30 oktober 2016

Bankiers zijn hebzuchtiger dan artsen


Jongere mannen, die laagopgeleid zijn en rechts kiezen zijn hebzuchtiger dan anderen, zo moet blijken uit een doctoraal onderzoek van de Nederlandse psycholoog Terri Seuntjens. Werknemers in de financiële sector zijn hebzuchtiger dan medewerkers in de zorg. Als je rekening houdt met het feit dat de artsen vaak het hoogst opgeleid zijn, dan klopt dit beeld.

Hebzucht, een hoofdzonde voor wie ooit nog Rooms katholiek is geweest, is een combinatie van twee factoren: altijd meer willen hebben en nooit tevreden zijn. Er zijn twee soorten hebzucht: het verlangen naar meer geld, en verlangen naar meer in het algemeen.

Seuntjes kijkt in haar proefschrift vooral naar dat tweede. Dat gaat ook over verlangen naar status of vooruitgang, en dat hoeft niet per se slecht te zijn, zegt ze. ‘Ook bij geldzucht is het de vraag hoe ver je gaat. Als het leidt tot immoreel gedrag om meer geld te krijgen, dan is dat natuurlijk niet goed.' Op maatschappelijk niveau speelt de mate van competitie wellicht een rol. Als mensen met elkaar moeten concurreren, bijvoorbeeld in de financiële sector, kan dat leiden tot hebzuchtig en immoreel gedrag. Op individueel niveau kan het wellicht helpen als mensen zich minder op één ding richten. Als iemand alleen maar gericht is op zijn werk, kan dat ten koste gaan van zijn partner, familie of vrienden.

Seuntjes keek in haar proefschrift vooral naar hebzucht als karaktereigenschap, niet hoe mensen hebzuchtig worden door bijvoorbeeld reclame of het bezit van mensen in hun omgeving. Uit een eerder onderzoek blijkt dat mensen die opgroeien in een omgeving met een lage economische status, vaker hebzuchtig zijn. ‘Als je opgroeit in een wereld waarin je weinig hebt, kan hebzucht een strategie worden om zo veel mogelijk te pakken te krijgen,' zegt Seuntjens in het protestantse Nederlands Dagblad.

‘Ik heb gekeken naar financieel gedrag. Jongeren die hebzuchtig zijn, hebben meer inkomen, maar sparen ook minder en geven meer uit. Ze hebben meer schulden. Hebzucht zorgt daarnaast vaker voor onethisch gedrag. Dat gaat bijvoorbeeld over spieken bij tentamens en niet tegen een caissière zeggen dat ze te veel geld teruggeeft. Hebzuchtige mensen vinden het ook acceptabeler om vreemd te gaan.'

Zijn we als maatschappij hebzuchtiger geworden? Seuntjes weet het niet. ‘Er wordt pas sinds een jaar of vier onderzoek gedaan naar hebzucht. Uit eerdere studies is wel gebleken dat werknemers in de financiële sector hebzuchtiger zijn dan medewerkers in de zorg of in het onderwijs. Of de hebzucht is toegenomen, weten we niet. Ik kan me voorstellen dat het wel zo is. Dat je voor je eigen belang gaat, wordt nu meer geaccepteerd dan vroeger.'

Tenslotte het goede nieuws: ‘Hebzucht komt vaker voor bij mensen die jong, man, laagopgeleid of politiek rechts georiënteerd zijn. Voor laagopgeleiden met minder mogelijkheden kan hebzucht een strategie zijn om daarmee om te gaan. En rechtse stemmers zijn uit zichzelf wat meer gericht op het individu. Vrouwen, ouderen en linkse stemmers hebben er minder last van. Het zou kunnen dat mensen naarmate ze ouder worden andere prioriteiten stellen. Het verschil tussen man en vrouw is overigens heel klein, en we vinden dat niet overal.'

Het is nu uitkijken naar een volgend doctoraal over de volgende hoofdzonde: de afgunst.

