05 maart 2017

Een nieuwe stap in de ontwikkeling van de netiquette


Ida Anna Haugen was de dagelijkse tirades beu. Als chef-redacteur van de website van de Noorse televisiezender NRK werd ze om de haverklap geconfronteerd met vaak irritante, ongepaste, soms idiote, racistische, seksistische of denigrerende reacties op de artikels die haar journalisten publiceerden.


Het fenomeen is universeel gekend. Sommige mensen kunnen het niet laten. Ze moéten hun verbaal spuug kwijt. Journalisten hebben daarmee leren leven, maar andere lezers van de nieuwsartikelen kunnen zich er mateloos aan storen. En het geval wil dat dergelijke reacties gelijkaardige reacties provoceren. Nog ergerlijker is dat de reageerders vaak het artikel niet volledig of te snel gelezen hebben. Ook in ons land zijn media opgehouden met de online publicatie van lezersreacties.


Een oplossing is een webmaster die snel en meedogenloos ingrijpt. Maar in Noorwegen werd zo'n radicale ingreep vermeden. NRK heeft een nieuwe methode gevonden om scheldreacties op nieuwsartikels te vermijden. Wie een comment wil schrijven op een artikel moet eerst een korte quiz afleggen om te bewijzen dat hij het stuk wel degelijk gelezen en begrepen heeft. Wie eerst 15 sec moet nadenken laat zich misschien weerhouden om emotioneel te reageren, redeneert de zender. Het blijkt overigens dat nogal wat lezers geconfronteerd met deze opgave het desbetreffende artikel later (op de dag) nog eens aanklikken en pas dan reageren.


De test werd ontwikkeld door het Nieman Lab van de Nieman Foundation for Journalism van de Harvard University. De test is twee weken geleden gestart en zal waarschijnlijk over het hele Noorse net uitgerold worden.
Meer info: http://nieman.harvard.edu/news/

Marc van Impe

Bron: MediQuality

08:49 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

04 maart 2017

Bij het aangekondigd vertrek van Anne De Paepe


Van mezelf ben ik overtuigd dat ik best intelligent ben, empathisch, leergierig, beleefd en voorkomend, duidelijk en grappig. Maar voor de geleerde vrouw ben ik soms een hurk die complimentendag vergeet, ervan uitgaat dat ik het altijd beter weet en dat nog luidop laat merken ook.


Tegenover mijn vrienden, die als ze het afscheid van de tournée minérale vieren en in hogere staten van verlichting verkeren, gedraag ik me minzaam, ik doe alsof ik luister en geef af en toe een weinig zeggend antwoord. Maar tegenover haar wordt de conversatie als ze bij het eind van de dag al niet op de spits wordt gedreven, herleid tot een nukkig "dat vertel ik straks" als ik even erbij kan komen zitten. Het zijn mijn Jekyll en Hyde, twee figuren waaraan ik allebei een grondige hekel heb maar die steeds opnieuw komen boven drijven.


Gelukkig laat zij zich niet de mond snoeren door een man die van niets weet en krijg ik lik op stuk. Maar heel wat vrouwen incasseren en slikken hun emoties in. Dat gebeurt ook op de afdelingen of in de praktijk. Het is niet voor niets dat artsen- en andere syndicaten door mannetjesdieren geroedeld worden. Ik dacht daaraan toen ik las waarom de genetica prof. dr. Anne De Paepe, de rector van de UGent er al na één ambtstermijn de academische brui aan geeft. En toen ik het boek Men Explain Things to Me, van de Amerikaanse schrijfster Rebecca Solnit las, die zich in een baanbrekend essay afvraagt waarom mannen menen dat ze het altijd beter weten. Het is een ideaal boek voor wie ook tijdens de vasten nuchter blijft en zich wil bezinnen over de zin en vooral de onzin van het bestaan.


Ik ken een man, een psychiater, die twee boekjes heeft geschreven. Flarden tekst, bedenksels, humeurtjes, fast food voor in de metro. Hij kan er niet over zwijgen. Hij moet erover praten, hij vertelt over de oplage die in zijn ogen gigantisch is, hij somt het aantal woorden op "Wist jij dat er in mijn boek meer dan 100.000 woorden staan?" en ik verdenk hem ervan dat hij nu in Word het aantal lettertekens bij elkaar telt. Wat nog niet zo simpel zal zijn. Want zijn meesterwerken werden zo door zijn eindredactrice herschreven dat een finale versie niet meer op zijn computer staat.
"Ik ben de bekende auteur van dat boek over ongeluk," begint hij en vraagt dan op het eind van zijn monoloog : "En wat doet u zoal?" het is dat "zoal" waar de angel van de verwarring zit. Hij spreekt het uit zoals je je nichtje op haar lentefeest vraagt hoe het met de balletlessen gaat. Het liefst wil hij er wat vrouwelijk publiek omheen, een idolate pas afgestudeerde specialist is ook wel goed. Hij gedraagt zich als een would-be potentaat in het Midden-Oosten. Ooit Moammar al-Qadhafi uit zijn riool zien kruipen? Zo'n beeld zie ik dan.


