13 augustus 2017

Eet geen yoghurt in een Vlaams ziekenhuis


In Frankrijk kan je kiezen welke wijn je bij je lunch krijgt. Hoe het daar gaat leest u in een vakantiebijdrage hiernaast. In Vlaanderen mag je blij zijn dat je kan kiezen tussen plat- of spuitwater. Hier is het in onze ziekenhuizen culinair gezien een ramp. Knack publiceert deze week het rapport van het FAVV over de kwaliteit van onze ziekenhuiskeuken: 38 ziekenhuizen of 1 op de 3 kregen een slecht rapport - een even slechte balans als vijf jaar geleden. Op de gevangeniskeukens na scoorde in 2016 geen enkele ander type grootkeuken (zoals ook die in scholen, kinderopvang, melkkeukens, rusthuizen) zo slecht.


Vlaanderen telt 116 ziekenhuiskeukens die zelf voedsel bereiden. Maar de regel wat we zelf doen, doen we beter, geldt hier niet. Dat blijkt uit het tweejaarlijks rapport van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV). Dat controleert, aan de hand van verschillende checklists, onder meer de infrastructuur, inrichting en hygiëne van de keukens, de traceerbaarheid van producten, en allerhande administratieve verplichtingen. Dominique Vandijck, directeur kwaliteitsbeleid van de Vlaamse ziekenhuiskoepel Zorgnet-Icuro is verrast maar er is geen reden voor paniek: 'Patiënten hoeven niet bang te zijn: het eten in Vlaamse ziekenhuizen zal hen niet nog zieker maken. Ja, je kunt er al eens een potje yoghurt aantreffen dat over datum is. Maar de kans is minimaal dat je een maag-darmontsteking door besmet voedsel oploopt. ' Tiens, in Kortrijk trof de inspectie in 2014 'diverse vervallen yoghurtpotjes' aan, 'vervallen kaas en beschimmelde room'. En in de Izegemse Sint-Jozefskliniek bleek dan weer de yoghurt te warm (11,8 °C); om diezelfde reden nam het voedselagentschap in het AZ Delta in Roeselare yoghurtpotjes in beslag. In het Sint-Andriesziekenhuis in Tielt stond yoghurt met een verstreken TGT-datum in de koelkast van een afdeling. Op dessertjes in de patiëntenkoelkast ontbrak dan weer de houdbaarheidsdatum. Ook in het psychiatrisch ziekenhuis Gezondheidszorg H. Familie in Kortrijk trof de voedselinspectie 'diverse vervallen yoghurtpotjes in ontbijtkarren en afdelingsfrigo's' aan. Verder lag er in een afdeling 'vervallen kaas in grote frigo' en 'beschimmelde vervallen room'.


