16 juli 2017

De leugen van de Summer of Love


“If you’re going to San Francisco. Be sure to wear some flowers in your hair” zong Scott McKenzie in 1967. Het werd het onofficiële themalied van de Summer of Love (SOL). Wereldwijd vond die fameuze zomer plaats in de wijk Haight-Ashbury in San Francisco.


In het stadje D. was de plaats van het gebeuren het terras van Café Het Paard op de Grote Markt. De Summer of Love van 1967 was overal ter wereld de piek van de Hippie beweging die begin jaren 60 was ontstaan. In ons microland was het de aanloop naar de splitsing van de Leuvense en Brusselse universiteiten.

Samen met mijn vriend Karel ging ik de wereld verbeteren. We leerden Orval drinken, lazen Salut les Copains, kochten platen van The Beatles, The Stones, Dylan, Brell, Antoine en Adamo, kregen natte dromen van Françoise Hardy en Twiggy en geen enkel meisje in D. die het aandurfde een minirok te dragen.

Op school lazen we Xenophoon en Cicero, thuis deden we of we alsof we Allen Ginsberg, Jack Kerouac en Lucien Carr verstonden die we kochten in boekhandel De Beiaard. Daar gristen we onder de balie ook een "Ik Jan Cremer" en een "Histoire de France" van San Antonio mee omdat er blote meiden in stonden. We leefden in de late jaren 60 maar we kwamen elke dag tegen zessen thuis in de late jaren 50.

We zongen Dylan a capella in het kerkkoor onder leiding van een homofiele pastoor die er voor ons een heel non-conformistische levensstijl op na hield maar we gingen elke zondag ter kerke en onze ouders zaten in een post-conciliaire gebedsgroep. Zij praatten over co-educatie, co-existentie, co-mmunie. Met de meisjes van die gebedsgroep praatten wij over de nog niet ontdooide toendra's van ons verlangen en over mogelijke co-pulatie.

The Summer of Love was één grote inbeelding, een leugen. De stukjes in de krant over de grote Summer of Love van 1967 worden stuk voor stuk geschreven door collega's die in dat jaar nog volkomen vloeibaar waren, laat staan dat ze in het andere geval al een vast gevormd geheugen hadden. Een falsificatie. 1967 was een saai jaar, met als enige uitschieter de Zesdaagse Oorlog, de Britse wielrenner Tommy Simpson die sterft bij de beklimming van de Mont Ventoux en de actrice Phil Bloom die in het VPRO-programma Hoepla naakt door het beeld loopt en mijn vader die opspringt en uitglijdt en zijn rug bezeert.

En de alcoholtest voor automobilisten die in ons land wordt ingevoerd. En verder op één veel Engelbert Humperdinck, de zingende colbert. Zelfs All you need is love haalde maar de tiende plaats op de hitlijsten.


Ooit iemand hier gehoord van de Human Be-Inn op 14 januari 1967 in het Golden Gate Park in San Francisco? Wie ja, zegt, vergeet niet te liegen. Weet iemand dat het woord Hippie afgeleid werd van het woord Hipster, wat gepopulariseerd werd door de nu vergeten journalist Herb Caen? Het enige wat overblijft is het lied van Scott McKenzie. Dit werd op 13 mei uitgebracht en stond binnen enkele weken op nummer vier in de Billboard Hot 100.


Medisch gezien betekende SOL de relance van de SOA's, hepatitis, TB en andere overdraagbare aandoeningen. Na 6 september –het begin van het nieuwe universitair jaar- was de Summer of Love afgelopen en zwermden de hippies uit. De trails die ze volgden kunnen nu epidemiologisch nog getraceerd worden. Uit reactie werd de organisatie Free Clinic van David Smith opgericht en werd er een apotheek annex polykliniek gesticht waar iedereen gratis kon meenemen wat hij nodig had. Ook werd er samen gewerkt met de kerken en werden er opvangplaatsen voor daklozen ingericht. Op 9 – september werd Che Guevara wordt door het Boliviaanse leger geëxecuteerd. Het is over.