Marc van Impe


Bron: MediQuality

 

 

09:02 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

26 oktober 2016

Het Lam Gods en de boerkini

Ik vraag me luidop af hoeveel moslims naar het gerestaureerde Lam Gods zullen gaan kijken. Gaan die moslimkindjes die met de klas de kathedraal bezoeken een portie falafel eten of zetten ze hen een zo’n kartonnen bril op en trekken ze Eva voor de gelegenheid een virtuele boerkini aan? Een boerkini is een gevangenis van stof, citeert mijn vriend mijn gewezen collega barones Mia Doornaert.

We zijn naar het gerestaureerde Lam Gods gaan kijken en zijn op de Gentse Korenmarkt via de uitspraken van Trump, de kleedkamergrapjes en stel passerende Marokkaans Belgische dames aangeland bij de uitspraken van de adel. Het is ver gekomen. De edeldame die haar carrière op de Jacqmainlaan begon in de formule van een West-Vlaams opdondertje in roodfluwelen hotpants, kleedt en gedraagt zich nu een stuk burgerlijker. Maar haar gedachten zijn nog altijd even warrig en schieten alle kanten uit.

Mia Doornaert, die men niet van enige frivoliteit mag verdenken, schermt nu met de waarden van de verlichting. "Het is toch geen toeval dat er net deze zomer vrouwen in boerkini's opduiken op de Franse stranden. En het is niet toevallig dat de eerste opgemerkt werd in Nice, de stad waar een islamist op 14 juli een slachting aanrichtte op de Promenade des Anglais. Als dat geen provocatie is, weet ik het niet meer. De aanstokers daarvan zitten op fluweel. Ofwel worden die vrouwen onheus en dan zal een luid geschrei opgaan over onverdraagzaamheid en ‘islamofobie'. Ofwel gebeurt er niets, en heeft de extreme islam weer een stapje verder gezet in Frankrijk, en meteen ook in Europa." Mijn vriend de psychiater is het met haar eens.

Ik ben het niet eens met Mia en vind dat mensen zich op een strand mogen bedekken of ontbloten zoals en zoveel ze willen. De boerkini is de uitdrukking van een religieus taboe. Ik geloof daar niet in, net zomin als in andere taboes, maar ik kan ermee leven. Want neem nu de bikini? Wekt die niet evenveel stoornis op dan? Bikini's zijn ook onderdrukking. Het principe van de bikini is gebaseerd op Eva die preuts werd toen ze in de appel beet, dat zagen we net in de Sint-Baafs. Een vrouw kiest niet vrij voor de bikini, zeg ik, maar wordt gedwongen door een achterlijke christelijke cultuur.

Mag ik het zo stellen? Als gevolg van eeuwenlange indoctrinatie is de vrouw preuts geworden. Het is dus hoog tijd om vrouwen te bevrijden en de bikini te verbieden. Logisch dus: alle vrouwen moeten voortaan naakt op het strand. Menig lezer zal dit met verbazing lezen. Sommigen zullen beledigd zijn omdat hun christelijke cultuur of religie als achterlijk en onderdrukkend wordt beschouwd. Ik ben in deze graag in het gezelschap van de Nederlands-Roemeense filosoof Mihai Martolu Ticu: "Vertel me dan met welke rationele gedachten een vrouw een bikini draagt? Met welke wijsheid dragen we kleren op straat bij aangename temperaturen? Geen enkele. Ook Westerse taboes en dogma's kunnen onderdrukken."

Ook wij in het Westen die de Verlichting hebben meegemaakt, wij die denken rationeel en wetenschappelijk te denken, wij die ons bewust zijn van de eigen psychologische trekjes en daardoor bevrijd zijn. Wij zijn gezuiverd van dogma's en bijgeloof. Voor deze ongelovige lezers is de bikini niet een irrationele dogmatische schaamte, maar natuurlijk en rationeel gedrag." Ja toch? Of zijn we net zo blind als de Afghanen in een bergdorp zonder elektriciteit waar de imam de waarheid in pacht heeft. Gelooft u me niet?

