14 oktober 2014

De regering is er niet om te controleren

Zoals gewoonlijk stond ik zaterdagmiddag weer eens op een plek in Wallonië met een glas in de hand en in goed medisch gezelschap. Niet aan de oever van de rivier, zoals u zou verwachten, maar aan de rand van Charleroi in het Point Centre op de Aéropole waar het FAG acroniem voor le Forum des associations et des cercles de médecins généralistes francophones een zeer interessant colloquium hield rond de toekomst van de huisartsgeneeskunde. Het was een uiterst aangename verrassing.
Niet alleen bewezen de deelnemers, die àlle artsenverenigingen en –kringen vertegenwoordigden, en daarnaast de vertegenwoordigers van alle politieke gezindten en beleidsmakers inclusief oppositie, dat een beschaafde uitwisseling van gedachten mogelijk is, maar ook nog eens dat er zowaar een consensus uit de bus kan komen die voor iedereen grotendeels aanvaardbaar is. Er beweegt wat in Wallonië en Franstalig België en Vlaanderen zou er goed aan doen om die evolutie van nabij te volgen. Hier werden geen "kaakslagen" uitgedeeld, maar punten gescoord. Daarover later en uitgebreider meer.
Interessant was het glas en het bijhorende gesprek. Het voordeel van het columnistenbestaan is dat je een kritische autoriteit wordt toebedeeld wat mensen er nogal eens toe aanzet om uitgebreid hun hart te luchten. Een jonge huisarts, gehuld in pak en modieus shirt en niet in ribfluwelen slobber ruitjeshemd die zo vaak in Vlaamse artsenkringen het hoge woord voeren, opende het gesprek met de vraag wie "cette magique Maggie" wel mocht zijn? Was ze liberaal rechts of links, of, -de horror-, was ze één van die bekeerde maoïsten die hun carrière aan de poort van een staalfabriek begonnen en vanaf dan de lange mars door de instellingen begonnen? "Het zijn die anti-autoritairs van toen die nu de grootste autoriteit verworven en zo dirigistisch als kan optreden," zei hij. "Ooit  achter de toog van een café De Proletaar, nu met een chauffeur naar de hoogste verdieping." Hij prees de Vlamingen dat ze daar eindelijk politiek komaf mee hebben gemaakt. Ik waarschuwde hem geen al te grote illusies te maken. De administratie is sterk en stevig verankerd. En in de hoogste regionen zitten de gerontocraten die ooit babyboomers waren nog stevig in hun zetel. Het zijn die types die voornamelijk het talent hebben om talentvolle collega's onderuit te halen. Waarop Paul De Munck,  vertegenwoordiger van Maxime Prévot, Waals minister van Gezondheid in het Gouvernement Wallon zich in het debat mengde: "Voor die reglementeerders en verbieders hebben wij niet de minste waardering. De regering is er om organiseren en reguleren, niet om te controleren."
De regenbui verdween, de zon brak door, de ober kwam met nog een glas Italiaanse rode. Een dame kwam persoonlijk kennis maken en vertelde ons dat ze de column wekelijks uitprint en ronddeelt op haar departement. Ook zij had een vraag: "Welke boeken liggen er op uw nachtkastje." Ik antwoordde in alle eerlijkheid: Het einde van de rode mens van Svetlana Alexijevitsj, hoe mensen na zeventig jaar dictatuur de vrijheid proeven, op zoek moeten naar een nieuwe identiteit en toch heimwee krijgen naar het socialistisch regime van weleer. Met haar mooiste glimlach citeert ze Tonton David: "Moi je suis sure qu'on nous prend pour des cons mais j'en suis certain il est temps de prendre un nouveau départ. » Er is hoop.

