22 oktober 2016

Ziet jouw dag er ook zo uit?

Je moet je e-mail checken tijdens het ontbijt, je rijdt telefonerend naar de praktijk, baggert je dag door, discussie met de verpleging, collega’s die je bellen om informatie of advies, het gevoel dat je altijd achter de feiten rent, onophoudelijk onderbroken worden, patiënten die hun afspraak niet nakomen, de koffiemachine die leeg is, al telefonerend thuiskomen, als je je kinderen al ziet, ze geïrriteerd het bed in werken, mail checken, te weinig rust om recreatief te lezen, laat staan dat je je vakliteratuur kan bijhouden, te weinig tijd om een vriend te zien, te weinig zin om te sporten, nog een half uurtje op Facebook, een glas wijn, geen tijd voor de krant, nog een glas wijn, in slaap vallen voor je televisiescherm, een rusteloze nacht en de volgende dag begint het opnieuw: de eerste blik gaat naar de telefoon op het nachtkastje.

Reken dan maar dat u echt tekort schiet ten opzichte van je partner, je kinderen, je collega's, vrienden, familie, de echte carrièredoelen, de eigen gezondheid, de eigen idealen. Je loopt jezelf voorbij.

Nog even terug naar het verloop van jouw dag: als zich dan een stil moment aandient, ontstaat diep in jou een gevoel van leegte, dat dus met nog meer drukte wordt gevuld, even een WhatsApp, even op LinkedIn. Maar die oppervlakkige social media-contacten kunnen echte verbintenissen niet vervangen. En niemand die je begrijpt, niemand die inziet dat jij toch zo'n groot gelijk hebt. Dat je eigenlijk een visionair bent.

Maar de emotionele verarming die hierdoor ontstaat, vreet aan je geluksgevoel, die leidt tot een depressie. Het verlies van vrienden, van intieme vertrouwelingen, is een leegte die geen geld kan opvullen. Je hebt een oldtimer die in de garage staat. Je hebt een collectie muziek en films waar je geen tijd voor hebt. Boeken liggen ongelezen op je nachttafel. Naast jou ligt je partner in een diepe slaap, jij staart naar het plafond en overloopt je agenda voor de komende dagen. Je eten in dat hippe restaurant smaakt niet meer, alle wijn proeft hetzelfde. Je hebt nauwelijks gemerkt hoe mooi de zomer was, je mist de pracht van de herfst.

Je bent druk-druk-druk terwijl je ooit toch zo goed begonnen was: er in het begin van je loopbaan moest je er flink tegenaan te gaan om je te onderscheiden, maar in een ziekenhuis werkt iederéén hard, dan red je het niet met nóg meer uren, nóg meer prestaties.

Bedrijfspsycholoog Tony Crabbe: zegt dat alleen sukkels het druk-druk-druk hebben. "Hun werkethos dateert nog uit het industriële tijdperk toen alles om productie draaide. Maar we moeten een stap verder zetten in de evolutie. Je kunt je agenda echt niet meer programmeren op basis van wat er allemaal voorbij komt. As long as we are playing the more game, we are playing the wrong game." In Busy: how to thrive in a world of too much (uitgeverij Piatkus), dat werd vertaald in het Frans, Koreaans en Russisch, schetst de Britse psycholoog het machteloze gevoel gebukt te gaan onder een groeiend aantal taken en afleidingen.

Breek desnoods een been en neem een paar weken rust. Doe jezelf een plezier en lees het boek Burn-out in de zorg, van Gorik Kaesemans, Elke Van Hoof, Lode Goderis en Erik Franck, uitgegeven bij Lannoo Campus ISBN 978 94 014 2899 6.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

 

 

13:21 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

21 oktober 2016

In memoriam Roger Blanpain

In een overvolle Sint-Jan-de-Doperkerk in het Groot Begijnhof in Leuven is vrijdag afscheid genomen van emeritus hoogleraar arbeidsrecht Roger Blanpain, die op 11 oktober op 83-jarige leeftijd overleed. Ik heb het over hem met een gemeenschappelijke kennis. Hij had tenminste een voltooid leven, zegt hij. Het regent boven het kanaal, zoals dat hoort als je over dit soort van zaken praat. Het moet dan nat en killig zijn. Maar wat bedoelt hij in godsnaam met een voltooid leven? Wanneer is een leven voltooid?

Ik las vorige week in de krant dat 'mensen die klaar zijn met leven [zouden] hulp moeten kunnen krijgen om op een waardige manier en op een zelfgekozen tijdstip een einde te maken aan hun leven.' In het land waar deze uitspraak vandaan komt zouden speciaal opgeleide 'stervensbegeleiders' mensen hierbij 'helpen', nadat ze er in gesprekken achter zijn gekomen of mensen werkelijk lijden aan het leven, en geen besluit nemen onder druk van familieleden of verzorgers.

