20 februari 2015

Het verschil tussen gezondheidszorg en volksgezondheid

 

Ik heb een hoog oplopende discussie met een Britse college die voor de BMJ en de New England Journal de regulators van de DG Gezondheid in Brussel regelmatig de pols neemt. Volgens hem zijn de Belgische ziekenhuizen een paradijs vergeleken met de Britse National Health. Hij heeft een ingegroeide teennagel laten verwijderen. Ik ben het met hem eens, maar kan me niet vinden in zijn betoog dat de Belgische artsen allemaal zo’n jolly good fellows zijn.

Voor de patiënt lijkt het ziekenhuis één grote warme familie, maar achter de schermen is het vaak hard knokken. In de wereld van de zorg is er veel fake. Het gesprek deint uit naar de kwaliteiten van onze geneeskundige stand. Mijn collega heeft evenveel jaren op zijn teller staan en weet net als ik dat de meeste van onze artsen gedegen vaklui zijn of zoals hij dat zegt: "They realise that they will never be a star, but they are very good actors. If their genius never carries them above a certain level, they seldom sink below it."

Minder lovende woorden heeft hij over voor onze ziekenfondsen. Hij begrijpt niet hoe het in deze tijden nog mogelijk is dat je met je briefje in de hand moet aanschuiven om van een lieve dame achter het loket enkele luttele euro's terug te krijgen. Maar erger is nog dat, als je als journalist een vraag stelt, je niet eens een deftig antwoord krijgt. Het is alsof ze met z'n allen een groot geheim bewaren dat –stel dat het uitkomt- voor een gigantische rel zou zorgen.

Voor een Brits journalist die gewend is zelfs zijn eerste minister het vuur aan de schenen te leggen, is dit onbegrijpelijk. Net zoals hij niet begrijpt dat je met je klachten nergens terecht kan. Patiënt empowerment komt er in dit land op neer dat je je situatie leert aanvaarden. Doe je dat niet, dan stap je maar naar de Arbeidsrechtbank. Dat stelde hij vast toen zijn dochter - die door ME een leerachterstand heeft - op haar achttiende plots arbeidsgeschikt bleek en dus niet langer bijstand kreeg. Zijn ziekenfonds liet hem wat dat betreft aardig in de steek, vond hij.

Als ik hem zeg dat een arts nu federaal minister van volksgezondheid en sociale zaken is, en de behandeling van dit soort patiënten wel eens snel zou kunnen verbeteren, kijkt hij daar van op. Is dat dan niet de normaalste zaak van de wereld? Kan een niet-arts in deze tijden nog wel minister van ziekenzorg worden, zoals hij dat noemt. Het gaat toch om health care en niet om public health? We drinken een Guinness en zijn het roerend met elkaar eens.

Marc van Impe

14:53 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

19 februari 2015

Specialisten willen ook een ordentelijke aanpak

VILVOORDE 10/02 - In oktober 2010 stond er op de website van de Socialistische Mutualiteiten een enquête onder het thema: vindt u dat uw dokter teveel verdient? Uiteraard was dit opinieonderzoek absoluut niet vooringenomen. Dat kan je ook niet verwachten van een ziekenfonds wiens toenmalige ex-secretaris-generaal een dading moest sluiten met de fiscus. Zo’n overeenkomst sluit je niet omwille van een verloren gelegd briefje van 500 euro dat je vergat aan te geven, schreef ik toen. Maar het leven is zoals het is.

De laatste tijd hebben vooral specialisten nogal te lijden gehad van een slechte publiciteit. Of ze haalden de kranten omwille van verschrikkelijke blunders, hun foute vriendjes, of wegens hun slepende interne ruzies over onderlinge bevoegdheden en  inkomstenverdelingen.  De huisarts die zich in dit seizoen vermomt in slobbertrui en ribfluwelen broek ligt ietsje beter in de markt. Tenslotte is hij de toffe peer die je voor een niemendalletje  uit zijn/haar bed kan bellen. De specialist in zijn dure auto en zijn mooie pak, da's andere koek.  De huisarts schrijft je attest voor de sportclub, voor de schoolreis naar Athene, voor je levensverzekering en doet nu ook de paptest van je vrouw, dochter en aanstaande schoondochter.

Nochtans is er een instelling die daar een rol in zou kunnen spelen, maar die blijft oorverdovend stil. Het wordt hoog tijd dat de Orde van Artsen zoals dat eerbiedwaardige instituut heet eens uit zijn eikenhouten kast komt. Mijn vriend die een eerbiedwaardig lid is van deze instelling, heeft altijd wel veel commentaar als ik hem bel –off the record- maar als ik een duidelijk standpunt vraag over een actueel thema, word ik verwezen naar een Quasimodo. Hij heeft nog een faxmachine die op stoom werkt en bovendien geeft hij nooit een antwoord op een concrete vraag.  De koffie aan het Jamblinne de Meuxplein lijkt op spoelwater, de hall ruikt naar een mengsel van lysol en kamfer terwijl rond de raadstafel het bewijs geleverd wordt dat er naast de coelacanth inderdaad nog andere levende fossielen bestaan.

