28 juni 2017

Behandeling postoperatieve leverschade


Bij patiënten met een levertumor is het verwijderen van een deel van de lever vaak de enige behandeloptie die kans biedt op volledige genezing. Tijdens deze ingreep wordt de bloedtoevoer naar de lever soms een tijdje onderbroken om bloedverlies tegen te gaan. Die tijdelijke ischemie zorgt voor activatie van het afweersysteem en voor leverschade zodra de bloedtoevoer wordt hersteld (reperfusie). De mate waarin deze schade optreedt, bepaalt mede hoe het patiënten na de ingreep vergaat.


Onderzoeker Rowan Van Golen van de Universiteit van Amsterdam toont aan dat ischemie/reperfusie-schade aan de lever ontstaat door de overmatige productie van vrije zuurstofradicalen in mitochondriën direct na de operatie. Dat zorgt voor celdood en activatie van het immuunsysteem door vrijkomende immunostimulatoire moleculen (‘DAMPs'). HMGB1 is de meest relevante DAMP voor ischemie/reperfusie-schade in patiënten. Nieuwe generatie antioxidanten kunnen het vrijkomen van DAMPs remmen en zo schade aan de lever verminderen.


Een belangrijke bevinding, want op dit moment zijn er geen behandelopties beschikbaar voor ischemie/reperfusie-schade aan de lever. Vanwege dit operatierisico raden artsen een deel van de patiënten af om een ingreep te ondergaan. Met behulp van Van Golens proefschrift kunnen nieuwe strategieën getest worden om het herstel van patiënten na een grote leveroperatie te verbeteren. Op die manier wordt leverchirurgie niet alleen veiliger, maar mogelijk ook toegankelijk voor een grotere groep patiënten.


Rowan van Golen: ‘A treatment rationale for surgery-induced liver injury' wordt op 28 juni verdedigd.

http://www.uva.nl/content/evenementen/promoties/2017/06/b...

Marc van Impe

Bron: MediQuality

18:49 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Grootste charlatan kan zich burn-outcoach noemen


De Vlaamse psychologen reageren tegen het toenemende aantal zelfverklaarde specialisten in kwakzalverij. Ze roepen daarom de overheid op om de wildgroei aan 'burn-outcoaches' aan banden te leggen.


In een open brief aan Vlaams minister van Volksgezondheid Jo Vandeurzen (CD&V) en zijn federale collega Maggie De Block (Open Vld) kaarten de Vlaamse psychologen de wildgroei aan van 'experts' die mensen met een burn-out helpen en vragen ze een beschermd statuut. "Vaak zijn dat mensen zonder enige achtergrond in de zorg, geneeskunde of psychologie", zegt neuropsycholoog Michael Portzky van het Psychiatrisch Centrum Gent-Sleidinge in Het Laatste Nieuws. "Wat ze te bieden hebben, is meestal niet in verhouding tot de sommen die ze vragen. Van ontgoochelde klanten die de stap zetten naar medische hulpverlening, horen we sommen tot 175 euro per bezoek aan zo'n 'expert'."


"En baat het niet, dan schaadt het in dit geval meestal wél. Het probleem begint met een juiste diagnose. Werknemers die onder de stress zitten door een autismestoornis, zijn niets met de lulkoek van een burn-outcoach die het heeft over hoge sensitiviteit. Er zijn gevallen bekend waarbij kwakzalvers mensen aanraden om te stoppen met hun antidepressiva of zo in de verkeerde richting sturen dat ze een wanhoopsdaad plegen. Eén expert heb ik zelf horen vertellen dat maag- en darmklachten bij stress ontstaan omdat onze ziel op de leeftijd van vier jaar langzaam begint aan zijn weg van kop naar tenen. En dat kan op latere leeftijd dan klachten met zich meebrengen. Met dat soort spirituele nonsens begeleiden ze zieke mensen. En dat brengt goed op, dus iemand doorverwijzen naar een echte arts doen ze liever niet."


Hoeveel burn-outcoaches er in ons land actief zijn, weet geen mens. "In het beste geval zijn dat beginnende psychologen of artsen, maar zelfs dan hebben ze wellicht nog niet voldoende bagage om iemand met een burn-out goed te helpen. Ze zijn zeker niet allemaal van slechte wil, maar als het misgaat dan is er geen enkele controle. Na een zelfmoord van haar zoon wilde een moeder een klacht indienen tegen de coach die hem had behandeld, maar geen enkele autoriteit of medische orde houdt hier toezicht op."


Bij het kabinet-Peeters (CD&V) benadrukken ze dat de minister zijn voorstel voor meer burn-outpreventie doet met de steun van dokters van Revida, een gespecialiseerd ziekenhuis in Bornem. Minister van Volksgezondheid De Block laat weten dat ze erg benieuwd is naar de brief van de psychologen en dat "de kwaliteit van zorgverlening inderdaad essentieel is. Zeker binnen de geestelijke gezondheidszorg".

Marc van Impe

Bron: MediQuality

10:08 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (1)

24 juni 2017

De nek mag uitgestoken worden


In de Franstalige gezondheidswereld is voorbije decennia veel misgegaan. Hoe moet dat nu verder, vraagt men zich af. Die vraag stelde mijn vriend zich ook toen we na een seminar aan de oever van de rivier de toestand van de wereld bezuiden de taalgrens en mijn stukjes van de voorbije dagen in het bijzonder bespraken.