De bewaartemperatuur is een van de belangrijkste aandachtspunten. Wat blijkt? 17 Vlaamse ziekenhuiskeukens zondigden tegen de temperatuurnorm voor gekoelde levensmiddelen; 4 keukens overtraden de norm voor diepvriesproducten. Enkele voorbeelden. Tijdens een inspectie bij het Imeldaziekenhuis in Bonheiden troffen de inspecteurs een half karton consumptie-ijs aan dat meteen moest vernietigd. In het Centrum voor Psychotherapie in Kapellen troffen de inspecteurs in een koelvitrine couscoussalade aan op 12,3 °C. In het Koningin Elisabeth Instituut in Oostduinkerke bleek de temperatuur van gesneden groenten te hoog, net zoals die van de diepvriescel in de warme keuken. Op Campus Gasthuisberg en Campus Pellenberg van het UZ Leuven gold hetzelfde voor de temperatuur van de saladbars. In het AZ Monica in Deurne werden bereide producten, zoals de zalmsalade, niet snel genoeg gekoeld. In 12 Vlaamse ziekenhuiskeukens werden bedorven levensmiddelen aangetroffen. In het AZ Sint-Elisabeth in Zottegem vond het FAVV 3 pakken gerookte kalkoenreepjes die al een dag vervallen waren. Ook in het AZ Diest bleken 2 stukken gebakken vleeskoek 'met 1 dag overschreden'. Nog andere delicatessen waren over tijd: gerookte zalm in de Sint-Jozefskliniek in Izegem (2 dagen over tijd), 1 pak knolselder en 2 porties pudding op de Campus Reepkaai van het AZ Groeninge in Kortrijk en een verpakking van 1 kilo koolsla (3 dagen over tijd) in het AZ Lokeren. In de koude keuken van het AZ Delta, Campus Menen was een 'stuk vlees' zelfs vier dagen over tijd. Vers voedsel is dus geen garantie, maar voeding uit blik al evenmin. De besmetting begint al bij de opening van het blik. 7 Vlaamse ziekenhuiskeukens overtraden die norm. Zoals het Gentse AZ Jan Palfijn, site Watersportbaan waar de pin van de open vuil was. Zelfde vaststelling in het Imeldaziekenhuis in Bonheiden en het AZ Lokeren. Maar er is meer. Het FAVV stelde in liefst 33 Vlaamse ziekenhuizen vast dat de keukeninstallaties smerig waren. Zo noteerde een inspecteur bij de Leuvense Campus Oude Baan van het UPC Sint-Kamillus: 'Broodkeuken: frigo vuil, vensterbank raam stoffig, in hoek, snijmachine opgedroogde resten. Ziekenhuiskeuken: rubbers diepvriezer vuil, plint onderaan kast kapot.' Bij de Bundeling Zorginitiatieven Oostende bleek de magnetron in de warme keuken vuil en was het schoonmaakmateriaal in afwasruimte 'niet proper'. In het AZ Zeno, Campus Blankenberge, vertoonde het rubber van de koelkast in de cafetaria schimmelvorming. Op de wielen van sommige voedselkarren zat roest. Uit dat inspectieverslag: 'Alle ruimtes zijn verouderd, tegels aan de muren vertonen barsten, deuren vertonen verfafschilfering, radiators vertonen roestvorming (...) in de koude keuken zijn de tegels gebarsten en is de muur op verschillende plaatsen vuil.' In de Izegemse Sint-Jozefskliniek bleken de magnetrons in de cafetaria en op een afdeling 'niet proper'. Daar zag de controleur ook 'stofvorming ter hoogte van de ventilator in de afwaskeuken' en 'schimmelvorming ter hoogte van het plafond aan de transportband'. In het Psychiatrisch Centrum Sint-Hiëronymus in Sint-Niklaas was het rubber van het koelelement in het restaurant bevuild, in het AZ Delta, Campus Wilgenstraat in Roeselare troffen de inspecteurs vuile magnetrons en roestvorming in de warme keuken aan. In het Psychiatrisch Ziekenhuis Stuivenberg in Antwerpen noteerde het FAVV: 'Heel wat voedingsresten op de keukenkasten, microgolfoven, croque-ijzer, broodrooster, in de lades en op het kookmateriaal/servies.'


De op een na meest frequente inbreuk is de 'contaminatie' van levensmiddelen. 28 Vlaamse ziekenhuiskeukens overtraden die norm. In een koelcel van het Imeldaziekenhuis Bonheiden werden, bereide producten niet afgedekt. 'Er staan eveneens vuile producten en karton in deze koelcel.' Verder noteerde de inspecteur dat in het restaurant en in de koelcel soep op de grond werd gezet, niet afgedekt. In het AZ Zeno, Campus Blankenberge bleek de rooster van de ventilator in de zuivelkoelkast vervuild. In het Leuvense Heilig Hartziekenhuis drupte water van de airconditioning op de verpakkingsmachine van de charcuterie. Bij het Psychiatrisch Centrum Sint-Hiëronymus in Sint-Niklaas stelde het FAVV vast dat de siliconen aan de werktafel van de vaatwasser beschimmeld waren en de airco in de vaatwasruimte bevuild. En in het Medisch Centrum Kaai 142, een hulpdienst in de Antwerpse haven, stonden op een schap aan een keukenwand voeding, verpakkings- en kookmateriaal en boodschappentassen door mekaar. Op een schap naast de voeding trof het FAVV zelfs een spuitbus tegen mieren aan. Vijf jaar geleden leidde het verslag van het FAVV tot parlementaire vragen. Volgens Dominique Vandijck is het de fout van het personeelsbeleid: 'De verhouding verpleegkundigen/patiënten is nergens in Europa, op Spanje na, al zo laag als in België. Moet er op de personeelsuitgaven bespaard worden, dan komen logischerwijze eerst de niet-zorgdepartementen aan bod, zoals de keukens. Ook op de vorming, training en opleiding van het keukenpersoneel wordt gemakshalve sneller bespaard.' Ook is de infrastructuur van de Vlaamse ziekenhuizen is relatief verouderd. Ten slotte wijst Vandijck op het klassieke argument: de 'budgettair precaire tijden'.