De Nederlandse Orde daarentegen, dat is pas iets anders. Die wil tonen dat het vak van medisch specialist veel meer omvat dan het leveren van patiëntenzorg. Wat is bijvoorbeeld de verhouding met de ziekenhuisdirectie? Maar ook: hoe werkt het beroep door in de persoonlijke levenssfeer? Wat drijft de medisch specialisten in hun vak? Welke medische en maatschappelijke idealen worden gekoesterd? Zeker in deze tijd van bezuinigingen is de uitdaging om de kwaliteit van zorg te waarborgen groot.

Wij zijn grote voorstander van deze aanpak. Je kan ernstige onderwerpen niet overlaten aan de zogenaamde kwaliteitspolitici. Wie wil communiceren moet naar het publiek, via de vakpers, via de eigen vakbroeders en -zusters maar ook via de  publiekspers, de populaire zenders, en niet alleen via de meerwaardezoekers. Op die manier kan de verzuring een beetje gekeerd worden. Voor overheid, het beleid en de zorgverstrekkers iets om over na te denken. Weet u, dokter, dat in de Nationale Raad van het Beroep van de Orde geen enkele dame zetelt?

En dat het oudste lid – een specialist in de intiemste tak van de geneeskunde- in geen veertig jaar een patiënt gezien heeft? Laat staan dat hij een uitstrijkje genomen zou hebben. Maar hij begint wel de vergaderingen met een Rozenhoedje.

Marc van Impe

14:42 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (1)

17 februari 2015

Geeft Carnaval aanleiding tot overspel?

 

VILVOORDE 16/02 - Sommige mensen kunnen zich opwinden om tweemaal niets. Verschijnt er een stukje in de krant dat je aan de vingers van je partner zou kunnen zien of hij trouw of ontrouw zou zijn en ik krijg een boze telefoon van mijn vriend de apotheker met wiens vingers iets fout zou zijn.

Het is de schuld van de journalisten als zijn vrouw hem met zo'n krantenwijsheid confronteert. Hij is van het principe dat als je niet zegt dat je op zee bent, je ook niet zeeziek wordt. Wat je niet benoemt bestaat niet. Waarmee ik zeker niet gezegd wil hebben dat hij soms een scheve schaats zou rijden.

Ik twijfel er zelfs aan of wel kan schaatsen. In elk geval is het er het seizoen niet meer voor. In de stad van de geleerde vrouw viert men carnaval, en hoewel dit feest aan mij niet besteed is –ik hou niet van aangeschoten vrolijkheid achter een masker- vind ik dat er wel eens een amusant onderwerp mag aangesneden worden. Carnaval is zoals men in Aalst weet, de periode dat zowel mannen als vrouwen buiten de lijntjes kleuren. Ik wacht op de wetenschapper die een studie maakt over de genetische diversiteit in carnavalsteden.

Overspel is riskanter dan eenentwintigen. Om te beginnen lokt overspel zowel bij mannen als vrouwen jaloezie aan. Nu blijkt uit  Amerikaans onderzoek dat dames en heren zoals vermoed inderdaad anders reageren op overspel. Volgens het cliché vinden dames emotioneel contact met een ander het ergst terwijl mannen zich het meest bedrogen voelen als hun partner seksueel contact heeft met een ander.

En die stereotiepen kloppen echt, zo ontdekten David Frederick van de universiteit van Chapman in het Californische Orange. Niet zomaar een loos onderzoekje maar een bevraging bij 63.894 mannen en vrouwen tussen 18 en 65 jaar: welke vorm van bedrog ze het ergst vinden.

De respondenten hadden de keuzes tussen twee types overspel: de partner die een intense emotionele connectie heeft met een ander of seksueel bedrog. Daaruit blijkt dat 54 procent van de mannen seksueel bedrog de ergste vorm van overspel vindt. Bij de vrouwen is dat 35 procent.  Maar 65 procent van de dames zou heel jaloers worden als de partner een intense band heeft met een ander. Bij de mannen is dat slechts 46 procent. Ondervraagde holebi's  vinden emotioneel en seksueel bedrog beiden even erg.

De enige factor die een verschil maakte was leeftijd. Hoe jonger mannelijke en vrouwelijke respondenten, hoe makkelijker ze overstuur raken door de fysieke aspecten van ontrouw.

De studie, gepubliceerd in de Archives of Sexual Behavior, gaat spijtig genoeg voorbij aan het belangrijk aspect dat carnaval aan overspel geeft. Straks is het halfvasten, het moment om enig veldwerk te verrichten. Mijn vriend de apotheker trekt naar de Ardennen als men in zijn stad de maskers opzet. Zijn vrouw gaat mee.

Marc van Impe

14:22 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)