15 september 2016

De fiscus in de wachtkamer

In De Tijd stelde Unizo-topman Karel Van Eetvelt donderdag dat belastinginspecteurs kleine zelfstandigen die niets hebben misdaan, duizenden euro’s proberen lichter te maken. ‘De maat is vol,’ zegt hij. ‘In het pesten van ondernemers met allerhande controles zijn de praktijken van de inspectiediensten onder de regering-Michel even erg als die onder de regering-Di Rupo.’

Van Eetvelt: ‘De regering en de inspectiediensten lijken er vanuit te gaan dat kleine zelfstandigen haast per definitie frauderen en dat er overal enkele duizenden euro's te rapen vallen.' Uit cijfers van de FOD Financiën moet blijken dat bij 70% van de controles van zelfstandigen een fiscale naheffing wordt opgesteld. Als arts bent u een kleine zelfstandige. En de recente verhalen in pers over frauderende specialisten en meldingspunten maakt dat de artsen als beroepsgroep opnieuw in de focus van de belastingcontroleur komen, zegt mijn vriend de fiscalist. Maar er is meer. Sommige grote ziekenfondsen sporen hun leden aan om hun arts letterlijk te verklikken. En ook al heeft de fiscus geen speciaal formulier of een vaste kliklijn, toch kreeg hij vorig jaar 1.221 dergelijke meldingen, vaak anoniem, een toename met 70 procent. ‘Na zo'n verklikking probeert de fiscus soms de mensen te verrassen met een bezoek ter plaatste om te zien of de klacht wel klopt', zegt advocaat Michel Maus in De Tijd.

We bespreken de toestand van de wereld in de schaduw van het ziekenhuis waar de geleerde vrouw consultatie houdt. Onze gesprekspartner is er gerust in. Hij werkt onder de vorm van een evba en heeft de voorbije vier jaar geen enkele controle gekregen. Is de fiscus hem dan vergeten of betekent dit dat er een controle op komst is ? Voor de aanslag over inkomstenjaar 2014, had de fiscus in principe tijd tot 30 juni 2016 om deze toe te sturen. Dit staat volledig los van een fiscale controle. De fiscus heeft sowieso immers drie jaar tijd, vanaf 1 januari van het aanslagjaar, om een bepaald inkomstenjaar te controleren. Een controle over inkomsten 2014 kan dus nog tot eind 2017, zelfs al werd intussen een afrekening gestuurd. Die twee staan dus los van elkaar. Onze gesprekspartner is ten onrechte gerust.

Medische beroepen worden geregeld geconfronteerd met een belastingcontrole. De meest voorkomende controledaden van de fiscus zijn een eenvoudige vraag om inlichtingen, maar ook een bezoek ter plaatse van een belastingcontroleur hoort tot de mogelijkheden. Het beroepsgeheim van de arts is maar een schijnbescherming. De fiscus kan de erelonen van medische beroepsbeoefenaars perfect natrekken. Dat daarbij vragen worden gesteld is normaal. Maar bepaalde vragen kunnen niet. Zo mag het afsprakenboek niet opgevraagd worden.

Toch komt het geregeld voor dat de fiscus een inzage vraagt in dat afsprakenboek, zegt mijn accountant, ook al is dit geen stuk dat verplicht wordt opgelegd door de boekhoudwetgeving. Het is echter wel een belangrijk stuk om de ontvangen erelonen te controleren. In de meeste praktijken gaat het bovendien over een geïnformatiseerd afsprakenboek dat deel uitmaakt van de totale medische IT-infrastructuur die de arts gebruikt. Daar heeft de fiscus geen toegang toe. In de praktijk komt er echter vaak op neer dat de accountant toch adviseert toegang te verlenen, want anders… volgt een diepgaande controle en die kan dagen duren en gaat vaak om pietluttigheden.

