15 januari 2018

Kil hart herstelt beter van infarct


Cardiologen van het Eindhovense Catharina Ziekenhuis zijn erin geslaagd om bij mensen met een acuut hartinfarct het hart precies op de juiste plaats te koelen voor, tijdens én na een dotterbehandeling. Dat kan de schade aan het hart verminderen met 20 tot 30 procent. Cardioloog-intensivist Luuk Otterspoor (foto) uit Oirschot (47) promoveerde donderdag aan de Technische Universiteit Eindhoven op deze nieuwe techniek. Die wordt mogelijk de nieuwe wereldstandaard.

Het basisidee komt uit de sport: een gekwetste spier die gekoeld wordt, ontzwelt. Dat moet dus ook lukken bij het hart, tenslotte ook een spier? Dat vroegen de cardiologen Luuk Otterspeer en Nico Pijls zich af. "Vergelijk het met het koelen van een knie na bijvoorbeeld een botsing op het sportveld", gaat Otterspoor verder.

"Doordat er dan direct een ontstekingsreactie op gang komt, gaat de knie zwellen. Daarom worden, om deze zwelling te voorkomen, de spieren vaak direct gekoeld. Datzelfde principe hanteren we nu bij de hartspier. Door het gedeelte van het hart dat wordt getroffen door een dichtgeslibde - of vernauwde - kransslagader te koelen, ontstaat er na het openmaken van de vernauwing minder schade aan de hartspier. We denken dat hierdoor de uiteindelijke grootte van het hartinfarct en de schade aan de hartspier met 20-30 % verminderd kan worden."

Otterspoor had eerder in het UMC Utrecht ervaring opgedaan met het koelen van patiënten na een hartstilstand. Pijls, tevens hoogleraar aan de TU/e, is wereldwijd expert op gebied van kransslagader-ziekten. Het onderzoek liep van 2014 tot 2015. Het hart bij het dotteren beschermen door het te koelen, is niet nieuw. Maar een patiënt helemaal afkoelen is geen sinecure. De kou leidt tot hevige rillingen en stress en daarmee tot een verhoogde zuurstofbehoefte, waardoor het hart harder moet werken. Bovendien duurt het lang voordat een mens is afgekoeld tot 33 graden Celcius, zegt Otterspoor, terwijl bij dotteren snelheid geboden is.

Het bleek mogelijk om via de katheter die de stent in de kransslagader brengt op de plaats van de verstopping, ook koelvloeistof naar de juiste plek te leiden. Eerst gaat tien minuten een zoutoplossing van 20 graden Celsius naar het schadegebied. Dan volgt de dotterbehandeling, vervolgens weer tien minuten koelen met een oplossing van 5 graden. Dat brengt de temperatuur in de spier terug tot 33 graden.

Tijdens de proeven op de varkensharten bleek dat de temperatuur in het schadegebied al na een halve minuut op de gewenste waarde zat. Dat werd vastgesteld met warmtecamera's en temperatuursondes in het hart. Daarna was het tijd om de koeling toe te passen bij mensen. In 2016 zijn tien mensen met een acuut hartinfarct in het Catharina zo behandeld. Dat verliep in alle gevallen goed. Er deden zich geen complicaties voor, er was minder restschade en patiënten bleken niets te voelen van de kilte in hun hart.

Bij de tien patiënten die de nieuwe behandeling hebben ondergaan , bleek dat de methode veilig is en technisch haalbaar en uitvoerbaar. Tijdens de nieuwe behandeling blijft de dichtgeslibde kransslagader tien minuten langer afgesloten. "Patiënten ondervinden hierdoor dus 10 minuten langer druk op de borst. Maar dat wordt gecompenseerd door de gezondheidswinst die je op langere termijn boekt." De cardiologen verwachten dat deze nieuwe methode leidt tot verbeterde overleving van de patiënten die een hartinfarct hebben gehad en tot minder last van hartfalen in het vervolg van hun leven. Een complicatie die vaker voorkomt als een patiënt eerder een hartinfarct heeft gehad.

Het Catharina Hart- en Vaatcentrum gaat nu een groot Europees vervolgonderzoek starten om de effectiviteit van deze methode verder te testen en om na te gaan welke gezondheidswinst het lokaal koelen van het hart precies oplevert voor de patiënt. Dit onderzoek wordt uitgevoerd in zes grote Europese hartcentra. Naast het Catharina Ziekenhuis zijn dat de hartcentra in Aalst, Glasgow (Engeland), Kopenhagen (Denemarken), Orebro (Zweden) en Boedapest (Hongarije). In deze ziekenhuizen ondergaan de komende tijd 100 patiënten deze nieuwe behandelmethode. Die groep wordt in een zogenoemde randomized controlled trial vergeleken met 100 andere patiënten die op de oude, traditionele manier worden gedotterd. "De verwachting is dat we over drie jaar harde cijfers hebben over de gezondheidswinst van deze nieuwe werkwijze", aldus Otterspoor.

