07 juni 2011

Hospitalisatieverzekeringen

Vier personen op tien die  al eens beroep deden op hun hospitalisatieverzekering blijken verrast dat bepaalde kosten niet gedekt werden. Zo was ruim 10 procent verbaasd dat er een vrijstelling diende betaald evenals kosten voor tv, telefoon en drank. Dat blijkt uit een onderzoek door Test-Aankoop bij 2.400 Belgen.  De gemiddelde tevredenheid over de hospitalisatieverzekering scoort 77 op 100. Alhoewel hun dekking doorgaans minder is dan die van privéverzekeraars is de tevredenheid het grootst over ziekenfondsen. De top-3 bestaat uit Onafhankelijke Ziekenfondsen (84/100), Mutualités Chrétiennes (81/100) en Neutrale Ziekenfondsen (80/100). De ziekenfondsen zijn goed voor 1 op 3 van de verzekeringen. Iets minder dan de helft heeft een hospitalisatieverzekering via zijn werkgever. Bij wie zijn verzekering zelf nam bleek het bedrag van de premie het doorslaggevende criterium. Dat blijkt vooral het geval bij wie koos voor een polis van het ziekenfonds. Ook subjectieve elementen zoals de reputatie van de maatschappij/polis of familiegewoontes worden vaak aangehaald.    

Ons land telt inmiddels 8 miljoen polissen. 9 op 10 van wie aan de enquête deelnam heeft er één. De voornaamste reden om er geen te nemen is de kostprijs. Eén op drie denkt dat ze zo'n verzekering niet nodig hebben omwille van de dekking van de verplichte ziekteverzekering. 14,5 procent stelt dat de verzekering uitgesloten is omwille van de ziekte waaraan men leidt of geweigerd werd om gezondheidsredenen. 10 procent zegt niet te weten hoe men zo'n verzekering moet nemen. Merkwaardig is dat de meeste verzekerden niet eens weten waarvoor ze wel verzekerd zijn. De kleine lettertjes worden gemakkelijkheid halve niet gelezen. Een oplossing zou zijn dat deze vaak onbegrijpelijke clausules vertaald werden in een mensentaal, net zoals dat met de bijsluiter ooit gebeurde. Het was minister Wivina Demeester die daartoe het initiatief nam en daarvoor een beroep deed op de Gentse huisarts en ondertussen professor Robert Vander Stichele. Ons advies: schrijf naar uw volksvertegenwoordiger an eis dat hij daar wat aan doet. Het kan niet allemaal op een schoteltje bij het bed gebracht worden. Of huur een bus. En ga betogen.

Maar is dat is dan weer méchant, zegt de geleerde vrouw. Ik leer het nooit.

Marc van Impe

14:40 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (1)

05 juni 2011

Een goede huisvader

 

Hoe zat dat dan met die beleggingen van een goede huisvader, vraagt een katholieke vriend me naar aanleiding van de minder katholieke rekeningen van sommige ziekenfondsen . Hij verwijst naar participatie van de CM bij Dexia.

Welnu, de investering van de Belgische ziekteverzekeraar in Dexia draait  uit op een fiasco.  Zo simpel is dat. Dat blijkt uit berekeningen van de onder meer de redactie mijn vroegere werkgever De Tijd. Sinds oktober 2008 ging bijna tweederde van de investering in rook op. Dat betekent gelijk ook een financiëel débacle voor het ACW en in getrapte wijze voor de CM, die de grootste ledenorganisatie binnen deze christelijk syndicale zuil is. 

De federale overheid, de gewesten en de Gemeentelijke Holding snelden in oktober 2008 Dexia ter hulp. Zij legden voor bijna 253 miljoen aandelen in totaal 2,5 miljard euro op tafel, dus tegen een prijs van 9,9 euro per aandeel. Die aandelen waren vrijdagavond 14 mei 2010 nog maar 3,60 euro of, voor het ganse pakket, 908 miljoen waard. Dat komt overeen met een negatief rendement van 64 procent.  De investering van Arcofin in Dexia had ooit een beurswaarde van 5 miljard euro, nu is dat minder dan 750 miljoen.  Maar het pijnlijkste is dat Arcofin nog geruime tijd zo’n 65.000 Dexia-aandelen per maand moet kopen tegen vier of zelfs vijf keer de huidige beurskoers of 12,9 euro per aandeel.  Al sinds juni 2008 koopt de holding elke maand  veel te dure Dexia-aandelen. Ze is tot deze dure aankopen verplicht omdat de holding een langdurig, gestructureerd aankoopprogramma heeft lopen, zeker tot in 2010.

Als de koers van Dexia zich dit jaar niet herstelt - en de meeste analisten zien de koersen van de financiële aandelen niet opveren, integendeel – dan betekent dit dat de ACW-holding alleen al over 2009 goed 25 miljoen euro of 1 miljard oude Belgische frank te veel zal betalen voor Dexia-aandelen, in vergelijking met de huidige beurskoers. Hoeveel dat verlies over 2010 bedraagt  wil of kan Arcofin ons niet zeggen. "Een virtuele aderlating", haastte ACW-voorzitter Jan Renders zich destijds te zeggen. "Het is nooit onze bedoeling geweest om Dexia-aandelen te verkopen. Ons verlies vandaag is dus even virtueel als onze winst in het verleden. Wij houden onze aandelen aan om invloed te kunnen uitoefenen op  Dexia." Maar Arcofin zag door de kapitaalinjectie van de Franse, Belgische en Luxemburgse overheden zijn  participatie in juli  2009 van 18 % naar 13,9 % teruggevallen. Het beursverlies van Dexia (-83 procent op één jaar tijd) betekent dus ook een machtsverlies. 