In Parijs op de Rive Gauche begon het te broeien toen de overheid er zich verzette tegen de trend dat jongens en meisjes samen op kot hokten. Idem in Amsterdam waar Provo dankzij de hippiebeweging zijn tweede adem vond. Toen werd er door de wetenschappelijke socialisten van de Studenten Vakbeweging een link gelegd tussen de mijnstakingen in Limburg en de splitsing van de tweetalige universiteiten.
Puisterige studaxen gebogen boven het evangelie van Marx en Lenin bereidden de wereldrevolutie en hun lange mars door de instellingen voor.

De Summer of Love was niet meer dan een moderne steekvlambeweging. Een populistisch fenomeen zou men nu zeggen. Kort en krachtig, snel enorm gemediatiseerd en al even snel gerecupereerd. In 1968 waren er geen bloemen meer in het haar, maar kwamen er kasseistenen, molotovcocktails, traangas en waterkanonnen. Van Parijs tot Praag, en met een korte tussenstop in Leuven.


Karel ging geneeskunde studeren, ging dan onder de vlag van Amada in de fabriek werken, hervatte zijn studies en is nu huisarts in ruste. Ik schrijf nog altijd stukjes. Als we elkaar zien drinken we een Orval, we praten over onze geliefden, en vooral over muziek. Nooit over de Summer of Love.


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

10:03 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

14 juli 2017

De verloren nieuwe generatie artsen


Ik was op weg van de ene historische vergissing, Louvain-la-Neuve, naar de andere historische twistappel, Brussel, toen ik hen bij de oprit oppikte. Het weer was laf zoals dat heet, er stond een onweer op uitbreken en op de radio draaide het zoveelste zomerprogramma met de zoveelste wereldberoemde Belgische acteur de soep in. Ik was toe aan een zinvol gesprek. Mijn intuïtie was juist: studenten, of beter afgestudeerde studenten. In de geneeskunde dan nog wel.


De wereld van de gezondheidszorg blijft aan een duizelingwekkend tempo veranderen. Tien jaar geleden zou ik gezworen hebben dat het jongelui waren op weg naar een festival. Zij waren op weg naar UZ aan het Westen van de Noordrand om voor hun eerste te baan te solliciteren. Op sneakers, in jeans en shirt. De tijd dat een individuele arts op zoek ging naar een individuele vestigingsplaats waar hij een patiëntele zou kweken is definitief voorbij.


De gezondheidszorg in zijn meest rauwe en primaire vorm van vroeger mag misschien nog ergens bestaan bij de bocht van de rivier, maar hier in het centrum van het land is ze definitief dood. Het kabinet om de hoek, waar ik en mijn hele familie op consultatie-uren zomaar kon aanlopen is voorgoed gesloten. De dokter ging uiteindelijk met pensioen, liet de IT aan de volgende generatie, kreeg een herseninfarct en moest zich niet langer meer zenuwachtig maken over fusies, bijscholing, zorgpaden en wachtdiensten. Hij is zelf wachtende geworden.


Ze praatten honderduit over hun toekomstplannen, hoe ze na een paar jaar de Oceaan zouden oversteken om bij te studeren, hoe ze Nederlands leerden om naar Leiden en Rotterdam te kunnen gaan. Het leven was boeiend en uitdagend. Geen woord over patiënten of collega's. Het meeste belang hechtten ze aan hun voortschrijdende kennis.


Patiënten — die hunkeren naar persoonlijke relaties en menselijke contacten op lokaal niveau- leken zelfs een hinderpaal op weg naar dit wetenschappelijk Walhalla.


Ik vroeg of ze geëngageerd waren in de gezondheidspolitieke wereld. Het artsensyndicaat, de wetenschappelijke vereniging, de specialistenfora. We naderden de Quatre Bras, werken in Wezembeek, vrachtwagens in de file, even opletten nu.

