19 maart 2018

Hoelang duurt het voordat u vergeten zal zijn?


Ik krijg een facebookbericht binnen. De vader van een student is overleden. Niets onverwacht. De meesten onder ons eindigen hun leven als wees. Ik antwoord hem met de -naar ik mag hopen- troostende gedachte dat we pas echt dood zijn als niemand meer aan je denkt.

Elk weekend gaat er wel iemand dood die we van dichtbij of veraf kennen. Bij de koffie bedenk ik dat dat vergeetproces wel heel erg snel kan gaan. Bij het toegangsexamen placht ik mijn kandidaat-studenten een namenlijst voor te leggen waarop ze moesten aanduiden wie en waarom hij of zij op die lijst figureerde. Op die manier testen wij hun kennis van de recente geschiedenis en de actualiteit. Telkens blijkt dat bij jongeren bekende namen uit de vorige eeuw, totaal blanco in hun geheugen zijn. Hoe lang blijft een naam in het publieke en individuele geheugen hangen? Ik ben mijn familie nog niet vergeten, ik ken nog de verhalen over de ouders van mijn ouders. Ik herinner me zelfs verhalen die mijn oma vertelde over haar ouders, broers en zusters. In mijn familie hebben we een ijzeren geheugen. Dat gaat dus over mijn overgrootmoeder en overgrootvader.

Maar over mijn betovergrootouders weet ik eigenlijk niets meer dan dat ze aan vaders zijde een soort herenboeren waren en langs moeders kant landarbeiders, die daarnaast in de ontluikende industrie bijklusten, of omgekeerd. We spreken dus over het laatste kwart van de negentiende eeuw. Ik kan uitrekenen wanneer ze ongeveer geleefd hebben. Mijn opa's en oma's zijn geboren tussen 1890 en 1900, mijn overgrootouders dus ongeveer rond 1870 en mijn betovergrootouders pakweg rond 1840. Ionica Smeets, een Nederlandse wiskundige, wetenschapsjournaliste en hoogleraar wetenschapscommunicatie aan de Universiteit Leiden schreef vorige week dat er over zo'n honderdvijftig jaar later niemand meer is die nog over iemand verhalen vertelt.

En dat dat logisch en onvermijdelijk is. Ze berekende dat ze zestien voorouders heeft. "Zestien mensen met dromen en ambities. Zonder wie ik er nooit geweest was. Met levens waarvan ik niets weet. Natuurlijk kan ik op zoek in archieven, maar ineens dringt tot me door dat deze redenering ook de andere kant op werkt. Hoelang duurt het voordat ik vergeten zal zijn? Als het meezit, word ik op mijn zestigste oma. (Ionica is 38, mvi) Zeg dat de volgende generatie komt als ik negentig ben (als ik dat überhaupt haal natuurlijk) en dat ik dan lang genoeg leef om door mijn achterkleinkinderen herinnerd te worden. En stel dat die achterkleinkinderen honderd worden en zich mij tot aan het eind van hun dagen herinneren (het begint allemaal wel erg hypothetisch te worden). Zelfs dan is er over honderdvijftig jaar helemaal niemand meer die aan me denkt."

Ik denk aan mijn moeder die 93 wordt en die nog een ijzeren geheugen heeft waar geen roest op zit. Tussen haar en mijn jongste kleinkinderen liggen ruim 85 jaren. Hoe lang zullen ze over haar verhalen vertellen, zij die als enig kind, de stammoeder werd van acht kinderen, achttien kleinkinderen en tweeëndertig achterkleinkinderen? Zullen zij zich haar nog herinneren in deze tijden waarin we ons geheugen hebben uitbesteed aan een simkaart of een usb-stick ? In deze tijden dat een geluksgevoel afhankelijk wordt van het aantal likes iemand op Facebook scoort? Een gelukkig mens liket niet, bedenk ik. Een gelukkig mens is niet hij die de realiteit naar zijn hand wil zetten maar die iets wil presteren op een manier dat hij zichzelf in de spiegel kan kijken.

En dan schieten mijn gedachten naar Maggie De Block waarvan ik lees dat de ooit in Wallonië zo populaire minister, niet langer meer in de Franstalige top tien figureert. Is dat erg? Ik denk aan alle minister van Volksgezondheid die ooit gekend heb. Sommigen hadden gewoon een slechte adem, anderen heb ik geïnterviewd maar ze hadden niets te vertellen, met andere heb ik serieuze meningsverschillen gehad en werd ik op het eind toch bevriend, zoals met mijn buurman. Wie kent nog Leburton, Piet De Saeger of Jacques Santkin of Didier Donfut? Mijn studenten in elk geval niet. Ik denk aan een hoge pief bij het Riziv die straks met pensioen gaat en die de toekomst achterlaat die hij zo ingewikkeld gemaakt heeft dat men bijna geen opvolger voor hem dreigde te vinden. Hij bestaat straks niet meer, hij verdwijnt in het behang. Hij lijdt aan de welvaartsziekte van deze tijd: de zelfoverschatting.