De argumentatie van de fiscus is vaak stereotiep. Zo is het al verdacht dat een arts een lagere omzet draait –als we dit zo oneerbiedig mogen uitdrukken- dan een collega in een gelijkaardige situatie. Ook verdacht is dat de omzet plots daalt. En als men een beroep heeft gedaan op de vennootschapsstructuur met het oog op een fiscale optimalisatie, dan is dat uiteraard verdacht. Een arts die werkt als privépersoon is immers verplicht op het fiscale strookje onderaan het totale ontvangen ereloon te vermelden. Werkt die arts via een rechtspersoon, dan wordt enkel het officiële geconventioneerde ereloon aangegeven. Dat vindt de fiscus verdacht.

Een van de heikele punten is de verkoop van het patiëntenbestand (goodwill) aan een eigen vennootschap? Zeker oudere artsen die geruime tijd actief waren als vrije beroeper en overstappen naar een vennootschap, in het vooruitzicht van een naderend pensioen en met het plan deels nog verder te werken onder een fiscaal gunstiger regime, maken daar gebruik van. Om te beoordelen of er wel degelijk eigen patiënten zijn en of de waardering van de goodwill correct is verlopen, vraagt de fiscus soms naar een nominatieve lijst van alle patiënten. En dat is duidelijk een vraag waarop de arts niet zomaar kan antwoorden. De identificatie van patiënten mag hij niet zo maar meedelen. Dit is immers in strijd met het strafrechtelijk beschermd medisch beroepsgeheim.

Maar als u zich beroept op dat medisch beroepsgeheim en de gevraagde gegevens weigert voor te leggen, dan kan de fiscus de territoriaal bevoegde tuchtoverheid, de Orde van Artsen dus, inschakelen. Die moet in voorkomend geval het fiscaal onderzoek beoordelen en beslissen of het beroepsgeheim terecht werd ingeroepen. Oordeelt de Orde dat de vraag van de fiscus strijdig is met het beroepsgeheim, dan is die tuchtbeslissing bindend en vangt de fiscus bot (Cassatie dd. 19.12.2012). De tandartsen zijn er aan voor de moeite want zijn beschikken niet over een tuchtoverheid.

De vraag is over welke wapens de fiscus beschikt om te controleren of u al uw inkomsten correct aangeeft? De fiscus kan eenvoudigweg bij u langskomen maar een 'fiscale visitatie' zoals dat officieel heet, moet wel vooraf aangekondigd worden. Op het ogenblik van de visitatie mogen immers geen patiënten aanwezig zijn. Het bezoek moet ook gebeuren tijdens de uren van activiteit. U moet dus aan het werk zijn, maar er mogen geen patiënten aanwezig zijn.

Gelukkig zorgt de overheid voor zoveel administratief werk waar u een goed deel van de dag mee bezig bent. Gebeurt de controle in uw particuliere woning waar uw praktijk aan verbonden is, dan zijn de regels strikter. De ambtenaren hebben enkel toegang tot particuliere woningen of bewoonde lokalen tussen 5 uur 's morgens en 9 uur 's avonds en hebben bovendien een machtiging van de politierechter nodig. Maar waarom zou de fiscus toegang willen tot uw gezinswoning? Om de oppervlakte van uw praktijkruimte bijvoorbeeld op te meten. Of om na te gaan of de nieuwe kasten in uw consultatie niet naar de keuken verhuisd zijn. Vergeet niet dat de controleur over nogal wat mogelijkheden beschikt bij een controlebezoek.

Volgens de letter van de wet mag hij "de aard en belangrijkheid van de werkzaamheden vaststellen en het bestaan, de aard en de hoeveelheid van de voorraden en van de voorwerpen van alle aard nazien". Strikt gezien mag de fiscus enkel de administratieve mappen en farden inkijken die open uw bureau liggen. Hij heeft dus niet het recht documenten uit afgesloten kasten te nemen. Maar hij kan wel alle huurovereenkomsten, arbeidsovereenkomsten met een praktijkassistente en dergelijke inkijken voor zover die nuttig zijn bij het vaststellen van uw belastbare inkomsten en het bedrag ervan. Een computer die aanstaat wordt beschouwd als een openstaande kast en dus mag de fiscus de data inkijken. Als u uw boekhouding op uw computer bijhoudt dan moet u sowieso de belastingadministratie inzage geven in de informatiedragers en de gegevens die ze bevatten. Tijdens zijn bezoek mag de controleur alle bijkomende vragen stellen, maar enkel aan u. Vragen stellen aan het personeel, de poetsvrouw of de kinderen kan dus niet.