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

13:52 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

11 augustus 2017

Het ei van fipronil: communicatie

 
"De vraag is: wie was er allemaal op de hoogte van de ontdekking van fipronil, begin juni? Als, zoals de procedures voorschrijven, de ministers van Landbouw en Volksgezondheid op de hoogte waren, hebben Willy Borsus (MR) - toen nog minister, nu Waals minister-president - en Maggie De Block (Open Vld) een probleem: dan moeten ze hun politieke verantwoordelijkheid nemen, want dan zijn ze medeplichtig aan het gebrek aan informatie. In 1999 zijn Pinxten en Colla ook moeten aftreden. Waren de ministers niet op de hoogte, dan draagt het hoofd van het FAVV een kolossale verantwoordelijkheid.”


Freddy Willockx, sp.a'er en in 1999 als regeringscommissaris belast met het oplossen van de dioxinecrisis, heeft bloed geroken. "In dat verband denk ik dat het rapport van de federale ombudsman opnieuw naar boven zal komen. Dat rapport maakte, eind juli, melding van aanwervingen bij het FAVV die niet volgens de regels verliepen. Het rapport wijst op een malaise bij het personeel, en dat kan een voedingsbodem zijn voor een slechte werking."


Communiceren is niet de sterkste kant van onze overheidsinstellingen. Zeker niet als het gaat om de volksgezondheid en de voedselveiligheid. Dat komt omdat de ambtenarij achttien jaar na de dioxinecrisis nog altijd niet geleerd heeft hoe men echt communiceert. De ambtenarij houdt het liever bij achterkamertjesoverleg met zogenaamde experts, niet zelden professoren die aan wetenschappelijke anemie lijden, en zich dan maar bezig houden met geven van zogenaamd technische adviezen die niet zelden de houdbaarheidsdatum allang overschreden hebben en op zijn best nutteloos zijn. De zogenaamde Hoge Raden zijn verworden tot seniorieën voor academici, waar het jonge personeel enthousiast zijn best doet om er nog wat van de maken, terwijl de oude sasa's bij een kopje thee en een speculaasje mijmeren over wat ze gemist zouden kunnen hebben. Dat geldt net zo goed voor antibioticabeleid, kippeneieren als varkensvlees.


In dit geval is de politieke niet de gezondheidsschade niet te overzien. Het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV) was al bijna twee maanden op de hoogte van de aanwezigheid van fipronil in eieren van kippenkwekers. De academici zijn met vakantie, de communicatie liet men over aan een woordvoerster, terwijl de verantwoordelijke ministers in reces zijn. De schade gaat veel verder de Benelux: de Duitse minister van Landbouw Christian Schmidt heeft zich al gemeld bij de Belgische minister van Landbouw Denis Ducarme (MR). Het Verenigd Koninkrijk en andere landen zullen volgen.


Misschien kan Ducarme advies vragen aan baron dierenarts Piet Vantemsche, die bracht het van veterinair inspecteur tot de dioxinecrisis van 1999 tot kabinetschef van de toenmalige minister Karel Pinxten. Hoe die crisis is afgelopen weten we. Vantemsche weet dat ook: hij werd er in 2002 na zijn boetetocht naar Compostella ervoor beloond met de functie gedelegeerd bestuurder van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV), en vanaf 2006 administrateur-generaal van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten. In 2007 was hij interministerieel commissaris influenza. En als klap op de vuurpijl werd Vanthemsche (onder) datzelfde jaar voorzitter van de Belgische Boerenbond. Als er één expert is in de ons-kent-ons-techniek dan is het wel deze Aalstenaar die de "architect van het ketenoverleg" genoemd. Dit is een overlegorgaan waar de landbouworganisaties, de voedingsindustrie en de detailhandel elkaar ontmoeten, problemen bespreken en naar oplossingen zoeken. Gelijk kan hij naar een Europees compromis werken want sinds 21 december 2015 is hij voorzitter van het European Food Centre. Als er iemand weet wat een ‘afgesproken EU-grenswaarde' is en wat ‘geen gevaar voor de volksgezondheid' dan is hij het wel. Piet Vanthemsche roept ondertussen op om wat vertrouwen te hebben in het FAVV, "dat zelf wel zal weten wanneer het wat kan communiceren".


