25 augustus 2014

De politiepraktijken van het RIZIV

In de Oriëntatienota van RIZIV over hoe het nu verder moet met de chronische zorg in ons land, wordt heel wat papier volgeschreven over het empowerment van de chronische patiënt. In het gobbledegook dat zo graag gehanteerd wordt aan de Tervurenlaan, heet het dat het RIZIV zo wil dat "patiënten en hun mantelzorgers kwalitatieve en geïndividualiseerde informatie aanbieden op een aangepast niveau door via toegang tot het eigen multidisciplinair patiëntendossier ook toegang te geven tot kwalitatieve informatiebronnen."
"In eerste instantie is het de bedoeling dat de patiënt en de mantelzorger inzicht verwerven in de eigen ziektetoestand en de mogelijkheden om dit te behandelen of de evolutie af te remmen." Bent u nog mee? Hoe het in de praktijk gaat , leest u hieronder.
Het begrip empowerment staat voor autonomie, steun, aanvaarding en verbetering van de leefsituatie. De patiënt moet van een lijdzame zieke vervellen tot een actieve, assertieve, taalvaardige, bewust reagerende patiënt die niet langer onmachtig is. Hij moet greep krijgen op zijn situatie, autonoom beslissingen nemen en dat liefst in samenspraak met zijn arts. Verschillende berichten die ons deze zomer bereikten, bewijzen dat het RIZIV enerzijds dat evangelie preekt en anderzijds zijn inquisitie op pad stuurt met draconische maatregelen tegen om even het wie die zijn die mooie boodschap in de praktijk durft om te zetten.
Een huisarts uit de Brusselse rand signaleerde ons het geval van een patiënte die actief is een zelfhulpgroep. Ze blogt, beheert een website, helpt lotgenoten met raad en daad en kreeg een controlegeneesheer van het RIZIV op bezoek. Wie kan bloggen, kan werken, stelde die boudweg, en dreigt nu haar uitkering van 600 euro af te nemen. Ongetwijfeld kadert dit binnen een beleid dat de patiënt ertoe wil aanzetten zijn leven op een positieve manier in handen te nemen en zo tot meer sociale participatie te komen.
Een specialist uit Waals Brabant meldt ons een patiënt wiens uitkering gestopt werd omdat deze op Facebook foto's gepost had van een vakantie in Frankrijk. Ongeoorloofd naar het buitenland op reis geweest, zei de controleur van het RIZIV, zonder toestemming van de adviserende geneesheer van het ziekenfonds.
Een professor mailde over een patiënt die op zijn verzoek deelnam aan een aantal lezingen voor lotgenoten. Wie lezingen kan geven en zich kan verplaatsen, kan ook werken, oordeelde de controlearts van het RIZIV. Schorsing volgde.
Een zestigjarige patiënte, alleenstaande en motorisch beperkt, werd bij de controlearts geroepen. Die liet een potlood vallen. De patiënte bukte zich, raapte het potlood op en werd geschorst. Wie zich kan bukken, kan werken, luidde het deskundige oordeel.
En Guillaume Vanderstighelen, oprichter van een het reclamebureau Duval Guillaume schrijft in zijn kroniek in Knack over zijn mindervalide vriend wiens ruggenwervels aan elkaar zijn gepind met een kilo roestvrij staal en die op zeiltocht naar Denemarken ging. Het werd zwaar weer, de vriend verrekte van de pijn, maar kwam behouden thuis. "Tom vond het geweldig. Of hij nu thuis ligt te vergaan van de pijn of op een boot, wat maakt het uit? Onze boot is uitgerust met elektrische lieren. Spierkracht is niet vereist. Alleen zijn ervaren oog." Tom was ex-zeiler. Hij is nu ook ex-steungerechtigde want de controlearts van het RIZIV verklaarde hem arbeidsgeschikt. "Je moet al goed weten waar je zoekt, en dat wist die arts dus," schrijft Guillaume.
Ik vraag om uitleg bij onze Rijksdienst. Daar luidt het dat wie het niet eens is  met de schorsing altijd in beroep kan gaan bij de Arbeidsrechtbank. Dat hier een procedure aan vasthangt van minstens twee jaar vertelt men er niet bij. Dat er nieuwe zogenaamde expertises volgen die gegarandeerd negatief uitdraaien voor de patiënt weet iedereen met ervaring. De rechtbank doet daarvoor het liefst een beroep op psychiaters. Een citaat uit zo'n 'expertise': "Patiënte had een moeilijke relatie met haar vader. Haar huwelijk liep na zes jaar stuk. Ze is weliswaar gehandicapt maar niet voor 66% en kan dus terug aan het werk." Met de lijvige documentatie die haar huisarts meestuurde werd geen rekening gehouden. Ook niet met de slijtage die ze na vierentwintig jaar ziekenhuisverpleegkundige met zich meesleurde.
Het ergste is dat het artsen zijn die zich tot dergelijke politiepraktijken lenen. Digitale inbraak, sociale spionage, diefstal van privacy.
Er wacht onze nieuwe minister van Volksgezondheid en Sociale Zaken heel wat werk.


