25 oktober 2017

Brexit: AstraZeneca luidt de alarmbel


Terwijl de Britse premier Theresea May vorige week in Brussel verzekerde dat EU-burgers die vandaag legaal in het Verenigd Koninkrijk wonen, daar zeker kunnen blijven, klonk in London een ander geluid. Er dreigt een medische en wetenschappelijke braindrain.


Volgens Mene Pangalos, Executive Vice President van AstraZeneca, nemen mensen ontslag bij AstraZeneca vanwege onzekerheid over hun recht om na de Brexit in het Verenigd Koninkrijk te mogen blijven. De EVP zei in het Britse Parlement dat het aanhoudende gebrek aan duidelijkheid over wat er na maart 2019 met Europeanen in het Verenigd Koninkrijk zal gebeuren, sommige wetenschappers ertoe brengt om uit te wijken naar andere banen in andere landen.


Pangalos, die uit naam van AstraZeneca sprak, benadrukte de noodzaak om in het Verenigd Koninkrijk een "gastvrije" omgeving te creëren voor wetenschappelijk en klinisch talent uit de hele wereld. De regels van de Europese Unie maakten het gemakkelijk om vanuit de hele regio naar het Verenigd Koninkrijk te verhuizen. Maar dat lijkt in de komende jaren te eindigen.


"We beginnen nu al te zien hoe mensen een baan bij ons bedrijf in het Verenigd Koninkrijk afwijzen, omdat ze niet weten wat de toekomst bieden zal," zeei Pangalos in het House of Lords Science and Technology Committee.


De braindrain wordt een groot probleem voor AstraZeneca en de rest van de farmaceutische sector in het Verenigd Koninkrijk. En dat geldt ook voor universiteiten en onderzoeks- en opleidingsinstituten in Cambridge, Oxford, Londen en elders in het land.

 

Deze universiteiten en bedrijven genoten sinds de toetreding in 1973 van een gemakkelijke toegang tot wetenschappelijk talent uit continentaal Europa. Ongeveer 10% van de arbeidskrachten van AstraZeneca zijn ofwel Europeanen die in het Verenigd Koninkrijk wonen, ofwel vice versa. Bij sommige biotechs is een derde of meer van het personeel afkomstig uit de overige 27 EU-landen. Niet alleen de onzekerheid heeft een negatieve invloed. Ook de devaluatie van het pond sterling tegenover de euro maken het Verenigd Koninkrijk minder aantrekkelijk voor nieuwe buitenlandse werknemers. "Ik ben me beginnen zorgen te maken over de impact van Brexit op onze medewerkers," zei Pangalos.


De status van EU-onderdanen die in het Verenigd Koninkrijk wonen - en omgekeerd - is een van de knelpunten in de eerste fase van de onderhandelingen in Brexit. Beide partijen zeggen dat ze een overeenkomst willen bereiken die mensen in staat stelt te blijven. Maar zeven maanden nadat het Verenigd Koninkrijk twee jaar in Brexit begon te tellen, en na de vijfde gespreksronde zijn de onderhandelaars nog niet tot een akkoord gekomen.

Marc van Impe


Bron: MediQuality

17:59 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Dit is wat artsen en specialisten willen verdienen (peiling)


“Het is niet normaal t een arts zo veel meer verdient dan een verpleegkundige”, dat zei een jaar geleden Luc Van Gorp, voorzitter van de Christelijke Mutualiteit (CM). En volgens Jan De Maeseneer emeridatus professor huisartsgeneeskunde aan de UGent mag een arts niet meer verdienen dan een premier: zo’n € 9.200 dus. Maar hoeveel willen artsen en specialisten nu eigenlijk zelf verdienen?


Wat is volgens hen een convenabel inkomen? Wij stelden hen de vraag en dit zijn hun antwoorden. Er antwoordden in totaal 461 artsen, waarvan 48% huisartsen en 52% specialisten. Opvallend is dat de huisartsen zich een stuk bescheidener opstellen dan de specialisten. 40% van de huisartsen is tevreden met een maandelijks netto inkomen van €7.000. 9% doet het zelfs voor netto €3.500. Maar voor de meerderheid van de artsen ( 51% ) is een premiersalaris het minimum.

 

 a1.png

Wij zochten de recentste cijfers (van 2012) op en vonden die in het Tijdschrift De Gids. Het gaat hier om bruto cijfers, waarvan dus de afhoudingen van het ziekenhuis en professionele kosten, plus sociale bijdragen en belastingen moeten afgetrokken worden. Daaruit blijkt dat nierspecialisten de grootverdieners zijn onder de artsen. Zij verdienden in 2012  €636.282 per jaar. Een radioloog verdiende toen € 441.428  per jaar en een bioloog € 431.457. Cardiologen en gynaecologen verdienen respectievelijk € 338.350 en € 229.698 euro. Daar kan een premier dus niet aan tippen. Maar hun inkomen ligt toch een pak hoger dan dat van een huisarts, die in 2012 gemiddeld € 165.000 per jaar verdient.

 

a2.jpg

 

Marc van Impe


Bron: MediQuality

 

09:00 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

24 oktober 2017

Misschien niet deze minister, dan wel de volgende


Wie zich nu al zorgen maakt over zijn privacy, moet dit verhaal goed lezen en twee keer nadenken. Volgens een wereldwijde studie van StartHealth bedroeg het aantal startende e-Healthbedrijven in 2016 meer dan 7.500. Dat betekent een investering van meer dan 8 miljard euro. Stuk voor stuk zijn deze startups geïnteresseerd in medische data.


