04 oktober 2016

Werkt autoriteit ontstekingsremmend?

Vanwaar toch die belangstelling voor de psychosociale situatie in de geneeskunde, zegt de dokter die me in mijn intiem Japans restaurant aanspreekt. Zijn er dan geen andere problemen waarmee de arts vandaag geconfronteerd wordt? Artsen zijn toch ook maar mensen met hun mensenfouten ? Is het niet normaal dat er hier en daar een hurk rondloopt die zich bot gedraagt, maar dat betekent toch niet dat hij zijn vak slecht uitoefent ? Zolang de geneeskunde technisch beantwoordt aan de state of the art van de discipline is er niets aan de hand. Toch ?

De consumptie van sushi en sashimi stemt me mild, zelfs als de geleerde vrouw en ik gestoord worden in een conversatie die de grenzen van de wetenschap ver overstijgt. Dus spreken we af dat we hierover eens de koppen bij elkaar zullen steken, maar niet nu.

De volgende dag mailt de geleerde vrouw me een Amerikaanse studie die perfect aansluit bij ons gesprek van de avond voordien. Positieve emoties gaan gepaard met een lager ontstekingsniveau, staat daar zwart op wit. Dat blijkt uit een Amerikaans-Canadees onderzoek bij een studentenpopulatie. De Amerikaanse en Canadese onderzoekers lieten studenten vragenlijsten invullen en speekselstalen afnemen.

Na verdere analyse kwam 'ontzag' naar boven als de emotie met de beste associatie met het IL6-niveau. Ontzag (eerbied of indien u wil, autoriteit) was de enige emotie die het IL6-niveau beduidend kon voorspellen. De zes andere emoties die getest werden, waren amusement, compassie, tevredenheid, vreugde, liefde en eergevoel. De resultaten hielden ook stand nadat persoonlijkheids- en gezondheidsfactoren in rekening gebracht werden.

Een andere studie vond dat ontzag, bewondering en verwondering het meest geassocieerd zijn met lage IL6-niveaus. Vreugde, tevredenheid en eergevoel waren veel minder sterk geassocieerd.

Maar hoe straalt de arts die autoriteit uit, hoe verwerft hij die? Sommige mensen stralen van nature autoriteit uit. Ik denk aan musici, goede acteurs, wetenschappers die zich verschuilen achter onbegrijpelijk jargon maar die in mensentaal ingewikkelde zaken kunnen duidelijk maken. Natuur en creativiteit kunnen dus autoriteit creëren, maar mogelijk is sociaal engagement en gevoel van verbondenheid even belangrijk.

Daarom is het nodig dat een arts, zoals dat ooit in het dorp of de kleine stad gewoon was, zich engageert in het lokale sociale weefsel door culturele participatie, sociale integratie, vrijwilligerswerk in een club, vereniging of zelfs een parochie. Dit kan overdreven lijken maar de arts zou er goed aan doen te beseffen dat er buiten zijn kabinet en zijn racefiets nog een ander leven is.

De Gentse psycholoog Paul Verhaeghe heeft in dat verband een zeer lezenswaardig en interessant boek geschreven, dat uitgebreid in de Vlaamse pers besproken werd. Om te concluderen nog deze vraag: waarom concentreert het psychologisch onderzoek zich zo vaak op negatieve emoties, zoals verdriet, angst, woede en schaamte. Ik ben niet de enige die met deze vraag zit. Graag lees ik een antwoord van de hand van de vele psychologen die mijn geschrift volgen.

De afspraak met de arts is gemaakt. De witte tafel is gereserveerd.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

Meer info: http://www.envisionkindness.org/wp-content/uploads/2016/0...

 

12:04 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

30 september 2016

Hoogopgeleiden gaan het vaakst alternatief

Niet de simpelen van geest maar de hoogopgeleiden zoals u, die meestal pretenderen het beter te weten, doen een beroep op alternatieve geneeskunde. Sinds de affaire Klaus Ross, de Duitse natuurgenezer die dodelijke slachtoffers maakte, is die alternatieve geneeskunde de voorbije maanden eens te meer in een slecht daglicht komen te staan. De vraag die ik me daarbij stel: wie zijn die adepten, -patiënten wil ik ze niet noemen-, van al dat alterneuterig gedoe? Het antwoord komt luid en klaar uit Nederland, daar zijn er maar liefst een miljoen gebruikers, en die blijken vaak hoogopgeleid. Etnoloog Peter Jan Margry: "Zijn dat allemaal naïeve idioten? Ik zou het niet durven beweren."

Terwijl ik in Londen praat met Jo Marchant, die op The News Scientist Live een lezing gaf rond het thema Can you think yourself well? en het succes van alternatieve geneeskunde uitlegt via het placebo effect, loopt in Amsterdam een tweedaags congres voor wetenschappers uit de hele wereld die alternatieve geneeswijzen als cultureel fenomeen bestuderen. Professor Peter Jan Margry, hoogleraar Europese etnologie aan de Universiteit van Amsterdam, zegt niet te weten welke behandeling nut heeft en welke onzinnig is maar hij weet wel wie er gebruik van maakt en waarom.