Ik besloot door de stad te rijden en ze een lift te geven tot Jette. Ondertussen ratelde de vrouwelijke kant van het duo door. Over die oude mannen en vrouwen die zo vervelend waren, die van hun stoel niet meer afkwamen, die nog net tot aan hun appartement aan zee reden en daar een ijsje aten. En samen met deze verandering van de zee, die nu warmer was, was ik nu ook getuige van de opkomst van een nieuw ras van de toekomstige gezondheidszorgleider.

Hun frontlinie was niet langer die van de generatie voor hen. Zelfs de gelikte nieuwe leider van goed onder de 50 op zijn Italiaanse schoenen sprak hen niet aan. Zij zagen geneeskunde als een business opportunity. Met een challenge. Altijd op zoek naar beter. Zeker niet alleen voor het geld. Ik bedacht hoe zij binnenkort bij evenementen en conferenties als "grote en visionaire gezondheidszorgleiders" op het podium zouden staan.


Hoe ze in the cloud met hun collega's in Sidney en Los Angeles zouden skypen, operaties op afstand uitvoeren, commentaar geven en vragen stellen bij moeilijke ingrepen. Bestuurszaken interesseren hen niet. Die laten ze over aan mensen waarvan de meesten van hen nooit een echte patiënt hebben gezien, nooit een echte wisselwerking met een echte patiënt hebben gehad en nooit een echte patiënt -hebben behandeld.


De meeste van die nieuwe artsen hebben weinig zicht op de frontlijn. De meeste van hen hebben geen interesse in een leidinggevende functie in een ziekenhuis of een wetenschappelijke instelling en laten die rol over aan mensen die geen enkele klinische opleiding gekregen hebben maar die wel een potentieel van honderden of duizenden hooggekwalificeerde artsen onder hun commando hebben.


De nieuwe generatie artsen dreigen dat werk over te laten aan econometristen, verder afgestudeerde verpleegkundigen en juristen, en waar dat toe kan leiden heeft 2008 bewezen.


Ik ontmoet zo veel geneeskundestudenten tegenwoordig, die staan te popelen om aan goedbetaalde banen in de gezondheidszorg te beginnen, maar dit willen doen zo ver weg als mogelijk van de frontlinies. Een onheilspellend teken van hoe de toestand kan evolueren. Thuisgekomen lees ik in The New Yorker online een ingezonden reactie van een Amerikaanse internist die schrijft: "Because if health care is to truly improve, thrive, and be well placed for the next several decades, only clinicians should be the real health care leaders."


De schrijver is dr. Suneel Dhand, auteur van Thomas Jefferson: Lessons from a Secret Buddha en blogger op DocThinx.


Ik zette mijn lifters af in de drop. Er komt nog meer regen. Een mens weet soms pas te laat hoe gelukkig hij had kunnen zijn.


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

08:42 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

10 juli 2017

Kinderpsychiatrie: Maggie De Block zet de puntjes op de i



Wil minister Maggie De Block de kinderpsychiatrie afbouwen? Je zou het moeten geloven als je de Inge Vervottes en Peter Degadts van deze wereld hoort. Altijd goed om er in een weekend krant mee uit te pakken. Zeker als het verhaal gelardeerd wordt met larmoyante “getuigenissen”.


Een vos verliest zijn haren maar niet zijn streken. Wie ooit in de hoogste liga van de politiek heeft meegespeeld kan het soms moeilijk laten om een politicus van een andere partij onverhoeds te tackelen.


Liefst op een moment dat er wat luwte in het spel komt. Kwestie van de aandacht naar zich en zijn of haar partij toe te trekken. Dat vergeleken met Nederland onze kinderpsychiatrie in meer dan één bedje ziek is, is een understatement. Dat geldt overigens voor de hele geestelijke gezondheidszorg.


