05 februari 2016

Blowen door pubers leidt niet tot domheid

Cannabisgebruik bij pubers heeft geen schadelijke invloed op hun intelligentie. Dat schrijven Amerikaanse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift PNAS op basis van grootschalig onderzoek bij tweelingen. De Amerikaanse onderzoekers spreken hiermee een eerdere conclusie tegen dat regelmatig gebruik van cannabis na verloop van tijd zorgt voor een lager IQ. Omdat het brein van een puber nog volop in ontwikkeling is, zou blowen voor onherstelbare schade zorgen.

De Amerikanen spreken eerdere conclusies tegen door het een schijnverband te noemen. In het wetenschappelijk tijdschrift PNAS schrijven ze dat mensen uit armere sociale klassen een lager IQ hebben en vaker kampen met cannabisverslaving. Daardoor is er volgens hen een statistische samenhang tussen een laag IQ en het gebruik van cannabis. Maar een laag IQ hoeft niet te zijn veroorzaakt door een cannabisverslaving. Door gegevens van drieduizend tweelingen te bestuderen sloten ze de schijneffecten uit. Ze gebruikten hierbij tweelingen omdat zij dezelfde genetische en sociaal-economische achtergrond hebben. Een verschil in IQ is hierbij uitgesloten. De groep was verdeeld in twee groepen. Rond hun tiende en achttiende levensjaar werd het IQ van de deelnemers getest. Het IQ van blowende pubers bleek niet of nauwelijks lager te zijn dan hun niet-blowende tweelingbroer- of zus.

Het Trimbos-instituut is nog niet overtuigd van deze conclusies. Zo vraagt toxicoloog Raymond Niesink zich af hoe de deelnemers een joint opstaken en welke doses ze gebruikten. "Daarnaast is het IQ van de tweelingen op hun achttiende gemeten. Het is goed mogelijk dat schade door cannabisgebruik pas op latere leeftijd zichtbaar wordt", zegt Niesink. Hij waarschuwt dat pubers na deze conclusies niet zomaar gaan blowen. Hoe vroeger je begint met blowen, hoe groter de kans dat je eraan verslaafd raakt.

Raymond Niesink, toxicoloog bij het Nederlandse Trimbos instituut, vindt het tweelingenonderzoek mooi uitgevoerd. Hij houdt desondanks nog een paar slagen om de arm over de conclusies. Zo is niet duidelijk hoe vaak de bevraagde participanten een joint opstaken, en welke doses wiet of hasj ze gebruikten. 'Daarnaast is het IQ van de tweelingen op hun 18de gemeten. Het is goed mogelijk dat schade door cannabisgebruik pas op latere leeftijd zichtbaar wordt.'

Hoe cannabis precies het brein beïnvloedt is grotendeels onbekend. Blowen in de puberteit kan de prefrontale cortex aantasten, wat mede kan leiden tot schizofrenie. Maar of en hoe dit intelligentie beïnvloedt, is nog onduidelijk, zegt Niesink. Sowieso is het onderzoek voor pubers geen vrijbrief om maar aan de joint te gaan, waarschuwt hij. 'Als je stoned in de klas zit, kun je de les niet volgen, dat heeft natuurlijk ook invloed op je IQ. Bovendien: hoe vroeger je je eerste joint opsteekt, hoe groter de kans dat je uiteindelijk in een verslaving belandt.'

Marc van Impe

Bron MediQuality

18:58 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (1)

Als de nood te hoog wordt

Steeds vaker word ik geplaagd door een digitale plas. Ik zit in de auto en het sms-signaal klinkt. Uiteraard moet de boodschap wachten. Vijf minuten later opnieuw sms. Nog één kilometer voor ik bij de brug over het kanaal voor het stoplicht ga staan. De opdringerigheid van de afzender loopt de spuigaten uit. Nu gaat de telefoon over. Waarom ik niet op de sms antwoord? Analoog neemt de druk navenant toe.

De draadloze stress werkt op mijn zenuwen. Het begint vaak 's ochtends met een persattaché die veel te vroeg is opgestaan en die me er wil aan herinneren dat zijn of haar baas die ochtend een persontbijt organiseert. Wie verzint zoiets? In een wereld die begint met stilstand, die pas tegen tienen op gang komt als je richting hoofdstad moet, jaagt men de toch al zo druk bezette journalisten naar persconferenties waar meestal niets gezegd wordt.

