01 maart 2017

Het gat in de markt: krediet voor oude dokters en apothekers

 

Nogal wat artsen en apothekers hebben een belangrijk deel van hun pensioenkapitaal geïnvesteerd in de woning waar ze verbleven. Dat blijkt nu niet zo’n verstandig plan te zijn. En niet zelden was in dit pand met twee voordeuren zowel woonst als praktijk of officinaal gedeelte gevestigd.

Je ziet ze staan langs onze lintbebouwde wegen, in de uitgestorven dorpskommen waar de middenstand, de grootgrutters en ketenbedrijven als Blokker, Kruidvat en Paris XL al vertrokken zijn omdat het welmenende gemeentebestuur de hele zone verkeersvrij gemaakt heeft.


Een enkeling bouwde buiten het centrum, makkelijk bereikbaar, parkeergelegenheid zat, maar in een stijl en naar de normen uit een tijd dat woorden als milieu en bescherming eerder geassocieerd werden met de georganiseerde misdaad dan met onze leefomgeving. De gebouwen beantwoorden niet langer aan de nieuwe milieunormen, dubbele beglazing, geïsoleerde spouwmuren, co-ketels, dakisolatie, vergeet het.


Je zal nog eerder een rieten dak vinden, een kruipkelder en daarnaast een dubbele garage en een locomotief die op basis van half-lichte fuel een heel huis dat vijf kinderen heeft grootgebracht, warm stookt. De Mechelse eikenhouten meubelen zijn uit de tijd. De hooiwagens nemen elke lente het huis en bij voorkeur de oude badkuipen in.


Het gaat er ruiken naar pensioen en herinneringen aan de wilde vynilplaten van de babyboomers. Antoine, Dutronc, The Stones, Petula Clarck, hun tijd is over. Kortom: er moet verhuisd worden en men gaat op zoek naar een appartement, als het kan met zich op een stuk natuur en toch dicht bij het stadscentrum. De bank steunt je enthousiast. In ruil geef je je huis in pand. Een mandaat, geen overbodige kosten uiteraard.


Een flat is gauw gevonden. En de financiering is een habbekrats. Nu nog gordijnen en nieuwe meubels en we zijn op weg naar de volgende 25 jaar. Maar dan blijft het oude huis op de markt. De makelaars dringen aan op prijsverlagingen. Stilaan bereikt de balans van uitgaven en verwachte inkomsten een precair evenwicht. Je vraagt je bank die meedenkt met vrije beroepers en zelfstandige ondernemers om advies.


Na veertien dagen komt dat er. De algoritmen hebben bepaald dat jouw spaargeld en je bijkomende pijlers van je pensioenverzekering verzilverd zullen worden. En je mandaten zullen hypotheken worden. "Daar wordt niemand beter van," geeft de bank toe. Maar zo werd beslist. No worries, no hurries. Voor de bank die je vijf minuten later per mail by the way ook nog eens uitnodigt voor een leuke informatieve avond met een stand-up comedian en een hapje en tapje achteraf, mag je klant blijven zolang je rekening rekt.

Ik ken ondertussen nogal wat apothekers en oude huisartsen en specialisten die met een basispensioen rondkomen en voor het vijftiende jaar in hun Mercedes naar de Lidl gaan. "Wij willen geen ALDI-klanten meer," zei de man van de bank door de telefoon, "dat straalt verkeerd af op u en mij". Die vérstraler was er overigens trots op dat hij de "great liquidator" was. "Moest ik niet goed zijn in mijn vak dan had ik dat al jaren niet zo lang gedaan." Ik vraag me af hoe die 's nachts als hij zijn himmlerbrilletje – zo stel ik me dat voor- op de nachttafel legt, in slaap valt?


De senior accountant van de bank bijt een citroen door: "Het is een kwestie van leeftijd. Was u jonger geweest dan hadden we u graag anders geholpen. Dan hadden we u een investeringskrediet aangeboden. Maar nu bent u een dagje ouder en u wordt er ook niet jonger op, geef toe." Ze heeft haast want ze gaat deze week met haar man en muizen skiën.


Ik lees in de krant dat 65–plussers maar niet langer aan de slag willen. Ik wel, dat leest u hier. En ergens, in dat vileine bezemkastje achter mijn reptielenbrein, wens ik hen allemaal een gebroken been toe. Of kanker achter het hart, zodat de dokters lang mogen zoeken, zoals Egon Schiele een van zijn uitgevers ooit wenste.


Ik hoor in Tour & Taxis waar onze campus gevestigd is en waar ook de redactie van De Tijd ligt , hoe de werkloosheid onder de bankiers toeslaat. Hoe loketbediende vervangen worden door pinautomaten. Hoe analisten duizendmaal trager zijn dan algoritmes die ergens in Silicon Valley ontwikkeld zijn. Hoe de crisis van 2008 door een of andere Deep Blue werd ontwikkeld. En op de website van mijn bank zie ik een advertentie met daarop een late twintiger op weg naar het accountmanagementschap, "iemand die meedenkt met zijn klanten." Vergis u niet. Twintigers denken mee tot jij vijfenvijftig bent. En ze denken vooral hoe ze je plaats kunnen innemen. En jij als zestiger -plusser mag dus wel nog projecten hebben nu je ouder bent of wordt, maar je moet daarbij niet op je bank rekenen. Een gat in de markt?


