04 juni 2017

Gedachte in de wachtzaal rond Sinksen



Wat een mens al niet bedenkt in de wachtzaal. Voor mij zit een jonge vouw in een hidjab. Haar ogen fonkelen en doen een aantrekkelijk mens vermoeden. De secretaresse neemt de afspraken met ons door. Maandag is er geen consultatie. “Dan is het lentefeest,” zegt ze. De hidjabi scrolt op haar smartphone. Tweede Sinksen weet ik, maar ik weet niet waarom.


In de meeste West-Europese landen is dat geen vrije dag. Christenen vieren met Pinksteren het feest van de goddelijke inspiratie die in dwaallichtjes op hun hoofden neerdaalde. In het Bijbelverhaal is Pinksteren ook het feest van de meertaligheid. De geest ging waaien, en grenzen vervaagden. Vandaar de veeltaligheid : Pinksteren zou eigenlijk onze nationale feestdag moeten zijn.


De Tweede Pinksterdag is een eigenaardigheidje. Op de kalender van de christelijke kerken bestaat Tweede Pinksterdag zelfs niet. Het lijkt nu een dag voor de plechtige communie zoals dat in katholieke jeugd nog heette en wat nu een profaan lentefeest geworden is. En wie geen opgroeiende pubers heeft trekt naar het shoppingcenter, de Kust of de Ardennen, gaat asperges eten of maakt er gewoon een dag van om uit te rusten van een feestdag.


Daarop bedacht ik het volgende: waarom zouden we van die dag niet zoiets als de officiële Suikerfeestdag kunnen maken. Het is een gebaar dat ons niks kost maar, naar ik vermoed heel wat sympathie kan opleveren bij een niet onaardig deel van onze bevolking. En het levert een nieuwe betekenisvolle officiële vrije dag op.


Bovendien sluit de symboliek mooi aan want Pinksteren en het Suikerfeest zijn beide feesten van verbondenheid. Het Suikerfeest is een feest van verbroedering en verzustering, binnen en buiten islamitische kring. Mensen nodigen buren en vrienden uit, ook niet-moslims. Er wordt een feestelijke iftar gehouden, met vooral veel eten en met een eindeloze reeks zoete gerechten waaraan het feest zijn naam dankt.


Ik zou best zo'n iftar willen meemaken, het idee prikkelt mijn nieuwsgierigheid. Een mierzoete muntthee is een iets anders dan een koele Rioja of een Orval uit de kelder. Ik wil die dag best even stilstaan bij wat mijn islamitische buurman beweegt. Ik spreek er later op de dag mijn Macedonische moslimvriend op aan. Hij vindt het een leuk idee. Waarom de islamitische gemeenschap het idee zelf nog niet gelanceerd heeft, weet hij niet.


Maar dit jaar is het moeilijk want de ramadan is nog maar net begonnen en het Suikerfeest valt dit jaar op 25 juni. Maar er zijn nog meer feesten in de aanbieding, zoals het Offerfeest. Net zoals wij.


Overigens kunnen we Tweede Kerstdag cadeau doen aan de Joodse gemeenschap. Die zouden dan vrij hebben op Chanoeka ook 'het feest van de lichtjes' of inwijdingsfeest. En dat feest duurt maar liefst acht dagen. Ik heb ooit in de VS door Chanoeka bijna een vlucht naar huis gemist. Er werden ons glazen wijn aangeboden. En beleefd als we zijn konden we die niet afslaan. De eerste dag van dit feest begint eigenlijk na zonsondergang van de 24e dag van de joodse maand kislew.


De geest is over mij nedergedaald. Waarop wacht de minister om een werkgroep samen te stellen?

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

10:40 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

01 juni 2017

Wat de dokter nooit vraagt

 
Waarom praten dokters en patiënten zo zelden over seks? Die vraag komt zo: tegenover mij, in de brasserie, zit een zakelijk type de krant te lezen. Het is vier uur in de middag, zo ongeveer de tijd dat ik mijn buitenlandse kranten onder het genot van een licht glas Orval, ga lezen.


