06 oktober 2016

Verdringt de slimme wc de huisarts?

Als u net als de denker van Rodin op de porseleinen pot zit, dan zit u in feite in een stuk industriële archeologie. Achter elke toiletdeur schuilt een museum, een pronkstuk van 18e-eeuwse pomptechnologie. Maar in stad waar het watercloset uitgevonden werd ontdekten we de e-loo, het toilet van de 21e eeuw dat niet minder pretendeert dan binnenkort een routine bezoek aan de huisarts te zullen vervangen. De artsensyndicaten zijn gewaarschuwd.

Het nieuwe toilet zit niet alleen comfortabel, het geeft je ook geen tijd meer om de recente sportuitslagen of krantenroddels tot u te nemen. Op een scherm op de muur verschijnen allerlei data. De dag begint goed: je ontlasting is van uitstekende kwaliteit. Je slimme wc heeft weinig sporen van vet, suiker en zout aangetroffen in je ontlasting, en voldoende vezels. Wireless wordt je gezondheidsapp geupdated en wordt er geregistreerd dat je keurig het voorgeschreven regime volgt. Vervolgens wordt je pakketje gescand op ziekte indicatoren. Vooral de toestand van je darm, je lever- en pancreasfuncties worden ontleed. ‘U bent volledig gezond', zegt het scherm. Een virtuele dokter steekt zijn duim omhoog. Je dag kan niet meer stuk.

De slimme wc die we hier gedemonstreerd zien, bestaat al in Japan en is daar op de markt onder de merknaam Toto Intelligence Toilet II. De functies zijn nog beperkt: je krijgt je gewicht, je temperatuur en een rudimentaire urine-analyse. Een volgende editie zal je de duur en frequentie van je toiletbezoek, en de consistentie van je ontlasting analyseren. Maar nog geen detectie van ziekten.

Dat wordt de volgende stap. Experimentele modellen analyseren nu al de ontlasting en detecteren of er bloed in je ontlasting zit, welke eiwitten je uitwerpselen bevatten en in hoeverre de medicatie aanslaat.

Volgens futurist Michio Kaku in zijn boek Physics of the Future zal de e-loo niet alleen darmkanker maar ook de ziekte van Crohn en zelfs alvleesklierkanker diagnosticeren. Die laatste kanker groeit enorm traag en als je er wat van ontdekt is het te laat. "De chips in onze wc zullen die eiwitten van minuscule kankerkolonies kunnen herkennen, dan kunnen we er wél al in een vroeg stadium bij zijn." De meest geavanceerde wc's zullen ook DNA-analyse kunnen doen.

Volgens The New Scientist schuilt er echter ook een gevaar op een slimme wc: zo kan een hacker een digitaal virus in je wc plaatsen die je wijsmaakt dat je een dodelijk virus hebt opgedaan. In het internet of things communiceren niet alleen apparaten met elkaar maar kunnen slimme hackers ook met je vitale data aan de haal gaan.

Zoals een supermarktketen in je ijskast kan kijken, zo zou ook een malafide verzekeraar je gezondheidsdata kunnen laten scannen. Ook rijst de vraag of we die afhankelijkheid van intelligente apparaten wel willen. Dat zou wel eens een reden kunnen zijn waarom veel mensen vermoedelijk geen slimme wc zouden willen. Net zomin als ik een stappenmeter aan mijn broeksriem wil die me vertelt of ik wel voldoende bewogen heb, wil ik geen machine die van alles in mijn fecaliën gaat aantreffen zodat ik dingen te weten kom waaraan ik toch niets kan doen.

Teveel informatie leidt tot veel stress. Waarop mijn wc me 's ochtends weer vertelt dat ik teveel gestresst ben en dat dat slechte vooruitzichten voor mijn gezondheid geeft. ‘Slimme wc's zijn maar één mogelijke toepassing van het feit dat we met steeds kleinere en sterkere chips alles 'slim' kunnen maken.

Je toilet, badkamerspiegel, en zelfs je kleding zullen in de toekomst meer chips en sensoren bevatten dan een gemiddeld ziekenhuis van vandaag de dag. Door alleen maar te blazen op een badkamerspiegel zal bijvoorbeeld de aanwezigheid van bepaalde kankercellen in je lichaam ontdekt kunnen worden. Op termijn zou het woord tumor weleens volledig uit het woordenboek kunnen verdwijnen,' aldus Kaku in Physics of the Future.