Ik denk dat ik naar die vrolijke en leerzame avond van de Bank ga.

Marc van Impe


Bron: MediQuality

16:15 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

28 februari 2017

God is een psychiater en rijdt in Beernem


In het West-Vlaamse Beernem rijdt God rond in een Porsche Carrera. De varkens en de burger kijken er lang niet meer van op. Die hebben al waanzinniger dingen zien passeren. De koers bijvoorbeeld. Of een colonne van “het gesticht” op weg naar een van de droeve baancafés waar ze naast een schreeuwende papegeaai verkoolde bitterballen serveren.


Tom Herregodts vond inspiratie voor zijn gepersonaliseerde nummerplaat in zijn familienaam, maar ook zijn achtergrond als psychiater bracht hem tot de opvallende keuze.


Ik heb het altijd bijzonder absurd gevonden: mensen met een luxewagen met humor. Meestal zijn het pipos die je op de provinciale baan Aalter-Knokke van de weg proberen te drukken om daarna met een fleece trui over de schouders over de Lippenslaan te flaneren terwijl mevrouw over de GSM een afspraak met haar minnaar maakt en tussendoor naar de solden kijkt. De nummerplaten zeggen genoeg: SEX42, FUCK1, HAHAHA, HIHIHI, XXXXXX, 2x69 en voor de minder geïnspireerde nouveau riche is er BATMAN en LOEKE.


Meestal aan overdreven snelheid op de derde rijstrook, soms aan een kruispunt in dispuut met een lid van de rijkspolitie, die er niet mee kan lachen. Ik weet dat het not done is, maar ik verdenk ze ervan stuk voor stuk een klein piemeltje in hun rode broek te verbergen. En de dames met LOEKE op het gat van hun wagen,- ik weet het, het zijn mannelijke chauvinistische zwijnengedachten - hebben een bijgesneden vagijn. Ik ken een professor die letterlijk nogal kort van stuk is. Hij kreeg van zijn vrouw LANGE cadeau. Daar moet de liefde onder de deur door stromen.
Maar de zogenaamde elite wil zich niet van het plebs onderscheiden door de aanwezigheid van cultuur of goede manieren. Dat zie je ook op weg naar Plopsaland of Walibi, maar dan rijden ze in getuned blik. Zij vallen onder de categorie 'ergerlijk maar onschuldig '. Tot je vlakbij parkeert en je wel eens kras zou kunnen trekken in de carrosserie van DEN DIKKE. Dan is de boot aan en komt er een heerschap in zweethemdje je de regels van het verkeer uitleggen.


Natuurlijk brengt één en ander de Staat, die nooit vies is van een extraatje, veel geld op. Ik heb een idee: dreig populaire gasten als deurwaarders, incassobedienden, meteropnemers, landmeters, parkeerwachters, kredietbeheerders, studiemeesters en conciërges een aangepaste nummerplaat te geven. Alleen als ze betalen krijgen ze een normale EZ-1-DYG-35 of zoiets. Anders wordt het GRIJP, KNIJP, STRAF, ZEUR of nog erger GRAUW. Wedden dat ze bereid zijn veel geld te betalen om van dat epitoom af te raken. Maak van echte platen een écht statussymbool, met een jaarlijkse taks van 100.000 euro.


De belastingontvanger is de Robin Hood van deze tijd: de ijdelen bestelen om er de burger beter van te laten worden. En een regisseur van een The-sky-is-the-limit-achtig allooi kan er een nieuw programma rond verzinnen.


Tenslotte nog dit: ik dacht dat psychiaters zo onderbetaald waren, maar dokter Herregodts heeft duidelijk duizend euro teveel. Voor die prijs ga je lekker eten in het restaurant "Si Versailles", waar je met je God nog opvalt op voorwaarde dat het duister niet is ingevallen. Maar tegen zoiets hebben ze van die LED-lampjes uitgevonden.


Geld heeft geen slechte smaak, het maakt zelfs gelukkig en je kan er voortdurend van bij verdienen of het door deuren en ramen gooien. Maar gezond verstand dat heb je in beperkte mate en daar moet je het voor de rest van je dagen mee doen.


"Dit betekent dat je van jezelf moet leren houden als de meest liefdevolle vader en moeder die je je maar kunt voorstellen," zegt Herregodts. Bij de god van Beernem heeft het alvast een positief effect. "Ik rijd vlotter en attent als ik me god waan." Nomen est omen –och here god, zou oma gezegd hebben. Ik zou zeggen: rijp voor de separatiecel. Een etmaal tenminste.