Marc van Impe

 

 

Bron : MediQuality

16:01 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (1)

22 juni 2014

Leve de penalty!

VILVOORDE 20/06 - In het leven balanceer je op de scherpe rand tussen een meneer met een deftige mening en een volslagen idioot, lees ik schuin over de schouder van mijn buurman in de Ierse pub. Over een uur moeten de Belgen aantreden en de experts voeren het hoge woord. Als het over voetbal gaat voel ik me redelijk idioot. Ik ben niet zo’n ballenvent. Ik luister en ik kijk en beperk me tot het klassieke geouwehoer. Daarmee blijk ik niet af te wijken van de doorsnee commentator op TV. Maar als er een penalty moet geschoten worden, dan ben ik er bij.

Dat komt zo: van 24 tot 27 mei 2000 werd in Kuala Lumpur het tweede Asian Congress on Science and Football gehouden. Ik werkte op dat moment voor een Finse internetuitgever en kreeg de opdracht om dit congres virtueel te volgen. Daar leerde ik op een nacht dat penalty een zogenaamd klassiek mind game is. Het prachtige aan Engels is dat zowat alles een dubbele betekenis heeft. Mind game staat dus niet alleen voor hersenbreker maar in deze staat game ook voor gokken, en mind voor observeren.

Het mind game van de penalty leerde ik, begint wanneer de ref bepaalt vanwaar hij geschoten moet worden. Vanaf dat moment spelen verschillende factoren een rol: anticipatie, sterke zenuwen, een koel hoofd, vastbeslotenheid, een ideale cocktail voor een zeer intens drama. Zal de doelman de schutter doorhebben? Zal de schutter net onder de lat schieten? Leidt de schutter de doelman om de tuin? In Kuala Lumpur werd men duidelijk dat de wetenschap ons in deze ter hulp komt.

Uit observaties blijkt dat in een fractie van een seconde, net voor de schutter het verlossende schot lost, de stand van zijn heupen de vlucht van de bal verraadt. Ik citeer in deze Mark Williams, head of science and football aan de Liverpool John Moores University die stelt dat "als de heupen van een rechtsvoetige penaltyschutter in carré staan tegenover de doelman, dan zal de bal naar alle waarschijnlijkheid rechts van de doelman gaan. Als zijn heupen daarentegen meer ‘open' staan, dan gaat het schot naar links."

En uit onderzoek van sportwetenschappers A. M. Williams en L. Burwitz (zie Links/Bestanden) bleek dat ook de aanlooprichting en de oriëntatie van de voet waarmee niet geschoten wordt, verraadt welke richting de bal geknald wordt. lan Franks en Todd Harvey van de University of British Columbia analyseerden 138 penalties uit de World Cup competities van 1982 tot 1994 en bevestigen deze stelling want in 80% van de gevallen wees de voet waarmee niet geschoten werd de schietrichting aan.

De Belgen verloren hun penalty, zoals u zelf kon zien. Ik liet een en ander achteloos vallen na de pauze van de eerste helft van de match België-Algerije. Ik kan u verzekeren dat je met dit soort toegepaste wetenschap indruk maakt. De aangeboden Guinness smaakte des te beter.