Vorig jaar patenteerde Google al enkele technieken met betrekking tot slimme badkamers. De Apples en Samsungs van deze wereld bouwen smartphones die steeds meer een medische rol gaan vervullen. ‘In Israël werkt een team aan een hartaanval-app', schrijftThe New Scientist. ‘Die kan op basis van kleine toonveranderingen in je stemgeluid voorspellen dat je binnen een week een hartaanval krijgt. Ook zijn er inmiddels tampons in ontwikkeling die bepaalde vaginale ziekten kunnen opsporen.' Het wetenschapsblad stelt de vraag of alle huisartsen niet beter nieuw werk zoeken?

Als slimme wc's, slimme tampons, hartaanval-apps en andere 'intelligente' systemen permanent gaan waken over ons welzijn, welke functie hebben huisartsen dan nog? Zullen zij verdrongen worden door de pratende computerstem van je wc? Futurist Tony Bosma denkt van niet. ‘Alleen de rol van de huisarts zal veranderen. Artsen zullen zich moeten aanpassen. De dokter van de toekomst moet begrijpen dat de patiënt steeds meer zelf aan het roer komt te staan en zelf de informatie aanlevert.

De arts krijgt meer een begeleidende en duidende rol. Maar huisartsen zullen niet verdwijnen. Hoeveel technologie we ook om ons heen verzamelen, we hebben veel liever een vertrouwenspersoon van vlees en bloed die ons bepaalde dingen vertelt, dan een pratende wc.'

De wc die we probeerden heeft een digitale aftelmachine. Hier moet je niet al te lang Rodin imiteren. Je wordt digitaal gewaarschuwd. Thank you for visiting. Have a nice day. Er zijn nog tien wachtenden na u.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

 

08:25 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

05 oktober 2016

Bijscholing kan professioneler

Minister Maggie De Block heeft met haar idee dat zorgverleners hun bekwaamheid, en hun eventuele specialisatie, moeten aantonen, op hele lange tenen getrapt. Dat artsen zouden moeten aantonen dat ze hun bekwaamheden behouden of vervolledigen door bijvoorbeeld voortgezette vorming is een brug te ver. Toch kan op het eerste gezicht geen zinnig mens daar wat op tegen hebben. De geneeskunde is geen vijver met stilstaand water maar een gestage stroom die af en toe in versnelling gaat en soms een meander radicaal afsnijdt en zijn loop verlegt. Van een arts mag verwacht worden dat hij die ontwikkelingen van nabij volgt.

Daar zijn verschillende tools voor. Er zijn de vakbladen die online en in hard copy tegen een vaak flink abonnementsgeld ter beschikking zijn. Er zijn de wetenschappelijke symposia en seminars in binnen- en buitenland waar artsen en wetenschappers aan actieve kennisoverdracht doen. En er zijn de bijscholingen die met wisselend succes lokaal georganiseerd worden. En dan zijn er de websites die zich specifiek tot artsen richten, zoals MediQuality, die naast politieke, sociale berichtgeving en duiding ook wetenschappelijke reviews brengen. MediQuality bereikt maandelijks zo'n 13.000 lezers, noteert 78.000 page views met een gemiddelde van 250 lezersreacties. In theorie zou elke arts dus op de hoogte moeten zijn van de praktische medische actualiteit. Het tegendeel is helaas waar.

