22 mei 2011

Zonsopgang

 

Voor niets gaat de zon op. Maar sommige CVS/ME patiënten blijven er tegen beter weten in toch in geloven. Zoals de Inca’s van het Gebroken Oor  bij Kuifje. Dat er dan een zonsondergang komt mag hen niet verbazen. Welnu, hij komt er. De zonsverduistering.

 De Belgische farmasector schroeft de verdeling van geneesmiddelenstalen terug. Artsen zullen voortaan van een nieuw geneesmiddel vier monsters per jaar ter beschikking krijgen, tijdens de eerste twee jaar dat het middel op de markt is. Artsen mogen geen patiënten meer behandelen met stalen. 

De Europese koepelvereniging Efpia neemt de "4x2"-standaard tijdens de zomer op in haar deontologische code. Pharma.be, de algemene vereniging van de geneesmiddelenindustrie, aligneert haar code wellicht voor het einde van het jaar. De beperking tot maximum acht stalen per arts over een periode van twee jaar geldt voor alle nieuwe voorschriftplichtige merkgeneesmiddelen en is de uitvoering van een Europese richtlijn.    De heel strikte autoregulering die de Belgische farmasector zichzelf oplegt, is strikter dan wat ons land momenteel wettelijk toestaat.

Voor elk geneesmiddel worden nu acht stalen per jaar per dokter toegelaten, zonder beperking in tijd. Weliswaar beperkt de wet het totale aantal stalen dat een dokter per jaar mag ontvangen op 600, maar die maximumnorm is moeilijk te controleren.   

Stalen zullen alleen nog dienen om de voorschrijvende arts het product te leren kennen. Ze dienen niet voor de promotie van geneesmiddelen, en ook niet voor de normale behandeling van patiënten.

Gratis monsters hebben nu ook nog een sociale rol, waarbij huisartsen die stalen uitdelen aan kansarme patiënten. Behoort dat tot het verleden? "De overheid is van oordeel dat het Omnio-statuut en de maximumfactuur op zich volstaan om behoeftige patiënten op te vangen", zegt Leo Neels van pharma.be. "Ook Europees is duidelijk dat het sociale oogmerk op andere wijze dan met stalen dient ingevuld, vandaar een duidelijke lijn."

 Met andere woorden, het heeft geen zin om stalen te vragen, ze zijn er niet. Vraag wel uw Omnio-statuut aan, want dat blijken nogal wat patiënten te vergeten.

Helaas, maar ook pindakaas,

 

Marc van Impe

10:59 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (1)

20 mei 2011

Jos

Hoe lang het zou duren, vroeg ik de vriendelijke man op werkpost 26, voor ik mijn attest zou ontvangen? Dat kon hij niet precies zeggen, maar hij schatte dat de zaak op zijn vroegst over een week of zes rond zou zijn. “We sturen eerst een bericht van ontvangst. U moet dat tegentekenen en ons terugzenden. Daarop krijgt u een aanvraagformulier en dat moet u volledig invullen – u gaat daarvoor best bij uw huisarts langs- en laten afstempelen bij de gemeente. En dan afhankelijk van , ja, van wat eigenlijk, begin ik met verwerking van uw aanvraag. U kunt misschien nu al een pasfotootje laten maken. In het juiste formaat natuurlijk en met een witte achtergrond in tweevoud.” Ik onderbrak de vriendelijke jongeman. “Maar ik heb u die aanvraag mét foto toch tweeënhalf jaar geleden al gestuurd. U hebt me die hele procedure al laten doorlopen en u hebt me in eerst instantie afgekeurd. Nu is het beroep uitgesproken voor de arbeidsrechtbank en dat is u twee maand geleden al betekend.” Hij sneed me de tong af. “Natuurlijk, dat weet ik wel. Maar niets zegt dat wij daar niet tegen in beroep gaan. U begrijpt, de procedure moet zijn gang gaan. En bovendien, dat zeg ik u omdat u journalist bent: ik ben nog niet aan 18.” Ik zag het verband niet. Wat heeft mijn vak hiermee te maken? Ik ben al veertig jaar journalist. En uiteraard is een ambtenaar 18. “Hoe oud bent u dan?” “32, maar dat bedoel ik niet. Ik ben nog niet aan datum 18 maart.” “Maar we zijn nu begin mei.” “En dan komt juni en dan komt de vakantie. U zult zien voor het vakantie is weet u waar u aan toe bent. Dat beloof ik u.” “En als ik het attest persoonlijk kom afhalen, helpt dat de zaak vooruit?” Dat was verkeerd gegokt, de vriendelijke man werd nu de onvriendelijke man. “Als u hierheen wil komen dan mag u dat, ik garandeer u dat dit geen lolletje is. De wachtzaal zit hier vol met medeburgers die iets gedaan willen krijgen en die niet begrijpen willen dat ze geduld moeten leren hebben. En u moet een nummertje trekken.” Ik wist dat hij de waarheid sprak. Ik was er al eens geweest. In een bevoorrechte positie. Als journalist. “U kunt beter gewoon volgens het boekje werken.” “Waar kan ik dat boekje kopen?” “U begrijpt best wat ik bedoel, de hele procedure staat op de website. En nog iets. Ik werk hier niet.” “Dat dacht ik al.” “Ik bedoel, ik ben hier niet. Ik ben elders maar ik mag u niet zeggen waar.” Armworstelen met een ambtenaar.“Ik ben ook niet wie u denkt dat ik ben.” Stilte. Ik had hem van zijn gietijzeren stoel geschopt. “U bent niet echt,” zei ik. “U bent virtueel. U leeft in een callcenter. Er groeit een microfoon uit uw oor.” Ik hoorde hem zwaar ademen. “Maar dat is normaal. Tenslotte werkt u op de FOD Gehandicapten. U bent er dus niet maar wel op de juiste plaats.” In de reclames schudden ze nu hun vers geföhnd haar en grijpen ze naar een bekertje yoghurt met Super K. “Ik wens u nog een fijne dag, werkpost 26. En weet u, in feite heet u gewoon Jos.”