Wat moet je dan als  vrouwelijke arts en je begint over je specialisme en dat er zoveel collega's vastzitten in dat ingevroren wereldbeeld van de zogenaamde EBM, zodat ze nauwelijks het onderscheid kunnen maken tussen modieuze humbug en vers gedachtegoed, dat gebaseerd is op echt wetenschappelijk onderzoek? Dan, als je dan zo gaat praten, maakt de allesweter een pirouette en gaat op zoek naar een volgend slachtoffer.


Ik ken een tandarts die me kiespijn bezorgt met zijn eindeloze betweterigheid en de onweerstaanbare drang om iedereen in de rol van groentje te duwen, die nergens anders dan in een heuvellandschap kan wonen zodat dat hij met de zelfgenoegzame blik die ik maar al te goed ken van mannen die graag lang uitweiden, starend naar de vage verre horizon van hun eigen schijnautoriteit, het klavier beroert om nog maar eens zijn Trumpiaanse gedachten de vrije loop te geven.


Nee, geef mij dan maar vrouwen. Op recepties, op feestjes, aan tafel en in de lezersrubriek. Ze zijn stijlvol, fijngevoelig en ze weten veel beter dan hun mannelijke tegenvoeters wanneer ze beter hun mond kunnen houden. Natuurlijk zijn er ook geweldige mannen, zoals de talloze artsen en ook normale vrienden die ik in mijn carrière mocht ontmoeten en die me sinds mijn jonge jaren geholpen hebben, mijn stukjes hebben gelezen, mijn oraties hebben aangehoord, me hebben aangemoedigd en net dat duwtje in de rug hebben gegeven, maar bij geen enkele van hen ving ik de fijngevoeligheid en de troost, dat zo zalige gevoelen dat overgebracht wordt dat we in elkaars gezelschap niet alleen ‘zelf graag iets leren maar ook anderen graag iets leren'. En die zweem van een parfum.


Nu denk ik terug aan Anne De Paepe en aan al die andere Heel Belangrijke mannen. Ze zweten laatdunkendheid, duwen daarmee sommige, gelukkig niet alle vrouwen in zelftwijfel. Bovendien versterken ze hun collegae, mannen in hun ongefundeerde zelfoverschatting. Mannen, echte mannen, zouden hen in hun gezicht uitlachen. Maar vrouwen wachtten beleefd tot ze buiten gehoorsafstand zijn voordat ze hardop beginnen te lachen.


Dit is het tijdsgewricht voor gebabbel over futiliteiten of complottheorieën en alle genders bezondigen zich daar aan, maar het ongebreidelde, confronterende zelfvertrouwen van volkomen onwetenden is in mijn ervaring geslachtsbepaald. Mannen leggen altijd alles uit, ongeacht of ze weten waar ze het over hebben.

Sommige mannen.


Het is zoals nafluiten en intimidatie op straat – dat hen even het gevoel geeft dat dit ook hun wereld is. Het is een soort ‘doofheid', gepaard met arrogantie die maakt dat het bereiken van een compromis onhaalbaar wordt. Het is wat politieke onderhandeling soms zo hopeloos maakt.


Ik denk aan een beeld uit mijn jeugd. Het was crisis in Cuba en onze ouders hingen met een oor aan de radio en een ander aan de televisie. Er was geen tijd voor spelletjes. Net toen hadden we iets fantastisch gepland dat dus niet door ging. Ik stampte van woede op de grond. Toen kreeg ik een enorme oorveeg. Ik associeer nog altijd het ene fenomeen met het andere en het maakt me heel kalm. De woedende arrogantie speelt geen rol, ruzie is overbodig, ze ontneemt me mijn stem, ik heb er alleen last van. Ik heb er jaren over gedaan om tot dit besef te komen. Ik heb geleerd dat mijn zelfverzekerdheid minder stevig is dan ik pretendeer. En dat weet ze. Dat weten de intelligente vrouwen, ze ruiken het zoals wij een vleug van hun parfum ruiken.


Ik had het in een vorig stukje over seksuele intimidatie op de werkvloer. Het is geen kwestie van leven of dood, het is een kwestie van ethiek. Ook in ziekenhuizen en universiteiten wordt de strijd met Mannen die Alles Uitleggen gevoerd, worden vrouwen verbaal platgewalst, om nog maar te zwijgen van de talloze vrouwen die niet eens werden toegelaten tot het laboratorium, de bibliotheek, het gesprek, de revolutie of zelfs maar de categorie ‘mens'. Daaraan moest ik denken toen er in een populaire krant op een typisch mannelijke manier de link gelegd werd tussen rector Anne De Paepe en de zaak Optima.