Margry onderzocht deze zomer 1.400 mensen. Ongeveer de helft van hen zegt alternatieve behandelingen te ondergaan. Volgens de jongste peiling van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), uit 2014, laten één miljoen Nederlanders zich alternatief behandelen. Margry: "Paradoxaal genoeg heeft volgens ons onderzoek 83 procent van de mensen die een alternatieve genezer bezoeken, een hbo- of wo-opleiding (hoger onderwijs, nvdr.)."

Paradoxaal, want „de gedachte is vaak dat hoogopgeleiden zich niet met alternatieve geneeswijzen zouden inlaten". Het overgrote deel van de mensen die gebruik maken van alternatieve geneeswijzen, heeft vage pijnklachten die niet weggaan. Maar ook mensen met huidziektes, stofwisselingsproblemen, moeheid, lusteloosheid, stress, zenuwpijn, RSI en hyperventilatie zoeken naar alternatieve oplossingen."

Als mensen hun heil zoeken bij een alternatieve genezer, bespreken ze dit volgens hem vaak eerst met hun huisarts – in veel gevallen is de behandeling complementair, niet volledig alternatief.

Artsen die alternatieve geneeswijzen propageren, worden afgeschilderd als onbetrouwbare, op geld beluste „kruidenvrouwtjes" en „Jomanda-achtigen", zegt Margry in de NRC. En patiënten, of consumenten, worden beschouwd als naïevelingen die geloven in sprookjes. Niet het terrein, kortom, waar je verwacht dat veel hoogopgeleiden er genezing zoeken. Dat komt omdat publiekelijk vooral over alternatieve geneeswijzen wordt gesproken als zich uitzonderlijke misstanden voordoen.

De Vereniging tegen de Kwakzalverij, in ons land vertegenwoordigd door Skepp, speelt volgens Margry een grote rol in de gepolariseerde beeldvorming over alternatieve geneeswijzen. Die vereniging werd in 1881 opgericht door artsen die verontrust waren over ongeoorloofde behandelaars, mensen die niet voldeden aan de Wet op de geneeskunde. En nog altijd voert de vereniging campagnes, spoort alternatieve genezers op en wijst hen publiekelijk op hun dwalingen.

"Maar de vereniging vormt ook een soort vreemde gemeenschap", zegt Margry, "die hooghartig en eenzijdig het eigen gelijk blijft ventileren en koesteren." Zo blijft de vereniging er volgens hem op hameren dat methoden van alternatieve genezers in de regel geen duidelijke wetenschappelijke onderbouwing hebben.

"Er is geen bewezen werkzame kracht maar het helpt de consumenten, cliënten of patiënten – hoe moet je ze noemen? – wel. Zij voelen zich er beter bij. Of dat reëel is of niet: moeten wij dat bepalen?"

Zo noemt de vereniging gebruikers van alternatieve behandelingen onnozel. Ten onrechte, ziet Margry in zijn enquête. "Mensen beseffen in de regel dat de werking onbewezen is, maar toch kiezen zij ervoor, vooral omdat het velen het gevoel geeft dat er aandacht voor hen is en dat het hen helpt."

De tijdgeest is gunstig voor alternatieve genezers, zegt Margry. "Naar alternatieven voor de reguliere arts zoeken sluit aan bij de algemene erosie van traditionele autoriteit die je in de samenleving ziet." Juist hogeropgeleiden nemen niet zomaar aan wat hun reguliere arts vindt. Ze gaan zelf op onderzoek uit, blijkt ook uit de enquêtes die hij afnam.

Volgens Margry maakt de Vereniging tegen de Kwakzalverij wel terecht bezwaar „als er ‘Klaus Rossen' opstaan die gevaarlijke handelingen met injecties uitvoeren". Anderzijds, zegt hij: "De vereniging is tegen alles wat buiten de biomedische wereld valt. Daar zitten ook veel zaken bij waar weinig mee aan de hand is. Het woord kwakzalver is puur negatief en heeft een stereotyperende lading. Terwijl zowat half Nederland aan mindfulness doet, ook een alternatieve therapie."

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

 

 

08:35 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

29 september 2016

Oud, hoogopgeleid, goed inkomen: dan hebt u veel kans op een drankprobleem


Oudere jongens en meisjes onder elkaar met een biertje in de hand. We staan in de perskamer op The New Scientist Live Show in de Londense Docklands en praten bij na een bijzonder interessante lezing over kansberekening in het medisch onderzoek. Na het tweede rondje Asahi Super Dry, hulde aan de sponsor, komen de tongen los. Kent u het oude grapje onder artsen dat zegt dat je alcoholist bent als je meer drinkt dan je dokter?