Terwijl je op een eenvoudige via mail gestelde vraag vaak dagen moet wachten voor je een nietszeggend antwoord krijgt. e-mail is overigens ontaard van een handige boodschappendienst tot een brievenbus waar de reclamefolders en nepbrieven de echte correspondentie verzuipen. Ik ben geen man van sociale media. Ik wil niet constant gestoord worden door piepjes, zoempjes, belletjes en plinkjes of plonkjes. Ik heb een hekel aan updates en nieuwe programma's. Ik weiger de meeste aangeboden apps. Ik ga overdag niet op facebook, ik Whatsapp niet en zelfs Gmail is me te druk.  Ik gebruik dus geen social media want anders was het helemaal niet meer bij te houden.

Natuurlijk kan ik net zoals de geleerde vrouw doet, de hele dag mijn telefoon uitzetten maar zij heeft een excuus en zoiets doe je in mijn vak niet zo gauw. Om te beginnen omdat het systeem erg verslavend is en ik nu eenmaal van nieuws leef,  en ook omdat mijn smartphone me het gevoel geeft dat ik voortdurend een boodschap dreig te missen. Zij daarentegen presteert het om haar message box maar om de paar dagen te beluisteren. Zo zen ben ik niet.

Ik heb de telefoon gewoon bij en als ik te laat ben dan bellen of berichten ze nog maar een keer. En wie belt met een anoniem nummer moet zelf maar terugbellen. Dat noem ik mijn digitale plas ophouden. Er valt dan een pak stress van je schouders af. En verder ga ik af en toe naar mijn vertrouwd watering hole. Als ik daar gebeld word, ben ik in conferentie. Het achtergrondgeluid zegt genoeg.

Maar soms is de werkelijkheid machtiger dan de verbeelding. Vorige week stond ik na weer eens anderhalf uur file, in de residentie op de lift te wachten toen een nieuw digitaal plasje steeds groter werd. Tezelfdertijd voelde ik een analoog plasje opkomen en dat verhoogde de druk alleen maar. De lift bleef uit. Ik zag en hoorde dat ze op vier hoog een boeiend gesprek aan het voeren waren. Analoog en digitaal moest er dringend wat gebeuren. Was ik blij toen ik in hoge nood de sleutel in de deur kon duwen.

Mijn vriend de piloot gebruikt inlegluiers als hij op missie gaat. Het is even wennen zegt hij. Maar je houdt er een comfortabel gevoel aan over. Op het scherm zie ik wel eens knappe dames op rijpere leeftijd die zumba dansen en heerlijk fris blijven. Misschien moet ik overwegen om voor de boven beschreven omstandigheden een Ontex-moment in te bouwen. Naar het schijnt gaat dat tegenwoordig heel discreet. Ik kan me voorstellen dat sommige chirurgen daar ook voor in zijn.

Marc van Impe


Bron: MediQuality

 

Bron: MediQuality

09:14 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

04 februari 2016

Dreigt een fraudeonderzoek voor King's College Londen ?

28.01.16 - Londen


De Londense universiteit King's College heeft nog tot morgen de tijd om de dataset van een fel omstreden medisch onderzoeksrapport, het zogenaamde PACE-report, vrij te geven. Doet ze dat niet dan is de reputatieschade enorm. En dreigt een fraudeonderzoek opgestart te worden.

Het Britse PACE-onderzoek was een met publieke middelen gefinancierde Britse studie van vijf miljoen pond waarvan de auteurs claimden dat het aantoonde dat graded excercise en cognitieve gedragstherapie een gunstige uitwerking hadden op patiënten met ME/CVS. Het is van meet af aan achtervolgd door controverse en de auteurs ervan hebben herhaaldelijk geweigerd onbewerkte data van de studie te verstrekken die een onafhankelijk onderzoek naar de bevindingen ervan mogelijk zouden maken. Het rapport werd gepubliceerd in The Lancet, Psychological Medicine, en Lancet Psychiatry.

