19 augustus 2016

Orde der Artsen: beroepsgeheim blijft beter zoals het is

Is het beroepsgeheim voor artsen nog van deze tijd? De Duitse minister van Binnenlandse Zaken Thomas de Maizière (CDU) wil daar in overleg met artsenvertegenwoordigers aan tornen. Is dat bij ons ook het geval ? Ontdek hierna hoe de Orde der Artsen hierover denkt.

De Nederlandse artsenfederatie KNMG wil dat de arts alleen „bij wijze van hoge uitzondering" het beroepsgeheim kan doorbreken. Nederlandse artsen moeten niet melden dat iemand gewelddadige ideeën heeft of zegt dat hij zich wil aansluiten bij een terroristische organisatie. Dat mag alleen bij een concrete dreiging, bijvoorbeeld "als de betrokkene dreigt kinderen of anderen tegen hun zin daar naartoe te ontvoeren". Een wettelijke meldplicht voor artsen om justitie te informeren over geplande strafbare feiten – waarover momenteel in Duitsland wordt gedebatteerd – ziet de KNMG niet zitten.

Meldingsrecht

In ons land heeft een arts nooit een meldingsplicht, maar wel een meldingsrecht. Dat staat als dusdanig in het Strafwetboek, artikel 458 bis dat stelt dat geneesheren, heelkundigen, officieren van gezondheid, apothekers, vroedvrouwen en alle andere personen die uit hoofde van hun staat of beroep kennis dragen van geheimen die hun zijn toevertrouwd door het beroepsgeheim zijn gebonden, behalve indien zij geroepen worden om in rechte of voor een parlementaire onderzoekscommissie getuigenis af te leggen en buiten het geval dat de wet hen verplicht die geheimen bekend te maken.

Maar minister van Justitie Koen Geens (CD&V) drong tijdens het debat in de Kamer over de terreuraanslagen van 22 maart al aan op een betere doorstroming van informatie vanuit het gerecht en de politie. In overleg met de gemeenschappen, Binnenlandse Zaken en de OCMW's wil hij het "gedeeld beroepsgeheim" zo goed mogelijk regelen, meldde hij in de Kamercommissie.

Visie van de Orde

Sommige artsen die hij in deze ‘wijziging van cultuur' wil betrekken, juichten dit  –net na de moord op huisarts Patrik Roelandt- toe. Dr Michel Deneyer, woordvoerder van de Orde der Artsen, stelt dat het beroepsgeheim niet absoluut is. De arts moet "als een goede huisvader" een afweging maken tussen de vertrouwensrelatie met de patiënt en een ernstig en dreigend gevaar voor de maatschappij. Bij mishandeling van kinderen is er bijvoorbeeld sprake van een "noodtoestand", zodat de arts zich aan schuldig verzuim zou kunnen bezondigen, als hij de informatie voor zich houdt.

Op vlak van informatie-uitwisseling geldt voor hulpverleners eigenlijk maar één vuistregel, zegt advocaat en fractieleider CD&V Kamer van Volksvertegenwoordigers Raf Terwingen: "Als ze stoten op een misdrijf, zijn ze verplicht dit aan politie of justitie te melden. In andere gevallen zijn ze vaak gebonden door hun beroepsgeheim. Dat geldt zeker voor feiten waarbij er enkel indicaties zijn", zegt Terwingen die in juni een wetsvoorstel indiende ter versoepeling van het beroepsgeheim.

"Neem nu een vrouw die door haar man psychisch en fysiek wordt mishandeld. Omdat ze geen klacht durft indienen, stapt ze naar een hulpverlener van het Centrum voor Algemeen Welzijn (CAW). Maar omdat er geen klacht, is die hulpverlener gebonden door het beroepsgeheim en kan hij dit niet melden aan de politie.

Als de meerderheid mijn wetsvoorstel heeft goedgekeurd, zal dat wel mogelijk zijn." In zijn wetsvoorstel voorziet Terwingen in een 'casusoverleg' waar iedere actor vrij kan spreken zonder het beroepsgeheim te schenden en zonder deze informatie openbaar te mogen maken. "Het casusoverleg maakt het ook mogelijk voor mensen die niet aan een beroepsgeheim gebonden zijn - ik denk aan burgemeesters - om deel te nemen aan lokale overlegmomenten.

Samenwerking en informatie-uitwisseling zal zo op een correcte en transparante manier verlopen, ook in radicaliseringsdossiers. Het zal een grote meerwaarde betekenen om alle puzzelstukjes van aanwijzingen in elkaar te laten vloeien, want ook in (mogelijke) dossiers van terrorisme of radicalisering vormt het beroepsgeheim vaak een struikelblok", aldus Terwingen.