De geleerde vrouw zegt soms dat ik een probleem heb. En ik geef toe: ik hoor bij de groep die overmatige drinkers die meer dan 21 glazen per week voor mannen of 14 glazen per week voor vrouwen inneemt. Ik lees dat ik geen uitzondering ben onder de 15 procent mannen van 65 jaar en ouder, met een hoog opleidingsniveau.

Het gaat om bijna twee keer zo veel als hoogopgeleide respondenten van tussen de 25 en 45 jaar. De Nederlandse klinisch geriater Hannah Willems onderzocht het drinkgedrag bij artsen: "Oudere artsen zijn van dezelfde generatie en hebben ook het inkomen om zich een fles wijn op tafel te veroorloven. Een deel zal in hetzelfde patroon zitten als de patiënten. Ik vermoed wel dat er daarom onderrapportage is."

Het Trimbosinstituut dat het onderzoek sinds begin deze eeuw voert, is radicaal en duidelijk: "Sommige artsen drinken overmatig en gaan daarbij over de grens, maar de alcoholproblematiek is soms moeilijk te herkennen door de heterogene samenstelling van de groep die te veel drinkt. De een doet dat thuis, de ander op de sportclub, of met uitgaan. De een drinkt dagelijks hetzelfde, de ander in periodes heel veel of heel weinig. Dat maakt risicogedrag moeilijk in te schatten.

Hoogopgeleide ouderen zijn het vaakst overmatige drinkers. Dat blijkt uit Nederlands onderzoek van de Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor van het CBS, het RIVM en het Trimbos-instituut. https://www.trimbos.nl/actueel/nieuws/bericht/?bericht=2051 Daarvoor werden mensen vanaf 12 jaar de afgelopen twee jaar ondervraagd over hun alcoholgebruik.

Volgens dokter Willems, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie, is het drinkgedrag eigen aan mijn generatie: "We hebben het over de babyboomgeneratie, die nog gezond en actief is. Met de groei van de welvaart kwam de fles wijn op tafel bij het eten. Met een borrel ervoor en een slaapmutsje erna. Het is gewoontedrinken, zonder het bewustzijn van wat dat met je doet."

En het verschil tussen hoog- en laagopgeleiden is een kwestie van inkomen: "Lageropgeleiden hebben niet het inkomen gehad om gewoontedrinker te worden. Die ouderen drinken vaak minder, en het is vaker bier dan wijn." Een deel van de ouderen ziet geen kwaad in overmatig drinken, merken artsen. Ik kan dit alleen maar beamen. Wij liggen niet laveloos op de bank, of hebben moeite met ons dagelijkse functioneren. Maar toch knaagt het.

Met de ouderdom nemen mijn functies af, het herstel wordt moeilijker. Overmatig drinken kan maag-, lever- en darmklachten veroorzaken, en somberheid, angst, slapeloosheid en geheugenproblemen. Soms, heel zelden, heb ik moeite met het vinden van een gepast woord, dan laat mijn scherpe pen me in de even in de steek. Dan moet ik even stil houden, nadenken. The horror! Is dit het begin van een ouderdomskwaal, of heeft dit met alcohol te maken? Volgens mijn diabetoloog is er niets aan de hand. Voorlopig toch.

En vandaag kwam er goed nieuws: Wanneer iemand een glas bier drinkt, dan wordt hij of zij socialer. Het eerste echte wetenschappelijk onderzoek naar dit fenomeen werd gevoerd door wetenschappers van het Universitätsspital in Basel die 60 gezonde mensen – 30 vrouwen en 30 mannen – bier gaven met en zonder alcohol.

Daarna werden de proefpersonen onderworpen aan een reeks klassieke testen zoals een gezichts- herkenningstest, een empathietest en een opwindingstest. En wat blijkt: zij die bier mét alcohol gedronken hadden, zochten het gezelschap van anderen op en bleven bijpraten in een gezellige en open omgeving. Het verschil was vooral goed te merken bij vrouwen die normaal erg terughoudend zijn, wat kan te maken hebben met het feit dat bij vrouwen het alcoholpromillage in het bloed sterker toeneemt na het drinken van dezelfde hoeveelheid bier.

Bier zorgt er ook voor dat we vrolijke gezichten sneller herkennen. Ook krijgen mensen meer empathie, vooral diegenen die normaal gesproken niet zo meelevend zijn. Verder geven ‘beschonken' proefpersonen seksueel getinte foto's een hogere waardering dan de nuchtere deelnemers. Overigens vergroot een biertje de zin in seks niet. "Er zijn veel mensen die bier drinken, maar er is weinig onderzoek gedaan naar hoe dit het verwerken van emotionele sociale informatie verandert", zegt hoofdonderzoeker Matthias Liechti.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

 

 

08:42 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)