Ik besluit dat ik woensdagavond mijn kleinkinderen verhalen ga vertellen over hun opa en oma, nu we hier nog zijn. Zoals mijn opa onuitwisbaar de verhalen over zijn belevenissen aan het front van 14-18 in mijn geheugen prentte. Zoals ik mijn oudere broer voor mij zie, ook al is die al meer dan een halve eeuw verdwenen. En dan besef ik dat ik, die over alles en nog wat een mening heb, gewoon blij ben dat ik leef. Dat het leven geen powerpointpresentatie is maar een verhaal dat nog niet af is. En dat dit misschien later ooit door iemand gelezen zal worden, op een quantumlaptop naar ik vermoed.

Weet u hoelang het zal duren voor u vergeten zal zijn?

Marc van Impe

 

bron: MediQuality

 

20:08 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

15 maart 2018

Uw praktijk? Het teken aan de wand


Het Ancien Régime in de geneeskunde heeft zijn laatste jaren ingezet. Er is een ontwikkeling aan de gang die voor een echte paradigmashift zal zorgen. De tijd van individuele artsenpraktijk, zeker als het gaat om de technische specialisaties, zal over een paar decennia alleen nog maar een verre herinnering zijn. En het zullen niet de overheid, noch de verzekeraars zijn, die de privé praktijk op slot draaien maar een actor die zich nu al rücksichlos in de wereld van de gezondheidszorg binnendringt.

Ik las het voorbije weekend in de financiële pers het bericht dat de zelfstandige tandartspraktijk lijkt uit te sterven. Jonge tandartsen verkiezen een groepspraktijk, waar de werkuren flexibeler zijn en de infrastructuur gedeeld kan worden. De huisartsen kennen deze evolutie. Een praktijk wordt een onderneming. Dezelfde trend ontwikkelt zich in de specialistische geneeskunde. Jonge artsen denken anders. De millennials geloven niet meer in dagen van 12 uren werken, avond- en weekendconsultatie. Die willen een leefbaar leven, met tijd voor zichzelf en hun gezin. En met een goed, gegarandeerd inkomen.

Komt daarbij dat een artsenpraktijk, zeker als het om een technische specialiteit gaat, door de toenemende techniciteit een zware financiële investering wordt. Zoals een radioloog ons onlangs nog antwoordde op de vraag wanneer hij met pensioen plande te gaan: "De dag dat mijn nieuwe apparatuur afbetaald is." Nogal wat artsen beginnen zich te realiseren dat ze niet voor zichzelf werken maar voor de bank.

En dat geldt ook voor de groepspraktijken. Het zijn dus geen groepspraktijken die de vrijgekomen plaatsen zullen innemen maar investeerders die hier een nieuwe opportuniteit zien. Terug naar de tandartsen. Groepspraktijken van tandartsen worden in ons land in snel tempo opgeslokt door internationale ketens. En eens te meer komt die trend uit het Noorden. In Finland werkt al een op de drie tandartsen voor een keten. In België is dat voorlopig slechts vijf procent, ‘maar dat aantal dikt aan', benadrukt de woordvoerder van het Verbond van Vlaamse Tandartsen.

De Nederlandse keten DentConnect, die minder dan een jaar geleden naar ons land kwam, telt hier intussen al twaalf praktijken. Tegen het einde van het jaar moeten dat er 20 zijn, maken de Nederlanders zich sterk. De Zwitserse keten Colosseum Dental, de grootste in Europa met meer dan 200 vestigingen in Scandinavië, het Balticum, Nederland, Duitsland, Zwitserland en Italië, opent zijn website met een simpele boodschap: "We want to provide modern, quality dentistry services for the benefit of patients, dentists, employees and shareholders, striving for continuous growth and excellence." Colosseum Dental komt binnenkort naar België. Achter de keten zit de Jacobs Holding, ook bekend van chocoladeproducent Barry Callebaut, met aan het hoofd de Belg Patrick De Maeseneire, de CEO van Jacobs Holding, is voorzitter van Colosseum Dental. ‘De consolidatie in Europa is nog maar net begonnen', zegt de CEO van de chocolademultinational. CD stelt nu al meer dan 4000 tandartsen tewerk. Ons land telt circa 6.000 tandartsen, waarvan 4.400 in Vlaanderen.

