18 september 2011

Iedereen zijn syndroom

“Ik weet het niet”. Dat is wellicht de moeilijkste uitspraak voor een arts. Toegeven dat men, ondanks de routine en de ervaring, ondanks alle testen, niet weet wat de patiënt precies scheelt, is iets dat elke arts  probeert te vermijden. Toch blijkt uit Nederlands onderzoek dat één op vijf van de patiënten lijden aan medisch onverklaarbare klachten.   Nogal wat artsen die voor zo’n raadsel staan gaan dan voor de makkelijkste oplossing en kiezen voor de term “subjectieve klachten.” Daarmee wordt de patiënt als het ware in de enorme restbak gegooid van mensen die lijden aan medisch onverklaarde klachten. Voor niet objectiveerbare klachten wordt de oorzaak dan maar ‘tussen de oren’ gezocht. Voor de arts is daarmee de kous af. Voor verdere hulp wordt de patiënt in het beste geval naar de psycholoog of naar de psychiater doorverwezen. Niemand die twijfelt dat psychologische factoren beslist een rol spelen bij de beleving van een ziektetoestand, maar een puur psychologische verklaring is te kort door de bocht. Een voorbeeld is het zogenaamde sicca syndroom. Een intelligent klinkende naam voor iets wat niets zegt. De patiënt blijft ondertussen zitten met zijn echte pijn, zijn echte moeheid, zijn echte gestoorde darmfunctie, zijn echte draaierigheid. Maar omdat zijn arts er geen raad mee weet en hem  niet helpt, gaat hij shoppen, zoekt steun bij zogenaamde zelfhulpgroepen en komt op een gegeven moment, vaak via het Internet, terecht bij kwakzalvers die er de meest bizarre theorieën op na houden. En niemand die hem tegen dit soort mensen in bescherming neemt. Daarom dit alles. Een van de oorzaken van deze situatie is de overspecialisering van de geneeskunde. Vooral de interne geneeskunde lijdt daaraan. Niemand die twijfelt aan de kennis en kunde van de cardiologen, gastro-enterologen, endocrinologen, pneumologen, nefrologen,  immunonologen en reumatologen. Maar hen ontbreekt vaak het algemeen beeld:  de helicopter view. Om daaraan te verhelpen pleit de academie  nu voor een herinvoering van een degelijke cursus algemene interne geneeskunde. Niet alleen moet  de opleiding  de internist  meer basale kennis bijbrengen.  Om goed te kunnen werken moet de algemeen internist ook over de nodige nomenclatuur beschikken. De vraag is gesteld. De bal ligt in het kamp van de overheid. Maar die reageert niet. Die lijdt aan het immobiliteits syndroom.  Wij willen dit onder de aandacht brengen.

Marc van Impe

18:11 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

14 september 2011

Toezicht moet ook evidence-based

Als geneeskunde en zorg evidence based moeten zijn, dan zeker het toezicht ook. Het wordt dus hoog tijd dat de inspectie voor de gezondheidszorg wetenschappelijk onderbouwd gaan werken. En dat is lang niet het geval. De manier waarop het toezicht in ons land wordt georganiseerd is meer à la tête du client dan wat anders. Meestal doet de overheid een beroep op bevriende decanen van de medische faculteiten. De relatie hangt meer af van de zin voor en de beheersing van de technieken der public relations dan van de wetenschappelijke kwalificaties. Voor wetenschappelijk advies rekruteert men in voorkomend geval graag bij de Koninklijke Academie, voor veldcontrole doet men een beroep op artsen die zich om de meest variabele redenen geroepen voelen om veldwachter te spelen. Dat is niet alleen in ons land zo.

In Nederland deed men diepgaand onderzoek naar de kwaliteit van de inspecteurs. De conclusie was onthutsend. De wetenschap achter het toezicht staat nog in de kinderschoenen, concludeert de Nederlandse Gezondheidsraad na een literatuurstudie. Nederland investeert in het onderzoek naar de kwaliteit van zijn toezicht 3 miljoen euro onderzoekssubsidie in een periode van vier jaar. Daarnaast ontmoeten externe onderzoekers en de medewerkers van de IGZ elkaar in een academische werkplaats, volgens het advies ‘Een goede manier om de interactie tussen wetenschap, praktijk en onderwijs vorm te geven.’ In België niets van dat alles. Hier bestaan geen criteria voor geneeskundig inspecteurs, het is zowat de afvalbak van de opleiding geworden. Hier kunnen gewezen huisartsen die inspecteur geworden zijn bij de DGEC onverbloemd op hun website mededelen dat ze voor die carrière gekozen hebben omdat ze het zware huisartsenwerk moe waren. Toezichthouder als uitkomst na burn out, als het ware. Daarop past maar één reactie, zoals de geleerde Sjef van Oekel het zei: Reeds!

Marc van Impe

20:37 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

11 september 2011

Psychoanalyse

De grote sluizen der kritiek zullen zich openen, maar wat me van het hart moet, moet. De jongste tijd komen nogal wat typische psychiaters onder vuur te liggen. Psychiaters hebben de neiging om heel sterk overtuigd te zijn van hun eigen gelijk. In die zin lijken ze als twee druppels water op de pastoor uit de twintigste eeuw. Die kon ook alleen maar standhouden dank zij het gebrek aan beter weten van zijn publiek.  Tezelfdertijd promootte hij  een vergaande vulgarisering van het geloof en zoals dat het geval is bij andere pseudowetenschappen, is een anekdotische getuigenis gewoonlijk overtuigender dan een statistische studie. De mens is gefascineerd om verborgen betekenissen te ontdekken.

In die zin deelt de psychoanalyse  nogal wat karakteristieken met veel andere interpretatieve praktijken  zoals astrologie, droomuitleggerij en  koffiedikkijken. Het is zoals koken in een heksenkeuken. Begin met  een ingewikkeld verhaal. Voeg daar een flinke dosis personencultus aan toe. Plus wat fraseologie à la Lacan zoals deze dat "het onbewuste gestructureerd is als een taal" , waar je alle kanten mee uit kan.  Nu nog een flinke portie mythe van de originele pionier en een scheut  mythe van de martelaar van de waarheid. En werk af met enkele  ad hominem argumentaties zoals "om kritiek te leveren moet u geanalyseerd zijn", "bewijzen vragen is een positivist zijn", "de vijandigheid van zoveel mensen bewijst dat het waar is", en  "de duur van de behandeling bewijst dat ze grondiger is". Keer tenslotte de bewijslast om onder het mompelen van de dodelijke uitspraak dat "het (de critici) zijn  die de valsheid van de theorie moeten aantonen en de inefficiëntie van de behandeling" en klaar is Kees.  Ik citeer in deze graag Russel die zegt dat de rede een poging is om de waarheid te vinden in plaats van een poging om te bewijzen wat we willen dat waar is.

Ik heb niets tegen psychiatrie. Net zo min als ik wat tegen godsdiensten heb. Maar ik heb er ook niets mee. En ik heb wel wat tegen lieden die maar wat graag hun pedante waarheid opdringen. Mijn Amsterdams joodse psychiater die ik ooit consulteerde schreef me destijds homeopathische doses single malt voor, liefst in zijn bijzijn in te nemen. Een goede gewoonte die ik met mijn geleerde vrouw, die van het vak is, graag verder zet.

Marc van Impe

12:02 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)