Als over drie jaar ook die tests de werking en effectiviteit aantonen, verwacht Otterspoor dat dit voortaan de standaardprocedure bij dotteren wordt. Grote investeringen zijn niet nodig omdat het materiaal, zoals koelvloeistof en katheters, nu al in alle hartcentra wordt gebruikt.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

21:57 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Marc Moens, arts


Als er van dr. Marc Moens iets in de krochten van het Internet zal overblijven dan zullen het zijn talloze bijdragen, commentaren en columns zijn die hij publiceerde, en dan vooral zijn jaarverslagen voor het VBS. Deze rapporten die een ware state of the union zijn, zijn onmisbaar voor al wie de politiek en de geschiedenis van de gezondheidszorg in België bestudeert. Dr. Marc Moens schrijft nu aan zijn laatste jaarverslag dat hij op 3 februari zal voorlezen.

Dan neemt hij afscheid als secretaris-generaal van het Verbond der Belgische Specialisten (VBS). Maar liefst 28 jaar bekleedde hij die functie. Velen vragen zich af hoe hij dat deed? Waar haalde hij de tijd? Want daarnaast is hij voorzitter van de Belgische Vereniging van Artsensyndicaten en als dusdanig lid van een schier eindeloze rij bestuurs- en beheersorganen binnen het Riziv en het KCE. Deze mandaten neemt Moens stuk voor stuk au serieux. Bij onze laatste lunch, zoals zo vaak op een vrijdagmiddag in een uitstekende Italiaan met zicht op de drukke weg tussen Mechelen en Leuven, had hij het me al toevertrouwd: na zijn pensionering in het ziekenhuis kwam nu ook het einde van zijn VBS-verhaal in zicht. "Dat zou meer tijd maken voor zijn functie bij het Artsensyndicaat." Want dr. Marc Moens is nog lang niet klaar.

In zijn voorlaatste jaarverslag stelde hij de vraag: "Verandert de wereld te snel of reageren wij te traag?" Ik ben ervan overtuigd dat Moens ' antwoord in het tweede deel van deze vraag besloten ligt. Dr. Moens is iemand die op de feiten anticipeert, iemand die vooruit kijkt en die zeker niet in hokjes denkt. Deze houding wordt hem niet altijd in dank afgenomen. Marc Moens moet je niets wijsmaken, dat hebben ziekenfondsbonzen, directeuren-generaal en ministers keer op keer mogen meemaken. Hij is niet de man van het hoge woord, hij slijpt zijn zinnen tot ze vlijmscherp de kloppende waarheid blootleggen en ziet dan hoe zijn opponent, niet zelden verbaasd door de consequentie van diens onbezonnenheid, reageert. Het pleit voor hem dat hij deze techniek ook tegenover collega's artsen durft te hanteren. Want hun denkraam is niet altijd even breed als dat van dr. Moens. Maar daarbij blijft hij altijd minzaam. Every inch a gentleman. Nooit een scheldkanonnade, de wetenschap indachtig dat je je tegenstrever beter een kans biedt zijn gezicht te redden dan op zijn bakkes te gaan. Op die manier heeft hij heel wat uit de brand kunnen slepen.

Ik laat bij deze de dokter, en wil het over de mens Moens hebben. Ik ken Marc vanop de schoolbanken in het college dat we samen, in dezelfde jaren bezochten. Hij Latijn-Wiskunde, zonder duidelijke intentie van een of andere studierichting. Als maturiteitsexamen deed hij Nederlands. Germaanse en Geschiedenis wat studierichtingen waren die hem (ook) interesseerden (misschien vandaar zijn VBS – jaarverslagen), maar het werd uiteindelijk Geneeskunde.

Ik liep Latijn-Griekse, een traject dat nergens en overal heen leidt. In datzelfde college, een paar jaren lager, zat een jonge Ri De Ridder te broeden op plannen om de wereld te verbeteren. Het was een bijzondere generatie toen en nu. We zijn babyboomers, gekenmerkt door een (grenzeloos) optimisme, een geloof in de vooruitgang, een drang naar non-conformisme en vooral een grote intellectuele honger en nieuwsgierigheid. We wandelen niet altijd binnen de krijtlijnen die anderen trekken, maar we durven over de heg kijken. Wat deze generatie ook kenmerkt is het engagement, de drang om de dingen en de gang van zaken rondom ons beter te maken, niet voor het eigen profijt maar omdat dat nu eenmaal hoort bij wat fatsoen heet te zijn.