 

Voor de CM is 2010 en de eerste helft van 2011 op die manier een rampjaar geworden. Niet alleen lopen de leden weg, er is ook een gat in de kas.

 

Marc van Impe

09:29 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (3)

03 juni 2011

Het geslacht der engelen

 

Een patiënt is een klant. Een bijzondere klant misschien, maar hij blijft een afnemer van goederen en diensten.  Daarom zou het niet meer dan normaal zijn in een goed werkende markt dat de aanbieders en hulpverleners  hun producten en hun service in overeenstemming zouden brengen met de wensen van die klant. Die klant heeft er alle belang bij om zich te organiseren want pas op die manier kan hij samen met een sterke patiëntenvereniging en met zorgverzekeraars voldoende tegenwicht bieden aan de aanbodmacht. Een beetje parallel met wat Testaankoop doet  voor een sterke consumentenbeweging. Niet  iedereen is er lid van, maar iedere consument profiteert mee.

 

Je zou denken dat in deze eeuw van de communicatie de kracht van de patiëntenvereniging  zou zijn toegenomen, maar het tegendeel is waar. Over het algemeen genomen leiden de patiëntenverenigingen een wat teruggetrokken bestaan. De uitzonderingen zijn organisaties van kankerpatiënten, diabetespatiënten, hartpatiënten en astmapatiënten. Teleurstellend want alleen  een stevige patiëntenvereniging is als enige in staat  om de focus echt bij de patiënt te leggen.

Een reden hiervoor is dat veel patiëntenverenigingen te weinig middelen hebben en dat ze de weinige middelen waarover ze zouden kunnen beschikken zelf naar de verdommenis helpen. Dat maakt de  patiëntenverenigingen kwetsbaar: mogelijk krijgen fabrikanten, farmaceuten en zorgverzekeraars te veel invloed op patiëntenverenigingen in ruil voor financiële gunsten. Een andere reden waarom patiëntenverenigingen het lastig hebben, is dat het moeilijk voor ze is om voldoende kennis binnen te halen om inhoudelijk tegenspel te kunnen bieden. De grote patiëntenverenigingen investeren in wetenschappelijk onderzoek en onderhouden contacten met specialisten, dus daar is voldoende kennis aanwezig. Zij krijgen ook de nodige weerklank in de pers.  De rest verliest zich in gevloek in achterkamertjes. In de ideale situatie zouden patiëntenverenigingen hun stem meer moeten laten horen, bijvoorbeeld in de discussie over dure geneesmiddelen en de wijze waarop de minister zijn beleid voert, in de wijze waarop verzekeringsartsen met hun patiënten omspringen en de arrogantie van het ambtenarenapparaat. De kans dat dat negatieve gevolgen krijgt voor chronisch zieke patiënten is reëel aanwezig.  De zorgverzekeraars, zijnde de ziekenfondsen,  zijn in deze discussie niet de juiste vertegenwoordigers voor chronische patiënten, omdat zij naast de chronisch zieken ook de belangen van de gezonde, niet zieke verzekerden ruimschoots behartigen. De tijd is niet veraf dat ze die twee segmenten tegen elkaar uit gaan spelen. Nu al gaan er stemmen op tegen de gezondheidsconsumptie van de babyboomers –lees: chronische patiënten te weeg-  en het feit dat de jongere generaties daar hard moeten voor werken en  dus bijdragen. Verzekeraars noemen dat dan premiebeheersing. Dat is hun goed recht, maar de vraag is of (chronische) patiënten daar wel bij gebaat zijn. Ik herinner me de argumentatie van Marc Justaert in de Gazet van Antwerpen, naar aanleiding van de zaak Coucke/Uyttersprot  dat beide artsen  “vooral dure medicatie voorschreven, ten koste van al die ‘gewone patiënten’ “.  Justaert weet dat de belangen van een gezonde verzekerde en die van een chronische patiënt niet parallel lopen. De chronisch zieke is gewaarschuwd.

 

Ik vind dat patiëntenverenigingen hun verantwoordelijkheid  moeten oppakken en meer in de bres moeten springen voor de chronisch zieken en niet voor zichzelf. De belangenbehartiging van patiënten kan niet uitsluitend toevertrouwd worden aan zorgverzekeraars. Daarvoor hebben ze toch te veel divergerende belangen. Een sterke rol van de patiëntenvereniging is meer dan ooit gewenst, niet alleen als tegenwicht tegen de zorgaanbieders maar minstens zo zeer als tegenwicht tegen de langzamerhand ongecontroleerde macht van de zorgverzekeraars. Ik pleit daarom hier met nadruk voor een sterkere rol voor patiëntenverenigingen, maar daar moeten ze dan  wel hun meningsverschillen voor opzij zetten. Bij de val Byzantium discussieerden de Grieken aan het hof van de basileus over het geslacht der engelen. Ondertussen kropen de Turken over de stadsmuur.

 

Marc van Impe

 

09:16 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (1)