Komt daarbij de leeftijdsfactor. Weer neem ik de tandarts als typevoorbeeld. Meer dan de helft van de tandartsen in Europa is ouder dan 50. Investeringsfondsen kunnen die eenmanspraktijken van tandartsen die met pensioen gaan relatief goedkoop opkopen, vervolgens groeperen, en vijf jaar later met een flinke meerwaarde opnieuw verkopen. ‘Voor een tandartspraktijk betaal je 3 à 4 miljoen euro. Als je die goed kan consolideren, maak je daar snel een veelvoud van', zegt een sectorkenner in De Tijd. Een voorbeeld: toen het Nederlandse investeringsfonds Bencis in 2011 investeerde in DentConnect, dat in 2010 door tandartsen werd opgericht, had het een omzet van 16 miljoen euro. Vijf jaar later was dat 200 miljoen euro.

De ketens van tandartsen centraliseren de administratie, het personeelsbeheer en de aankopen van apparatuur, waardoor ze de kosten drukken en de rendabiliteit opkrikken. Zoals DentConnect dat omscrhijft: "Juist het uitgebalanceerde evenwicht tussen klinische knowhow en commercieel inzicht maakt van DentConnect een succesformule, die zorgt dat tandartsen zich weer volledig kunnen concentreren op het werk aan de stoel."

Dit groeimodel trekt ook Belgische investeringsfondsen aan, zoals Gimv. Niets belet dat dit ook zou gebeuren met praktijken van medische specialisten waar de technologie een steeds belangrijker rol gaat spelen.

Een volgende stap wordt het beheer van ziekenhuisafdelingen zoals operatiekwartieren en beeldvorming. Investeerders doen nu al ervaring op met het beheer van rusthuizen en woonzorgcentra.

Voor de betrokken artsen kan dit een nieuwe opportuniteit zijn. Zij kunnen zich concentreren op hun kernopdracht: het verstrekken van de best mogelijke medische zorg. Met meer tijd voor de patiënt, de bijscholing, en voor zichzelf.

Het wordt de hoogste tijd dat alle betrokken actoren zich daarover bezinnen. Het mene mene tekel, het teken aan de wand, is al geschreven. Dit was een poging tot vertaling.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

18:45 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Fitness voorkomt dementie


Vrouwen van middelbare leeftijd die aan fitness doen hebben tientallen jaren later 90% minder kans op dementie. Dat blijkt uit een Zweedse studie die gisteren in Neurology verscheen.

De onderzoekers volgden de vrouwen 44 jaar lang. Beide groepen leefden even zo lang, maar degenen wie in de eerste test 6 minuten lang op een hometrainer kon rijden, had een veel lager risico op dementie dan degenen die de training niet konden voltooien. De studie, die woensdag in het tijdschrift Neurology werd gepubliceerd, bewijst niet dat oefening dementie kan voorkomen, en het is al lang bekend dat er een correlatie bestaat tussen beweging en verminderde dementierisico , maar de resultaten waren nu wel bijzonder dramatisch.

Ongeveer 5% van de vrouwen met de hoogste piekbelasting - zij die het moeilijkst konden fietsen gedurende 6 minuten - ontwikkelde dementie, vergeleken met 25% van degenen met een middelmatige conditie en 45% die niet geschikt genoeg waren om de test af te ronden. Over het algemeen verminderen vrouwen die zeer fit zijn hun risico op dementie met 88% in vergelijking met vrouwen die matig fit zijn. De weinige zeer fitte vrouwen die wel dementie ontwikkelden, werden gemiddeld op 90-jarige leeftijd symptomatisch, 11 jaar later dan hun matig fitte seksegenoten.

"Ik ben zeer verbaasd dat de uitkomst zo sterk was," zegt Ingmar Skoog, professor in de psychiatrie aan de Universiteit van Göteborg in Zweden. "Het toont echt het belang van lichaamsbeweging aan."

Op te merken valt dat de studie vrij klein was, - slechts 191 vrouwen namen aan de studie deel-, en alle vrouwen in de studie waren Zweeds, wat het moeilijk maakt om de conclusies te veralgemenen naar de hele bevolking. Maar wie rond de vijftig is en niet dement wil worden op zijn tachtigste doet er goed aan om nu op de hometrainer te klimmen.

Marc van Impe

http://n.neurology.org/content/early/2018/03/14/WNL.00000...


Bron: MediQuality

12:26 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)