvan sprake is, zei het slachtoffer dat de ombudsman van de betrokken instelling haar had gezegd dat de voortzetting van haar procedure sowieso het einde voor haar academische carrière zou betekenen.

Behalve van dergelijke gevallen van seksisme en seksuele intimidatie maakte het studentenblad Veto enkele maanden geleden ook al melding van verregaande seksuele pesterijen aan onze instellingen. De universiteiten zijn zich daarvan bewust en stelden de voorbije jaren rapporten op over het psychosociaal welzijn van hun personeel. Het seksisme, de machocultuur en de problematische machtsverhoudingen moeten eruit.

De academische wereld is natuurlijk een risico-omgeving. Er is een mix van jong en oud, er is een klimaat van grote vrijheid en de prestatiedruk ligt hoog. Als we het lijstje maken van risicofactoren die een bepaalde omgeving kwetsbaar maken, dan kom je automatisch op die factoren uit.

Uit een bevraging bij de universiteiten blijkt dat er (in Vlaanderen) de voorbije drie jaar in het totaal slechts 16 gevallen van seksisme of seksuele intimidatie zijn gemeld. Franstalige cijfers zijn er niet. Maar alleen al het meldpunt Gender en diversiteit aan de KU Leuven, maakte de voorbije 3 jaar 23 keer melding van vormen van discriminatie met betrekking tot gender. Ook de VUB heeft een zeer sterk uitgewerkt systeem om met dergelijke meldingen om te gaan. Het onderzoek van het Expertisecentrum O&O Monitoring (ECOOM) gaf ook al aan dat meer vrouwen mentale problemen rapporteren dan mannen, namelijk 28 procent meer mannen.

Maar er is meer. Studies die zorgverstrekkers bevragen over hun eigen functioneren kunnen soms heel interessante resultaten opleveren. Zo blijkt uit een overzicht van Canadese studies bij gezondheidswerkers dat tot 17% van hen aangeeft een seksuele relatie te hebben gehad met minstens één patiënt. En dat gaat dus veel verder dan onnodig laten uitkleden een onnodig uitwendig en inwendig onderzoek, tot en met een seksuele relatie en weer: aanranding en verkrachting.

En dan is er de actie in omgekeerde richting: Maar liefst de helft van alle vrouwelijke artsen krijgt te maken met ongewenst seksueel gedrag van patiënten. Slechts één op de tien dient een klacht in. Het zijn niet alleen vrouwen die seksueel belaagd worden. Ook 30% van de mannelijke dokters heeft dit de voorbije tien jaar meegemaakt, zo blijkt uit een eerdere bevraging van de Artsenkrant bij 1.800 respondenten. Het gaat dan van seksueel getinte opmerkingen, over patiënten die een kledingstuk te veel uittrekken, tot zelfs aanranding. Geconfronteerd met zo'n ongewenst gedrag, spreekt 67% van de artsen de patiënt hierop aan. Amper één op de tien dient ook een officiële klacht in. Dubbel zoveel dokters ondernemen niets. Meer dan de helft denkt dan ook dat zo'n klacht toch niet serieus genomen wordt.

Tenslotte nog dit: Na de berichten over losse handjes binnen de Gentse faculteit Letteren en Wijsbegeerte, bleek er ook op de faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen een gastprofessor die op dat moment ook het hoofd van de ICT-afdeling van het UZ Gent was en die beschuldigd werd van verbale seksuele intimidatie. Later zei de vrouw dat ze ook aangerand werd. Ze diende een klacht in bij de politie én stapte naar de interne dienst van het ziekenhuis, dat verbonden is aan de UGent. De aanrakingen waarnaar de vrouw in haar klacht verwees, waren volgens de dader "totáál uit de context gerukt". "Het gaat over high fives en schouderklopjes", zei de prof. "Zij is over al die zaken blijven doordrammen. Samen met de directie van het UZ zouden we met haar rond de tafel gaan zitten, maar daar wilde ze niet op ingaan." De UGent reageerde niet verbaasd. "We hebben specifiek opgeroepen om dergelijke zaken te melden, we hadden ons eraan verwacht dat er meer zaken zouden bovendrijven", zei woordvoerster Stephanie Lenoir. Het bleek overigens dat de toenmalige vrouwelijke rector al geruime tijd op de hoogte was. In een reactie bevestigde de rector dit: "Het klopt dat daar een aantal maanden zijn over gegaan, omdat men eerst die mensen heeft moeten overtuigen om te komen praten. Naar mijn aanvoelen is de situatie binnen die vakgroep ook al veel langer gaande dan het ogenblik waarop ik daarover ingelicht werd."

Daarom willen we er nog eens aan herinneren dat wanneer een student geneeskunde, een arts in opleiding of een arts tout court te maken krijgt met ongewenst gedrag een melding van dit incident aan een vertrouwenspersoon best schriftelijk wordt ingediend. Bij zo'n melding worden inhoud, tijdstip, naam van de melder en de naam van de aangemelde genoemd. Anonieme meldingen worden niet in behandeling genomen. Wanneer interventie door de vertrouwenspersoon onvoldoende resultaten voortbrengt kan de betrokkene een formele en schriftelijke klacht indienen bij de externe klachtencommissie. Het is belangrijk om dit bijtijds te doen, in ieder geval binnen één jaar na het voorval, en daarbij op te nemen de naam van de klager en aangeklaagde(n), een omschrijving van de ervaren ongewenste omgangsvorm en de stappen die zijn ondernomen, met eventuele schriftelijke stukken.

Overigens gaat het niet alleen om dames die belaagd worden. De medaille kan namelijk even goed omgedraaid worden. Heren kunnen in de situatie terechtkomen waar ze nog niet verder willen gaan, maar hun rol als initiatiefnemer zorgt ervoor dat het veel moeilijker is om ‘nee' te zeggen. ‘Ik denk dat het voor vrouwen moeilijker is om toe te geven dat ze ook daders kunnen zijn', vertelt professor Barbara Krahé, psychologieprofessor in Potsdam, die daarover ook in België een studie maakte . ‘Dat is volledig in tegenstelling tot de klassieke vrouwelijke rol. Agressie, en dus ook seksuele agressie, passen niet in dat plaatje.'

Of zoals een oudere dame het zo aardig formuleerde: ‘Seks in onze jonge tijd? Dat was als een boterham met choco.' Zouden de tijden zo veranderd zijn?

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

08:15 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)