Een tiental jaren terug werden in De Standaard de cijfers gepubliceerd van de artsen die een betalend abonnement hadden op een buitenlands vakblad als The Lancet, de BMJ, de JAMA of The New England Journal. Die cijfers waren afkomstig van de Belgische distribiteur van die vakbladen, die ook andere vakpublicaties verspreid zoals The Harvard Review. Daaruit bleek dat omgerekend slechts 6 procent van de Belgische artsen wekelijks een buitenlands vakblad in de bus krijgt. Er bestaat in ons land geen wetenschappelijk onderzoek naar de leesdichtheid van medische vakliteratuur, maar dat is er wel in het buitenland. In Nederland is het percentage artsen dat Engelstalige bladen als The Lancet, BMJ, JAMA of NEJM leest significant hoger: 31 procent doet dat wekelijks, 21 procent zelfs nooit. Nog interessant is dat we uit het Nederlands onderzoek kunnen afleiden dat 48% van de specialisten zegt wekelijks internationale bladen te lezen. Kennelijk lezen medisch specialisten méér dan andere artsen, want in het gebruik van andere bronnen zijn geen opvallende verschillen te zien. Er is geen reden om aan te nemen dat dit in ons land anders zou zijn. En nog dit: bijna driekwart van de Nederlandse artsen (72%) zegt de wetenschappelijke ontwikkelingen ‘goed' bij te houden, ruim een kwart (28%) zegt dat niet te doen.

Bijscholing moet ook face to face gebeuren. En dat gaat in ons land soms zeer amateuristisch. Een organisatie zoals de Leuvense Werkgroep Huisartsen Nascholingscyclus zet jaarlijks een uitstekend programma op. Maar dat is lang niet overal het geval. Navraag bij LOK-verantwoordelijken leert ons dat heel wat bijscholingen indien niet nutteloos dan wel betuttelend zijn, dat ze in feite instructieprogramma's zijn die artsen moeten duidelijk maken hoe ze zich kunnen sporen in een zorgtraject maar vooral dat ze weinig actueel zijn. Ook wordt de aangeboden bijscholing niet altijd betrouwd. De bijscholing is daar verworden tot een sociaal evenement, een gelegenheid om onder collega's eens bij praten.

Als de minister wil dat artsen op de hoogte blijven van de state of the art van de geneeskunde dan zal ze er dus moeten voor zorgen dat de kwaliteit van de bijscholingen opgekrikt wordt. Een tweede vraag is welke instantie gaat controleren of de bijscholing werkelijk voldoende bijgeschoold heeft. In Nederland bestaat er een Regieraad Kwaliteit van Zorg. Die kwam tot de vaststelling dat als een arts wetenschappelijke informatie leest en tot zich neemt – langs welke weg dan ook – dit nog niet betekent dat hij deze kennis ook direct in de praktijk toepast. Slechts 16 procent zei het beleid in de spreekkamer ‘bij voorkeur' aan te passen aan wetenschappelijke inzichten na het lezen daarover in een wetenschappelijk tijdschrift. Ongeveer evenveel artsen doen dat als zij collega's tijdens een wetenschappelijk congres (16%) of tijdens een klinische les (13%) over die inzichten hebben horen vertellen. Maar een ruime meerderheid (56%) wacht tot de richtlijnen zijn aangepast. Ook in dit opzicht doen specialisten het anders: telkens een kwart past de medische vakliteratuur (25%) of informatie tijdens een wetenschappelijk congres (27%) direct toe, en slechts 37 procent wacht bij voorkeur tot de richtlijnen zijn aangepast.

Blijft overigens de vraag of de aangeboden informatie waarop de bijscholing gebaseerd is betrouwbaar is. Het vertrouwen van de artsen wordt de laatste tijd danig op de proef gesteld. We hebben het in deze rubriek al gehad over het recente schandaal rond de Pace-trial die gepubliceerd werd in The Lancet en waarvan nu bewezen is dat de data gemanipuleerd werden. Maar de concurrentie is niet veel beter. Van 2800 auteurs en reviewers in het adressenbestand van de BMJ had 13 procent wel eens gezien of ‘uit de eerste hand' vernomen dat een arts of wetenschapper data had aangepast, weggelaten, veranderd of bedacht om de kans op publicatie van het onderzoek te vergroten, bleek onlangs. Een bekende techniek, die graag toegepast wordt door Evidence Based Medicine adepten is het opzetten van een fishing expedition: het zoeken naar een significant resultaat door meerdere testen te proberen. De uitkomst wordt vervolgens gepresenteerd als juist en betrouwbaar, sterker nog, wie ervan afwijkt zou aan slechte geneeskunde doen. Het versterkt het vertrouwen van de artsen niet.

