10 maart 2017

Hoe zit het met de akoestiek?



Bij de inrichting van een praktijkruimte, een patiëntenkamer in een ziekenhuis of de wachtkamer bij de huisarts, besteedt men zelden voldoende aandacht aan de akoestiek, of is het daar niet zo belangrijk?


Wie en nacht in een ziekenhuis heeft doorgebracht kan uit ervaring spreken: vaak hoeft de deur niet open te staan om een gesprek in de gang te volgen. Privacy is in de zorg een belangrijk onderwerp, de akoestiek speelt hierbij een grote rol. Denk bijvoorbeeld aan een slechtnieuwsbericht of het krijgen van een diagnose van een vervelende aandoening, dan wil je niet dat iemand anders dat mee krijgt. Of denk aan het gebrek aan privacy wanneer in de tweepersoonskamer alleen een dun gordijntje de ene patiënt scheidt van de andere.


Helaas hebben we niet altijd de keuze om op een eenpersoonskamer te liggen. Niet alleen je kamergenoten maar ook alle activiteiten die op de gang plaatsvinden kunnen je uit je slaap houden en afleiden. En dat terwijl een goede nachtrust juist zo belangrijk is voor een snel herstel. Aan de universiteit van Lund in Zweden is het directe verband tussen slaapverstoringen en ruimteakoestiek onderzocht. Uit de resultaten blijkt een significante verbetering van de slaapkwaliteit na akoestische interventie. Slaapverstoringen kunnen concentratie-, motorische en aandachtsstoornissen tot gevolg hebben.


Ook is bij oudere patiënten aangetoond dat een slechte nachtrust leidt tot een verhoogde kans op deliria. Andere gevolgen zijn een langere herstelperiode, een lagere weerstand tegen infecties en een langere duur van de mechanisme beademing. Door ons af te vragen voor wie we een ruimte ontwerpen, welke activiteit er plaats gaat vinden en welke ruimte-eigenschappen we tot onze beschikking hebben, kunnen we eisen stellen aan akoestische parameters. In sommige gevallen zijn deze strenger, bijvoorbeeld wanneer de ruimte bedoeld is voor dementerende ouderen met gehoorverlies.


In dat geval moeten we rekening houden met aspecten zoals spraakverstaanbaarheid en de geluidniveaus. Wanneer we te maken hebben met een wachtruimte voor de polikliniek gynaecologie, speelt privacy een grotere rol en is het van belang de spraakverstaanbaarheid op grotere afstand juist te beperken.


Als opdrachtgever of manager van een zorginstelling is het vooral belangrijk bewust te zijn van het belang van een goede akoestiek. Neem in samenspraak met een adviseur akoestische eisen op in het programma van eisen voor bouw en renovatieprojecten en zorg dat er een akoestisch adviseur bij betrokken raakt. Wanneer pas na oplevering blijkt dat er akoestische klachten zijn en er naar een oplossing gezocht moet worden kan dit leiden tot hoge kosten en tijdsverlies.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

08:43 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

09 maart 2017

Leuvense peer reviewer zet American Psychological Association voor schut



Een Leuvense psycholoog heeft een rel ontketend in internationale wetenschappelijke kringen. Gert Storms deed peer review voor de Journal of Experimental Psychology, een blad van de gerenommeerde American Psychological Association (APA). Maar hij wil dat niet meer doen als hij geen inzage krijgt in alle onderzoeksgegevens.


Daarop vroeg het tijdschrift hem om ontslag te nemen. Storms houdt het been stijf: "Je koopt toch ook geen tweedehandsauto als je niet onder de motorkap mag kijken?" Gert Storms begrijpt dan ook niet dat de hoofdredactie ermee instemt dat auteurs niet al hun onderzoeksgegevens moeten bekendmaken.


"Ik heb geen flauw idee waarom dat niet kan, ik begrijp de logica erachter totaal niet", zei Storms op Radio 1. "Er kunnen goede redenen zijn om data niet vrij te geven. Maar soms hebben wetenschappers wél iets te verbergen." Zo weigerden onderzoekers van de Londense Queen Mary University of London (QMUL) en King's College (KCL) de dataset van het zogenaamde PACE-report vrij te geven.


Het Britse PACE-onderzoek was een met publieke middelen gefinancierde Britse studie van vijf miljoen pond waarvan de auteurs claimden dat het aantoonde dat graded excercise (GET) en cognitieve gedragstherapie (CBT) een gunstige uitwerking hadden op patiënten met ME/CVS. De uitkomst van het onderzoek werd omwille van de gevolgde methodologie en de manipulatie van data van meet af aan achtervolgd door controverse en de auteurs ervan hebben herhaaldelijk geweigerd onbewerkte data van de studie te verstrekken die een onafhankelijk onderzoek naar de bevindingen ervan mogelijk zouden maken.


Het rapport werd gepubliceerd in The Lancet, Psychological Medicine, en Lancet Psychiatry. QMUL en King's College weigerden en zeiden dat de onderzoekers zich geïntimideerd voelden en dat "zij zich terecht zorgen maakten dat ze zouden worden blootgesteld aan openbare kritiek en reputatieschade." Professor Ross Anderson, QMUL's woordvoerder, zei dat "jongelui, borderline sociopaten en psychopaten" een gevaar betekenden voor de wetenschappers en de patiënten die aan het onderzoek hadden deelgenomen. De rechtbank veegde al die argumenten van tafel.


