22 maart 2017

Eén jaar het vertrouwen kwijt


Ik lees in de krant hoe een dame, die zelf niet gewond noch aanwezig was bij één van de aanslagen van 22 maart, zich toch een slachtoffer beschouwt. Ze durft de metro niet meer in. Ze panikeert als ze iemand in de straat ziet met een rugzak.


Ze durft niet meer naar festivals want ze heeft een hekel aan massa's gekregen. Ze heeft geen vertrouwen meer in medeburgers met een getaande huid of een migratieachtergrond. Kortom ze lijdt aan het syndroom dat zowel psychologen en bookmakers zo goed kennen "saliency bias." Bijzondere, dramatische gebeurtenissen, zoals de aanslagen van Zaventem en Maalbeek maken zo'n indruk dat het vermogen om objectief te denken over bepaalde zaken zodat deze uit hun oorzakelijk verband gerukt worden. Daarbij wordt een fundamentele attributiefout gemaakt: gedragingen van alle moslims worden toegeschreven aan de persoonlijkheid of het karakter van enkele anderen, in deze: de terroristen.


Het is dus een traumatische vorm van vooringenomenheid. Wie in zijn directe omgeving geconfronteerd wordt met het nieuws over geweld wordt angstiger, hoewel de kans om gekwetst te worden ongewijzigd en zeer klein blijft. Sinds 22 maart werden er meer mensen zwaar gewond of om het leven gekomen door verkeersongevallen dan door terrorisme. Een zwaar verkeersongeval vergeet je, maar het karakteristieke van de terroristische aanslag zorgt er voor dat die niet uit het geheugen gewist wordt en wordt gelinkt aan de kans dat deze gebeurtenis zich herhaalt. 22 maart is zo uniek en zo makkelijk te herinneren dat mensen dit bijgevolg een enorm belang toeschrijven. Zowel politiekers als populistische charlatans profiteren daarvan. "Er moeten maatregelen genomen worden." En die zullen zij uiteraard nemen. De discussie over de verlenging van de voorhechtenis -van 24 naar 72, nee 48 uur- is daar een voorbeeld van. De minister van Justitie zegt dat hij "met 48 uur kan leven". Zover staan we één jaar na 22 maart.


Ik vroeg mijn werkster, die elke dinsdag keurig met een hoofddoek om en in het Frans, onze woning schoonhoudt of zij nog aan die fatale datum denkt. Ze doet alsof ze mijn vraag niet verstaat. Zoals ze doet of de fles single malt limonade bevat. En ontkent dat ze familie is van mijn collega Hind Fraihi, want geen goede moslima. Zij lijdt aan Verneinung. Ik probeer me voor te stellen hoe de terroristen hun laatste nacht hebben doorgebracht. Niet wat ze deden maar wat ze toen dachten. Dachten ze, "Straks ga ik in het midden van het rijtuig staan, bij de deur, daar maak ik het grootste aantal slachtoffers. Of : "Ik rij mijn bagage naar de incheckbalie en dood zoveel mogelijk reizigers."? En dachten de twee die afhaakten: "Laat mijn kompanen maar doen, ik geloof toch niet helemaal in het paradijs. Op het laatste moment loop ik lekker weg."? Hun daden pijnigen niet mijn geheugen maar mijn morele verbeelding. Hoe moet ik mij dit voorstellen?


Vanuit mijn raam zie ik de uitloper van wat sinds 22 maart de Kanaalzone heet. We lopen er elke dag langs. Multicultureel Vilvoorde komt hier spelen. Het zijn banale jongens en meisjes. Ze laten hun lege chipszakjes slingeren. Ze drinken blikjes cola uit de Lidl. Af en toe wordt er een fiets gepikt. Soms staat er één ongevraagd in onze garage. Tegen de avond wordt er wel eens gedeald. Verliefde koppeltjes zitten aan de steiger bij het kanaal. Een paar jaar geleden dacht ik er niets bij. Nu denk ik: "Loopt hier een toekomstige Mohamed Abrini, een Osama Krayem?" En dan: "Dit is ook het Vilvoorde van de zestienjarige Othman El Hammouchi die vorig jaar de Belgische Filosofie Olympiade won." Van hem, die begon met de lectuur van de Hayy Ibn Yaqzan van de 12de eeuwse Marokkaan Ibn Tufayl en die nu dweept met Kant en Socrates, lees ik de uitspraak: "Mensen hebben de gave van de rede, maar ze gebruiken ze niet." Hij lijdt niet aan saliency bias. Hij wil naar Cambridge. Uit zijn middelbare school, het Koninklijk Atheneum, vertrokken twee Syriëstrijders.


Het miezert buiten maar er is hoop.