Probeer maar eens buiten uw hoog omheinde tuin naakt de straat op te lopen. Terug naar onze Westerse vrouw. Die mag zelf weten hoe preuts ze is - hoe irrationeel haar kledingkeuze ook is. Voor moslima's echter hebben we andere standaarden. Dat zij zich naakt voelt als haar buik, benen, armen en hoofd bloot zijn, vinden we zo irrationeel dat het wordt verboden. Ticu: "In het Westen vinden we het ondenkbaar dat een moslima dezelfde gevoelens kan hebben als een Westerse vrouw. Voor haar dicteren wij wat we willekeurig als rationeel en ‘aanvaard gedrag in elke democratische maatschappij' beschouwen. Want wij hebben de appel uitgevonden."

Maar dat betekent niet dat ik het allemaal mooi moet vinden. En Mia moet ik ook een beetje gelijk geven: "En mannen die seksuele fantasieën krijgen van de boerkini, tja, daar is niets op te zeggen want die Gedanken sind frei."

Marc van Impe

Bron: MediQuality

 

 

10:26 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

25 oktober 2016

Crisis: problemen oplossen als ze zich stellen

De crisis die de gezondheidszorg op dit ogenblik meemaakt is het resultaat van een attitude die sinds 1963, het jaar van le grand chef blanc Edmond Leburton, de politiek van het kabinet Volksgezondheid bepaalde: je moet de problemen pas oplossen als ze zich stellen. Leburton was sinds 1954 minister van Volksgezondheid en van het Gezin, en van 1961 minister van Sociale Voorzorg. Hij lag aan de basis van de Grote Artsenstaking die geleid heeft tot een overlegmodel, beter gekend als de medicomut. Het is dit model dat nu zijn eindfase bereikt heeft.

Bewust of onbewust, maar minister Maggie De Block houdt zich niet aan dat mantra dat Jean-Luc Dehaene in de politieke geschiedenisboeken geschreven heeft, en dat moest onvermijdelijk leiden tot dat voorbije week gebeurd is. Het gezondheidsbeleid was tot voor een paar jaren gebaseerd op een allesomvattend perverteren van de realiteit waarbij men ervan uit ging dat belangen belangrijker waren dan waarden, waarbij men over het hoofd zag dat binnen die overtuiging belangen geen plaats voor waarden hebben. Het medicomut systeem is uitgeleefd. En het zijn niet de drie artsensyndicaten of de apothekersbond die het mene, mene, tekel ufarsin (*) op de wand geschreven hebben, maar de auteur van de NIC visienota 2030 (bijlage), Jean Hermesse, de algemeen secretaris van de Landsbond der Christelijke Mutualiteiten.

Niet toevallig lekte deze nota die zogezegd vertrouwelijk was een tiental dagen geleden uit in nr 18, jaargang 33, van de nieuwsbrief Gezondheidszorg (bijlage) van de uitgeverij J Wolters Kluwer. Daarin maken de ziekenfondsen hun toekomstvisie bekend op het gezondheidsbeleid in 2030. Die visie is viel bij de artsensyndicaten op een koude steen. Want het betekent niet meer noch minder dan de terugkeer naar het beginsel van Leburton: een staatsgeneeskunde, uitbesteed aan de ziekenfondsen die het Riziv in regie nemen.

De mutualiteiten willen volgend jaar, uiteraard samen met alle betrokken partijen een zogenaamd interfederaal platform voor de ontwikkeling van een lange termijnvisie en strategie voor de gezondheidszorg opzetten. Dat moet er komen na een "Health impact assessment' of "stresstest voor de gezondheid" waaraan elke nieuwe beleidsmaatregel die invloed kan hebben op de politiek van de gezondheidszorg getoetst wordt.