Het essay met als titel ‘Mannen leggen me altijd alles uit' zette de schrijfster in 2010 in één ruk op papier, zegt ze zelf. "Wanneer iets er zo snel uit komt, heeft het al sinds langere tijd ergens in het achterhoofd vorm gekregen. Het wilde gewoon geschreven worden, verlangde ongeduldig naar de renbaan en galoppeerde naar buiten zodra ik achter de computer ging zitten. Het verspreidde zich in rap tempo. Het raakte een gevoelige snaar. Sommige mannen gingen uitleggen dat het eigenlijk geen genderbepaald fenomeen is dat mannen dingen aan vrouwen uitleggen." Q.E.D.
De website ‘Academische mannen leggen me altijd alles uit' http://mansplained.tumblr.com/ werd een succes en honderden universitaire vrouwen deden hun verhaal over hoe ze werden gekleineerd, bevoogd, besproken enzovoort. Ze is voorlopig niet actief maar wel nog open. De term ‘mansplaining' [een samentrekking van het Engelse ‘man' en ‘explaining'] werd kort daarna gelanceerd. In 2012 maakte de term ‘mansplained', volgens The New York Times een van de beste woorden van het jaar 2010, zijn entree in de mainstream politieke journalistiek. Wist u overigens dat aan de oudste universiteit van ons land slechts 27.4 % van het onafhankelijk wetenschappelijk personeel een vrouw is?


Rebecca Solnits essaybundel "Mannen leggen me altijd alles uit" (originele titel: Men Explain Things to Me) verschijnt eind maart bij Uitgeverij Podium, vertaling Hester Tollenaar, met een voorwoord van Marja Pruis, 144 p., € 17,50, http://rebeccasolnit.net/books/

Marc van Impe

Bron: MediQuality

08:55 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

03 maart 2017

Loodgieters zitten vooral in met eigen koopkracht


Stel u even dit verhaal voor: De overgrote meerderheid van de loodgieters vindt niet dat huishoudens te veel uit eigen zak betalen. Ze zitten wel in met hun eigen inkomen. Een bruto jaarinkomen van 200.000 euro is niet uitzonderlijk voor een gediplomeerd loodgieter die zelfstandig werkt. Zelfs de minder goed betaalde loodgieters verdienen ruim 140.000 euro, na aftrek van wat ze afgeven aan hun dispatcher. En toch vindt bijna twee derde van de loodgieters (63 procent) dat het deel voor hun werkverdeler te groot is.


Met wat de huishoudens voor hun loodgieterij moeten betalen, zitten ze veel minder in. Volgens 82 procent van de loodgieters betalen de huishoudens níét te veel uit eigen zak voor het dichten van een lek. Dat blijkt uit een enquête bij bijna 1.300 Belgische loodgieters die het vakblad De Loodgieter vandaag publiceert.


De meeste loodgieters gaan niet zo ver om te zeggen dat hun honorarium (ruim) onvoldoende is. Dat zegt ‘slechts' 31 procent. Maar de antwoorden wijzen erop dat ze bezorgd zijn om hun inkomen. Meer dan de helft vindt dat zijn koopkracht gedaald is in vergelijking met begin 2015.


De houding van veel loodgieters – de vrees om wat inkomen te verliezen en weinig schroom om de huishoudens meer te laten betalen – heeft concrete gevolgen. Toen de federale regering vorige herfst nog maar aankondigde dat ze zou besparen in de onderhoudskosten, verhoogden veel loodgieters hun tarieven, zelfs zij die de besparingen niet zouden voelen. En dat terwijl Belgische huishoudens sowieso al een behoorlijk deel van hun onderhoudskosten zelf moeten ophoesten: bijna een kwart, meer dan gemiddeld in de Oeso-landen.


‘Loodgieters worden goed betaald', reageert Marcel Moens, voorzitter van het loodgieterssyndicaat. ‘Maar de vrees leeft dat ze erop achteruitgaan. Er waren indexsprongen. De afdrachten voor de dispatchers zijn gestegen. De besparingen in de onderhoudssector worden altijd verhaald op de loodgieters.'


Natuurlijk hebt u dit verhaal niet in de krant gelezen. Niemand die ook wakker ligt van de loodgieterskosten. Die zijn de voorbije jaren nochtans flink gestegen. Ze liggen evenmin vast. Loodgieters, -als ze niet in het ‘zwart' werken- werken wel vaak à la tête du client. En ze rekenen steevast verplaatsingskosten aan, ook al ligt de ene klant in het verlengde van de vorige. En hoeveel een avond- of weekendinterventie kost, daar heeft iedereen het raden naar. Dat kan je ook best niet op voorhand vragen want dan dreig je wel eens lang te moeten wachten. Maar daarmee halen ze de krant niet.


Ben je echter arts en dan nog specialist, dan zal je het geweten hebben. Dan kom je met een stethoscoop om de hals of in de zak in beeld. Dat je jaar na jaar de beloofde indexaanpassingen aan je neus ziet voorbij gaan, is van geen tel. Dat je geen supplementen meer mag aanrekenen in een tweepersoonskamer, waarmee je je pensioenfonds betaalt, is brute pech maar sociaal verantwoord.


En de directeur van het ziekenhuis die veegt zich schoon met een salarisnorm van 290.000€.


Had je maar niet zo lang moeten doorleren. Loodgieterij is ook een mooi vak.

Marc van Impe

Bron: MediQuality


18:40 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)