"Daarom heb ik van de geestelijke gezondheidszorg voor kinderen en jongeren een prioriteit gemaakt," zegt Maggie De Block. In werkelijkheid verdwijnen er geen plaatsen maar komen er 142 extra plaatsen voor kinder- en jeugdpsychiatrie bij, maar dan wel op basis van een correctie van financiering zodat alle alle kleine k-bedden van een gelijke financiering genieten.


De Block: " Van bij het begin van de legislatuur heb ik volop geïnvesteerd in betere en meer geestelijke gezondheidszorg voor kinderen en jongeren. De cijfers spreken voor zichzelf: In 2015 is 25 miljoen extra geïnvesteerd. In 2017 is dit al opgelopen tot 28 miljoen extra en dat elk jaar opnieuw . We kunnen niet anders dan weerwerk bieden aan een steeds groter wordende nood. Eén derde van de Belgen hebben ooit tijdens hun leven psychische problemen, aldus een studie van Itinera. Komt daar bij dat volgens de WHO 50 % van psychische problemen ontstaan voor het 14de levensjaar."


"De eerste groep waarop we gefocust hebben zijn de meest kwetsbaren, kinderen en de jongeren. We moeten die problematiek zo snel mogelijk opsporen. Dat betekent echter niet dat we naar opname moeten gaan, integendeel: jongeren moeten zo lang mogelijk in een thuisomgeving, als het kan samen met hun familie, verzorgd worden.


Opname moet zo lang mogelijk vermeden worden. Een tweede kernpunt van ons beleid is de netwerking. Alle actoren in het netwerk die van ver of nauw betrokken zijn bij een situatie, moeten er gezamenlijk voor instaan zodat elk kind en jongeren op hun grondgebied de juiste zorg, op het juiste moment op de juiste plaats krijgt.


Een belangrijk middel daartoe is de informatieverstrekking of ‘liaison'. Het doel daarbij is vroeg-detectie zodat we de problemen vroeg opsporen ." De minister wil niet langer statisch werken vanuit de instelling maar mobiele teams inzetten die zowel bij een crisis als voor de langdurige zorg nauw met elkaar zullen samenwerken. Die multidisciplinaire teams moeten de problematiek met het kind of jongeren aan huis of op thuis vervangende plaats én zijn omgeving aanpakken.


" Ik maak extra steun vrij voor de aanpak crisissituaties: het netwerk beslist. De partners bekijken samen welke mogelijkheden er zijn om een kind of jongere op te vangen. En ze bekijken samen welke middelen eventueel nodig zijn. Wat waar versterkt moet worden.


Zo zal de instelling middelen krijgen om een verhoogde omkadering te regelen voor een bed zodat het kind of de jongere in crisissituatie niet moet verhuizen of kan worden opgevangen. Voor patiënten met een dubbele diagnose bestaat er sinds 1 juli 2016 extra ondersteuning: 1,56 miljoen voor kinderen en jongeren en 3,12 miljoen voor volwassenen ."


Er worden geen plaatsen afgebouwd maar er komen nieuwe plaatsen bij in de jeugdpsychiatrie. "Vroeger bestond er een verbod op nieuwe plaatsen. In 2016 heeft de regering een algemene stop afgekondigd voor alle bedden en diensten in de algemene ziekenhuizen. Er mochten geen bedden of diensten bijkomen . Ik heb dat verbod opgeheven. In Vlaanderen waar in tegenstelling tot Wallonië en Brussel plaatsen tekort zijn, komen er 142 nieuwe plaatsen in de dagverpleging in de kinderpsychiatrie bij.


Het gaat om plaatsen in dagverblijf die we "kleine k-bedden" noemen. Grote K-bedden zijn plaatsen waar jongeren 24 u op 24 opgevangen worden. Vlaanderen wil die omzetting doen door overbodige bedden in de chirurgie en inwendige geneeskunde, die dus niet gefinancierd worden, om te vormen tot kleine k-bedden die wel gefinancierd worden.


