19 februari 2012

EBM

Een van de megafoons waar Volksgezondheid zich van bedient  is van het merk EBM, wat staat voor  evidence based medicine. Te pas en te onpas worden behandelwijzen afgestraft of zelfs verboden omdat er geen deugdelijk wetenschappelijk bewijs zou bestaan voor de heilzaamheid, laat staan doeltreffendheid daarvan. Men kan daar zijn bedenkingen bij hebben, men kan dit aanvechten maar het is een valabel argument. Op voorwaarde dat het eerlijk gebruikt wordt en niet neerkomt op biopychosociaal kunstschaatsen. Kunstschaatsers bewegen maar gaan niet vooruit, net zoals sommige  EBM-adepten vooral uit werk van de eigen club citeren. Me, myself and I. In het regeerakkoord werd nog maar eens verwezen naar EBM als middel om de patiënt toegang te geven tot de medische innovatie. Het klinkt mooi, het betekent niets. Wat wel iets concreet betekent is dat de kamers voor osteopathie, homeopathie, chiropraxie en acupunctuur, vier “disciplines” die weinig met EBM vandoen hebben op volle toeren draaien en dat met ministeriële zegen. Sterker nog, de minister wil zich, aldus haar recente verklaringen in het parlement, door hen laten adviseren over goede praktijkbeoefening, de organisatie van peer review en regelgeving. De minister baseert zich daarvoor op rapporten van het KCE die zeggen hoe vaak de bevolking wel geen beroep op hen doet. De minister zegt zelfs dat het ziekenfonds, als het dat wil, dit soort van prestaties mag terugbetalen.

Dat is een argument dat kan tellen. We mogen dus binnenkort een kamer van schietgebeden verwachten, en een kamer van Lourdesgangers, van gebedsgenezers, koffiedikkijkers, kaartleggers en waarzeggers. Iedereen zijn meug. Allemaal even evidence based. Ik dwaal? Overigens, Lourdesreizen worden al door één ziekenfonds gesponsord. En de adepten van de becel-doctrine krijgen ook geld toegestopt. Nu alleen nog bezuinigen.

Marc van Impe

20:14 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

17 februari 2012

Verloren

Nrc.next opende deze week met de vraag waarom liefdesverdriet creatief maakt, onder de kop 'Het nut van een gebroken hart'. De krant liet vijf kunstenaars aan het woord over de creatieve kracht van liefdesverdriet, speciaal voor Valentijnsdag.  Onder de zin 'Ze heeft me gedumpt, maar ik heb eraan verdiend' gaven een zanger, muzikant, liedjesschrijver, dichter en een liefdesverdriet-dokter hun hun kijk op het liefdesverdriet. Ik kan dit alleen maar beamen. Ik schreef het eerder al: de liefde is een massagraf want wie eerlijk is met zichzelf zal moeten toegeven dat ook talloze malen de edelste sentimentele gevoelens heeft moeten begraven om vervolgens aan een nieuw begin te beginnen. Het probleem is niet het einde maar het nieuwe begin. Mijn vriend de internist die een liefdesleven als een postzegelverzameling uitbouwt vertrouwde me toe dat hij er de laatste tijd aan begint te twijfelen. Hij is nog niet zover als Lucian Freud die maar liefst veertien erkende kinderen bij zes erkende verloofdes verwekte, maar naar Belgische normen scheelt het niet veel. Het probleem is dat hij in eigen kring – lees: de eigen campus- blijft versieren. Mijn vriend wordt er niet creatiever van maar destructiever wat zich vertaalt in agressiviteit tegenover collega’s, verplegend personeel en patiënten.  ‘Eigenlijk moet jij me eens uitleggen wat liefde is,’ mailt hij. Mijn vriend is heel betrouwbaar en meelevend, hij probeert voortdurend mee te  denken en oplossingen aan te dragen. En dat laatste doet hij zo nadrukkelijk dat het hinderlijk wordt. 'Ja, maar iedereen verwacht dat ik een antwoord heb,’ klaagt hij. Maar iemand die meeleeft is iets anders dan iemand die zich inleeft. Hij slaagt er niet in om sociale situaties goed te interpreteren, heeft veel moeite met verandering en toch leeft hij van conflict naar conflict. Relaties aangaan en onderhouden: kan hij niet. 'Bij mij ontwikkelt een relatie zich niet,' analyseert hij. 'Ik blijf altijd hetzelfde doen. Ik ben heel correct, maar er is eigenlijk geen contact. Liefde is voor hem medelijden. Bezorgdheid. Niet iets waar je heel blij van wordt.’ Zou dit op Asperger duiden? Hij is een hard werkende dokter, een man die elke dag 16 uur in het getouw is voor zijn patiënten en voor zijn ex-en. Want afgesprongen liefde kost geld, veel geld. Maar hij is niet alleen. Uit een onderzoek van de Johns Hopkin University dat meer dan 30 jaar duurde blijkt dat het aantal echtscheidingen 51 procent is voor psychiaters, 33 procent voor chirurgen, 24 procent voor internisten, 22 procent voor kinderartsen en pathologen en 31 procent voor andere specialiteiten. Het totale aantal echtscheidingen was 29 procent na drie decennia van follow-up en 32 procent na bijna vier decennia van follow-up.    Artsen die trouwen voordat ze afstuderen hebben meer kans op een echtscheiding dan degenen die wachten tot na hun afstuderen (33 procent versus 23 procent). En nog dit: vrouwelijke artsen hadden een hogere echtscheidingratio (37%) dan hun mannelijke collega's (28 procent). De geleerde vrouw vraagt of ik toevallig ook de journalistenstatistieken heb. Die ga ik vannacht in bed voorlezen. Ik heb er aan verdiend, kan mijn vriend helaas niet zingen. Ik dus weer wel.

