09 april 2012

Gaan uit vrije wil

Zowel in Nederland als in Frankrijk als in Groot-Brittanië is sterven uit vrije wil een belangrijk onderwerp van debat geworden. In Nederland kreeg het initiatief Uit Vrije Wil maar liefst 120.000 steunbetuigingen voor haar voorstel om 70-plussers die hun leven als voltooid beschouwen, het recht op hulp bij zelfdoding te geven. Ook al is daarvoor geen dringende medische reden. In Frankrijk is zelfdoding een verkiezingsitem geworden. De krijtlijnen kunnen snel getrokken worden: (gelovig) rechts is tegen, vrijzinnig centrum is voor. In Frankrijk woedt het debat vooral op filosofisch niveau, onder mensen met dubbele voor- en familienamen. In Nederland is het een breed maatschappelijk gebeuren waar politici, artsen, cabaretiers en televisiemensen zich gretig in mengen. Dat zet me aan het denken. Wat wil ik? Seneca zei tweeduizend jaar geleden al: “Voor ik mijn oude dag bereikte, was het mijn zorg goed te leven, op mijn oude dag is dat om goed te sterven. En goed sterven- zo voegde hij daar uitdrukkelijk aan toe- is vrijwillig sterven.” Ik denk dat hier de kern van het debat geraakt wordt. Niemand wil vermoord worden, niemand wil in een dodelijk ongeval het leven verliezen, niemand wil tegen zijn zin sterven. Leven is een grondrecht. Maar sterven is dat even goed. De neuroloog Dick Swaab, die we in deze column al een paar keer citeerden, zegt in dat verband: “ Ik wil baas in eigen brein zijn. Bij mijn conceptie en geboorte is dat niet gelukt. Bij het eind van mijn leven eis ik dat recht onverkort op.” Ik ben geneigd hem te volgen. De bekende jurist Eugène Sutorius stelt dat mensen veel ouder worden dan vroeger. “We moeten de keerzijde daarvan gaan inzien. Het lot regisseert maar sterven kan beter! Beslissingen over leven en dood behoren tot ons domein.”

Ik vind wel dat dit recht enkel aan oudere mensen moet toegekend worden. Aan zeventig plussers bijvoorbeeld. Aan mensen die van oordeel zijn dat hun leven voltooid is. Ik hoop alleen maar dat tegen die tijd er een speciaal opgeleid iemand is zal zijn die –gesteld dat de geleerde vrouw er niet meer is- met mij over mijn zelfgekozen dood wil praten, iemand die me in dat proces kan leiden en me eventueel kan helpen om mijn wens te verwezenlijken. Maar laat er niemand opstaan die mij gaat zeggen dat mijn tijd om te gaan gekomen is. Kijk, dat ene moment, dat wil ik –geloof ik- zelf kiezen. En ik eis het recht om van gedacht te veranderen. U mag op deze reageren. We hebben het dus niet over euthanasie.  Ik hoop u te lezen. Graag zelfs.

Marc van Impe

16:40 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (4)

05 april 2012

1 op 5 van de mantelzorgers overbelast

Uit Nederlands onderzoek –natuurlijk hadden we bijna geschreven, want waar staat het Belgisch onderzoek terzake?- blijkt dat maar liefst 2,6 miljoen mensen  elke dag bezig zijn om iemand die zorg nodig heeft vanwege ziekte of ongeluk te helpen. Niet omdat het hun vak is, maar uit liefde, uit engagement of doodgewoon omdat het niet anders kan. Dat is zwaar. Zo zwaar dat nu bijna een half miljoen van de mantelzorgers, dat is 1 op 5 overbelast is. Hun aantal zal vanwege de vergrijzing flink oplopen.  In 2050 zal waarschijnlijk twintig procent van de bevolking overbelast zijn vanwege mantelzorg. Ook in ons land is dat niet anders. En daar doet de overheid, federaal noch regionaal niets aan. Helemaal niets. Het weinige geld dat naar mantelzorg gaat , gaat naar mantelorganisaties van ziekenfondsen die er hun parastataal personeel mee onderhouden. Veel echte mensen die daar niet voor gestudeerd hebben in een sociale toren of professionele  bachelor haalden aan een zogenaamde hogeschool doen dit jaren aan een stuk, tien of vijfentwintig jaar vormt geen uitzondering. Als mantelzorger ben je er meestal niet klaar met wat boodschappen doen en een ommetje door het park, maar sta  je dag en nacht voor je geliefde, je buurman, je naaste klaar.