De wereld om ons heen verandert in een razend tempo, hij wordt beter, geloven wij, digitaal, en door de snelheid waarmee dat gebeurt misschien moeilijker beheersbaar. Maar dat maakt het juist spannend. We leven voor de uitdaging. Ik citeer Marc Moens: "De medische ethiek, die de technologische evoluties weliswaar maar moeizaam kan bijbenen, wordt hierbij alsmaar belangrijker. De holistische aanpak zit niet in elke specialistische discipline ingebakken. Het hokjesdenken in zogenaamd ‘intellectuele' of ‘niet-intellectuele' disciplines is afgeschreven. … Elke arts moet zijn intellectuele capaciteiten, zijn verworven en continu op peil te houden kennis, en zijn gezond verstand, met de nodige empathie blijven aanwenden ten gunste van elke individuele patiënt."

De eerste millennial dokters komen eraan. Volgens Wikipedia is de generatie van de millennials over het geheel bezien meer vatbaar voor burn-out- en stressverschijnselen dan de generaties hiervoor. De oorzaak hiervan zit in de hoge verwachtingen die de groep over zichzelf en over hun leven heeft. Oorzaak zou onder meer zijn: de individualistische opvoeding, de lange tijd tussen de puberteit en het volwassen zijn, zich in hoge mate spiegelen aan anderen, het beeld van: 'alles kunnen worden als je maar wilt'. We hebben nog heel wat om over van mening te verschillen. Radiotherapeut dr. Marc Brosens van het Hasseltse Jessaziekenhuis die dr. Moens opvolgt als secretaris-generaal van het Verbond der Belgische Beroepsverenigingen van Artsen-Specialisten zegt nu al dat hij geen Marc Moens-bis wil worden. Hij begint met een scepticisme dat Marc nooit deelde: " Mijn jongere collega's zijn allemaal heel gedreven, maar ik vraag me af of ze dat over 20 jaar nog zullen zijn." We zullen zien wat het wordt.

Ik ben ervan overtuigd dat we nog vaak bij een eenvoudige maar goede maaltijd hierover zullen doorbomen.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

07:53 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

14 januari 2018

Cefaly vervangt pil tegen migraine door elektrode


Het lijkt op een gadget uit Star Trek, maar het is in werkelijkheid een neurostimulator, de elektrodepleister van Cefaly. Neurostimulatie wordt al meer dan 20 jaar gebruikt, maar tot nu toe moesten de apparaten in de nek geïmplanteerd worden. De stimulator van Cefaly werkt extern en vraagt geen tussenkomst meer van een chirurg.

De patiënt kleeft zelf de elektronische pleister op zijn voorhoofd. Cefaly ontwikkelt oplossingen tegen migraine door elektronische impulsen naar de hersenen te sturen. Wie migraine heeft of voelt opkomen, moet het apparaatje een uur opzetten. De magnetische veldsterkte in de directe nabijheid van de Cefaly is minder dan 0,2µT (2mG). Deze waarde is verwaarloosbaar in vergelijking met het veld dat door wordt opgewekt door een elektrisch scheerapparaat (gemiddeld tussen 15 and 1500µT gemeten op 3cm afstand) of door een haardroger (gemiddeld tussen 6 and 2000µT).

De last zou dan verminderen en, volgens CEO Dr. Pierre Rigaux, bij 35 procent van de patiënten zelfs verdwijnen. Het apparaatje zou dus beter werken dan medicatie. Dr. Rigaux: 'Na het slikken daarvan voelt 60 procent van de patiënten doorgaans minder pijn. Met onze elektrode is dat 70 procent.'

Dr. Rigaux begon dertig jaar geleden als sportdokter. In 2008 had zijn bedrijf Cefaly Technology een eerste product klaar: een diadeem om gewone hoofdpijn te verminderen en die de drielingzenuw op het voorhoofd stimuleert. Het nieuwe toestel, een 'pleister met knop' kreeg zopas de goedkeuring van de FDA, de Amerikaanse toezichthouder. In België dient Cefaly volgende maand een dossier in voor terugbetaling bij het Riziv.

Cefaly wil zijn technologie ook inzetten tegen epilepsie. En met professor Steven Laureys van het CHU Liège, wordt gewerkt aan een toestel om de hersenen van comapatiënten te activeren. Rigaux: 'De technologie staat op punt. Theoretisch kunnen we het toestel naar de markt brengen, maar daar is nog geen definitieve beslissing over genomen.'

Marc van Impe

Meer info: http://www.cefaly.com/nl/klinische-studies

 

Bron: MediQuality

Bron: Cefaly, De Tijd

15:49 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)