Marc van Impe

Bron: MediQuality

09:02 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

21 maart 2017

Psychiaters over Trump beledigen hun patiënten



Het begon met Trump. De 45ste president heeft een ernstige psychische stoornis en daarom is hij ongeschikt voor het ambt van president. De petities zijn inmiddels door honderden psychiaters en psychologen ondertekend. Wat dat over hen zegt? Niet veel goeds, zegt Harald Merckelbach, die hoogleraar rechtspsychologie is aan de universiteit van Maastricht en blogt. Hij schrijft een maandelijkse column voor de wetenschapsbijlage van NRC Handelsblad.


Het is verleidelijk. Ben je psychiater, heb je zo'n mooie publieke casus, dan kan je moeilijk zwijgen. Binnenkort krijgen we hetzelfde fenomeen in ons continent. Boris Johnson, Marine Le Pen, Geert Wilders, om geen usual suspects uit eigen land te noemen. Maar wat allereerst opvalt, is dat de shrinks het maar niet eens kunnen worden over het ziektebeeld. Trump lijdt aan een kwaadaardige vorm van narcisme.  Nee, hij heeft last van paranoia. Maar nee toch, betoogt het derde smaldeel, hij is een pathologische leugenaar. Hij vertoont een demente aftakeling, meent weer een vierde groep. De meest excentrieke diagnose kwam van ene dr. Steven Beutler, een infectioloog ditmaal, en „al meer dan dertig jaar in het vak" . Trump is besmet met Treponema pallidum en zou dus neurosyfilis hebben. De verklaring: Trump hield er in de jaren 80 een promiscue levenswandel op na, liep toen de besmetting op en nu is het zover.


Wij hebben hier de eerste publieke diagnose gepubliceerd. Daar houden we het bij. Op het internet kun je tientallen uren diagnoses en de discussie daarover lezen. Om ze vervolgens bij gelegenheid van een of andere LOK zelf te citeren en het verlichte brein uit te hangen. Het doet de psychiatrie eens te meer geen goed. Het lijkt wel of de zielenknijpers net zo wetenschappelijk verantwoord bezig zijn als de zeventiende-eeuwse piskijkers.


"Tenzij natuurlijk die hele psychiatrische diagnostiek geen ene moer voorstelt. Als ik leek was, zou ik dat denken," dixit Merckelbach. "De hulpverleners die Trump een enge ziekte proberen aan te wrijven, mogen best een toontje lager zingen. De geschiedenis van hun vak is bezaaid met collega's die zich ernstig vergaloppeerden. Freud is een pijnlijk voorbeeld. Het was de Weense wonderdokter in hoogsteigen persoon die samen met een Amerikaans diplomaat een boek schreef over Woodrow Wilson, Amerikaans president van 1913 tot 1921. De diplomaat was door Wilson aan de kant gezet en had dus nog een appeltje met hem te schillen.


En zo regende het mentale afwijkingen in de analyse die Freud en deze diplomaat van president Wilson ten beste gaven. Het was diepe neurose hier en infantiel conflict daar. Want zie toch hoe gek Wilson zich gedroeg: hij instrueerde mensen die hij ontmoette om in zijn rechter blikveld te gaan staan. Wat Freud niet besefte, was dat Wilson een hersenbloeding had gehad, daardoor blind raakte voor zijn linker visuele veld en zodoende die merkwaardige gewoonte had ontwikkeld.


Nog belangrijker: in de eerste jaren van zijn presidentschap deed Wilson het volgens vriend en vijand heel behoorlijk. Freuds analyse van Wilson was niet alleen overhaast, maar ook totaal overbodig." Ik ben het met Merckelbach eens: van Trump een patiënt maken, is verdwalen in politieke retoriek. Het is ook beledigend voor mensen met psychische problemen. De meesten van hen zijn bescheiden, stil en ongevaarlijk; velen leveren een waardevolle bijdrage aan de samenleving.

Daarom laat politici over aan de cabaretiers die hen belachelijk maken, aan de journalisten die hun alternatieve feiten checken en aan de juristen die hen "met het hoofd tegen het beton van de rechtstaat laten lopen". Shrinks doen er wijs aan hun mond te houden. Trump is te groot voor de divan, aldus Merckelbach.


Marc van Impe


https://newrepublic.com/article/140702/medical-theory-don...

 

Bron: MediQuality

 

08:40 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

20 maart 2017

Niks psychologie, wel microbioom



Hij was er niet bij vorig weekend in Parijs op de 6e Sommet Mondial sur le Microbiote Intestinal et la Santé. Maar in tegenstelling tot de geleerde professoren, zat hij wel als expert bij Oprah, schreef een bestseller, blogt als de beesten en leidt een instituut aan een van 's werelds prominentste universiteiten, Cornell. En nu ligt de reputatie van de Amerikaanse hoogleraar voedingspsychologie Brian Wansink aan diggelen. De oorzaak: statistische fouten en zelfplagiaat in zijn studies.