Voor de goede orde, het gaat volgens de beleidsvrouw die achter dit wetsvoorstel staat, niet om eenzame en depressieve mensen, maar om diegenen die hun leven 'voltooid achten'. Ik moet denken aan JJ De Gucht en zijn parler. Voor Nederlandstaligen klinkt deze lingo bijna normaal: 'mensen die wakker worden en denken: ik ben weer niet dood.' Voor hen moet de overheid 'barmhartig zijn.' Voor de Franstalige lezers is dit pure horror. Ergens bij de taalgrens loopt een scheidslijn tussen dood gaan en sterven. Ik stel me voor dat je bij de eerste formule bewust de stap naar het einde zet. In de tweede formule wordt je overvallen door een dief in de nacht. Zou het zo wezen?

Klaar met leven klinkt als een cliché uit een slecht geschreven brochure van een of andere humanistische kerk. Wie kan me zeggen wanneer mijn leven voltooid is? Ik zou het niet weten. Anderen misschien wel. Ik lees de schrijfster Aleid Truijens die zegt: "Mij stelt het gerust dat ik er mag zijn, ook als ik straks oud, lastig en afhankelijk ben en een luier draag, maar dat ik niet tot mijn laatste snik hoef weg te teren aan een terminale ziekte."

Maar dan bedenk ik: ik laat zo ijzeren zorgkundige met van die koude handen en een geur van odeklonje om hen heen, toch niet beslissen wanneer het zo ver gekomen is. De term 'waardig sterven' geeft me de webbe. Alsof de gewone, natuurlijke dood onwaardig is, en fatsoenlijke, rationele mensen moeten begrijpen hoe ze die ellende vóór kunnen zijn. ik wil helemaal geen nieuw soort ambtenaar, zo'n gezakte thuisverpleger of mislukte socioloog, zo'n stervensbegeleider-nieuwe-stijl, zo iemand met recuperatiedagen en een ambtenarenpensioen, die wil ik helemaal niet bij mijn einde in de buurt.

Wat ik vrees is dat als ze er eenmaal zijn, ook op zoek naar klanten zullen gaan. Wordt er aan gebeld en zie in je parlofoon een onbekende staan. Een deurwaarder is het niet, er valt niets meer te halen. De postbode kent de code en die stoort je niet op dit uur. De poetsvrouw is geweest. De pastoor komt al lang niet meer. Ah, dat moet de stervensbegeleider zijn. De man met het gezicht als een lavabo.

Ik kan me niet voorstellen dat hij over een goed alternatief voor de dood komt praten. Hoe gaan ze die mensen selecteren die niet ziek zijn en binnenkort sterven, die niet lijden onder fysieke pijnen, evenmin dement, depressief of eenzaam zijn en niettemin dood willen? Wie zijn dat dan precies?

Alsof wij, de verstandige, welbespraakte, autonoom denkende lieden op een zeker moment, in alle redelijkheid besluiten dat het welletjes is, welgemoed afscheid nemen en vertrekken. Ik geloof het niet. Ik word gewoon oud, wat trager schrijvend, niks 'voltooid leven'. Ik wil niet de ellende van een voltooid leven, want dat betekent eenzaamheid, het gevoel overbodig te zijn en niet meer ertoe te doen.

Nee, dan schrijf ik liever nog een stukje dat zo nijdig is dat iemand me nog eens voor de raad van Journalistiek sleurt. En als ik daar dan nog eens gelijk krijg, dan wil er over nadenken om een begin te maken met de voltooiing van mijn leven. En tot zolang wil ik nog vele gesprekken, muziek, uitstapjes. Maar dan wel op m'n eigen. Ik heb evenmin niet zo voor de begeleiders die mijn leven willen veraangenamen.

Ik vertel hoe ik met de professor voor het eerst een avocado at. Al Parma in Leuven. Het duurde een eeuwigheid voor we de schil fijngekauwd hadden. Hij had me bijgestaan in een geschil met een uitgever. Het eerste. Bij het kerkelijk afscheid van een professor emeritus zingen zijn collegae in toga hem de eeuwigheid in. En dan bedenk ik dat ik mijn papieren voor euthanasie nog in orde moet brengen. Ik ben zeker dat Roger Blanpain zijn leven nog lang niet voltooid had.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

 

 

13:45 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

20 oktober 2016

Specialisten, schaf de wachtdienst af

Wat chauffeurs en piloten niet mogen, doen medisch specialisten wel: 24-uursdiensten draaien. Dat kan niet langer want de patiënt heeft recht op een fitte arts aan zijn bed. Ik keek op het scherm hoe een van die hedendaagse superdokters die hun kunsten op TV mogen tonen, in het holst van de nacht opereerde. Het ging hem niet om een spoed- maar een routineoperatie. Een vriend van me liet “zijn” bevalling het liefst ’s nachts ingeleid worden. Ik heb het mogen meemaken dat de geleerde vrouw de sponde moest verlaten voor een nachtelijk consult bij een doorzopen sujet dat uit het verkeer geplukt was. Het hoort bij het vak, hoorde ik altijd. Maar er komt ander geluid.