Minister van Justitie Koen Geens juichte dit wetsvoorstel toe "omdat er op die manier eindelijk duidelijkheid komt wat de preventieve en de repressieve diensten met elkaar kunnen delen". "Dat bijvoorbeeld alle partners in een Lokale Integrale Veiligheidscel informatie kunnen uitwisselen is essentieel in de strijd tegen radicalisering en terrorisme", aldus de minister.

De Orde van Artsen zegt geen kennis te hebben van artsen die te maken krijgen met potentieel gevaarlijke patiënten – die bijvoorbeeld dreigen met terrorisme.

De Provinciale Raad van Oost-Vlaanderen wordt regelmatig bevraagd in verband met de grenzen van het beroepsgeheim, schrijft dr Michel Bafort. "De specifieke vraag in verband met het beroepsgeheim en een dreiging van een terroristische aanslag werd bij mijn weten nog niet gesteld. Voor wat betreft het beroepsgeheim en zijn grenzen verwijs ik naar de Code van Geneeskundige Plichtenleer, meer in het bijzonder naar Artikel 55 tot 70. Een uitmuntende tekst van de Voorzitter van de Nationale Raad, Benoît Dejemeppe, betreft document 4144011, Tijdschrift 144 van 30/9/2013: ‘Medisch geheim en justitie'. De arts kan dit nalezen op de website van de NR.

In dit artikel verwijs ik naar volgende belangrijke passage waarop een arts, in kennis van een imminente terroristische aanslag, zich kan (en moet) beroepen: 'De noodtoestand is de situatie waarin een persoon zich bevindt die, geconfronteerd met tegen elkaar indruisende plichten en gelet op het bestaan van een ernstig en dreigend gevaar voor anderen, redenen had om te oordelen dat hem, ter vrijwaring van een hoger belang dat hij verplicht of gerechtigd was voor alle andere te beschermen, geen andere weg openstond dan het beroepsgeheim te schenden (Hof van Cassatie, 13 mei 1987)'. Uit voorgaande kan men besluiten dat een arts nu al ruime mogelijkheden heeft om in eer en geweten te handelen wanneer hij in de uitoefening van zijn beroep zou geconfronteerd worden met kennis van een ernstig risico op een terroristische aanslag. Na opnieuw lezen van het bovenvermeld artikel van de heer Dejemeppe, lijkt het mij bijgevolg NIET zinvol om het beroepsgeheim uit te hollen of om dit te onderwerpen aan een soepelere lezing."

En in Nederland ?

Bij de Nederlandse Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst wordt men wel "meerdere keren per maand" gebeld daarover. Dat is veel vaker dan voorheen; toen dat nog maar één of twee keer per jaar gebeurde. De artsenfederatie merkt dat medici zich afvragen wanneer ze hun beroepsgeheim mogen doorbreken.

Vooral psychiaters zijn bekend met patiënten die bedreigingen uiten. "Moord, zelfmoord en ook terreur zijn bij sommigen van hen dagelijks onderwerp van gesprek," zegt Damiaan Denys, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. "In een tijd van veel terroristische aanslagen komen psychiaters naar verhouding vaker een patiënt tegen die denkt hiertegen te moeten optreden, of patiënten die ervan overtuigd zijn zelf slachtoffer te worden van terreur.

Dat terrorisme een thema is in de spreekkamer van de psychiater, is dus ergens logisch. Zonder beroepsgeheim stellen patiënten een bezoek aan de arts misschien uit en vertellen ze de arts waarschijnlijk niet meer alles wat hen dwarszit. Dat is onwenselijk en gevaarlijk, voor de patiënt en voor de samenleving als geheel. Een meldplicht schiet zijn doel voorbij. De arts wordt zo een soort verlengstuk van justitie."

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

07:46 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

18 augustus 2016

Cognitieve gedragstherapie afgevoerd voor ME/CVS

Slecht nieuws voor de voorstanders van cognitieve gedragstherapie. Om te beginnen worden de Londense Queen Mary University of London (QMUL) en King's College (KCL) door een Britse rechtbank verplicht de dataset van een fel omstreden medisch onderzoeksrapport, het zogenaamde PACE-report, vrij te geven. En als klap op de vuurpijl heeft de Amerikaanse toezichthouder op therapeutisch beleid Agency for Healthcare Research and Quality (AHRQ) cognitieve gedragstherapie en graded excercise afgewaardeerd als behandeling voor ME/CVS patiënten.