Op zo'n moment komt een vroeger hoofdredacteurschap van de Belgische editie van de Harvard Review van pas. Dat brengt me bij het werk van professor Amy Edmondson, Novartis Professor for Leadership and Management aan de Harvard Business School. Edmondson doet onderzoek naar teamwork.


Zij deed ook onderzoek naar goed en slecht presterende medische teams. Belangrijke observatie: in goede teams worden tijdens vergaderingen veel fouten besproken. In slechte teams niet. Amy Edmondson definieert het concept als "the shared belief that the team is safe for interpersonal risk taking. (...) The term is meant to suggest neither a carelessness sense of permissiveness nor an unrelenting positive affect but rather a sense of confidence that the team will not embarrass, reject, or punish someone for speaking up."


Ik denk dat daar de kern van het probleem ligt. Mensen zijn bang om zich zo te gedragen dat het (positief) beeld dat anderen van hen hebben, kan bedreigen. Ze zullen ‘riskante' maar belangrijke teamleergedragingen, zoals het stellen van vragen, toegeven van fouten, kritisch zijn, geven van feedback, etc. ontlopen uit angst om gezien te worden als onwetend, incompetent, negatief of storend.


In een politiek universum dat jarenlang door dezelfde partij beheerst werd is dat net zo goed het geval. Edmondson toont duidelijk aan dat teamleden zich erg bewust zijn van het gedrag van teamleiders en dat dit in belangrijke mate hun perceptie bepaalt van wat men wel of niet kan doen of zeggen in het team.


Dat zorgt er ook voor dat er niet gestreefd wordt naar een betrokkenheids- en faalbaarheidsmodel. Wie zelf bereikbaar en betrokken is, moet ook zichzelf in vraag durven stellen, gemaakte fouten toegeven en bespreken, (zelf)kritisch zijn en zelf vragen om feedback. Ik maak in deze de vergelijking met een ziekenhuis.


Er overlijden patiënten door medische fouten. Het werkklimaat is niet wat het moet zijn. Maar de raad van bestuur zegt dat er niets aan de hand is, en wie toch kritiek heeft en dat laat weten, wordt bedreigd. De ziekenhuisdirectie en de raad van bestuur denken dat ze een sterk beleid voeren, maar in feite wijst dit op ernstige problemen op het gebied van leiderschap en cultuur. Ogenschijnlijk is het systeem op orde, maar als de cultuur niet deugt heb je een steeds groter wordend structureel probleem.


Volgens Amy Edmondson, onze Novartis Professor of Leadership and Management die specifiek onderzoek deed naar goed en slecht presterende medische teams, is het essentieel dat medewerkers sociale risico's durven te nemen binnen hun groep. De teams moeten alle fouten en twijfels durven bespreken, ze mogen niet bang zijn om twijfels over hun eigen functioneren en dat van collega's op tafel te leggen.


Dat ze durven te zeggen dat ze iets niet begrijpen. En dat ze bijna-fouten en echte fouten in alle openheid met elkaar kunnen bespreken. Dat is waar het om gaat. En de leidinggevenden moeten in de eerste plaats voordoen hoe het moet. Voorbeeldgedrag is essentieel volgens Edmondson. Als leider moet je telkens weer tonen dat je zelf ook feilbaar bent, dat je nieuwsgierig bent en graag wilt leren. Maar vooral legt ze de nadruk op het belang van het gevoel van psychologische veiligheid. Dat gevoel ontbreekt vaak.


Ik heb in de jaren negentig voor drie Waalse minister-presidenten gewerkt. Ik gaf hen communicatieadvies inzake hun betrekkingen met Vlaanderen. De eerste volgde het advies maar werd door zijn administratie danig tegen gewerkt. De tweede voelde zich Dieu, aanvaardde kritiek tot aan de oever van de Maas en de achterkant van de tuin in Jambes. De derde voelde zich niet betrokken.


Ik ben nog meer van Wallonië gaan houden. Omdat ik geloof dat er een nieuwe generatie beleidsmakers in de maak is. Maar leidinggeven is een ambacht met regels. De eerste regel is vertrouwen, om te beginnen in de leiding zelf.


Ik raad mijn vriend het boek ‘Reconsidering Change Management' van organisatieadviseur en hoogleraar Steven ten Have en collega's aan, uiteraard in het Engels. Een belangrijke bouwsteen voor geslaagde verandering is ‘vertrouwen in de leiding'. Concreet betekent dit dat medewerkers overtuigd moeten zijn van de vaardigheden, de goede bedoelingen en de integriteit van hun bazen.


Als de Franstalige beleidsmakers in de gezondheidszorg geloofwaardig willen werken aan een betere cultuur – en ik geloof dat ze dat willen- dan betekent dat dat ze beginnen in het openbaar spijt te betuigen en ook zichzelf niet sparen.


En het betekent ook dat ze tenminste excuses maken aan al die artsen, verpleegkundigen en andere gezondheidsmedewerkers die de afgelopen jaren intern en extern tóch aan de bel durfden te trekken. Zelfs al moesten ze daardoor hun baan opgeven. Tot nu toe blijven die excuses uit.


Ik publiceer deze blog ook in het Frans en ik verwacht reacties. Jij mag graag krabben waar het irriteert, zegt mijn vriend. Ach, ik vind dat meningen er zijn om gezegd te worden. En de nek mag wel eens uitgestoken worden.


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

08:18 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)