Chirurgen en andere specialisten moeten stoppen met het draaien van 24-uursdiensten. Te lang achter elkaar doorgaan, werkt fouten en verkeerde beslissingen in de hand en is schadelijk voor de patiëntveiligheid. Dat stellen twee vooraanstaande Nederlandse hoogleraren, die het debat hierover willen openen. Hoogleraar chirurgie Dink Legemate, hoofd chirurgie van het AMC, en Jan Klein, anesthesioloog en hoogleraar patiëntveiligheid van de TU Delft, besloten tot een gezamenlijk pleidooi: specialisten zouden niet langer dan 12 uur achter elkaar mogen werken, stellen ze. Beide hoogleraren gelden als autoriteit op hun gebied.

De medische soaps zijn wat één aspect betreft realistisch: voor specialisten is het wereldwijd gebruikelijk om 24-uursdiensten te draaien. Dat betekent dat en specialist, zeker als hij technische prestaties verricht, na een normale werkdag 's nachts oproepbaar blijft voor ingewikkelde vragen of spoedoperaties, waarvoor ze dus naar het ziekenhuis moeten. En vaak draaien ze ook nog eens in het weekend een 48-uursdienst. Jonge artsen en specialisten in opleiding weten daar alles van en ondanks alle mogelijke beloften, afspraken en dure verklaringen blijft dit een zeer. Ziekenhuizen doen het nu eenmaal, omdat het te kostbaar is om de hele nacht voor elk specialisme een arts in het ziekenhuis te hebben.

De professoren Dink Legemate en Jan Klein zeggen dat het anders kan. Als het geregeld is bij piloten, die ook over mensenlevens gaan, bij vrachtwagenchauffeurs, zelfs bij omroepmedewerkers? Waarom dan niet bij dokters. Al die specifieke beroepen mogen maar zoveel uur achter elkaar werken en dat vindt iedereen volstrekt begrijpelijk. Maar over de medisch specialisten heeft niemand het.

Waarom zet de maatschappij daar geen druk op? ‘Dat vind ik vreemd. Dit moet gewoon op tafel komen,' zei Dink Legemate deze zomer in een weekendkranteninterview. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat lang wakker blijven hetzelfde effect heeft op prestaties als het drinken van alcohol. Bij vermoeidheid daalt het reactievermogen, wordt het geheugen slechter en maken mensen meer fouten. Ook artsen. Toch is nooit een rechtstreeks verband aangetoond tussen lange diensten en medische fouten. Volgens Jan Klein spelen in de zorg zoveel factoren een rol, dat dit lastig aan te tonen is.

Volgens prof. Elke Van Hoof, coauteur van Burn-out in de Zorg (uitg. Lannoo Campus) lijdt 41 % van de professionelen in de zorg aan een burn-out. 28% van de artsen op de spoeddienst lijdt aan depersonalisatie en 43% gaf toe minder persoonlijk bekwaam te zijn. Bij het verplegend personeel waren die percentage significant hoger.

Toen de Nederlandse specialistenverenigingen daarmee geconfronteerd werden noemden ze dit een belangrijk signaal, maar toch zijn ze tegen een maximum van 12 uur werken. Zij ziet niets in het afschaffen van 24-uursdiensten. 'Als je voldoende menskracht hebt, kun je het best op die manier inrichten,' zegt een woordvoerster. 'Maar dat kan niet overal. De zorg moet wel gewoon doorgaan. In een klein ziekenhuis zal dit moeilijker te regelen zijn. Daar is 's nachts misschien ook minder te doen.

Wij zeggen: regel dat je na een ontzettend zware nacht een beroep kunt doen op je collega's. Als je 's nachts twee telefoontjes krijgt, dan hoef je de volgende dag niet uitgeroosterd te worden', zegt hij. 'Dan kun je gewoon werken. Maar als je de hele nacht op de operatiekamer hebt gestaan en je bent helemaal leeggeopereerd, dan moet er zo'n sfeer zijn dat collega's patiënten overnemen en dat je naar huis kunt om te slapen.'

Een chirurg, die zichzelf omschrijft als ‘allang niet meer de stereotiepe macho' vreest dat bij een maximum van 12 uur chirurgen te weinig "vlieguren" maken en ervaring verliezen. 'Dat zou de patiëntveiligheid juist verslechteren.'

Hoogleraar verkeerspsychologie Karel Brookhuis de TU Delft en auteur van Driver behaviour and accident research methodology; unresolved problems spreekt dit radikaal tegen: 'Bij beroepschauffeurs wordt hier al dertig, veertig jaar onderzoek naar gedaan en dat is zo langzamerhand wel uitgekristalliseerd. Het is overduidelijk: vermoeidheid zorgt voor een hogere kans op ongevallen.

Als je echt te weinig hebt geslapen, is de kans op ongevallen al gauw vijf keer zo groot. 's Nachts tussen twee en vijf is de kans op een ongeval bijna zes keer zo groot. Daarom zijn er ook strikte rij- en rusttijden ingevoerd voor chauffeurs.' Voor de Nederlandse Inspectie voor de Gezondheidszorg waar deze kwestie deze zomer werd aangekaart is dit een zaak van specialisten zelf. Ook in ons land blijkt men andere zorgen aan het hoofd te hebben.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

 

20:42 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)