Een verklaring is gemakkelijk gevonden: nooit eerder heeft de Homo Numericus zoveel medische gegevens geproduceerd. In een nabij verleden werden al deze gegevens ooit beheerd door artsen en ziekenhuizen die feitelijke controle hadden over de gezondheid van hun patiënten via zijn smartwatches, apps, communicerende weegschalen, glucometers en mobiele hartritme- en bloeddrukmeters.


En dagelijks worden miljarden bijkomende data gegenereerd door een steeds groeiend aantal gebruikers. De Franse communicatiefilosoof Olivier Ertzscheid, auteur van Qu'est-ce que l'identité numérique? schreef in 2014 al dat de burger zich niet realiseert dat zijn gezondheidsdata "indexeerbaar, formateerbaar, berekenbaar en monetariseerbaar" zijn.  

 

Ook de overheid ziet dat in en doet daar gretig aan mee. Een voorbeeld van bij onze zuiderburen: 24% van de Fransen heeft tot nu toe deelgenomen aan de gezondheidsbarometer die in 2016 ontwikkeld werd door bedrijfsconsultancy Deloitte en het officiële Ifop.


Maar er is meer. De grote spelers zijn al lang aan de gang. De partijen hebben elkaar al lang gevonden. Aan de ene kant staan Apple, Google en IBM. Aan de andere kant staan Gliimpse, Novartis en CVS Pharmacy. De eerste drie zijn bekende mastodonten van de digitale economie. De andere drie zijn reuzen op gezondheidsgebied. Apple kocht in 2016 het Gliimpse platform voor het verzamelen van gezondheidsgegevens, Google werkt samen met Novartis en IBM heeft een overeenkomst met het CVS-apothekennetwerk dat meer dan 7.000 verkooppunten in de Verenigde Staten heeft.


Een voorbeeld uit het Verenigd Koninkrijk: in mei 2016 onthulde het Britse tijdschrift New Scientist de details van een vertrouwelijke overeenkomst tussen enkele Londense ziekenhuizen en Google. Volgens dit document had DeepMind van Google toegang tot de gezondheidsgegevens van 1,6 miljoen Britse patiënten.


Een ander voorbeeld: het Google Patiënt Rescue programma is specifiek gewijd aan de preventie van leveraandoeningen. Maar de algoritmen ervan hebben toegang kunnen krijgen tot alle informatie die is opgeslagen in de databanken van het National Health System, het volksgezondheidssysteem van het Verenigd Koninkrijk naar wiens beeld en gelijkenis ons eigenste Riziv is opgezet.


Niet alleen data met betrekking tot leveraandoeningen interesseren Google schrijft The New Scientist. De Britse gezondheidsautoriteiten hebben hun patiënten gelijk gerust willen stellen: de gegevens die in het kader van de overeenkomst tussen de Londense ziekenhuizen en Google zijn verzameld, worden op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk en door een nationale exploitant verzameld. En de overeenkomst verbiedt Google om de data te gebruiken voor andere doeleinden dan ziektepreventie. De data zouden overigens absoluut veilig geïncrypteerd zijn. Maar men vergeet dat Google's Deepmind het programma AlphaGo schreef dat de regels van het Go-spel in een handomdraai kraakte.


De NHS doet dat overigens niet voor niets maar wil zo een stuk van zijn structureel deficit goedmaken. Ik denk even verder aan onze overheid die naar alle mogelijke middelen zoekt om het begrotingstekort weg te werken. Als het deze minister niet is, dan misschien de volgende.


In de EU is Frankrijk het lichtend voorbeeld. Daar trad op 1 april 2017 van dit jaar een Nationaal Gezondheidsgegevenssysteem (NHDS) in werking. Het Franse ministerie van Volksgezondheid is van mening dat het NSDS uniek is in Europa en zelfs in de wereld en dat het een belangrijke stap voorwaarts is bij het analyseren en verbeteren van de volksgezondheid.


Het NSDS verzamelt en verbindt een enorm aantal datastromen: gegevens van de ziektekostenverzekering (Sniiram-database), ziekenhuisgegevens (PMSI-databank), medische doodsoorzaken (Inserm's CepiDC-database), gegevens over handicaps, gegevens van complementaire organisaties. Om de privacy van burger te beschermen, worden al deze gegevens "gepseudonimiseerd" en bevatten ze dus geen achternaam, voornaam, adres of socialezekerheidsnummer. De toegang zal relatief eenvoudig zijn, schrijft de wet van 26 januari 2016: "Elke persoon of structuur, publiek of privaat, met of zonder winstoogmerk of zonder winstoogmerk, zal toegang hebben tot de gegevens in de NSS." Tegen betaling uiteraard.

 

Deze regelgeving is echter niet van toepassing op gegevens die door consumentenapplicaties zoals apps worden verzameld. Men kan zich voorstellen dat een ziekenfonds smartwatches tegen geen prijs aan zijn leden aanbiedt. Laten we positief denken: die gegevens zullen enkel gebruikt worden om risicogroepen te identificeren en bewustmakingsactiviteiten op te zetten. Maar die gegevens die door zo'n horloge worden verzameld (sportbeoefening, gewicht, enz.) kunnen ook verhandeld worden en dat helpt de prijs te drukken. Het wordt dus een win-win-win situatie. De klant is blij met zijn horloge en de service, het ziekenfonds doet aan klantenbinding en de afnemer van de data, die buiten beeld blijft, krijgt informatie met goudwaarde.

 

Er bestaat tot nu toe geen Europese regelgeving inzake de status van die gezondheidsgegevens. Bij DG Sanco aan het Brusselse Schumanplein valt men zowaar uit de lucht en komt men niet verder dan dat men dit geval per geval moet bekijken.


We stellen bij deze de vraag aan onze staatssecretaris Philippe Debacker en minister Maggie De Block: hoe garanderen jullie onze privacy?

Marc van Impe


Bron: MediQuality

08:40 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)