Maar een controle is gelukkig niet altijd zo dramatisch. Doorgaans wordt een 'vraag om inlichtingen' schriftelijk verstuurd. Maar ook daar zijn grenzen. De fiscus kan u niet bijvoorbeeld niet vragen om met uw wagen naar het belastingkantoor te komen om de kilometerstand te controleren.

Ik bel een oude schoolmaat, vers gepensioneerd controleur bij de belastingen. Wat is de vaakst voorkomende "correctie" die de fiscus bij artsen toepast ? Hij hoeft niet na te denken. Inrichtings- en verfraaiingskosten van praktijk- en wachtruimte die in werkelijkheid in de privéwoning blijken gebeurd te zijn. En reiskosten voor seminaries waaraan een stukje vakantie gekoppeld werd. In de regel, zegt hij, verwerpt de fiscus 30% van de gemaakte reiskosten. Want reizen, zegt de fiscus, is nog altijd een beetje plezier. Het aantal fiscale controles bij vrije beroepen en artsen zal de komende jaren overigens toenemen. Tussen haakjes, het aantal controles bij werknemers is sinds 2014 met 41% gedaald.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

08:52 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

13 september 2016

Waarom dokters zelfmoord plegen

Het is de ultieme oxymoron: de suïcidale arts. En toch zijn er alleen al in Vlaanderen elk jaar minstens vijf artsen die er zelf bewust een einde aan maken. En zoals Domus Medica zelf toegeeft: waarschijnlijk zijn het er veel meer. Over Franstalig België bestaan geen cijfers. Zelfmoord is een beroepsziekte bij dokters. Ik heb er in elk geval een aantal gekend die tegen een boom geëindigd zijn, die uit het raam gesprongen zijn, die in de auto bleven zitten met een slang in de uitlaat en dan heb ik het niet over de zovele niet-bewezen suicides met pillen of een plastic zak over het hoofd. En dan houden we nog geen rekening met de zovelen die zich letterlijk dood zuipen. Dus waarom? Wat is er gaande?

En waarom is dit zo'n publiek geheim? Waarom willen zoveel mensen "die mensen willen helpen" zelf dood? Het is not done, maar ik zeg het toch: vaak valt de oorzaak van de wanhoopsdaad te vinden in de directe omgeving van de arts, in zijn werkmilieu.

Ik ontmoette als jong journalist ooit op een receptie bij mijn schoonvader de onderzoeksrechter, een gerechtsarts die zijn beklag maakte over een collega: "Als je dan toch besluit zelfmoord te plegen, dan doen het beter van de eerste keer goed. Je zou van een arts toch mogen verwachten dat hij dat op een nette manier doet en zijn familie en de samenleving niet achterlaat met alle shit." Waarop hij me een beknopte handleiding gaf hoe netjes naar de andere kant te gaan.

Volgens deze bekende professor bestond er geen grotere schande dan een mislukte zelfmoord. Hij was een man van de harde school die ook van mening was jonge artsen in opleiding 72 uur achter elkaar wachtdienst mochten draaien. Toen ik veertig jaar geleden hierover een artikel schreef was de aanleiding een kleine zelfmoordepidemie onder artsen in opleiding aan zijn alma mater. Alma mater mag dan wel "zorgende moeder" betekenen maar een opleiding geneeskunde was toen niet moederlijk en zeker niet zorgzaam. En dat is ze nog niet. Slaapdeprivatie is een oud zeer in de ziekenhuizen waar geneeskunde aangeleerd wordt. Slaapdeprivatie is nochtans een marteltechniek die door de conventie van Génève verboden wordt. Ook nu nog worden artsen "betrapt" als ze een powernap nemen.