Wansink (56) is hoofd van het Voedsel en Merkenlaboratorium aan Cornell University in de Verenigde Staten, en uitvinder van de idee dat mensen die kleinere borden gebruiken minder eten. 'Mindless eating', verklaart ons eetgedrag aan de hand van psychologische driften en omgevingsfactoren in plaats van fysieke behoeften.


De obesitasgoeroes hadden gelijk een nieuwe verklaring voor wat zij "de eetstoornis" van de 21ste eeuw noemen. Ik heb hem nooit au serieux genomen. Bocuse leerde ons minder eten op grotere borden, en die kon wel koken, hier stond een man met het gezicht van een B-acteur in een familieserie en die zou het beter weten?


Wansink werd ontmaskerd door nuchtere wetenschappers uit Groningen. In Parijs werd zijn theorie nog eens gefileerd door specialisten als Dr Joël Doré, Directeur de Recherche aan het Institut National de la Recherche Agronomique (INRA), en Pr James Versalovic, patholoog van het kinderziekenhuis van Texas en Baylor in de VS, die The US Human Microbiome Project leidt.


Hun conclusie is duidelijk: niets psychologisch maar een gemeenschap van bacteriën die vanuit de darmen het hele management van ons lichaam leidt. Een lichaam kan niet bestaan zonder microben, die in feite werken als een superorgaan dat elk vasculair-, zenuwstelsel en immuunsysteem bij een zoogdier, inclusief de mens, regelt. Anders gezegd: de mens is zijn lichaam en zijn microben.


De laatste maanden groeit in wetenschappelijke kringen steeds meer de zekerheid dat de research er goed aan doet zich op alle aspecten van dit microbioom te richten. Stoelgangtransplantatie is slechts één maar het meest spectaculaire aspect daarvan.


Ondertussen rees steeds meer de twijfel of Wansink en zijn geestesgenoten in al hun ijver niet wat te vrij met onderzoeksgegevens zijn omgegaan. Het komische is dat de psycholoog in al zijn hubris zelf aan de basis ligt van zijn val: Wansink beschreef in november op zijn blog hoe je als onderzoeker kunt scoren door allerlei toevallige verbanden uit een geflopte dataset te presenteren als degelijk onderzochte wetenschappelijke resultaten.


Enkele wetenschappers namen vervolgens een viertal studies waarbij Wansink optrad als co-auteur onder de loep en vonden hierin 150 statistische fouten, van slordigheden tot regelrechte blunders. Inmiddels zijn in nog zeven andere artikelen fouten geconstateerd. En nu komt daar de beschuldiging van zelfplagiaat bij. Nick Brown, een Britse promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen, beschrijft op zijn blog voorbeelden van zelfplagiaat in Wansinks werk: publicaties die grotendeels bestaan uit knipsels van eerdere studies. De ernstigste zaak is twee resultaattabellen uit twee studies met verschillende testgroepen die verdacht veel op elkaar lijken. 39 van de 45 cijfers in de tabellen komen tot achter de komma overeen. Dat is alsof leerlingen in twee verschillende schoolklassen gemiddeld exact even lang, zwaar en oud zijn en ook nog eens precies even hoge cijfers voor dezelfde vakken halen.


Wansink gaat op verzoeken van collega-wetenschappers om zijn onderzoeksgegevens openbaar te maken niet in. Wel heeft hij toegezegd een onafhankelijk onderzoeker de bekritiseerde studies grondig onder de loep te laten nemen en eventuele fouten te corrigeren. Ondertussen is de Sherlock Holmes of food ondergedoken. Wansink heeft flink wat uit te leggen, vindt Sander Kersten, voedingswetenschapper aan de Universiteit Wageningen en niet betrokken bij Wansinks critici. 'Vooral die gekopieerde resultatentabel vereist een solide verklaring. Dit kan echt niet kloppen.'


Wansink staat nu wel heel alleen. De kritiek op Wansink komt op een moment dat de betrouwbaarheid van meer wetenschappelijke studies ter discussie staat. Vorig jaar bleek dat slechts 39 procent van de sociaal-psychologische studies dezelfde resultaten opleveren als collega-wetenschappers het experiment herhalen.


In Parijs werd de Gut Summit georganiseerd door de European Society of Neurogastroenterology and Motility (ESNM), de European Society for Paediatric Gastroenterology, Hepatology and Nutrition (ESPGHAN), de Société Européenne de Gastroentérologie Pédiatrique Hépatologie et Nutrition en de American Gastroenterological Association (AGA) met de steun van Danone, Biocodex en Sanofi.


Meer info: http://www.gutmicrobiotaforhealth.com/en/gut‐microbiota‐h...

 

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

13:40 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)