In Nederland was er de affaire rond Diederik Stapel, een gerespecteerd Nederlandse psycholoog die zijn onderzoeken opleukte met zelfverzonnen gegevens. Zijn ontmaskering joeg een schokgolf door de wetenschap. Maar de controle op wetenschappelijk onderzoek schiet nog altijd tekort, vinden veel wetenschappers. En het gaat niet alleen over psychologie, benadrukt Storms. "Het gaat om de wetenschap in het algemeen. Ook bijvoorbeeld over geneeskunde of sociologie."


Er is dan ook een groeiende beweging voor meer transparantie in de wetenschap. Op 1 januari van dit jaar ging het Peer Reviewers' Openness Initiative van start. De wetenschappers die dit initiatief onderschrijven - waaronder Storms - weigeren nog publicaties te beoordelen waarvan ze niet alle data kennen. Het conflict met de APA lokt dan ook heel wat reacties uit. Het tijdschrift Nature schreef er onder andere over. En dat merkt Storms: "Ik heb de voorbije dagen al een paar honderd mails gekregen vanuit heel de wereld, van mensen uit verschillende disciplines. Ik krijg veel bemoedigende reacties. Maar het gaat niet om mij. Het gaat om het principe: die openheid moet er komen. Hopelijk verandert er nu iets."


Bron: VRT,

http://www.informationtribunal.gov.uk/DBFiles/Decision/i1... .


Tweede referentie: http://www.nature.com/news/peer-review-activists-push-psy...


Marc van Impe

Bron: MediQuality

 

10:18 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

08 maart 2017

Vrouwendag: een origineel onderzoek


Na afloop van een academische vergadering gingen we nog een glas drinken. Het gezelschap viel zoals gewoonlijk uiteen in een paar mannen aan de toog, en een clubje vrouwen aan de tafel. Was het door de alcohol zo laat op de avond? Of praten we altijd zo?


De ene vrouwelijke collega werd beschreven als een "dikke stomme koe" die zich met alles moeide, een andere als "mooi maar hou je mond". Nog een andere was "een echt " moeke en de vrouw die het hoge woord gevoerd had? was een "gendarme". Merkwaardig dat mijn geleerde collega's op dergelijke manier over hun zusters in de wetenschap praten, maar ik schrik van niks meer sinds ik een decaan hoorde zeggen dat wie verkracht werd, het misschien zelf wel gezocht had. En wie kent niet de uitdrukking "je kan niet mooi én intelligent zijn"?


Aan het uiterlijk van een vrouw kan je zien dat ze haar taak niet aankan, is nog altijd de gangbare opvatting over vrouwelijke wetenschappers. Een vrouw beschikt immers niet over de natuurlijke mogelijkheden om problemen en moeilijkheden op een bevredigende wijze af te handelen. Alison Young van Ohio State University werkt aan een origineel onderzoeksproject. Aan de hand van vrouwenportretten onderzoekt ze hoe mannelijke wetenschappers vrouwen en hun capaciteiten inschatten.


Nog altijd zijn er driemaal zoveel mannen aan de gang in het wetenschappelijk onderzoek dan vrouwen. De mannen die het voor het zeggen hebben bij de aanwerving van wetenschappelijk personeel of bij doctoraal opleidingen, geloven nog altijd dat ‘John' in de regel competenter is dan ‘Jennifer'. En het uiterlijk van de vrouw speelt daarbij een grote rol. Hoe knapper de vrouw, des te lager werd haar intellectuele capaciteit ingeschat. Young confronteerde haar mannelijke proefkonijnen met foto's van verpleegsters.


De beelden varieerden van zeer vrouwelijke tot eerder mannelijke aangezichten. Met behulp van reverse-correlatie classificatietechnieken, werd de mentale representatie van het gezicht van een vrouwelijke wetenschapper door de deelnemers ingeschat. De proefpersonen kregen de keuze uit vier types: de huisman, de huisvrouw, de mannelijke wetenschapper en zijn vrouwelijke tegenhanger. De vraag was: welke vrouw/man ziet er meer mannelijk uit (competent, warm, attractief)?


De uitkomsten waren merkwaardig: vrouwelijke wetenschappers kregen meer mannelijke eigenschappen toegeschreven dan huisvrouwen, maar waren minder mannelijk gepercipieerd dan mannelijke wetenschappers. En voor de criteria aantrekkelijkheid en warmte uitstraling, scoorden de vrouwelijke wetenschappers in het algemeen beter dan hun mannelijke collega's. Hoe seksistischer de proefpersoon zich opstelde, des te lager hij de vrouwelijke wetenschappers op alle voornoemde kwaliteiten inschaalde.


Het merkwaardige was dat alle foto's gelijk waren maar dat er verschillende soorten digitale ruis op was aangebracht.


Ik reed naar huis met de gedachte: beauty is in the eye of the beholder . Niet iedereen ziet de schoonheid in de ander. Ik ben dan ook geen decaan van een faculteit. What Female Scientists Look Like to Hostile Sexists verschijnt binnenkort in Psychology of Women Quarterly. De poster die mijn aandacht trok staat op het Open Science Framework: https://osf.io/emy8b/

Marc van Impe

Bron: MediQuality

15:42 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)