05 maart 2015

Wetenschappelijk onderzoek: "Minder kwantiteit, meer kwaliteit aub"

Er is niet te weinig geld voor wetenschappelijk onderzoek. Er gaat gewoon te weinig geld naar goed onderzoek. Dat blijkt uit de vrije tribune die dr. Luc Bonneux hier publiceerde. Er worden verschrikkelijk veel energie en middelen verspild die men beter had kunnen besteden. Hoe dat komt ligt voor de hand: de wetenschapsselectie vooraf deugt niet.

Zoals elders in Europa slaagt het NFWO er niet in om de beste voorstellen te honoreren op een eerlijke en voor iedereen overtuigende manier, erger nog, telkens weer worden onderzoekers in hoge mate gefrustreerd en lopen ze weg, naar een buitenlandse onderzoeksinstelling of naar de  bedrijfswereld. Ik schop hier en nu tegen het zere been van nogal wat betrokkenen maar weet dat ik niet alleen sta met mijn kritiek.

Het doen van goed onafhankelijk onderzoek is niet eenvoudig. De kwaliteit en integriteit van dit soort onderzoek laat nogal eens te wensen over. Maar missers blijven hier beneden de horizon. De vraag is hoe je goed onderzoek selecteert? Professor Klaas van Veen, onderwijsdeskundige van de Universiteit Groningen, heeft daar een simpele Calvinistische oplossing voor gevonden.

De frustratie vindt zijn oorsprong, zegt hij, door de absurde hoeveelheid tijd die gemoeid is met het schrijven en beoordelen van onderzoeksvoorstellen en tegelijk de geringe kans dat een goed voorstel het haalt. Volgens Van Veen kan het veel simpeler. Het meest simpele is om periodiek elk erkend onderzoeksinstituut geld te geven op voorwaarde dat dit binnen een bepaalde periode resulteert tot relevant onderzoek.

En nu komt de clou! Bij slechte onderzoeksresultaten volgt terugbetaling tot de laatste cent. Dit is eerlijker, goedkoper en geeft meer mogelijkheden tot risicovol onderzoek. Bovendien geeft het meer tijd om echt aan onderzoek te werken in plaats van het produceren van voorstellen die het toch bijna nooit halen.

Onderzoeken in ons land gebeuren vaak in opdracht van de overheid of een van zijn instellingen. Maar daar gaat het al fout. Goed onafhankelijk onderzoek begint met de juiste opdrachtgever. Belangrijk is dat de opdrachtgever zelf geen onderwerp van onderzoek is en geen baat heeft bij een bepaalde uitkomst. De opdrachtgever moet dus altijd een instantie zijn die zoveel mogelijk buiten het te onderzoeken proces staat. Dat zou automatisch leiden tot minder maar beter onderzoek.

Om zoiets tot stand te brengen is echter veel politieke moed nodig.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

16:45 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

02 maart 2015

Is de Orde nog van deze tijd?

De Orde der Geneesheren heeft zich uitgesproken tegen het gebruik van Facebook door artsen. Waarom verbaast dit me niet? In 1985 was de Orde tegen het gebruik van de fax voor het verzenden van correspondentie onder artsen. In 1995 was de Orde tegen het gebruik van e-mail dat toen nog in zijn meest primitieve vorm bestond. In 2005 vroeg ik aan de toenmalige voorzitter van de Orde hoe hij stond tegenover sms? De brave man viel uit zijn rol, wist niet waarover ik het had maar het antwoord was negatief. Ik durf er veel op te verwedden dat de Orde over tien jaar ook tegen het gebruik van the cloud zal zijn voor de opslag van medische dossiers.

Het probleem met de Orde zit ingebakken in de manier waarop ze opgericht werd en volgens de zelf opgelegde regels die ze orthodox wil navolgen. De Orde is een creatie uit het Derde Rijk, een vorm van corporatistisch denken. Het probleem is niet dat de Orde de dag van vandaag niet nadenkt maar dat ze niet vooruitdenkt. De Orde anticipeert niet maar reageert. Soms adequaat, soms naast de kwestie.

Een zaak is zeker: de Orde van Artsen heeft niet het minste moreel gezag. Niet bij oudere artsen die bij het eind van hun loopbaan gekomen zijn, niet bij artsen van middelbare leeftijd die dagelijks geconfronteerd worden met de verzinsels van een hol geslagen en door de ziekenfondsen en zelfbenoemde e-managers gestuurde administratie, en zeker niet bij de nieuwe aio's en aso's die wel beter weten en binnenkort rücksichtslos de macht gaan overnemen, wegens incompetentie, vermoeidheid en depressie van hun voorgangers. 