Let's talk more about sex


Ik doe dit buitengaats omdat dit me een buitenland gevoel geeft. Even niet vanuit de hoogte maar vanop een barkruk de mening van een ander tot mij nemen en mensjes kijken. Ik zie de achterpagina van zijn krant, The Wall Street Journal, en lees dan: "Let's talk about sex".


Men zegt wel eens dat mannen onder elkaar het over weinig anders hebben dan seks. Ik moet dat ontkennen. Ik heb het daar met mijn vrienden nooit over. Niet dat we het onderwerp uit de weg gaan, het komt gewoon niet ter sprake. We hebben het wel eens over kwaaltjes, een pijntje, een oog dat minder scherp ziet, een hardnekkige hoest, maar over onze bedprestaties praten we nooit. Nooit over gehad overigens.


Nochtans is seks als psycho-fysiologisch fenomeen heel belangrijk. De rol van biologische factoren bij seksuele opwinding worden door de doorsnee arts sterk onderschat. Dat heeft er bijvoorbeeld voor gezorgd dat het feit dat 10 tot 15 procent van de vrouwen die aan de pil waren minder zin hebben in seks, nauwelijks aandacht kreeg. Terwijl elke arts toch weet dat de pil de hoeveelheid biologisch beschikbare testosteron vermindert. Ik ben fel tegen de medicalisering van seksualiteit. Je hebt echter niet alleen seks met je hoofd, maar ook met je lijf. En daarmee kan van alles aan de hand zijn. Dus toch nuttig daar naar te informeren.

Wat me in het bijzonder frappeert is dat als ik op consultatie ben bij mijn uroloog, cardioloog of diabetoloog die nooit vragen hoe het tussen de lakens gaat. Ze informeren naar mijn eetlust, mijn gewicht, hoeveel ik drink, of ik goed slaap en voldoende beweeg, maar over mijn oerdriften, prikkels, en problemen in bed vragen ze niets. Alsof dit deel van mijn bestaan niets te maken heeft met mijn welzijn. Is het schroom? Misschien is het omdat ze weten dat je eerst iets seksueels moet doen om in een seksuele stemming te komen, en willen ze niet weten wat ik daarvoor doe.


Misschien hebben ze zelf wel problemen op het seksuele vlak en vinden ze dat je je privé leven niet met je werk moet mengen, als ware het een soort zelftherapie. Ik denk dat de doorsnee arts, tenzij hij psychiater is –maar die is daarvoor geconditioneerd- het nog steeds best ingewikkeld vindt om aan een patiënt uit te leggen hoe belangrijk een gezond seksueel leven is.


Op die manier laten ze dit belangrijke onderwerp over aan de auteurs van die rubrieken waarin alleen problemen worden besproken. Als dat dan al op een professionele manier gebeurt, dan heeft de lezer geluk. Uit wat ik ervan opsteek is dat je op seksueel gebied je eigen koers moet varen. En dat heb ik altijd gedaan. Ik heb dus altijd wel positieve gevoelens over seks gehad. Maar ik heb seks zelden bewust van tevoren gepland. Het overkwam me, kan je wel stellen. Dat had zo zijn consequenties, maar daarover op een andere keer.


In mijn rijke carrière heb ik ooit een tijd voor een wereldblad geschreven dat van seks zijn hoofdthema gemaakt heeft, de Playboy. Ik was dus de auteur van die interviews waarvoor sommigen onder u dat blad kochten. Uiteraard niet voor de centerfold. Die tijden liggen al lang achter mij. Ik ben in het stadium gekomen dat de hardware wel eens wil haperen terwijl de software nog altijd up to date is. De anatomie geeft niet langer automatisch de nodige feedback aan de geest. Als je als tiener een leuk meisje ontdekte, was een erectie wel eens het bewijs dat je écht geïnteresseerd was. Vrouwen zijn gelukkig niet zo gebouwd. Dat maakt dat ze in staat zijn kieskeuriger te zijn op seksueel vlak. Maar dit terzijde.


Ook geloof ik niet dat seks een oerdrift is. Als je een tijd niet eet of drinkt, overleef je dat niet. Heb je een poos geen seks of masturbeer je niet, dan ga je daar niet dood van. Het kan zelfs zo zijn dat je steeds minder zin hebt in seks. Seks is dus niet te vergelijken met honger en dorst, al is het natuurlijk wel van belang voor de overleving van de soort. En voor het plezier dat het verschaft. Het hoeft écht geen twee keer per week, zoals onderzoek vaak suggereert. Het vervelende is dat iedereen zich daaraan spiegelt, terwijl ik die resultaten voor geen cent vertrouw.