Ik weet niet of het een goed idee is om artsen medisch te keuren. Onze medische scholen, universitaire ziekenhuizen, klinieken veroorzaken geestelijke gezondheidsproblemen bij artsen, vervolgens gaan ze die artsen culpabiliseren en willen ze hen dwingen om hun vertrouwelijke medische gegevens vrij te geven. Om vervolgens, tot besluit, de licentie voor de uitoefening van hun beroep in te trekken? Verliest zo'n arts die over zijn grens van weerbaarheid gegaan is zijn RIZIV nummer? Of zal de Orde een (tijdelijk) beroepsverbod uitspreken?

Ik ken dokters, zelf actief in de geestelijke gezondheidszorg, die over de grens psychiatrische hulp zoeken. Precies omwille van het stigma dat ze van hun collega's opgelegd dreigen te krijgen.

Voor de patiënten moet de ideale dokter een rots in de branding zijn, een man of vrouw die zelfzekerheid uitstraalt, die van zijn patiënten houdt en naar hen luistert. Maar wat als die dokter dagelijks moet werken in een omgeving waar hij of zij nauwelijks aanspraak krijgt van de collega's? Wat als op mails niet gereageerd wordt? Waar men doet of je niet bestaat? Waar haantjesgedrag de regel is, waar men elkaar het licht in de ogen niet gunt en waar je een meester moet zijn in Japanse gevechtssporten wil je een kans op overleven te maken? In een bedrijf zijn de HR-diensten verantwoordelijk voor het welzijn van hun personeel. In een ziekenhuis is er de preventieadviseur die waakt over het geestelijk welzijn van het verplegend, administratief en logistiek personeel: geen discriminatie, racisme, verbaal geweld, stalking of pesterijen. Maar de dokters vallen buiten dit vangnet.

Ik spreek hierover de CEO van een groot ziekenhuis aan. Het was hem niet bekend dat artsen suïcidaal zouden zijn. Hij wist niet eens dat een arts het slachtoffer kan zijn van een cyclus van misbruik die begint bij de opleiding wanneer hij nog een idealistische student is. En hij begreep niet dat misbruikte geneeskundestudenten misbruikte artsen worden die op een dag misbruik dreigen te maken van hun collega's artsen én van hun patiënten.

De basisvraag is niet hoe je misbruikte artsen gaat helpen, maar hoe je het institutionele misbruik voorkomt. Meldpunten binnen onze ziekenhuizen of binnen de kringen zijn mooi. Weerbaarheidscursussen zijn prima. Waarom geen mindfulness klasjes voor medische studenten? Maar is het de hoofdbedoeling om slachtoffers te leren omgaan met misbruik? Of om een einde te maken aan het misbruik zelf?

De medische cultuur en het geneeskundeonderwijs moeten veranderen. Maar culturen veranderen niet omdat je het hen vraagt , zelfs niet als er sprake is van eigenbelang. Ze veranderen alleen wanneer ze zijn gedwongen worden om te wijzigen. Daarom ben ik voorstander van een systeem dat reeds binnen een aantal bedrijven bestaat waarbij management en medewerkers die zich niet eervol gedragen gesanctioneerd worden. Wie de bullebak uithangt, krijgt een dosis van zijn eigen medicijn. En als het moet volgt ontslag.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

09:22 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

08 september 2016

Het einde van de komkommertijd

Niet veel komkommertijd gehad, de voorbije zomer. Het nieuws hield niet op. Daarom zitten we nu pas bij de bocht van de rivier en hebben we de gelegenheid om bij te praten. Het gesprek gaat over een kennis van ons, een man zo verheven boven het medisch voetvolk dat hij helemaal geen tijd heeft noch kan maken voor enkele filosofische gedachten bij een glas Orval. Nee, hij moet denken, praten, discussiëren en vooral publiceren. We komen automatische bij het thema ijdelheid.

