20 juni 2017

Brusselse ziekenhuizen zijn zelfbedieningszaak



Niet alle Brusselse OCMW-raadsleden graaien. Uit onderzoek van de Brusselse gewestregering blijkt dat de meeste onder hen gratis of voor een symbolische vergoeding in de raden van bestuur zetelen. Maar sommige houden er wel een eurocent of meer aan over. Voor niets gaat de zon op, zeggen de graaiers.


En dat principe geldt dubbel en dik voor de Franstalige socialisten. Zo blijkt dat Pascale Peraïta, de in opspraak gekomen Brusselse OCMW-voorzitster, in 2016 204.665€ verdiende met haar verschillende mandaten. Als OCMW-voorzitster verdiende ze 121.37€. bij Samusocial haalde ze 17.080€ op voor 100 zogezegde vergaderingen per jaar. Daar bovenop kreeg ze nog eens 32.689€ als voorzitster van de raad van bestuur ven het Brusselse Sint-Pietersziekenhuis, waar ze als OCMW-mandataris sowieso al in zetelde en dat tot haar feitelijke takenpakket hoorde, en als ondervoorzitster van het Universitair Ziekenhuis Cenbtrum Brussel kwam daar nog eens 20.227€ bij. Als die gebouwen worden ook nog eens beheerd door de Brusselse vastgoedmaatschappij SABH waar ze als voorzitter tenslotte 12.541€ toucheerde.


Peraïta, die ook haar twee dochters bij Samusocial tewerkstelde tegen een kaderloon, kreeg ook haar internetkosten vergoed en beschikte over een luxe dienstauto met chauffeur. En niet alleen PS'ers graaien. Zo krijgt Christophe Pourtois (MR), voorzitter van het UC Brugmann, 32.365,56 euro bruto per jaar. Zijn collega Alain Nimegeers (MR) verdient er 24.274,32 euro.


De voorzitster van de ziekenhuiskoepel Iris is waarnemend burgemeester Faouzia Hariche (PS), van die 19.500 euro krijgt om te zetelen in vzw De Brusselse Keukens. Oud-burgemeester Yvan Mayeur (PS) richtte in 2015 nog een andere koepel op, het UZC van Brussel waaronder de universitaire ziekenhuizen van Brussel Stad vallen. Ook hier strijkt Pourtois (MR) UZC 32.365,56 euro op. Ook Peraïta kreeg hier het afgelopen jaar 20.227,32 euro. Ze verdienen dus tweemaal hoge vergoedingen door te zetelen in de raad van bestuur van een ziekenhuis én van de koepel die erboven staat. Hoeveel voorzitter Mayeur kreeg in 2016 is nog niet gekend.


Ook de voorzitters van Iris Zuid en Kinderziekenhuis Koningin Fabiola zijn PS-politici, respectievelijk Isi Halbethal en Mounia Mejbar, hun vergoeding is nog niet gekend. En dan is er PS'er Robert Tollet die voorzitter is van het Bordet-ziekenhuis en wiens vergoeding evenmin gekend is maar in dezelfde ordegrootte ligt.


Maar ook Laurette Onkelinx werd beter van Samusocial. Haar man, advocaat Marc Uyttendaele, was via het kantoor Uyttendaele, Gérard & Associés de raadsman van de vzw. De gewezen minister Onkelinx stelde daarnaast haar dochter, die niet eens een middelbare schooldiploma haalde, tegen een riant loon tewerk bij Samusocial.


Toen ze hierop aangesproken werd reageerde ze: "Zijn er dan geen grenzen aan het zwartmaken van kinderen omdat hun ouders een publieke functie hebben?"

Marc van Impe

Bron: MediQuality

08:44 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

19 juni 2017

Overtrokken wetenschap wordt makkelijk gepubliceerd

Leest u ook af en toe in de krant dat hét middel tegen kanker gevonden is? Dat u met een dieet van zonnebloempitten de eeuwige jeugd verwerft? Of dat vleeseters agressiever zijn? Twijfelachtig onderzoek, dat weet u, maar hoe komt het dat nogal wat totaal overtrokken wetenschappelijke studies toch de weg naar de publicatie vinden? Onderzoekers van de Stanford University vonden de bron van die vertekening in wetenschappelijk onderzoek.


Dat psychologen al eens hun eigen resultaten overdrijven zal u niet meer verbazen. Een bekend voorbeeld hiervan is de Tilburgse sociaal psycholoog Diederik Stapel. Ook voedingswetenschappers zijn wel eens in dat bedje ziek, zoals de Groningse voedingspsycholoog Brian Wansink die zich bezondigde aan zelfplagiaat en statistische uitglijders. De verleiding is groot.


Er is de roem, de faam en de welwillende medewerking van de uitgevers, ook van wetenschappelijke toptijdschriften. Want spectaculaire artikels worden eerder geciteerd door collega's en vinden makkelijker hun weg naar de populaire media. De wetenschappers van de Stanford University School of Medicine onderzocht de belangrijkste bronnen van dit iets te rooskleurig weergeven van de resultaten in 22 wetenschappelijke gebieden.