Ik, als federale minister, wil die bijkomende plaatsen in Vlaanderen creëren, dat maakt de geestelijke gezondheidszorg nog toegankelijker. Nog meer jongeren kunnen geholpen worden. Daardoor werk je ook wachtlijsten weg want er komt bijna een verdubbeling van het aanbod in Vlaanderen. Naar aanleiding van die nieuwe aanvragen voor kleine k-bedden hebben wij vastgesteld dat een groot deel van de kleine k-bedden (deze gecreëerd na 2002) gefinancierd wordt zoals de grote K-bedden.


Ze werden gefinancierd alsof er 24u op 24 personeel aanwezig was terwijl er enkel overdag en op werkdagen personeel moet aanwezig zijn. Andere kleine k-bedden die al langer bestonden, werden dan weer anders gefinancierd. En gelijkaardige bedden in de psychiatrie werden nog anders gefinancierd.


De financiering was eigenlijk één groot kluwen. Ik wil duidelijkheid, transparantie en een uniforme financiering voor alle kleine k-bedden. Wij begrijpen dat hoe ruimer die financiering is, des te comfortabeler is het werken voor de sector. Maar ik wil dat alle bedden in de algemene ziekenhuizen op dezelfde manier gefinancierd worden volgens de logica van de personeelsnorm.


Dus corrigeren we de financiering van de kleine k-bedden maar we doen dat geleidelijk aan. Dit jaar is de eerste fase. We zijn nog ver weg van de horrorscenario's die nu overal beschreven worden. Deze correctie is geen besparing voor de Algemene Ziekenhuizen als geheel, er is wel een verschuiving binnen het globale budget van de algemene ziekenhuizen.


Een verschuiving nààr de kinderpsychiatrie. Er was geen nieuw budget voorzien voor die 142 plaatsen, daarom moeten we verschuiven. Alle andere algemene ziekenhuizen of andere diensten buiten de kinderpsychiatrie, zouden en zullen een beetje budget afstaan om die plaatsen te financieren."


Hoeveel kost die operatie? "De 142 dagplaatsen kinderpsychiatrie zouden 7,3 miljoen extra kosten uit de globale pot van het budget van de algemene ziekenhuizen als we de "foute" financiering van de grote K-bedden zouden toepassen. Maar door onze correctie, kosten ze nu 6 miljoen in 2017 of 1,3 miljoen minder.


We verschuiven dus maar 6 miljoen van de andere ziekenhuizen / ziekenhuisdiensten naar die extra plaatsen in de kinderpsychiatrie, in de plaats van 7,3 miljoen. Intussen vragen we aan de Federale raad voor Ziekenhuisvoorzieningen advies over een correcte financiering van de kinderpsychiatrie zodat we, als dat nodig blijkt, kunnen bijsturen. "


De minister concludeert: "Er kunnen in Vlaanderen 142 dagplaatsen, in de kinder- en jongerenpsychiatrie bijkomen. Vlaanderen maakt op die manier een inhaalbeweging tegenover Brussel en Wallonië. Daardoor werken we wachtlijsten weg en maken we het mogelijk dat nog meer mensen geholpen worden.


De geestelijke gezondheidszorg voor kinderen en jongeren wordt toegankelijker. Ik begin met alle kleine k-bedden in de algemene ziekenhuizen op gelijke manier te financieren en daarvoor volg ik de logica van de "financiering volgens de personeelsnorm". Die 142 nieuwe plaatsen worden gefinancierd uit het algemeen budget door alle andere ziekenhuizen en diensten, waardoor de kinderpsychiatrie een groter aandeel krijgt dan voordien.


De nieuwe plaatsen zouden 7,3 miljoen gekost hebben maar door onze correctie zal dit 6 miljoen zijn. Wat de toekomst betreft, vragen we advies aan de Federale Raad over een correcte financiering van de kinderpsychiatrie."


De vraag om uitleg had gesteld kunnen worden, maar de krant die de zaak zogenaamd uitbracht koos voor een eenzijdige aanpak. Maar dat zal omwille van tijdsgebrek geweest zijn.

Marc van Impe



Bron: MediQuality

 

08:04 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)