28 oktober 2017

De advocaat die langer leefde dan hij gedacht had


Het is indian summer. Terwijl ik naar huis toe rijd, na de crematie van een vriend, schiet me het volgende te binnen. Mijn vriend de advocaat overleed na een gemene kanker. Toen we het nieuws een jaar of twee geleden vernamen was dit een donderslag bij heldere hemel. Hij die zijn hele volwassen leven zo gezond mogelijk geleid had, uitgerekend hij moest kanker krijgen.


Hij fietste, liep marathons, at bijna vegetarisch, had nooit gerookt, dronk enkel en zeer matig de beste wijnen en bieren, hij woonde op de buiten en had een goede vaste relatie. Hij kon er zich niet bij neerleggen, hij verzette zich uit alle macht. Hij reageerde zoals een advocaat reageert als hij voor een quasi verloren zaak staat: hij begon met uitstel te kopen. Hij vroeg bijkomende onderzoeksdaden, de aanstelling van een deskundige, hij schreef brieven bij de vleet, stelde procedures in vraag, dreigde met maatregelen, delfde casussen op die net als de meeste jurisprudentie eigenlijk niet ter zake deed maar de rechtsgang behoorlijk vertraagde, schreef zijn besluiten en wachtte tenslotte het vonnis af. Dat kwam nog voor het zomer werd en er was geen beroep mogelijk.


Toen veranderde hij in een hedonist. De asceet werd een bachant. Hij organiseerde feesten, ging voor het eerst opnieuw op café, dacht nog aan een wereldcruise. Hij ontdekte hoe mooi de wereld is. Toen kwam Maria Hemelvaart en hij werd filosoof. We hebben zo menige middag, pratend, soms voor ons uit starend doorgebracht. Zijn broer, de huisarts, noemde het zijn rouwperiode. De zomer liep op zijn einde en hij had nog altijd geen sluitende verklaring gevonden. Dat dit het lot was kon er bij hem niet in. Deze man was zo angstig dat er voor hem geen toeval kon bestaan. Er moest voor alles een reden gevonden worden.


Op het eind vertelde hij mij een grap. Komt een advocaat aan de hemelpoort. Dit is niet rechtvaardig, zegt hij tegen Sintepieter, ik ben amper 50 en statistisch gezien heb ik recht op nog minstens 25 levensjaren. De poortheilige haalt er de grote database bij. Het antwoord komt onmiddellijk: volgens onze gegevens en de door u aan klanten gedeclareerde uren bent u 104 jaren oud. Hij grimlachte. I rest my case, zei hij bij het afscheid.


Een paar dagen na de rouwdienst komt er een nota van zijn maatschap. Uit nazicht van de rekeningen blijkt dat ik hem nog een paar honderd euro schuldig ben voor een advies dat hij voor mij had opgesteld. Een vriendendienst, had hij gezegd. Zoals hij mijn geleerde vrouw altijd om raad vroeg. Ik was het vergeten: in de advocatenwereld gaat voor niets de zon op.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

08:10 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

27 oktober 2017

Gedoe met zomer- en wintertijd duurt al veel te lang


Ik denk dat ik me ga aansluiten bij het front tegen de zomer- en wintertijd. En ik ben gelukkig niet alleen. Een meerderheid van het Europees Parlement wil nog dit jaar de eerste stappen zetten om een einde te maken aan het halfjaarlijkse gerommel met de klok. Zomer- of wintertijd, dat maakt Europa niet uit, als er maar één vaste tijd heel het jaar door geldt.


Elk jaar is het hetzelfde gehannes: niet alleen moeten klokken worden bijgesteld, mijn hele bioritme gaat in overdrive en het duurt weken voor ik normaal wakker of moe wordt. Komend weekend gaat de klok weer een uur achteruit. In feite schakelen we terug naar ons normaal bioritme. Maar in de lente is het weer zover. Wat win ik erbij?


Uiteraard zijn het de christelijken onder ons die zich tegen deze menselijke arrogantie en aanmatiging verzetten. Pavel Svoboda, een Tsjechisch christendemocraat presenteerde woensdag in Straatsburg een studie waaruit opnieuw blijkt dat gerommel met de klok niks dan nadelen heeft. Het Parlement had vorig jaar al aangedrongen op een debat over de kwestie, maar de verantwoordelijke Europese Commissaris was er niet, en de inbreng van haar plaatsvervanger beperkte zich tot: ,,Ik breng uw opmerkingen over.''