Ik zweer het, maar de baas van deze dienst luistert naar Vlaanderens populairste popsong, van de hand Gorky, en heeft een zoete naam die eindigt met CKX. Daar kan ik bijna mee leven. Maar eigenlijk net niet. Ik denk dat ik hogerop ga. In het heelal galmt een stem: De kandidaat gaat naar de volgende tafel!

Marc van Impe

11:49 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

18 mei 2011

Poolse worst

Zit rechtop, spreek met twee woorden, eet met je mond dicht,  praat niet terwijl je eet, geef een hand, wacht tot je aangesproken wordt, zeg altijd dank u, spreek met twee woorden, maak je huiswerk, neem geen snoepjes aan, kijk niet naar vieze plaatjes, loop niet in de plassen, wees beleefd tegen meisjes, drink niet teveel, lees een goed boek, hou je handen thuis, denk toch eens na, doe die sigaret uit je mond… Als ik die zinnetjes hoor moet ik aan mijn goede vader denken. De man die me leerde dat ik moest uitkijken voor bankiers, politici en slechte vrienden  - in die volgorde- want ze zijn op het eerste gezicht charmant, hebben een enorm gevoel voor eigenwaarde, voelen geen schuld noch medelijden en het zijn pathologische leugenaars. Kijk altijd of iemand handelt naar zijn woorden, zei hij. Doet hij dat niet, laat hem dan weten dat je hem doorhebt. Maar geloof hem nooit. Pas jaren later heb ik begrepen dat hij zo zijn eigen schaal van Hare hanteerde.                                 

Wat het roken betreft was mijn vader dubbel. Hij hield er om de zoveel jaar mee op, om dan weer opnieuw te beginnen met een fijne sigaar, een geurige pijp, een dure Engelse sigaret. Pas toen hij de laatste keer stopte was het definitief.

Daar lig ik dus aan te denken terwijl ik uit het raam van de kamer die voor een paar dagen de mijne is naar beneden kijk. Wachtend op de arts die toert. Op het binnenplein wordt gerookt. Mannen  en vrouwen in het groen en het wit, een hark in een pak met een iPad onder arm, en in wagentjes, als ouwe mussen, kwetterend tegen elkaar en zeer ernstig kijkend: patiënten aan een infuus. Rokend. Langs de katheter het leven, langs het strot de dood. Onder een stalblauwe hemel, geen triester beeld.

Waarom doet de ministre hier niets aan? In cafés mag niet meer gerookt worden. Geen perron waar je nog een peuk kwijt kan. Maar op het plein voor de kliniek mag het wel. En wat met de voorbeeldfunctie van de zorgkundige? Ik begrijp dit niet.

 

 De Australische regering is van plan om vanaf januari 2012 sigaretten en roltabak te laten verkopen in olijfgroen inpakpapier. Geen fancy pakjes meer die tonen dat je een Rizla-vrouw bent, een Marlboro-man, of een Camel-mannetje. Je bent een sukkel die rookt. In Australië heeft een kind onder de 17 nooit een advertentie voor sigaretten gezien. Het percentage rokers bij volwassenen en de jeugd is er dan ook het laagst ter wereld.

Waarom stelt de ministre niet voor om sigaretten per gewicht te verkopen? Los, in een ouwe krant gerold. Sigaretten als een zwetende Poolse worst uit de nachtwinkel.  Da’s pas een aanpak.

 

Ook ik heb gerookt maar ik prijs me gelukkig dat ik er bijna 25 jaar geleden mee gestopt ben. Ik haat de roker niet. Ik misprijs hem niet. Ik vind hem hilarisch. Op reclames zie je lachende mensen roken. In het echte leven kijken rokers zeer serieus: hier wordt aan kanker gewerkt. No jokes, please.

 

Marc van Impe

08:47 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (4)