Het Britse PACE-onderzoek was een met publieke middelen gefinancierde Britse studie van vijf miljoen pond waarvan de auteurs claimden dat het aantoonde dat graded excercise (GET) en cognitieve gedragstherapie (CBT) een gunstige uitwerking hadden op patiënten met ME/CVS. De uitkomst van het onderzoek werd omwillle van de gevolgde methodologie en de manipulatie van data van meet af aan achtervolgd door controverse en de auteurs ervan hebben herhaaldelijk geweigerd onbewerkte data van de studie te verstrekken die een onafhankelijk onderzoek naar de bevindingen ervan mogelijk zouden maken. Het rapport werd gepubliceerd in The Lancet, Psychological Medicine, en Lancet Psychiatry.

James C. Coyne, professor gezondheidspsychologie aan het UMC Groningen en adviseur voor publiek gefinancierde onderzoeksprogramma's bij de Europese Commissie, verzocht in december vorig jaar al in het tijdschrift PLoS ONE om de voor de PACE-studie gebruikte dataset beschikbaar te maken. Maar QMUL en King's College wezen zijn verzoek af als ‘ergerlijk'. De universiteiten pleitten dat de onderzoekers zich geïntimideerd voelden en dat "zij zich terecht zorgen maakten dat ze zouden worden blootgesteld aan openbare kritiek en reputatieschade." Professor Ross Anderson, QMUL's woordvoerder, zei dat "jongelui, borderline sociopaten en psychopaten" een gevaar betekenden voor de wetenschappers en de patiënten die aan het onderzoek hadden deelgenomen. De rechtbank veegde al die argumenten van tafel. QMUL gaf meer dan £200.000 uit en ging in beroep, maar verloor dus.

Het werd een strijd van David tegen Goliath waarbij honderden wetenschappers, wetenschapsjournalisten en artsen betrokken werden. http://www.virology.ws/2016/02/10/open-letter-lancet-again/ .

Ook voor The Lancet die stug volhield betekent deze veroordeling een ernstige blaam. Eerder al had de British Medical Journal zijn kar gekeerd en geschreven dat cognitieve gedragstherapie nog niet de goede aanpak zou wezen. Trevor Butterworth, the Director of Sense About Science USA, zei in een reactie: "De PACE trial is een breuklijn tussen de geneeskunde zoals we ze toepasten: geheimzinnig, als het ware in clubverband; en de manier waarop we geneeskunde moeten doen: transparant, waarbij we onze kennis delen."

Dit betekent nu ook dat het UK's National Institute for Healthcare and Clinical Excellence (NICE) zijn guidelines voor de behandeling van ME/CVS moet herzien.

De tweede tegenslag voor voorstanders van CBT en GET is dat de Amerikaanse Agency for Healthcare Research and Quality (AHRQ) http://www.ahrq.gov/ een addendum komt te publiceren bij zijn 2014 ME/CFS Evidence Review. Dit Addendum downgrade de conclusies betreffende de effectiviteit van cognitieve gedragstherapie (CBT) en graded exercise therapy (GET) en komt tot de conclusie dat daaartoe geen deugdelijk bewijs geleverd wordt. http://occupyme.net/2016/08/16/ahrq-evidence-review-chang...

Ook het Riziv refereert naar de PACE-studie om zijn zorgtraject voor ME/CVS patiënten te onderbouwen. Het door Volksgezondheid gefinancierde proefproject dat loopt in de UGent onder leiding van professor Dirk Vogelaers en huisarts Stefan Heytens uit Sint-Amandsberg, is volledig op PACE gebaseerd, ook al had eerder onderzoek van het KCE en van het Riziv zelf uitgewezen dat cognitieve gedragstherapie en graded excercise nauwelijks resultaat opleveren.

"Het Riziv zal ook een nieuwe evaluatie doen en deze nieuwe studies mee nemen," zegt minister Maggie De Block.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

 

16:37 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (2)

16 augustus 2016

Alternatieve geneeskunde: als hoop doet sterven

Het overlijden van drie kankerpatiënten na een behandeling door een Heilpraktiker, een soort ‘natuurgenezer’ in een ‘biologische’ kliniek over de Duitse grens heeft voor een schokgolf gezorgd in het “alternatieve” genezerscircuit. Sinds de dood van een Belgische vrouw (55), en een Nederlandse man (55) en vrouw (43) hebben zich al 26 mensen zich bij de Duitse politie hebben gemeld, omdat ze behandeld werden door Klaus Ross, die tot voor kort een stevige reputatie genoot in het alterneutenwereldje. Sommige Belgische artsen aarzelden niet om hun patiënten die vaak uitbehandeld waren naar zijn kliniek door te sturen. Ze zwijgen nu.