 

Marc van Impe

Bron : MediQuality

21:12 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

26 februari 2017

Sterven is niet vechten


Ik bezocht mijn moeder in het zorgtehuis. Ze zat er voor kortverblijf na een val. Opgewekt vertelt mijn moeder wie komt en gaat. Gaan staat hier vaak voor een definitief afscheid van deze wereld. In de cafetaria spreek ik een oude schoolmaat wiens moeder een etage lager zat. Bij de terminale gevallen. Palliatief heet dat. Hij komt de laatste documenten regelen. Hij vertelt over hoe moeilijk hij het heeft.


"Tijdens de eerste paar dagen dat mijn moeder verbleef in hospice, zat ik stil naast haar bed te kijken hoe ze daar lag, hoe die platte borst op en neer ging, ik luisterde naar haar kreunen, ik telde en hertelde haar doses medicijn, en streepte de dagen af dat ze lag te versterven zonder voedsel en water. Ik vroeg de verpleegster hoe lang dit proces van afscheid nemen zonder elkaar uit te zwaaien zou duren. We waren vijf dagen ver. Hoe kan een moeder zo sterven? Ze opende haar ogen niet, ze reageerde niet, ze was een ademende automaat die niets menselijks meer had. Ik stelde me voor hoe ik zelf zou zijn na vijf dagen zonder eten noch drinken."


De verpleegster antwoordde: "Dat varieert. Maar het kan een tijdje duren omdat je moeder aan het vechten is."


Mijn moeder heeft nooit gevochten. Ze ging met leven om als een Japanse jiujitsu, ze gebruikte de kracht van een ander om haar zin te krijgen. Die van mijn vader in het bijzonder.

Op dag zes ik vroeg, "Hoeveel langer kan dit doorgaan?"


De verpleegster stuurde me naar het hoofd van de afdeling palliatieve zorg. Een sterke vrouw achter dubbele brilglazen. Zij antwoordde: "Na zevenentachtig jaar geeft iemand niet zo maar op. Je moeder is een sterke dame. Ze vecht."


Wie bevocht ze? Mij? Het verleden? Haar eigen leven? Een geheim? De dood?


Vechten past niet in dit woordenboek. Het woord veronderstelt een actie. Vechten is doelgericht. Soldaten vechten. Hooligans vechten. Een moeder die sterft vecht niet. Ze is moe, ze denkt niet na over een volgende klap die ze zal uitdelen. Ze heeft geen strategie. En ik voelde me schuldig, extra schuldig omdat ik de toestemming gegeven had om haar water en brood te ontzeggen zodat ze zou sterven.

Ze vocht dus tegen mij! Het was een marteling. En het wàs een marteling voor mij! Ik zei haar te stoppen met vechten. Ik sloot de deur van haar kamer en hield hele gesprekken met haar over wie ze daar boven zou zien: haar man, mijn vader, mijn broer, haar schoonzus. Ik googelde op mijn smartphone "Does it  hurt to starve to death?"Ze zeggen dat verstervenden na een poosje niets meer voelen, dat het lichaam endorfinen aanmaakt.


In een artikel gepubliceerd in de Journal of the American Medical Association, las ik dat voeding en hydratatie niet synoniem is met eten. Eten is veel meer dan de inname van voedsel en water. Eten is een sociale daad. Eten is gelukkig je ochtendtoast boteren, een pak frieten delen om halftwaalf 's nachts, samen aan tafel zitten. Dingen die mijn moeder al lang vergeten was, voor ze in palliatieve zorg ging. Mijn moeder at al lang niet meer. Hetzelfde artikel verzekerde me dat goede verzorging en endogene opioïden tijdens die opgelegde hongersnood pijn en ongemak zou blokkeren. Dus, moeder kwam niets te kort. Ze lag daar, stoned van haar eigen opium, comfortabel en beschermd tegen doorligwonden.


In een ander artikel las ik dat hospicepatiënten soms zeventien dagen of meer zonder voedsel of water kunnen. Zeventien dagen. Zeventien dagen vechten en ik bad dat het mij niet zou gebeuren. Ik las in The New Scientist een artikel met de titel"What Happens to My Body Right After I Die." En daar leerde ik dat op het moment van het echte sterven alle spieren in het lichaam ontspannen. Dat was het sleutelwoord: ontspannen. Waarom gebruikte niemand dat woord? Waarom het lemma ‘vechten'? ‘Ontspannen'. Dat woord voelde geruststellend, medelevend, aanvaardbaar. De achtste dag zei ik haar "Ik hou van jou". Ik zag hoe ze ontspande. Dag negen gaf ze haar laatste adem."


Twee dagen later krijg ik een mail van mijn zus: mijn moeder heeft haar wilsbeschikking opgesteld. We kunnen de toekomst ontspannen tegemoet zien. Over een paar maanden, als het zomer wordt, is ze weer jarig.


Marc van Impe

Bron : MediQuality

14:59 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)