Marc Van Impe

 

WALKER, I. (2001) Read my hips - or how to win the shoot-out mind game. Peak Performance, 144, p. 9-10

WILLIAMS, A.M. and BURWITZ, L. (1993) Advance cue utilisation in soccer. In: REILLY et al. (eds) Science and Football II, London: E & F.N. Spon, p. 239-244

 

Bron: MediQuality

13:04 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

23 mei 2014

Hoe bereid ik mijn dood voor? (gastblog door Dr. A.M. Uyttersprot)


VILVOORDE 15/05 - Als arts worden we dagelijks geconfronteerd met levensvragen van patiënten. Soms is het zo druk dat we onze eigen vragen verdringen. Laatst had ik alsnog even de tijd voor mezelf. Vandaar deze gedachte en vraag die ik graag met collega's wil delen.
Soms voel ik pijn in de hartstreek, zomaar, en dan weer niet. Ik ben intussen een vrouw van middelbare leeftijd. En als het nu eens echt een hartprobleem is en ik doodga? Dat brengt me bij de gedachte: Hoe kan ik dit zo goed mogelijk doen? Gelukkig dood gaan, dit is een terrein waarover de wetenschappers niet veel te vertellen hebben, er is dus ook veel werk voor mijn collega's psychiaters die hun trukendoos van de cognitieve gedragstherapie nog eens kunnen opentrekken.
Hoe zou men gelukkig kunnen dood gaan? Men kan zich niets meer aantrekken van wat er met jou gebeurt na de dood "après moi le déluge". Veel mensen vinden het toch belangrijk een goede indruk na te laten en weten dat er mensen zijn die hen herinneren, om hen gegeven te hebben. Een zaak is zeker, denk ik, niemand gaat graag eenzaam dood.
Maar wie komt er in aanmerking om herinnerd te worden? Moet men sociaal, machtig en rijk geweest zijn? Het is niet ongewoon dat rijken en machtigen eenzaam dood gaan. Dus blijven over de sociale mensen, mensen die om anderen geven, die vrienden hebben en zichzelf niet als het middelpunt van de wereld zien.
Wat kan ik doen om gelukkig dood te gaan? Is het echt belangrijk? En hoe wil ik zijn na de dood. Wil ik begraven worden, verast? Het voordeel van een urne op de schouw is dat je je nabestaanden niet die telkens weerkerende trek naar kerkhoven op 1 november oplegt, met daarbij de druk om het schoonste graf en de meeste bloemen. Herinneringen aan het verleden heb je ten slotte elke dag en niet één keer op een jaar. Ik wil graag verast worden, in een urne gegoten en in een rots in de tuin gezet worden met een bankje ervoor waar mijn nageslacht zich kan komen bezinnen, liefst met een kaarsje ervoor zoals de maagd Maria. Maar wordt het huis verkocht, wat doe je met de roots? Neem je die mee, voel je er nog verbonden ermee? Is het niet beter om je as te laten uitstrooien, terug naar de natuur waar je altijd deel van uitmaakt?
Als arts vraag ik me af waarom dit een onontgonnen terrein is. Waarom er zoveel weerstand is om hier een onderzoeksobject van te maken. Voor onderzoeksgroep van de psychiaters zou hier best wat geld aan verdiend kunnen worden. Bovendien past het in de hype van het gelukkig zijn, en alle irrealistische verwachtingen die daarbij horen. Altijd gelukkig zijn is het ergste wat je kan overkomen, je hebt niets meer om voor te leven. Het is dus beter van altijd wat ongelukkig te zijn en soms eens erg ongelukkig waardoor je nadien er sterker uitkomt. Dus liever een onderzoek naar hoe men wat ongelukkig kan zijn en hoe de ergste diepten te verslaan. Hoe wordt je sterker.
Tot besluit: ik weet het al; ik wil mijn best doen om herinnerd te worden zodat mijn nageslacht fier is op mij, en ze zich vooral ontspannen en blij voelen wanneer ze over mij praten. Ik weet niet of het me lukt. Ik ben ook maar een mens met mijn perioden van ongelukkig zijn. Maar voorlopig leef ik nog, en ben ik mijn periodes van ongeluk steeds te boven gekomen.
 
Dr. Anne Marie Uyttersprot

 


Dr. Anne Marie Uyttersprot, 60, studeerde in Gent en Leiden neurologie, psychiatrie en neurofysiologie. Ze heeft een praktijk in een perifeer ziekenhuis in de rand van Brussel, evenals een privé praktijk. Daarnaast werkt ze als gerechtelijk deskundige.
 
Bron: MediQuality

19:54 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (4)