Ze wisten van niets. Ze wassen hun handen in onschuld. Niet alleen in Duitsland, ook in ons land en in de andere buurlanden bestaat er een hele industrie die misbruik maakt van de hoop en wanhoop van zieken die de reguliere geneeskunde heeft opgegeven. Het doet me denken aan een collega, nu twintig jaar geleden, die na de boodschap uitbehandeld te zijn op bedevaart naar Lourdes ging. Hij, de cynische agnost die leefde volgens de regel ni Dieu ni maître hoopte op een wonder in de Pyreneeën.

Het heeft niet mogen zijn. Hij liet zich wel in de kerk begraven. Het was tenslotte zijn leven, zei hij, en het was toch zijn eigen verantwoordelijkheid? Zijn huisarts steunde hem daarin. Maar is dit wel de verantwoordelijkheid van de patiënt? Of moeten patiënten tegen zichzelf worden beschermd? Acupunctuur, osteopathie en homeopathie zijn drie van de zovele ingeburgerde alternatieve geneeswijzen. Maar een beetje alternatieve genezer draait zijn hand niet om voor een portie bowen techniek, quantum touch, Huna, alexandertechniek, Aura-Soma, Compassionate Touch, Bachbloesemtherapie, mesologie, bioresonantie , Reiki, malvatherapie, reïncarnatietherapie, marcostherapie, Reconnective Healing of tachyonenergie. Ik ken zelfs een arts die met de magische krachten van halfedelstenen werkt.

Ik vraag advies aan een aantal van mijn reguliere correspondenten maar er is niemand aan deze noch aan gene zijde van de taalgrens die me een sluitend antwoord wil of kan geven. Het draait hem allemaal rond wilsbeschikking, eigen verantwoordelijkheid, sommigen trekken de redenering door bij de kwestie of de arts moet meewerken aan euthanasie, maar een duidelijk pro of contra krijg ik niet.

"Wanneer is een patiënt klaar?" vraagt mijn vriend de homeopaat die wel zijn mening geeft, zij het anoniem. Hij zendt de patiënten waarmee hij geen raad meer weet door naar de reguliere kliniek. "Maar veel artsen-collega's kunnen niet begrijpen dat uitbehandelde patiënten toch hun laatste heil zoeken in het alternatieve circuit. Voor hen mag de zaak klaar zijn, voor de patiënt is ze dat niet, die legt zich niet neer bij het feit dat zijn laatste levensfase is aangebroken. Die kan zich niet verzoenen met een aanstaande dood, sterker nog, die weigert om de laatste wilsbeschikkingen te nemen. Nee, die wil vechtend ten ondergaan, vaak ten koste van zijn levenskwaliteit en zijn portemonnee."

"Als arts raad ik dat af, maar de patiënt beslist. Sterker nog, ik ga er in zo'n geval van uit dat hij tenminste zélf beslist heeft. Hoe vaak moet ik niet meemaken dat er tot de dag van het overlijden regulier doorbehandeld wordt. Ook al brengt dat niets meer op aan levenskwaliteit en kost dat de sociale zekerheid en de patiënt kapitalen. Vooral in universitaire ziekenhuizen is men in dat bedje ziek."

Volgens de Nederlandse professor Suzanne van de Vathorst, bijzonder hoogleraar ‘kwaliteit van de laatste levensfase en van sterven' aan het AMC in Amsterdam, is het heel lastig om te weten wat valse hoop is. "Hoop op een enorm kleine kans is óók hoop. Dat hoeft niet per se hoop te zijn op beter worden; hoop is ook een vorm van coping. Je moet een onderscheid maken tussen reële en irreële verwachtingen. Een alternatieve behandeling die bestaat uit gezond eten, veel bewegen, bepaalde vormen van meditatie – daar is in principe niets mis mee. Het kan mensen toch een gevoel van controle geven," zegt ze in de NRC.

Maar, "je hoort natuurlijk ook hartverscheurende verhalen van mensen die veel geld storten in een behandeling waarvan je van tevoren al weet: dit gaat niet werken. Dan kan het gevaarlijk zijn om mensen dat soort hoop te bieden." Ze waarschuwt voor de desastreuse gevolgen: "Dat mensen hun laatste geld en tijd aan zo'n behandeling besteden, terwijl ze waarschijnlijk beter nog een laatste reis met de familie kunnen maken, of iets in die categorie. Nogmaals, iedereen is daar anders in, voor sommige patiënten is een laatste strijd belangrijker. Vaak zijn dat mensen voor wie de dood een onbespreekbaar onderwerp is. Sowieso is het belangrijkste dat alternatieve therapieën zieken niet onttrekken aan de reguliere behandeling."

Hoe denkt u daarover?

Marc van Impe

Bron: MediQuality

12:32 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)