Nu laten de parlementsleden zich echter niet meer met een kluitje in het riet sturen. Het initiatief van Svoboda heeft ondertussen de steun gekregen van 70 leden uit alle acht de parlementaire fracties. In Polen stemde een parlementscommissie stemde kort geleden voor afschaffing van de zomertijd, in Finland wil 70 procent een referendum. En in Nederland verzamelden de actievoerders al 40.000 handtekeningen. Er wordt nu aan een resolutie gewerkt die in december moet gestemd worden, waarna er een Europees wetsvoorstel in de steigers kan gezet worden.


De zomertijd brengt ons, net als na een vlucht naar een andere tijdzone, biologisch gezien in een andere tijdzone dan waar we in leven. Dit kan nogal wat problemen geven, vooral voor mensen die al wat meer moeite hebben met zich aan een ander tijdzone aan te passen, en die uiteraard aan slaapstoornissen gaan leiden. Voor wie moeite heeft om de stand van zijn ingebouwde lichaamsklok te verplaatsen, is de zomertijd een beetje alsof hij tegen de zon in reist. De jetlag die je daarvan krijgt, duurt ook veel langer dan de jetlag als je met de zon mee reist. Je gaat er niet dood van, maar door de lagere alertheid neemt het aantal dodelijke verkeersongelukken en bedrijfsongevallen (voornamelijk in de bouw) toe.


Dat heeft onderzoek in Zweden en Amerika uitgewezen: er gebeuren iets meer ongevallen op de maandag na de spring shift, zoals het ingaan van de zomertijd wereldwijd heet. Bovendien werden de beoogde energievoordelen nooit gehaald, het kost het bedrijfsleven onnodig veel geld, de koeien geven minder melk, kinderen vallen boven hun schoolboeken in slaap.


Ik heb ook politieke bezwaren tegen de spring shift. Duitsland was tijdens de Eerste Wereldoorlog op 30 april 1916 het eerste land om de zomertijd in te voeren, niet alleen als maatregel om kolen te besparen in oorlogstijd mar ook om soldaten langer te laten vechten. Het is een 'oorlogsuitvinding' van de Duitse bezetter die tot 1945 in voege was en waar Stalin, Hitler en Franco groot voorstander van waren. Vanaf 1977 werd de maatregel vanwege de oliecrisis opnieuw ingevoerd en zoals zoveel zogenaamde besparingsmaatregelen pakte dit helemaal verkeerd uit. Om te beginnen kwam de maatregel vier jaar te laat: de crisis begon in 1973.


‘s Zomers een uur eerder opstaan bespaart helemaal geen energie. Als de zomertijd niet ingesteld wordt, zou in juni om vier uur 's nachts de zon al schijnen, terwijl bijna iedereen dan nog slaapt. Verspilling riepen de voorstanders: we moeten in de zomer dus een uur eerder opstaan om beter gebruik te maken van de eerste uurtjes daglicht. Maar dit gebruik stamt nog uit een tijd waarin verlichting een belangrijker deel was van het energieverbruik dan tegenwoordig. Uit het onderzoek van Kotchen en Grant van de Universiteit van Californië in Santa Barbara bleek dat het energieverbruik omhoog ging in de deelstaten die vanaf 2006 de zomertijd instelden. De kosten hiervan liepen op tot 8,6 miljoen dollar! De conclusie was dat de energiebesparingen voor verlichting, enkele honderdsten van een procent, waarschijnlijk niet opwegen tegen het hogere energieverbruik door verwarming en airconditioning.


Nog een punt van kritiek op de invoer van een zomertijd: in het begin van de zomertijd gaat de klok een uur vooruit en staan mensen eerder op dan wanneer de wintertijd gehandhaafd zou blijven. Het moment van opstaan van de meeste mensen ligt hierdoor verder af van het warmste moment van de dag. Daardoor is het tijdens het moment van opstaan buiten en in het huis kouder dan wanneer de zomertijd niet zou worden gebruikt. Het gevolg is dat mensen hun huis meer moeten verwarmen als ze uit bed komen. De zon heeft immers het huis minder opgewarmd.