Over de resolutie van het congres leest u elders op MediQuality.: 

https://www.mediquality.net/fr/web/MediQuality/-/quelles-impulsions-pour-une-medecine-generale-de-qualite-

 

Marc van Impe
 

Bron: MediQuality

 

13:57 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

11 oktober 2014

Negatieve en positieve uitkomsten wel even vaak gepubliceerd

Een van de hardnekkigste "urban legends" is de zogenaamde positieve selectiviteit bij de publicatie van onderzoeksresultaten. Big pharma en de redactie van wetenschappelijke bladen zouden samenspannen en negatieve onderzoeksresultaten in de lade doen verdwijnen. In zijn 20 voorstellen voor een sociaal geneesmiddelenbeleid die de studiedienst van de Socialistische Mutualiteiten op 20 juli publiceerde staat letterlijk dat de overheid “de volledige en onvoorwaardelijke publicatie van de resultaten (van studies) verplichten...” Dit is zeer een ernstige beschuldiging. Ten onrechte, zo blijkt nu.
Uit gedegen onderzoek van de Radboud Universiteit te Nijmegen blijkt namelijk dat, in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, onderzoek met negatieve resultaten evenveel kans heeft op publicatie als onderzoek met positieve resultaten.
De negatieve berichtenspiraal over het publicatiebeleid begon op 3 juni 2005 In een onlinepublicatie van de British Medical Journal, waarin twee Duitse wetenschappers meldden dat de redacties van wetenschappelijke bladen liever goed nieuws brengen en dat onder druk van de sponsors van dat onderzoek die negatieve studieresultaten liever het daglicht niet lieten zien. Zoiets klinkt uiteraard altijd beter dan het omgekeerde, en was koren op de molen van de hervormer van de gezondheidszorg.
Het gevolg van die specifieke subselectie van onderzoeksresultaten heet "publication bias" en is één van de samenzweringstheorieën die maar niet uitgeroeid raakt.  Hans-Hermann Dubben en Hans-Peter Beck-Bornholdt van het universiteitsziekenhuis in Hamburg-Eppendorf  maakten daarvoor een review van 26 onderzoeken naar het fenomeen.
Wat bleek? 23 van de 26 studies gaven een positief resultaat en dat zou een vertekening door publicatievoorkeuren aantonen. "Desondanks is er geen onomstotelijk bewijs voor de stelling dat er sprake is van publication bias bij studies" stelden Dubben en Beck-Bornholdt. "Al is die conclusie voornamelijk gebaseerd op het feit dat de steekproef te klein was om harde uitspraken op te baseren."
Maar de uitspraak was gelanceerd en de boodschap goed ontvangen. Wat een veronderstelling was, werd op slag een vaststaand feit. De klap op de vuurpijl kwam op 13 september 2011 toen Daniele Fanelli, een gedragsecoloog uit Florence, boudweg stelde dat in hun streven naar fondsen en citaties wetenschappelijke tijdschriften steeds minder negatieve onderzoeksresultaten publiceerden. Geneeskunde was slechts een klein deel van zijn onderzoek (zie links rechts: Negative results are disappearing from most disciplines and countries).
Maar  welke politieker  is geïnteresseerd in fraude in een artikel over astrofysica? En wie het artikel aandachtig las zag dat het vooral de zachte wetenschappen als sociologie en psychologie waren die snel een loopje met de waarheid namen, meer zoals Fanelli zelf concludeerde: bevindingen wanneer zij eenmaal "bewezen zijn" , worden niet meer ontkracht.
Dat alles wordt nu weerlegd in een artikel van de hand van Marlies van Lent, John Overbeke en Henk Jan Out in PLOS ONE: Role of Editorial and Peer Review Processes in Publication Bias: Analysis of Drug Trials Submitted to Eight Medical Journals. (zie link rechts)
Het drietal bekeek manuscripten die tussen januari 2010 en april 2012 voor publicatie werden aangeboden aan The British Medical Journal, Annals of the Rheumatic Diseases, British Journal of Ophthalmology, Gut, Heart, Thorax, Diabetologia en Journal of Hepatology. Ze selecteerden manuscripten met resultaten van RCT's naar de werking van geneesmiddelen (472 artikelen), wat 3 procent van de in totaal bijna 16.000 ingediende manuscripten opleverde. Een vijfde van de aangeboden geneesmiddelenstudies, dat zijn 98 artikelen, werd uiteindelijk gepubliceerd.
Van de ingediende manuscripten hadden er 287 (60,8%) positieve resultaten en 185 (39,2%) negatieve resultaten. Er werden naar rato evenveel negatieve studies gepubliceerd als positieve. De onderzoekers maakten ook onderscheid tussen niet door industrie en wel door industrie ondersteunde en door industrie gesponsorde studies. Deze drie groepen hadden in respectievelijk bijna 65, bijna 48 en 71 procent van de gevallen positieve onderzoeksresultaten. Het aantal artikelen dat uiteindelijk werd gepubliceerd in deze categorieën bedroeg respectievelijk 13, 18 en 40 procent. Onderzoek gesponsord door de industrie lijkt daarmee een grotere kans op publicatie te hebben dan onderzoek waar de industrie helemaal geen bemoeienis mee heeft.
Marlies van Lent: "Aangezien de acht vakbladen de onderzoeken met een positieve uitkomst niet vaker publiceerden dan de onderzoeken met een negatieve uitkomst, treedt de publicatiebias die vaak wordt gesignaleerd misschien vooral op vóór het indienen van de manuscripten en spelen de onderzoekers daarin zelf een grotere rol dan de redacties van de medische vakbladen."
 