De ziekenfondsen willen zogenaamde gezondheidsindicatoren hanteren rond thema's als antibioticagebruik, gebruik van antidepressiva, polymedicatie bij ouderen, stralingsbelasting, EBM-screening, vaccinatie, burn-out, en multidisciplinaire opvolging van chronische patiënten. Dit zijn eerzame streefdoelen waar niemand tegen kan zijn ware het niet dat de ziekenfondsen dat willen koppelen aan profielen voor artsen en de koppeling van deze profielen aan het verkrijgen van een accreditatie. Artsen zouden ook onderworpen worden aan minimale en maximale activiteitsdrempels. Tegelijkertijd moet het systeem worden herzien op basis van de huidige discussies tussen Medicomut en de Nationale Raad voor Kwaliteitspromotie (NRKP).

Het gedeeld elektronisch dossier en het gedeeld farmaceutisch dossier en het medicatieschema voor elke patiënt zou beheerd worden door de ziekenfondsen. Voor specifieke doelgroepen zouden zorgtrajecten opgezet worden. Andere voorstellen zijn de verbreding van de maximumfactuur voor chronisch zieken en de start van een debat in 2017 over de transparantie van de vergoedingen van zorgverstrekkers en de kwestie van wat de ziekenfondsen als een correcte vergoeding beschouwen.

Dit alles kan niet zonder draconische controlemaatregelen op de naleving van de tarieven door de geconventioneerde artsen; het van de voordelen en terugbetalingen tussen geconventioneerde en niet-geconventioneerde artsen; en een plafond voor honorariumsupplementen in het ziekenhuis. Voor een opname of interventie in een ziekenhuis moet de patiënt een voor arts en ziekenhuis bindende kostenraming ontvangen. De financiële transparantie moet verhoogd worden via een correcte prijszetting in alle medische en paramedische sectoren, aan de herijking van de nomenclatuur van medische honoraria.

Andere denkpistes zijn de creatie van een nieuw en globaal financieringsmodel voor de ziekenhuizen, met pilootziekenhuizen, de vervanging van de klassieke ziekenhuisopname door een dagopname en de uitvoering van een "medicationreview" door de apotheker. Ook de pharmasector wordt in de visienota niet gespaard: er komt een sluismodel van openbare aanbesteding of een referentieterugbetaling voor specifieke geneesmiddelen, het prijsbeleid voor weesgeneesmiddelen wordt bepaald door een nieuwe beoordeling van de rentabiliteit door economische zaken, zodra er een uitbreiding van de indicatie of de patiënten is, waarbij op dat ogenblik een nieuwe maximumprijs bepaald moet worden. Bovendien moet de berekening van de incrementele kost (ICER) verplicht gemaakt worden voor weesgeneesmiddelendossiers die aan de CTG worden voorgelegd.

De klap op de vuurpijl is echter dat de ziekenfondsen willen beschikken over alle diagnostische gegevens. Met andere woorden het ziekenfonds is de baas. Het zijn dus de ziekenfondsen die het vuur aan de lont gestoken hebben. De ziekenfondsen hebben als verzekeraar maar ook als aandeelhouder en bestuurder van de ziekenhuizen gedurende decennia Volksgezondheid én de artsen in hun eigen voordeel gemanipuleerd en gebruikt. Telkens er aan de alarmbel getrokken werd hebben ze gedaan of ze niets hoorden. Marc Justaert, die altijd op de eerste rij zat, had de gewoonte nadat hij gesproken had om zich om te draaien om te zien of de andere leden van de fanfare hem volgden. Hij dirigeerde, de anderen moesten in de maat spelen. Jean Hermesse schreef de partituur. Ze ligt nu op tafel. Een nieuw ritme, een oude melodie naar een Engelse wijs 1948 van Aneurin Bevan. Maggie De Block weet wat ze moet doen.

(*) Aramees; vrij vertaald: geteld, geteld, gewogen en gebroken.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

11:45 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)