Dit moet het soort rustige vastheid zijn, waar Herman Van Rompuy, zijn vroegere baas, het over had. Ergens stelt het mij gerust dat hij en zijn collega's nog altijd niet geleerd hebben dat de consument van vandaag ondertussen al lang op het internet op zoek is gegaan naar informatie die ons allen aangaat? Vantemsche en het FAVV, net zoals het gros van de administraties vertrouwen de burger niet. En dat is wederzijds. Vertrouwen kan pas dankzij een open, transparante communicatie, waarbij niets wordt achtergehouden. En kijk, die indruk is er vandaag wel. Daar doen de Willockxen en Calvo's van deze wereld hun voordeel mee.


Ducarme, Borsus en De Block zijn gewaarschuwd.


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

09:38 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

08 augustus 2017

Het slechte nieuws


Hoe vertel je een patiënt dat hij geen kans meer maakt op enige beterschap? Hoe zeg je dat het einde nabij is? Hoe gaat u daar als behandelend arts mee om? Communiceert u daar überhaupt over? Of verzwijgt u de waarheid? Gaat hoop bieden boven alles? Of komt de slechte boodschap in mondjesmaat?


We zitten op de achterplecht van de waterbus tussen Vilvoorde en Brussel. Het zwerk scheurt open en gaat dan weer dicht. Een zondagnamiddag in augustus. We praten over het kindje in de klas van mijn kleindochter, dat nu in Mexico een behandeling hoopt te vinden tegen een verwoestende kanker. Mijn vriend de huisarts gaat eind deze zomer definitief met pensioen. Wat is het moeilijkste dat je ooit hebt meegemaakt in je carrière, vraag ik. Moet je altijd de waarheid schrijven, riposteert hij. We praten over hoe een boodschap een leven of wat ervan overblijft kan verwoesten en hoe dit in andere gevallen de laatste dagen tot een ervaring maakt die je niet wil missen. Hoop doet leven. Wie is de arts die een doodvonnis mag vellen?

Kies ik voor de confrontatie of geef ik de patiënt en zijn omgeving de kans om zelf te bepalen hoe ze ermee omgaan? Hij vermijdt moralistische uitspraken, zegt hij maar soms vraagt de patiënt zelf om een moreel oordeel: heb ik het goed gedaan? Heb ik de mijnen niet tekort gedaan? Wat kan ik nog goedmaken? Op zo'n moment sta niet tegenover maar naast de patiënt. Soms besluit je iets niet te vertellen, dat is iets anders dan niet eerlijk zijn. Soms verschuilt hij zich achter officiële prognoses. Bij sommige kankers kan je dat makkelijk doen . Dan ben jij niet hard maar is het de schuld van de wetenschap. Soms draait het toch anders uit en haalt de patiënt het tegen alle verwachtingen in.


Hij vindt de communicatie met zijn collega's specialisten soms heel moeilijk. Ik heb soms de indruk dat zij niet met emoties om kunnen gaan. Ze gooien met harde cijfers, worden zo technisch dat de patiënt het niet meer begrijpt, gaan hem zelfs culpabiliseren. Soms geven zij teveel hoop: nog een behandeling, nog een nieuwe therapie, nog een chemo, het lijden wordt getrokken. De patiënt wordt ontevreden, verwijt zijn huisarts.


Het moeilijkst zijn kinderen. In zo'n geval stroom ik leeg. Het gaat tegen alle logica in. Je weet dat je als arts niets meer te bieden hebt en je wil toch nog geven.'


Als jonge arts, denk je dat je elke tumor de baas kunt. Je zoekt de grenzen op. Als je ouder bent en meer ervaring hebt, ben je daar misschien reëler in geworden. Ik word misschien wel empathischer en milder. Een slechtnieuwsgesprek, zeg ik. Hij wordt dan stil. Bespreekt het alleen nog met mensen die hij vertrouwt en die kennis van zaken hebben. Vroeger was dat zijn vrouw, die ook huisarts was. Sinds de scheiding, zoekt hij een collega op. Of zoals nu op de achterplecht van de waterbus. Misschien dat ik er toch vaker over moet praten, zegt hij.


Het ergste, zegt hij, is een voldragen kind dat in de baarmoeder dood is gegaan en dat geboren moet worden. en dan: Ik ben meer van het carpe diem dan het memento mori geworden.


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

09:15 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)