Dat is bij de Orde niet anders. Iedereen is ervan overtuigd dat de Orde van Geneesheren moet worden gemoderniseerd op het vlak van transparantie en op het vlak van patiëntenrechten in het kader van deontologische procedures. Dat werd dan ook bijzonder duidelijk toen meer dan twee jaar geleden al de Orde niets bleek gedaan te hebben met de bekentenis van psychiater Walter Vandereycken over zijn ongeoorloofde seksuele relaties met patiënten.

Pas na aandringen van het parlement had de toenmalige PS-vicepremier en minister van Volksgezondheid Laurette Onkelinx laten weten dat ze klacht tegen hem had ingediend bij het parket. Pas toen liet ze de Orde van Geneesheren opdragen Vandereycken wegens deontologische fouten te vervolgen en verzocht ze de provinciale geneeskundige commissie zijn psychische toestand te onderzoeken en hem eventueel te schorsen. Alleen al die procedure doet vragen oproepen. Zowat elke arts die zichzelf respecteert zat met gekrulde tenen te observeren hoe deze politica, die een bekende adept is van de psychoanalytische school zich uit deze bocht zou wringen. In hoeverre kan een Orde van Geneesheren die zich onafhankelijk en deontologisch bekwaam verklaart, afhangen van een minister die haar zelf opdrachten geeft.

De  splitsing van de deontologische ordes stond al  in het vorige regeerakkoord, in het kader van de zesde staatshervorming. Minister  Onkelinx diende finaal klacht in tegen de psychiater voor seksueel misbruik en ging werk maken van de modernisering van de Orde. Maar behalve een naamsverandering is daar voorlopig weinig van te merken.

Vandaag leven we aan de hand van hypes. We leven naar de schijnwerpers toe. Wie dat niet inziet mist de helft van wat er op de scène gebeurt. De Orde ziet niet wat er echt gebeurt. En het helpt niet dat men roept dat het gezag moet gerespecteerd worden. Een autoriteit heeft geen gezag maar kan het wel door gedrag verdienen, schrijft Frans Keuchenius, een zopas overleden Nederlandse protestantse schrijver en kampen overlever, in Herwonnen Vrijheid. Het gedrag van de Orde, die zich laat besturen door een minister en door het Riziv,  is wangedrag. Daar doen alle wel bedoelende leden geen afbreuk aan.

Ondertussen ben ik een hevig voorstander van onredelijkheid. Alleen als je onredelijk bent kunt je dingen veranderen, omdat je niet accepteert hoe het is, las ik bij de historica Willemijn Verloop. "Onredelijkheid heeft me zover gebracht." Verloop werd voor haar prestaties geridderd.  In België zou ze verketterd worden. Ik ben er zeker van dat de Orde tegen onredelijkheid is.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

09:49 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (1)

27 februari 2015

Liever een praktijk in Frankrijk

Mijn buurman, de Hollander, kondigt aan dat hij vanaf nu het grootste deel van het jaar in de Ardennen zal verblijven. Niet alleen is het weer hier aangenamer, is het eten en drinken zo lekker en zo goedkoop vergeleken met de Nederlandse standaardkosten voor een Vinex-gezin, nee, de doorslag werd gegeven toen hij zijn Nederlandse huisarts vond. Nu hij zijn zorg quasi aan huis heeft, voelt hij zich gerust. En de apotheek is zes dagen op zeven van acht tot acht open, weet hij. Dat is toch fantastisch man!

Wij wonen hier vlakbij de Franse grens, tien minuten rijden en je bent in het land van de andouille et pommes sarladaises. Charlesville is een goed halfuur weg, een lange rit door het woud. In ons eigen Belgische dorp en omstreken is geen huisarts meer te vinden. Voor de kliniek of een ziekenhuis moet je al snel tot Libramont, we zitten hier in het zuiden van België, aan de rand van de Gaume in le désert médicale. Hier geen overconsumptie van de gezondheidszorg, hier neem je 's ochtend s een glas jenever als je wat hoestig bent. De dichtstbijzijnde huisarts zit net over de grens. En dat is een Nederlander. Dat komt zo: nogal wat Nederlandse huisartsen kunnen noch willen verder functioneren in het huidige Nederlandse zorgsysteem waar gezondheidszorg door verzekeraars wordt ingekocht en waar artsen die zich niet aan het opgedrongen contract houden tot duizend euro boete per "verkeerde" handeling kunnen krijgen. Een bloedstaal naar een niet aangewezen labo, een beroep op een niet gecontracteerde specialist, een prestatie die buiten de trajectlijntjes kleurt:boete. Vooral de oudere huisartsen die betere tijden gekend hebben, hebben het gehad. Zij zeggen 'tabé' aan collega's en patiënten en verhuizen naar la douce France. ‘Ik vertrek met pijn in het hart', schreef een arts uit Alemelo die de krant haalde. ‘Maar dit systeem zal niet veranderen door een kritische minderheid. Ik heb moeten concluderen dat op deze wijze doorgaan voor mij geen optie is. Ik heb deze drastische stap gezet omdat ik mij niet meer vrij voelde om als professional mijn vak te kunnen invullen. Het is een heel fout idee geweest, en niet gebaseerd op feiten, om verzekeraars te bombarderen tot spil van de zorg. (…) Nu ik op het punt sta om ook nog eens gedwongen assurantietussenpersoon te worden, is de maat vol. Alleen een vrij man kan een goed geneesheer zijn.'