Wanneer mensen na het werk thuiskomen is de situatie precies omgekeerd: het moment van thuiskomen ligt dichter bij het warmste moment van de dag. Hierdoor is het in huis ook warmer. Het gevolg hiervan is dat de airconditioning op warme dagen langer moet werken om het weer koel te krijgen en te houden.


De overschakeling naar de wintertijd mag dan minder nadelen hebben dan de switch naar het zomeruur. Dan kunnen we gelukkig een uurtje langer slapen. Maar ik krijg dan telkens het gevoel dat ik me een uur verslapen heb.


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

20:04 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

NHS lanceert Airbnb voor ontslagen ziekenhuispatiënten


De Britse NHS kampt na zijn zware saneringsoperatie waarbij flink in het aantal ziekenhuisbedden gesnoeid werd, met een tekort aan bedden. En daar heeft de dienst een list op gevonden: de NHS is nu bereid families die over een extra kamer beschikken £50 per dag te betalen indien ze een ziekenhuispatiënt die herstelt van een operatie, wil opnemen. Het wordt dus een soort NHS Airbnb voor patiënten.


De organisatie wordt uitbesteed aan een privé bedrijf. De gastheer hoeft geen zorgervaring te hebben, wel moet hij een extra badkamer ter beschikking stellen en bereid zijn maaltijden te bereiden voor de patiënt. Officieel heet de dienst CareRooms. De regeling komt er voor patiënten die geen familie of kennissen hebben die hen tijdens de herstelperiode kunnen opvangen. Alleen al in Londen gaat het tienduizenden patiënten die anders zouden wegkwijnen in een ziekenhuisbed.


Uit cijfers die gisteren bekend gemaakt werden, blijkt dat na jaren van bezuinigingen de uitgaven in de sociale thuiszorg sinds 2009-10 dramatisch gestegen zijn en dat een groeiend aantal patiënten dagelijkse zorg zoals hulp bij wassen en kleden moeten ontberen. Alleen al in 2016-17 gaven de lokale overheden daarvoor 556 miljoen pond extra uit, een stijging van 1 procent ten opzichte van vorig jaar, waarvan het grootste deel gefinancierd moet worden door specifieke gemeentelijke belastingverhogingen.


De ziekenhuizen worden nu met de gevolgen van dit bezuinigingsbeleid geconfronteerd: enerzijds moeten zij duizenden bedden reserveren voor de wintergriep, anderzijds blijkt uit nieuwe berekeningen dat door de veroudering van de bevolking het aantal patiënten dat binnen een maand nazorg in het ziekenhuis nodig heeft, in de afgelopen vijf jaar met 23 procent is gestegen. Healthwatch Engeland maakt gewag van een tekort aan 529.318 ziekenhuisbedden in 2016.


Het bedrijf CareRooms zet een proefproject op voor ongeveer 30 patiënten die bij particulieren worden ondergebracht in samenwerking met de gemeente en het lokale ziekenhuis in Southend, Essex. De initiatiefnemer dokter Harry Thirkettle zegt dat CareRooms zich richt op patiënten die medisch in aanmerking komen voor ontslag en die geen cognitieve beperkingen hebben, maar die ofwel alleen wonen en geen steun hebben, ofwel mobiliteitsproblemen hebben. In het CareRoom lingo heet dat dan: "Iemand die een beenbreuk heeft gehad en niet in staat is om de trappen te nemen, en tot die breuk genezen is via ons in een accommodatie op de begane grond wordt ondergebracht ". Dr. Thirkettle werkte eerder als ambtenaar belast met de organisatie van dit soort noodhulp aan ontslagen kwetsbare personen. Gekwalificeerde verzorgers zouden de patiënten telefonisch en online monitoren en gastfamilie zou niet veel meer moeten bieden dan "een warme glimlach, een comfortabele schone room en enkele magnetronmaaltijden", aldus CareRooms.


CareRoom wil ook tussenbeide komen in het veilig ombouwen van de gastenkamer en badkamer en van de installatie van de beveiligingsapparatuur wat moet zorgen "voor een minimale impact en risico's op uw dagelijks leven ".


Helen Jones, van de Association of Directors of Adult Social Services, maakt zich zorgen. "Het beschreven zorgmodel roept vragen op over de veiligheid en het welzijn van de patiënt ", vertelt ze het Health Service Journal, dat de regeling vandaag onthult.

Marc van Impe


Bron: MediQuality

09:00 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)