James C. Coyne, professor gezondheidspsychologie aan het UMC Groningen en adviseur voor publiek gefinancierde onderzoeksprogramma's bij de Europese Commissie, verzocht in het tijdschrift PLoS ONE om de voor de PACE-studie gebruikte dataset beschikbaar te maken (https://jcoynester.wordpress.com/2015/12/04/update-on-my-... ). Zijn verzoek werd echter afgewezen als ‘ergerlijk'. Namens de PACE-auteurs schreef het King's College London (KCL) dat het van oordeel is dat er ‘een gebrek aan waarde of serieuze bedoeling ten grondslag ligt aan zijn verzoek','dat zijn motief oneigenlijk was' en een ‘twistziek' doel betrof. Het KCL schreef ook dat ‘door het verzoek het personeel zich geïntimideerd voelt en lijdt en het nog meer leed kan veroorzaken', en dat een ‘actieve campagne om het project in diskrediet te brengen de onderzoekers van de universiteit ellende heeft bezorgd, en zij zich terecht zorgen maken dat ze zullen worden blootgesteld aan openbare kritiek en reputatieschade.'

Professor Coyne deed het verzoek op 13 november 2015, daarbij verwijzend naar het beleid van PLoS ONE om gegevens te delen, iets waar alle auteurs bij het indienen van papers voor het tijdschrift mee instemmen. Het KCL reageerde in plaats daarvan met zijn verzoek te rangschikken onder de FOI (freedom of information)-wet en beloofde binnen twintig dagen te reageren. De afwijzing werd in de avond van de twintigste werkdag na zijn verzoek verstuurd. Dat besluit viel ondanks de eerdere publicatie van een brief van professor Coyne aan PLoS One. Hij schreef daarin dat als de auteurs van de PACE-(vervolg)studie hem de data zouden weigeren te verstrekken, ze ‘de door PLoS in het eigen beleid op zich genomen verplichting op de proef zouden stellen en de wetenschappelijke wereld daarbij toeschouwer is. Dat in het geval dat ik hun data niet krijg, ik geloof dat er passende sancties voorhanden moeten zijn en direct toegepast moeten worden'.

De reactie van de academische wereld kwam vliegensvlug, was afkeurend en groeit nog steeds. Prominente bloggers zoals Retraction Watch schreven: ‘KCL wil James Coyne de data van een studie over ME/cvs niet vrijgeven. Kijk eens of de absurde redenen daarvoor je bloed net zo doen koken als het onze'. Academici die onbekend lijken te zijn met de PACE-controverse maar wel belangstellen in wetenschappelijke normen maken gebruik van twitter om hun afkeuring voor het optreden van het KCL uit te drukken. De vooraanstaande onderzoekspsycholoog Brian Nosek van de universiteit van Virginia, uitvoerend directeur van het Center for Open Science, twitterde:

‘De weigering van KCL om gegevens en grondgedachtes te delen, zijn in tegenspraak met de wetenschap'. David Tuller van de  University of California, Berkeley, is professor wetenschapsjournalistiek en stelde opnieuw de vraag om de dataset vrij te geven opnieuw op 4 januari. Kings College kreeg veertien dagen de tijd om zich te bedenken. Morgen vervalt dat respijt. Maar de professoren Peter White, Trudie Chalder en Michael Sharpe, die het PACE-onderzoek leidden, blijven elke medewerking weigeren.  In juni vorig jaar bleek nochtans uit een rapport van de National Institutes of Health dat de Oxford Criteria waarop de studie gebaseerd is niet deugen en zelfs schadelijk zijn voor de patiënten. Op 27 oktober 2015 had de Britse overheid via de Information Commissioner's Office (ICO) de Queen Mary University of London, die meewerkte aan de PACE-trial, bevolen de dataset openbaar te maken. De universiteit ging in beroep omdat de kosten hoger zouden uitkomen dan 450£.

Op de site van PLoS ONE schrijft professor Coyne: "Patiënten leggen in klinische onderzoeken hun gezondheid niet in de weegschaal om de auteurs van een studie de uitkomsten verkeerd te laten duiden en onafhankelijke researchers te beletten ze nader onder de loep te nemen".

Ook het Riziv refereert naar de PACE-studie om zijn zorgtraject voor ME/CVS patiënten te onderbouwen. Het door Volksgezodnheid gefinancierde proefproject dat loopt in de UGent onder leiding van professor Dirk Vogelaers en huisarts Stefan Heytens uit Sint-Amansberg, is volledig op PACE gebaseerd.

De brief van Kings College leest u hier: https://dl.dropboxusercontent.com/u/23608059/PACE%20F325-...

De open brief van professor David Tuller staat hier:

http://www.virology.ws/2016/01/04/trial-by-error-continue...


Marc van Impe

Bron: MediQuality

18:50 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)