Nochtans is de situatie in Frankrijk allesbehalve rooskleurig. Er zijn meer artsen per duizend inwoners dan in Nederland, maar kleine gemeentes op het uitgestrekte platteland hebben grote moeite om vacatures te vullen. Bemiddelingsbureaus voor buitenlandse artsen doen er dan ook goede zaken. Vooral huisartsen en bedrijfsartsen zijn gewild, maar ook specialisten en paramedici kunnen snel aan de slag. En onze diploma's zijn geldig in alle Europese lidstaten. De www.werkeninfrankrijk.com  ronselde al meer dan zestig Nederlandse en Vlaamse artsen voor een baan in de Bourgogne alleen al. De artsen krijgen een intensieve taalcursus en administratieve ondersteuning bij bijvoorbeeld het afsluiten van verzekeringen en belastingaangifte. Franse artsen en hun goed ingevoerde assistentes leveren graag de nodige back-up die onmisbaar is bij alle onbekende regelingen, formulieren en werkwijzen in de zorg, die hier en daar nogal van onze noordelijke normen en gebruiken verschillen. Voor een Franse huisarts is een praktijkgrootte van ongeveer 1000 patiënten normaal.Huisartsen in Frankrijk werken niet alleen binnen hun eigen praktijk maar springen ook bij in de polyklinieken en het maison de santé – waar naast huisartsen onder meer verpleegkundigen en een psycholoog werken-die in sommige dorpen een of twee dagen per week meer specialistische hulp bieden, en op de spoeddienst van een nabijgelegen ziekenhuis. Ze zijn dus wel eens een dag van huis, maar worden beter betaald en krijgen meer respect van hun collega's en genieten aanzien bij hun patiënten. Hier  bekleedt de arts nog een 'officium nobile', een voornaam, edel ambt. Tot verbijstering van de Nederlanders wordt er in Frankrijk nog echt geluncht, is het aantal patiënten beperkt en gaat alles veel gemoedelijker. Een ander verschil is dat de huisarts in Frankrijk alles zelf doet, zoals dat hier twintig jaar geleden nog ging. Maar het belangrijkste is de andere cultuur: la France fleurie van Gault & Millau is een illusie. De streek over de grens is een vervallen mijnstreek, het is er mooi, maar de leegstand en het verval is er groot. En er is echt weinig te doen. De belangrijkste activiteit is de jacht.

Ik zie ze wel eens op zaterdagavond, de mannen die terugkomen van ‘la chasse', dat wil zeggen een eindje rijden met de 4x4, zitten en wachten tot er een dier te zien is, beetje schieten en vooral uitgebreid zuipen met je maten. Dat is de lokale sport. Bewegen doen ze hier weinig, alles gaat met de auto. Fietsen is iets voor anderstalige weekenders die zich gehuld in een lycra condoom graag afbeulen op al die heuvels. De lokale dokter die al lang met pensioen is en wiens zoon ook huisarts werd, quatrième génération de père en fils, zag zijn opvolger liever de stad opzoeken, waar ook werk voor zijn partner te vinden was. Hij heeft alle begrip voor de situatie. En zegt de Nederlandse huisarts die nu al een mondje Frans spreekt: ‘Ze betalen hier veel minder belasting, geen wegenbelasting, en het leven is sowieso goedkoper. Daar komt bij dat ik het rustige tempo prettig vind. Ik zie maar één keer per week een stoplicht, als ik naar het ziekenhuis rij.'

Dat met die stoplichten klopt, dat kan ik bevestigen, er is geen een te zien in een straal van 40 km. Maar ze doen wel aan snelheidscontrole. Op zondag, als de toeristen komen.

Marc van Impe

 

Bron : Medi Quality

17:40 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)