IJdelheid is des mensen Maar bij sommige mensen, zeker binnen de academie, is ze meer prominent aanwezig dan bij andere, dat zal de lezer niet verwonderen. Ik heb daar geen moeite gezien enige ijdelheid mezelf niet vreemd is. Mijn vriend de huisarts daarentegen is de vlees geworden bescheidenheid. En dat bewijst hij zo om de veertien dagen met ingezonden brieven naar de reguliere en niet-reguliere media waarin hij zijn bescheiden mening ten beste geeft.

Ik las deze zomer dat die ijdelheid van academici gemeten is. In het vakblad Physics and Society werd deze zomer een onderzoek gepubliceerd waaruit blijkt dat nagenoeg tien procent van de citaten uit "mannelijke" wetenschappelijke publicaties eigenlijk referenties waren naar eigen, eerder gepubliceerd werk. De auteurs gingen niet licht tewerk en screenden maar liefst 1.5 miljoen publicaties. En nu komt het: als men de publicaties van de twee laatste decennia leest, wordt men geconfronteerd met het feit dat mannelijke auteurs maar liefst 70 procent vaker zichzelf citeren dan hun vrouwelijke collega's.

Ik leerde in de journalistenopleiding altijd dat je absoluut moet vermijden uit eigen werk te citeren, maar daar storen de (jongere) mannelijke wetenschappers zich absoluut niet aan. Ook blijkt nog dat vooral in de psychologie en psychiatrie het eigen gelijk graag bewezen mag worden aan de hand van een citaat van zichzelve. Zoals bekend maakte de bekende entomoloog Sigmund Freud uitgebreid gebruik van die techniek. In heb in het Leuvense een professor psychiatrie gekend die niet alleen zichzelf continu citeerde maar ook zijn assistenten tot zijn eigen dochter toe zijn citaten liet herhalen, waarbij hij de techniek van me, myself and I tot sublieme hoogten bracht. Nu hij het emeritaat bereikt heeft, zwijgt iedereen zedig over dit staaltje hubris. De academie kan ook mild zijn.

Wat me onvrijwillig bij het boek van Lieven Annemans brengt. Deze bezondigt zich niet aan het citeren van zijn eigen zelve maar maakt ruim plaats voor getuigenissen en ervaringen van echte patiënten. Hij spreekt soms in parabels, die Annemans, maar hij slaagt erin de vinger op zere wonden te leggen. De reacties waren navenant. Reeds op de dag van het verschijnen regende het negatieve en bozige commentaren van artsen die zich op een teer lichaamsonderdeel getrapt voelden. Merkwaardig hoe helderziend ze waren. Het boek was nog niet op de markt, de eerste interviews verschenen pas woensdagochtend, en toch leverden ze gedegen kritiek.

We bestellen nog een rondje Orval. Faut pas deconner, zegt onze Waalse collega. Hij heeft gelijk. Hij heeft trouwens een raadsel voor ons: vanwaar die Vlaamse uitdrukking "komkommertijd". In het Frans bestaat die helemaal niet. Hoewel hij ze leuk vindt. Ik ken het antwoord. In het Engels spreekt men ook over cucumbers time. Als men het heeft over nieuws uit nieuwsarme tijden. Mijn vriend de linguïst beweerde ook dat het begrip uit het Duits komt: daar heeft men het over de Sauregurkenzeit. De zomer is inderdaad de tijd dat men gurken oplegt. Maar helaas, ook al citeert hij zichzelve graag, hij dwaalt. Het Duitse woord is afgeleid van het Yidische Zoeres- und Joekresszeit, wat staat voor magere tijden, en het woord is dus een mondegreen. Daarop ontstaat een discussie die ik u wil onthouden.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

11:14 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)