En dat eist zijn tol. Op dit moment telt Nederland 450.000 overbelaste mantelzorgers. In België, alweer, zijn er geen cijfers. Vooral mensen met een dementerende partner of die voor een geliefde met MS of chronische pijn zorgen, hebben het zwaar. Als je zorgt voor een naaste met een verstandelijke handicap of psychische problemen, kun je bovendien op weinig hulp vanuit de overheid of instanties rekenen. Integendeel. Wie mantelzorger is en zelf een uitkering krijgt moet goed opletten of hij verliest zelf zijn sociale rechten. En ook al kunnen mantelzorgers veel aan, zij zijn ook niet onverwoestbaar. Als er niets verandert, is in 2050 twintig procent van de bevolking overbelast doordat zij mantelzorg geven. Een weerzinwekkend percentage als je bedenkt dat de vergrijzing zijn piek in 2060 bereikt.

Sociale werkers krijgen studieverlof, betaalde vakantie, ziekteverlof, compensatieverlof, ouderschapsverlof en drie vierden of vier vijfden werken. Mantelzorgers zijn de hele dag in de weer. Hun troost: er worden heel wat studiedagen aan besteed. Mantelzorgers in ons land worden dood geprezen. Is er een mooiere manier om te sterven?

Marc van Impe

11:18 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (1)

01 april 2012

Nog pijn

We eten tong in madeirasaus en drinken een Aloxe-Corton bij van een goed jaar. Dat de kanker meevalt zegt hij. De dokter geeft hem hooguit nog één jaar. Als de chemo aanslaat misschien nog twee. Daar gaat hij licht over. Was er niet die pijn. Hij is niet alleen. Bij 40 procent van de patiënten met kanker wordt pijn niet goed behandeld. Ruim veertig procent van de kankerpatiënten heeft onnodig pijn. En toch, als patiënten en zorgverleners meer over pijn zouden weten en hierover met elkaar zouden praten dan kunnen zij de klachten samen beter aanpakken. Nu is pijn vaak geen onderwerp van gesprek, terwijl het één van de meest voorkomende symptomen is bij patiënten met kanker. Dat blijkt nog eens uit de promotie van de Nederlandse verpleegkundige Wendy Oldenmenger, dat ik kon inkijken.  Ongeveer 53 procent van de patiënten heeft pijn. Dat komt bijvoorbeeld door een tumor of een uitzaaiing die in het lichaam groeit of doordat de chemotherapie zenuwpijn geeft. “Met de beschikbare medicatie is deze pijn bij de meeste patiënten goed te bestrijden”, zegt Wendy Oldenmenger. Maar daar wil het ziekenhuispersoneel liever niet aan. Ik heb het aan den lijve mogen ondervinden. Dat pijn niet goed wordt behandeld ligt zowel aan de patiënt als zorgverlener, zegt Oldenmenger. Zo zijn artsen niet altijd alert op de pijn die patiënten kunnen hebben, omdat zij meer gericht zijn op het aanpakken van de ziekte. Ook is de kennis die artsen hebben over de medicatie tegen pijn soms onvoldoende. En de patiënten hebben vaak vooroordelen en zijn bang. Ze denken: ‘Als ik nu al medicijnen slik, werkt er straks niets meer als de pijn erger wordt. Of als ik over mijn pijn klaag stopt de arts misschien wel mijn behandeling’. De vooroordelen zijn begrijpelijk, maar onjuist volgens Oldenmenger. Daarnaast is het belangrijk hoe artsen omgaan met pijnklachten. Zij adviseert artsen om zich steeds te laten bijscholen over nieuwe manieren van pijnbestrijding. Ook pleit zij voor een open houding naar de patiënt over de mogelijkheden. Het ergste is de mumbo jumbo van de cognitieve school die je even niet aan pijn zal leren denken. Ze moesten , zoals mijn goede collega Tuur Van Wallendael toen hij kanker kreeg, hun vingertjes één voor één breken. Da’s pas pijn. We hebben koffie en cognac nà. Hij glimlacht bij de gedachte. “Of de vingers tussen de deur,” zegt hij.

Marc van Impe

20:30 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)