Het kan ook anders. Z'n dertig jaar geleden maakte ik voor het eerst kennis met professionele bijscholing voor artsen toen ik met de geleerde vrouw een Boerhaave cursus mocht meevolgen. De Boerhaave Nascholing van het Leids Universitair Medisch Centrum is de oudste post-academische onderwijsorganisatie op geneeskundig gebied (PAOG) in Nederland. Hier geen gezellig samenzijn met wijntje en trijntje maar een hele dag academische opleiding. En met stevige wetenschappelijke discussies achteraf. Het moge de minister inspireren.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

 

 

 

08:04 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

04 oktober 2016

Werkt autoriteit ontstekingsremmend?

Vanwaar toch die belangstelling voor de psychosociale situatie in de geneeskunde, zegt de dokter die me in mijn intiem Japans restaurant aanspreekt. Zijn er dan geen andere problemen waarmee de arts vandaag geconfronteerd wordt? Artsen zijn toch ook maar mensen met hun mensenfouten ? Is het niet normaal dat er hier en daar een hurk rondloopt die zich bot gedraagt, maar dat betekent toch niet dat hij zijn vak slecht uitoefent ? Zolang de geneeskunde technisch beantwoordt aan de state of the art van de discipline is er niets aan de hand. Toch ?

De consumptie van sushi en sashimi stemt me mild, zelfs als de geleerde vrouw en ik gestoord worden in een conversatie die de grenzen van de wetenschap ver overstijgt. Dus spreken we af dat we hierover eens de koppen bij elkaar zullen steken, maar niet nu.

De volgende dag mailt de geleerde vrouw me een Amerikaanse studie die perfect aansluit bij ons gesprek van de avond voordien. Positieve emoties gaan gepaard met een lager ontstekingsniveau, staat daar zwart op wit. Dat blijkt uit een Amerikaans-Canadees onderzoek bij een studentenpopulatie. De Amerikaanse en Canadese onderzoekers lieten studenten vragenlijsten invullen en speekselstalen afnemen.

Na verdere analyse kwam 'ontzag' naar boven als de emotie met de beste associatie met het IL6-niveau. Ontzag (eerbied of indien u wil, autoriteit) was de enige emotie die het IL6-niveau beduidend kon voorspellen. De zes andere emoties die getest werden, waren amusement, compassie, tevredenheid, vreugde, liefde en eergevoel. De resultaten hielden ook stand nadat persoonlijkheids- en gezondheidsfactoren in rekening gebracht werden.

Een andere studie vond dat ontzag, bewondering en verwondering het meest geassocieerd zijn met lage IL6-niveaus. Vreugde, tevredenheid en eergevoel waren veel minder sterk geassocieerd.

Maar hoe straalt de arts die autoriteit uit, hoe verwerft hij die? Sommige mensen stralen van nature autoriteit uit. Ik denk aan musici, goede acteurs, wetenschappers die zich verschuilen achter onbegrijpelijk jargon maar die in mensentaal ingewikkelde zaken kunnen duidelijk maken. Natuur en creativiteit kunnen dus autoriteit creëren, maar mogelijk is sociaal engagement en gevoel van verbondenheid even belangrijk.

Daarom is het nodig dat een arts, zoals dat ooit in het dorp of de kleine stad gewoon was, zich engageert in het lokale sociale weefsel door culturele participatie, sociale integratie, vrijwilligerswerk in een club, vereniging of zelfs een parochie. Dit kan overdreven lijken maar de arts zou er goed aan doen te beseffen dat er buiten zijn kabinet en zijn racefiets nog een ander leven is.

De Gentse psycholoog Paul Verhaeghe heeft in dat verband een zeer lezenswaardig en interessant boek geschreven, dat uitgebreid in de Vlaamse pers besproken werd. Om te concluderen nog deze vraag: waarom concentreert het psychologisch onderzoek zich zo vaak op negatieve emoties, zoals verdriet, angst, woede en schaamte. Ik ben niet de enige die met deze vraag zit. Graag lees ik een antwoord van de hand van de vele psychologen die mijn geschrift volgen.

De afspraak met de arts is gemaakt. De witte tafel is gereserveerd.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

Meer info: http://www.envisionkindness.org/wp-content/uploads/2016/0...

 

12:04 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)