Hiervoor gebruikten ze meer dan 3.000 metastudies en 50.000 wetenschappelijke artikelen. Ze publiceren hun bevindingen recent in het vakblad PNAS. Het resultaat is onthullend. Om te beginnen dit: hoe kleiner de studie, des te meer overdreven de effecten. Maar hoedt u ook voor voorpublicaties, publicaties van wetenschappers die aan het begin van hun carrière staan en voor het werk van teams die op grote afstand van elkaar werken.


Frappant is dat juist kleine studies die gepubliceerd worden in peer-reviewed tijdschriften vaker effect aandikken. Deze wetenschappelijke vakbladen selecteren op onderzoek met statistisch significante resultaten. Om met een kleine studie toch significante resultaten te boeken, moet het gevonden effect groter zijn. En dus, zo redeneren de auteurs, is het makkelijker om kleine studies met grote effecten gepubliceerd te krijgen. Effecten die vervolgens vaak moeilijk te reproduceren zijn.


"Onderzoeken worden geëvalueerd door peer-reviewers," legde Rik Crutzen eerder uit in Nieuws en Co. "Daarbij is het heel verleidelijk om sexy resultaten, mooie en innovatieve resultaten de aandacht te geven. Dat is schadelijk, omdat het soms net zo belangrijk kan zijn als je iets niet vindt. Dit kan zelfs de sexy resultaten tegenspreken." Crutzen lanceerde recent een tijdschrift dat mislukt, weinig aansprekend of minder sexy onderzoek uit de gezondheidspsychologie gaat publiceren. En dat is nodig, blijkt nu ook weer uit de studie van de Stanford onderzoekers. Vooral in de sociale wetenschappen troffen ze veel overtrokken resultaten aan.


Danielle Fanelli, Rodrigo Costas en John Ioannidis. Meta-assessment of bias in science. Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America (PNAS). 20 maart 2017.

http://www.pnas.org/content/early/2017/03/15/1618569114

Marc van Impe

Bron: MediQuality

19:21 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

We leven in wat de toekomst was


Het is lente 2017. We leven in wat ooit de toekomst was, waar we ideeën over hadden, maar wat nu gewoon nu blijkt. Ik lees deze zin in een buitenlandse krant die ik van de bar meegrits en wordt gelijk 50 jaar terug gekatapulteerd. De toekomst ging toen beginnen. Sous les pavés la plage, las ik toen.


We reden door Parijs op weg naar het zuiden. In een benzinestation had ik een Hara-Kiri uit een papiermand gevist. Het was een van de strijdkreten van Mei '68. Het was alsof er een stem uit de hemel kwam. Die kreet van verlangen was op slag ook de mijne. De rest van de Hara-Kiri spaarde ik op voor de maand in Camargue.


Ik droomde als eerstejaarsstudent van een zorgeloze, creatieve toekomst, zonder de verzuiling die ons leven in een ijzeren greep hield. Een leven waarin ik veel gitaar zou spelen, alle boeken zou lezen, gedichten schrijven en een heel klein beetje hard werken als er tijd overbleef. De werkelijkheid was hard bij les. De versteende politiek zou pas begin van de jaren 80 barsten beginnen vertonen. De grenzeloze mogelijkheden voor individuele ontplooiing waarin iedereen moeiteloos met elkaar in contact kon komen is nu pas realiteit.


En het is zeer de vraag of dat allemaal zo gunstig uitpakt. Het leven bleek geen eindeloze vakantie sur la plage. Nu hebben we langs het kanaal sur les pavés la plage. Met tijdelijk zand. Het ambivalente ideaal uit '68 werd omgedraaid: onder het strand liggen de stenen.

Ik moet aan dit alles denken terwijl ik toen ik door de gangen loop van het Brusselse ziekenhuis waar ik een collega ga opzoeken die een hartaanval overleefde. Vier stents verder op weg naar een nieuwe toekomst, zonder sigaretten, zonder glaasje single malt. Hij gaat gezond worden, vijftig jaar geleden had hij het niet overleefd.


De toekomst van toen beloofde ons een wereld van de Jetsons. We zouden hoog boven de wolken wonen, we zouden heen en weer hoppen in door atoomkracht aangedreven glazen vliegtuigen. We zouden pillen slikken, gifgroene drankjes drinken en onze vrouw zou er uitzien als Jackie Kennedy in lurex. Het werd wel even anders.


Ik begin eindelijk een oude zeur te worden, lees ik bij de schrijfster van het buitenlands stukje. "Ik heb daar veel tijd ingestoken. Maar ik moet bekennen dat ik ook weer eens gestopt ben met roken, en daar krijg je die essentiële stukjes zuur, haat en levensmoe gratis bij. Toch kan ik nog positief zijn." Opnieuw dat gevoel van herkenning. En dan een vraag die ik me vijftig jaar geleden nooit zou gesteld hebben: "Wat komt er eerder? Longkanker of het einde der tijden? Ik zie het alle twee liever niet gebeuren maar als het laatste nou eerder komt… "


Een paar dagen later, op een congres van Pharma.be zie ik bij de networking lunch de jonge kaderleden de hemel bestormen. Ik denk dat ik in hun hoofd kan kijken. Maar ik zeg niets.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

07:26 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)