Marc van Impe

20:58 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (3)

15 februari 2012

Gered

Ik lig op de bank en luister naar de oude nieuwe Pink Floyd: Wish you were here schalt door de boxen. Buiten dooit het. En plots schiet het door mijn hoofd dat ik bijna dag op dag hier bijna nooit meer was. Het leven hangt letterlijk aan elkaar van toevalligheden en in mijn geval van de hand van de geleerde vrouw. Dat komt zo! We waren in Leiden waar we als welopgevoede lieden de Boerhave-cursus gevolgd hadden. Ik deed op dat moment pas mijn eerste stappen in de neurologie en MRI en dat soort zaken waren dingen waarvan de toenmalige minister van Volksgezondheid vond dat ze dure en overbodige luxe waren en dus zeker niet in een banaal perifeer kliniekje thuishoorden. In Leiden werd ik geïntroduceerd in de heuristiek van het hersenonderzoek. Maar daarover gaat deze column niet. ’s Avonds gingen we stappen en overmoedig geworden door de inname van enige geestige Hollandse vochten besloten we over de dichtgevroren grachten naar onze wagen te lopen.

Ik zette als eerste van ons zeer geleerde gezelschap een voet op het ijs, toen een tweede, en stapte zingend de grachtspiegel op. De geleerde vrouw volgde op het trapje. En toen zakte ik door het ijs. Ik was sprakeloos, wat een eeuwigheid scheen te duren voor het ijskoude water mijn middel bereikt had. Toen stak ze haar hand uit. Ik greep naar het leven en zij trok me aan de kant. De andere geleerden waren ondertussen weggevlucht. Ik stond zeiknat in -11. Zo reden we terug naar Haarlem waar we voor de nacht gelogeerd waren. Tegen we in Klein Heiligland aan kwamen was mijn onderste lichaamsdeel al weer aanspreekbaar. Zij had de hele weg geen woord gezegd. “Je had wel verzopen kunnen zijn,” zei ze toen we uitstapten, “gelukkig stak je je hand uit.” “Jij stak je hand uit,” zei ik. “Alsof ik je gered heb,” zei ze, “ je wordt niet gered als je dat niet wil. ”  Later zei ze: “ Wie wil verder leven moet wel zijn verantwoordelijkheid opnemen.” Ik droom de scène nu nog. Dat zou niet de laatste keer zijn dat ze dit deed. Ik moest hieraan ook denken toen ik een ziekenfondsarts voor de zoveelste maal hoorde zeuren over het fenomeen van de patiënt die niet wil geholpen worden. En de parabel van de uitgestoken hand.

Marc van Impe

12:55 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)