Marc Van Impe

 

Bron : MediQuality

21:52 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

09 oktober 2014

Patiënten hebben hebben recht op wijn

Over mijn grootvader gaat het verhaal dat toen hij net geopereerd was, hij mijn vader er met een briefje van honderd op uitstuurde om bij de kruidenier aan de overkant van de straat een paar flessen champagne te kopen. Wij schrijven begin van de jaren vijftig. Opa had maagkanker, hij wist dat hij aan het laatste hoofdstuk van zijn verhaal gekomen was.
Daarom lees ik met genoegen dat de hoofdgeneesheer van dienst palliatieve zorg van het CHU in Clermont-Ferrand een wijnbar heeft geopend op haar afdeling. Dr. Virginie Guastella: «C'est une autre façon de prendre soin de l'autre. Je défends, pour mes patients, le droit de se faire plaisir et de faire plaisir. Même en fin de vie. Surtout en fin de vie. »
Omdat we in een ziekenhuis zijn wordt het hele initiatief medisch uiteraard begeleid. Het personeel van het palliatieve zorgcentrum van het universitair centrum van de Auvergne werd de eerste week van september in deze nieuwe praktijk opgeleid door de sociaal-antropologe Catherine Le Grand-Sébille, een specialist in de ziekenhuisvoeding. Volgens Le Grand-Sébille kan wijn drinken de patiënt alleen maar ten goede komen, zeker bij het eind van zijn leven. Dr. Guastella herinnert ons er ook aan dat de Fransen een hedonistische relatie hebben met voedsel en wijn, en dat het delen van voedsel en wijn bevoorrechte momenten zijn. Waarom palliatieve patiënten dus het recht op enig organoleptisch plezier weigeren?
Familieleden en vrienden zullen volgens dokter Guastella kunnen delen in het plezier: « Les proches pourront offrir dans l'enceinte hospitalière des cadeaux de bouche dans un environnement propice à la détente et aux échanges… ». En dankzij partnerships en verschillende sponsorformules zullen de patiënten niet enkel over zo'n tweehonderd flessen wijn kunnen beschikken, maar ook over champagne, de betere biersoorten, whisky en andere spiritualiën. « Les dons arrivent à plein ballon », onderstreept dr. Guastella. Ook grands crus zullen ter beschikking staan. En dus niet enkel van de vermogende patiënten.
Ik sluit me graag aan bij de redenering van dokter Guastella en wil hierbij dringend de vraag stellen waarom ziekenhuisvoer over het algemeen zo smakeloos, fantasieloos en vaak tot overmaat van ramp zo onappetijtelijk gepresenteerd moet worden? Wil onze nieuwe federale minister van Volksgezondheid dat alstublieft bovenaan haar agenda plaatsen?
Het idee is overigens niet nieuw. In nogal wat Amerikaanse ziekenhuizen kunnen patiënten, mits akkoord van hun arts, wijn bestellen bij het eten. In Australië staan alcoholhoudende dranken zelfs op het menu, wat tot enige contestatie leidt. En in het Britse Swindon worden de artsen gevraagd te bepalen welke wijn ze aan hun patiënten willen voorschrijven.
Tenslotte nog dit: enkele weken na zijn operatie stierf mijn opa, thuis, na een laatste feestmaal. Zijn apocriefe laatste woorden waren: gek toch dat als je witte met rode wijn mengt, je geen rosé krijgt. Mijn grootvader was een harde werker en een grote genieter. Ik heb er nog een vage herinnering aan. Ik ben nu bijna zo oud als hij was toen hij stierf en ik heb het van geen vreemden.


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

21:14 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)