Seks is misschien wel het meest overschatte onderwerp dat er is. Maar daar gaan de meeste artsen blijkbaar van uit. Vandaar waarschijnlijk, dat ze er zelden naar vragen.


Ik heb de Wall Street Journal toch maar mee gegrist. Het artikel was zeer verhelderend.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

10:23 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

31 mei 2017

Verplichte vakantielectuur, niet voor dummies



Topdokters. De haren in mijn nek gaan rechtop staan als ik het woord hoor. Ik moet dan denken aan oersaaie reality TV waarin zelfingenomen mannen in een witte of groene kiel staan te vertellen hoe goed ze wel zijn, hoe fout het systeem in elkaar zit en hoe geniaal zij daar een oplossing voor gevonden hebben.


Met in de achtergrond bang ogende assistenten, een stem die galmt dat het bezoekuur is afgelopen en de geur van lyszol. Ik heb me vergist. Om te beginnen bleek de televisieserie op Vier een terecht wereldsucces, het was natuurgetrouw, de gasten op één na – en die is onverbiddelijk door de mand gevallen en houdt zich nu in Duitsland bezig als Heilpraktiker- stuk voor stuk meesters in hun vak én vooral menselijk.


Maar nog beter is het boek dat na de uitzending verscheen en door journaliste Sofie Mulders bij elkaar geschreven werd. Ik wil eerst een pluim geven aan de auteur: het is sinds lang dat ik een bundel testimonials zag waarin de griffier niet zelf de hoofdrol speelt. Vervolgens de getuigen zelf. Op een paar na betreft het allemaal hoogleraren en dat is mijn enige verwijt. Er zijn meer topdokters die niet in een academische omgeving werken en die buitenmenselijke en bewonderenswaardige prestaties leveren.


Dit is niet de plaats noch de gelegenheid om in te gaan op de wetenschappelijke kant van hun prestaties. Wat me wél opviel en verheugde is het feit dat ze allemaal, zonder enige uitzondering afstand nemen van dat vervloekte begrip dat uitgevonden is door de vermaledijde professor Archibald Leman Cochrane (1921-88), een Schotse huisarts en psychoanalyst die dacht dat hij door de toepassing van een paar vereenvoudigde wetten van de statistiek de geneeskunde op het goede pad zou brengen en die aan de basis ligt van het wetenschappelijk socialistisch begrip evidence-based medecine, een van de grootste nonsens begrippen sinds de uitvinding van het papieren geld.


Ik ga zeer kort door de bocht, ik weet het het, maar alle geïnterviewden geven toe dat ze dankzij het feit dat ze buiten de lijntjes kleurden en zich niet hielden aan de richtlijnen van de zogenaamde NICE, waar sommigen bij het Riziv hun bretellen kopen, erin slaagden om uitzonderlijke geneeskunde te bedrijven.


Hun beweegredenen zijn verschillend, hun uitgangspunten liggen soms ver uit elkaar, maar ze komen bij dezelfde visie uit: de mens is de maatstaf van alle dingen en niet Droogstoppel die in een grijze kiel van 9 tot 5 in een hoekkantoortje zonder ramen nog ergere administratieve terreur zit te verzinnen.


Topdokters zou verplichte literatuur moeten worden voor elke arts die afstudeert. Linde Goossen, Guido Dua, Piet Hoebeke, Herman Tournaye, Diethard Monbailu, Tessa Kerre, Alex Mottrie, Baki Topal, Ilse Degreef, Wim Distelmans, Erwin Offeciers en Hugo Vanermen zijn twaalf artsen met wie men gerust een alternatieve Hoge Gezondheidsraad zou mogen vormen. Geef de anderen een blikken horloge, een beurt bij de kapper en zet ze on the road to nowhere. Dit is verplichte vakantielectuur.


Marc van Impe


Topdokters, door Sofie Mulders, een uitgave van Manteau ISBN 978 90 223 3313 6.

 

Bron: MediQuality

08:50 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)